Enige tijd geleden kwam ik tot de conclusie dat ik de afgelopen decennia in totaal dertien nieuwe Godsargumenten heb ontwikkeld. Deze bracht ik vervolgens hier bijeen. Onlangs realiseerde ik mij dat ik er nog één vergeten was, zoals ik hier toelicht. Het aantal kwam daarmee op veertien. Ik voel mij bijna bezwaard om inmiddels te moeten opmerken dat er een vijftiende argument aan de lijst moet worden toegevoegd. In wat volgt leg ik uit waarom.
In mijn boek Het Retorische Weten II (Leesmagazijn 2021, pp. 269-273) ontwikkel ik een argument voor de bewering dat iets niet uit niets kan ontstaan. Een eerdere versie van dit argument is hier te vinden. De gedachte is dat uitgaande van mijn wereld-voor-ons kennisleer, zoals onder andere uiteengezet in mijn tweeluik Het Retorische Weten (Leesmagazijn 2018/2021) en mijn boek Contra Kant: herwonnen ruimte voor transcendentie (KokBoekencentrum 2020), 'zijn' niet alleen conceptueel (als begrip), maar ook ontologisch voorafgaat aan 'niets'. Het zijn gaat dus altijd al aan het niets vooraf, zodat iets inderdaad niet uit niets kan ontstaan.
De kern van mijn argument betreft het inzicht dat wat wij aanduiden als werkelijkheid altijd al een door ons gedachte werkelijkheid is, een werkelijkheid-voor-ons-denken, zodat een structurele parallellie tussen denken en werkelijkheid ontstaat. Hieruit volgt dan dat conceptuele en ontologische prioriteit samenvallen. In de bovengenoemde uitwerking van mijn argument pas ik dit inzicht toe op het begrippenpaar ‘zijn’ en ‘niets’, zodat het zijn niet alleen conceptueel, maar ook ontologisch aan het niets voorafgaat. Hetzelfde doe ik bijvoorbeeld voor de paren ‘orde’ en ‘chaos’ en ‘waarheid’ en ‘leugen’, zodat orde en waarheid eveneens niet alleen conceptueel, maar ook ontologisch voorafgaan aan respectievelijk chaos en leugen.
Wat gebeurt er nu als we mijn argument op overeenkomstige wijze ook toepassen op het begrippenpaar 'perfect' en 'imperfect'? In dat geval volgt analoog dat perfectie niet alleen conceptueel, maar ook ontologisch voorafgaat aan imperfectie, zodat de grond of oorsprong van de ontegenzeggelijk imperfecte wereld niet anders dan perfect kan zijn. Er moet dus een perfect of oneindig wezen zijn dat ontologisch aan de imperfecte of eindige wereld voorafgaat. Als perfect oneindig wezen dat aan de imperfecte eindige wereld als haar grond of oorsprong voorafgaat, kan dit wezen met recht een goddelijk wezen en dus God genoemd worden. Zo kom ik tot mijn vijftiende Godsargument.
We verkrijgen op deze manier een variant van het Godsargument van Descartes die in zijn Meditaties het bestaan van God eveneens afleidt door een bezinning op de wereldse imperfectie om zo redenerend uit te komen bij God als aan de wereld voorafgaande perfectie. In tegenstelling tot het klassieke Godsargument van Descartes hoeft mijn vijftiende Godargument echter geen beroep te doen op allerlei neo-platoonse en scholastieke principes. Dit zou door hen die mijn wereld-voor-ons kennisleer omarmen als winst beschouwd kunnen worden.
Posts tonen met het label Godsargument. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Godsargument. Alle posts tonen
zondag 29 maart 2026
vrijdag 16 mei 2025
Het argument vanuit objectieve oordeelswaarheid
Een bewering of oordeel is waar indien het overeenstemt met de zaak. Een oordeel zoals ‘Dit is een boom’ stemt vanuit zichzelf echter niet met een boom overeen. Oordeelswaarheid vereist daarom een daaraan voorafgaande overeenstemming tussen de zaak en een Idee in Plato’s Ideeënrijk of een gedachte in Gods geest. Uiteraard zijn er ware oordelen. Wanneer we uitgaan van de objectiviteit van de wereld en dus afzien van de mogelijkheid dat de mens zelf waarheid sticht, en niet uitgaan van het bestaan van Plato’s Ideeënrijk, dan volgt uit genoemde voorafgaande overeenstemming noodzakelijk dat God bestaat. Zo ontstaat een Godsargument dat ik het argument vanuit objectieve oordeelswaarheid zal noemen.
zondag 7 juli 2024
Een nieuw Godsargument vanuit niet-bruutheid - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2024-3)
In wat volgt ontwikkel ik een nieuw Godsargument. Het vertