Wij kunnen haast niet anders dan denken dat de werkelijkheid uiteindelijk teruggaat op een absolute oorsprong die het laatste antwoord vormt op de ultieme vraag waarom er eigenlijk iets is in plaats van niets. Een wereld waarin alles wat bestaat voor zijn bestaan afhankelijk is van iets anders levert immers een grondeloze, in het niets wegzinkende, oneindige regressie op, wat voor ons als mensen welhaast ondenkbaar is. Daarom zijn wij gerechtvaardigd om te menen dat er een eerste oorzaak van de wereld is. De vraag is vervolgens wat we redelijkerwijs kunnen zeggen over de aard van deze ultieme wereldgrond. Hiertoe beroep ik mij op de axiologie of waardeleer. Aanschouw de mens. Een mens is een subject oftewel een bewust vrij en autonoom individu behept met verstand, gevoel, intuïtie, verbeeldingskracht, voorstellingsvermogen, wil en empathie. Daarom heeft de mens een intrinsieke waarde die groter is dan die van onbewuste dingen. Zoals gezegd is het redelijk om te veronderstellen dat de werkelijkheid teruggaat op een ultieme oorsprong. Alles wat geworden is, is geworden dankzij deze wereldgrond en zonder de wereldgrond zou niets geworden zijn. Het is daarom verdedigbaar dat de wereldgrond, het ultieme beginsel van alles, een intrinsieke waarde heeft die in elk geval niet lager is dan de waarde van een enkel mens. En omdat zoals gezegd de mens een intrinsieke waarde heeft die boven de waarde van onbewuste objecten uitgaat, kan de wereldgrond geen onbewust object zijn. Want als de wereldgrond een onbewust object zou zijn, dan zou het dus een lagere waarde hebben dan een mens, wat in tegenspraak is met het gegeven dat de absolute oorsprong van de wereld een waarde heeft die nu juist niet lager is dan de waarde van een enkel mens. De wereldgrond is dus géén onbewust ding. Het is een bewust subject. De oorsprong van de wereld is geen iets, maar een iemand. De overtuiging dat de wereld is gegrond in een persoonlijke eerste oorzaak is dan ook allesbehalve irrationeel. Wie erkent dat het redelijk is om te veronderstellen dat er een absolute oorsprong is waarop de gehele werkelijkheid uiteindelijk teruggaat, kan niet langer succesvol volhouden dat deze eerste oorzaak een onbewust object is. Uit het bestaan van een ultieme grond van de wereld volgt dus dat deze grond een bewust subject oftewel een persoonlijk wezen is. Maar dat impliceert dat God bestaat, aldus de conclusie van mijn axiologisch argument.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Posts tonen met het label eerste oorzaak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eerste oorzaak. Alle posts tonen
maandag 4 september 2023
zaterdag 23 april 2016
Korte reflectie
Het is alleszins redelijk om te veronderstellen dat de werkelijkheid teruggaat op een uiteindelijke oorsprong of grond. Deze grond of oorsprong wordt door filosofen veelal aangeduid als het ultieme of het absolute. Het betreft de onvoorwaardelijke bron waaruit alles is voortgekomen. Maar wat is nu de ontologische aard van dit eerste beginsel? Het lijkt niet onredelijk te stellen dat de eerste oorzaak van de werkelijkheid in ieder geval niet contingent is. De grond van de wereld moet anders gezegd noodzakelijk bestaan. Het kan niet anders dan bestaan. Het is onmogelijk voor de zijnsoorzaak om niet te bestaan. Hiermee hebben we een eerste criterium te pakken om mogelijke kandidaten voor de oorsprong te evalueren. Want zodra een bepaalde kandidaat redelijkerwijs contingent is, hebben we een goede reden om deze af te wijzen. Stel bijvoorbeeld dat iemand zou suggereren dat de wereldgrond uit 1117 objecten bestaat of uit één materieel object van 1050 kg. Beide opties zijn redelijkerwijs contingent. Waarom bestaat de oorsprong in het eerste geval bijvoorbeeld niet uit 1118 of 1116 in plaats van 1117 objecten? En waarom is de grond in het tweede geval niet 1051 kg of 1049 kg in plaats van 1050 kg? Kortom, we dienen alléén kandidaten voor het eerste beginsel in overweging te nemen die niet op voorhand als contingent van de hand gewezen kunnen worden. Dit zijn dus kandidaten waarvoor geen alternatieven denkbaar zijn die er voldoende dicht bij in de buurt komen. Maar dan zijn er niet zoveel opties voor de eerste oorzaak van de wereld. De enige optie die voor de hand ligt is een massaloos bewustzijn zonder eindige en dus arbitraire kenmerken. En dat is precies wat theïsten beweren.
Labels:
absolute,
contingent,
eerste oorzaak,
noodzakelijk,
theïsme,
ultieme
maandag 22 december 2014
Bij wie ligt de bewijslast?
Mijn nieuwe bijdrage voor de website geloofenwetenschap.nl van ForumC is inmiddels online beschikbaar. Daarin ga ik in op de vraag naar de bewijslast in een argumentatief debat tussen theïsten en atheïsten, en bespreek ik eveneens een argument voor het bestaan van een eerste oorzaak. Het gaat om het argument vanuit causalisme en atomisme. Dit argument heb ik samen met een aantal andere argumenten (waaronder mijn modaal-epistemisch argument) in mijn proefschrift ontwikkeld.
Labels:
atheïsme,
atomisme,
bewijslast,
causalisme,
eerste oorzaak,
theïsme
vrijdag 10 mei 2013
Pariteit
Vaak wordt door atheïsten beweerd dat in elk argumentatief debat tussen theïsten en atheïsten over het bestaan van God ongeloof in God de uitgangspositie moet zijn. We zouden niet mogen geloven dat God bestaat totdat er goede redenen zijn om te geloven dat God bestaat. De bewijslast in het debat ligt volgens deze atheïsten dus bij de theïst.
Theïsten merken dan meestal terecht op dat een atheïst niet slechts niet gelooft dat God bestaat. Atheïsme is niet alleen maar de afwezigheid van geloof in God. De atheïst gelooft dat God niet bestaat, wat evenzeer een overtuiging is, en waarvoor de atheïst dus ook argumenten zal moeten geven. Kortom, in een rationeel argumentatief debat tussen theïsten en atheïsten zullen beide met argumenten voor hun overtuiging moeten komen, aldus deze theïsten.
Hierop reageren veel atheïsten echter met de opmerking dat er zelfs dan nog een belangrijk verschil is tussen de overtuiging van de theïst en die van de atheïst. De theïst gelooft namelijk dat iets, namelijk God, bestaat. Dit betreft een positieve (affirmerende) claim. De atheïst daarentegen gelooft slechts dat iets, namelijk God, niet bestaat. Dit is alleen maar een negatieve (ontkennende) claim. En daarom zou volgens deze atheïsten de bewijslast alsnog bij de theïst liggen. Nu zijn er verschillende manieren om deze repliek te weerleggen. Hieronder zal ik de weerlegging die ik in het laatste hoofdstuk van mijn proefschrift geef kort toelichten.
Indien we een goed argument kunnen geven voor het bestaan van een eerste oorzaak van de werkelijkheid, dus iets waarop de hele wereld uiteindelijk teruggaat, iets dat geldt als de uiteindelijke oorsprong van alles wat bestaat, dan zijn de overtuigingen van de theïst en de atheïst structureel equivalent. De theïst beweert namelijk dat deze eerste oorzaak een subject is (een bewust wezen) en de atheïst beweert dat deze eerste oorzaak een object (levenloze materie) betreft. Er is dus sprake van pariteit tussen beide posities. Beide posities betreffen immers een claim over de aard van de wereldgrond. Volgens de één is de zijnsgrond van de wereld geest en volgens de ander is de zijnsgrond van de wereld stof. De repliek van de atheïst hierboven is dan dus inderdaad inadequaat. Het is niet zo dat de theïst het bestaan van iets bevestigt, terwijl de atheïst slechts het bestaan ervan ontkent. Twee opvattingen over de natuur van de eerste oorzaak, geest of stof, staan tegenover elkaar. De atheïst kan in een argumentatief debat over het bestaan van God dus niet eenzijdig de bewijslast bij de theïst leggen.
Theïsten merken dan meestal terecht op dat een atheïst niet slechts niet gelooft dat God bestaat. Atheïsme is niet alleen maar de afwezigheid van geloof in God. De atheïst gelooft dat God niet bestaat, wat evenzeer een overtuiging is, en waarvoor de atheïst dus ook argumenten zal moeten geven. Kortom, in een rationeel argumentatief debat tussen theïsten en atheïsten zullen beide met argumenten voor hun overtuiging moeten komen, aldus deze theïsten.
Hierop reageren veel atheïsten echter met de opmerking dat er zelfs dan nog een belangrijk verschil is tussen de overtuiging van de theïst en die van de atheïst. De theïst gelooft namelijk dat iets, namelijk God, bestaat. Dit betreft een positieve (affirmerende) claim. De atheïst daarentegen gelooft slechts dat iets, namelijk God, niet bestaat. Dit is alleen maar een negatieve (ontkennende) claim. En daarom zou volgens deze atheïsten de bewijslast alsnog bij de theïst liggen. Nu zijn er verschillende manieren om deze repliek te weerleggen. Hieronder zal ik de weerlegging die ik in het laatste hoofdstuk van mijn proefschrift geef kort toelichten.
Indien we een goed argument kunnen geven voor het bestaan van een eerste oorzaak van de werkelijkheid, dus iets waarop de hele wereld uiteindelijk teruggaat, iets dat geldt als de uiteindelijke oorsprong van alles wat bestaat, dan zijn de overtuigingen van de theïst en de atheïst structureel equivalent. De theïst beweert namelijk dat deze eerste oorzaak een subject is (een bewust wezen) en de atheïst beweert dat deze eerste oorzaak een object (levenloze materie) betreft. Er is dus sprake van pariteit tussen beide posities. Beide posities betreffen immers een claim over de aard van de wereldgrond. Volgens de één is de zijnsgrond van de wereld geest en volgens de ander is de zijnsgrond van de wereld stof. De repliek van de atheïst hierboven is dan dus inderdaad inadequaat. Het is niet zo dat de theïst het bestaan van iets bevestigt, terwijl de atheïst slechts het bestaan ervan ontkent. Twee opvattingen over de natuur van de eerste oorzaak, geest of stof, staan tegenover elkaar. De atheïst kan in een argumentatief debat over het bestaan van God dus niet eenzijdig de bewijslast bij de theïst leggen.
donderdag 9 augustus 2012
Proefschrift beschikbaar
Mijn proefschrift is inmiddels op mijn website emanuelrutten.nl beschikbaar.
maandag 6 augustus 2012
Mijn proefschrift
Mijn proefschrift is vandaag naar de drukker gegaan. Deze week zal ik de tekst op mijn site emanuelrutten.nl plaatsen. Wie voor de aardigheid alvast de hele omslag wil zien kan deze hier bekijken. Hieronder ook een zeer beknopte samenvatting van de inhoud.
[Al vanaf Plato zijn er rationele argumenten ontwikkeld voor het bestaan van God. De laatste decennia is de filosofische belangstelling ervoor weer sterk toegenomen. Rutten onderzoekt in zijn proefschrift kosmologische argumenten. Hierbij wordt het bestaan van God afgeleid uit het feitelijke gegeven dat er veroorzaakte dingen bestaan. Hij betoogt dat de onderzochte argumenten gezamenlijk genomen aannemelijk maken dat de kosmos is veroorzaakt door een noodzakelijk bestaand en vrij wezen, maar dat daarmee nog niet is beargumenteerd dat dit wezen ook de eerste onveroorzaakte oorzaak van de gehele werkelijkheid betreft, wat van God doorgaans wel gezegd wordt. In het tweede deel van zijn proefschrift ontwikkelt Rutten een nieuw argument voor het bestaan van een eerste oorzaak van de werkelijkheid. Hij leidt uit atomisme, de claim dat alles wat bestaat uiteindelijk is opgebouwd uit ondeelbare bouwstenen, en causalisme, de claim dat alles wat bestaat een effect is van iets anders of zelf iets anders veroorzaakt, af dat er inderdaad een eerste oorzaak moet zijn. Ook ontwikkelt Rutten een nieuw kennistheoretisch argument voor het bestaan van een vrij wezen dat de eerste oorzaak van de werkelijkheid is. Dit argument vertrekt vanuit het uitgangspunt dat alles wat mogelijk waar is ook kenbaar is en dat het bovendien onmogelijk is om te weten dat God niet bestaat. Door deze nieuwe argumenten te combineren met genoemde kosmologische argumenten ontstaat een hernieuwde casus voor de these dat er een noodzakelijk bestaand en vrij wezen is dat tevens geldt als de eerste oorzaak van de werkelijkheid, oftewel God.]
De openbare verdediging van mijn proefschrift vindt plaats op donderdag 20 september om 11:45 in de aula van het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit in Amsterdam
[Al vanaf Plato zijn er rationele argumenten ontwikkeld voor het bestaan van God. De laatste decennia is de filosofische belangstelling ervoor weer sterk toegenomen. Rutten onderzoekt in zijn proefschrift kosmologische argumenten. Hierbij wordt het bestaan van God afgeleid uit het feitelijke gegeven dat er veroorzaakte dingen bestaan. Hij betoogt dat de onderzochte argumenten gezamenlijk genomen aannemelijk maken dat de kosmos is veroorzaakt door een noodzakelijk bestaand en vrij wezen, maar dat daarmee nog niet is beargumenteerd dat dit wezen ook de eerste onveroorzaakte oorzaak van de gehele werkelijkheid betreft, wat van God doorgaans wel gezegd wordt. In het tweede deel van zijn proefschrift ontwikkelt Rutten een nieuw argument voor het bestaan van een eerste oorzaak van de werkelijkheid. Hij leidt uit atomisme, de claim dat alles wat bestaat uiteindelijk is opgebouwd uit ondeelbare bouwstenen, en causalisme, de claim dat alles wat bestaat een effect is van iets anders of zelf iets anders veroorzaakt, af dat er inderdaad een eerste oorzaak moet zijn. Ook ontwikkelt Rutten een nieuw kennistheoretisch argument voor het bestaan van een vrij wezen dat de eerste oorzaak van de werkelijkheid is. Dit argument vertrekt vanuit het uitgangspunt dat alles wat mogelijk waar is ook kenbaar is en dat het bovendien onmogelijk is om te weten dat God niet bestaat. Door deze nieuwe argumenten te combineren met genoemde kosmologische argumenten ontstaat een hernieuwde casus voor de these dat er een noodzakelijk bestaand en vrij wezen is dat tevens geldt als de eerste oorzaak van de werkelijkheid, oftewel God.]
De openbare verdediging van mijn proefschrift vindt plaats op donderdag 20 september om 11:45 in de aula van het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit in Amsterdam
woensdag 25 juli 2012
Met dank aan Robert Koons!
Robert Koons heeft er in een commentaar op mijn proefschrift op gewezen dat mijn nieuwe argument voor het bestaan van een eerste oorzaak in feite geen beroep op atomisme nodig heeft. Dit maakt het argument aanmerkelijk eenvoudiger. Het argument heeft nu nog maar slechts vier premissen nodig om het bestaan van een eerste oorzaak van de werkelijkheid af te leiden. Deze premissen betreffen achtereenvolgens
(1) Elk veroorzaakt samengesteld object bevat een veroorzaakt strikt deel,
(2) Alles wat bestaat is de oorzaak van iets anders en/of zelf veroorzaakt,
(3) De som van alle totaal veroorzaakte objecten is een object,
(4) Oorzaak en effect zijn disjunct.
Hier is een totaal veroorzaakt object een object waarvan alle delen veroorzaakt zijn. Ik laat hieronder zien hoe uit deze vier premissen inderdaad volgt dat er een eerste oorzaak bestaat van de werkelijkheid.
Allereerst is het niet lastig om in te zien dat uit (1) volgt dat ieder veroorzaakt object een totaal veroorzaakt deel heeft. Laat namelijk O een veroorzaakt object zijn. Indien O enkelvoudig is, dan is O per definitie een totaal veroorzaakt deel van zichzelf. Neem daarom aan dat O samengesteld is. Beschouw de som S van alle onveroorzaakte delen van O. Het is duidelijk dat op grond van (1) de som S object O niet totaal overlapt. Er is dus een deel D van O dat geheel buiten S valt. Maar dan heeft D geen onveroorzaakte delen. Elk deel van D is dus veroorzaakt, zodat D totaal veroorzaakt is.
Neem nu de som van alle totaal veroorzaakte objecten en noem deze M. Dan is M volgens (3) en (2) veroorzaakt of oorzaak. Als M oorzaak is, dan is M de oorzaak van een veroorzaakt object E. Object E bevat dan op grond van het voorgaande een totaal veroorzaakt deel, wat onmogelijk is omdat M en E volgens (4) disjunct zijn. Maar dan moet M volgens (2) veroorzaakt zijn. Noem A de oorzaak van M. Is A veroorzaakt? Nee, dit is niet het geval. Als A veroorzaakt zou zijn, dan zou A op grond van het voorgaande een totaal veroorzaakt deel moeten bevatten, wat wederom onmogelijk is omdat op grond van (4) A en M disjunct zijn. Kortom, A is de onveroorzaakte oorzaak van de som van alle totaal veroorzaakte objecten. En daarom kan A met recht een eerste oorzaak van alles genoemd worden. Er is dus een eerste oorzaak van de werkelijkheid.
(1) Elk veroorzaakt samengesteld object bevat een veroorzaakt strikt deel,
(2) Alles wat bestaat is de oorzaak van iets anders en/of zelf veroorzaakt,
(3) De som van alle totaal veroorzaakte objecten is een object,
(4) Oorzaak en effect zijn disjunct.
Hier is een totaal veroorzaakt object een object waarvan alle delen veroorzaakt zijn. Ik laat hieronder zien hoe uit deze vier premissen inderdaad volgt dat er een eerste oorzaak bestaat van de werkelijkheid.
Allereerst is het niet lastig om in te zien dat uit (1) volgt dat ieder veroorzaakt object een totaal veroorzaakt deel heeft. Laat namelijk O een veroorzaakt object zijn. Indien O enkelvoudig is, dan is O per definitie een totaal veroorzaakt deel van zichzelf. Neem daarom aan dat O samengesteld is. Beschouw de som S van alle onveroorzaakte delen van O. Het is duidelijk dat op grond van (1) de som S object O niet totaal overlapt. Er is dus een deel D van O dat geheel buiten S valt. Maar dan heeft D geen onveroorzaakte delen. Elk deel van D is dus veroorzaakt, zodat D totaal veroorzaakt is.
Neem nu de som van alle totaal veroorzaakte objecten en noem deze M. Dan is M volgens (3) en (2) veroorzaakt of oorzaak. Als M oorzaak is, dan is M de oorzaak van een veroorzaakt object E. Object E bevat dan op grond van het voorgaande een totaal veroorzaakt deel, wat onmogelijk is omdat M en E volgens (4) disjunct zijn. Maar dan moet M volgens (2) veroorzaakt zijn. Noem A de oorzaak van M. Is A veroorzaakt? Nee, dit is niet het geval. Als A veroorzaakt zou zijn, dan zou A op grond van het voorgaande een totaal veroorzaakt deel moeten bevatten, wat wederom onmogelijk is omdat op grond van (4) A en M disjunct zijn. Kortom, A is de onveroorzaakte oorzaak van de som van alle totaal veroorzaakte objecten. En daarom kan A met recht een eerste oorzaak van alles genoemd worden. Er is dus een eerste oorzaak van de werkelijkheid.
Labels:
atomisme,
causalisme,
deel,
eerste oorzaak,
Robert Koons,
strikt deel
Abonneren op:
Posts (Atom)
Wij kunnen haast niet anders dan denken dat de werkelijkheid uiteindelijk teruggaat op een absolute oorsprong die het laatste antwoord vormt op de ultieme vraag waarom er eigenlijk iets is in plaats van niets. Een wereld waarin alles wat bestaat voor zijn bestaan afhankelijk is van iets anders levert immers een grondeloze, in het niets wegzinkende, oneindige regressie op, wat voor ons als mensen welhaast ondenkbaar is. Daarom zijn wij gerechtvaardigd om te menen dat er een eerste oorzaak van de wereld is. De vraag is vervolgens wat we redelijkerwijs kunnen zeggen over de aard van deze ultieme wereldgrond. Hiertoe beroep ik mij op de axiologie of waardeleer. Aanschouw de mens. Een mens is een subject oftewel een bewust vrij en autonoom individu behept met verstand, gevoel, intuïtie, verbeeldingskracht, voorstellingsvermogen, wil en empathie. Daarom heeft de mens een intrinsieke waarde die groter is dan die van onbewuste dingen. Zoals gezegd is het redelijk om te veronderstellen dat de werkelijkheid teruggaat op een ultieme oorsprong. Alles wat geworden is, is geworden dankzij deze wereldgrond en zonder de wereldgrond zou niets geworden zijn. Het is daarom verdedigbaar dat de wereldgrond, het ultieme beginsel van alles, een intrinsieke waarde heeft die in elk geval niet lager is dan de waarde van een enkel mens. En omdat zoals gezegd de mens een intrinsieke waarde heeft die boven de waarde van onbewuste objecten uitgaat, kan de wereldgrond geen onbewust object zijn. Want als de wereldgrond een onbewust object zou zijn, dan zou het dus een lagere waarde hebben dan een mens, wat in tegenspraak is met het gegeven dat de absolute oorsprong van de wereld een waarde heeft die nu juist niet lager is dan de waarde van een enkel mens. De wereldgrond is dus géén onbewust ding. Het is een bewust subject. De oorsprong van de wereld is geen iets, maar een iemand. De overtuiging dat de wereld is gegrond in een persoonlijke eerste oorzaak is dan ook allesbehalve irrationeel. Wie erkent dat het redelijk is om te veronderstellen dat er een absolute oorsprong is waarop de gehele werkelijkheid uiteindelijk teruggaat, kan niet langer succesvol volhouden dat deze eerste oorzaak een onbewust object is. Uit het bestaan van een ultieme grond van de wereld volgt dus dat deze grond een bewust subject oftewel een persoonlijk wezen is. Maar dat impliceert dat God bestaat, aldus de conclusie van mijn axiologisch argument.


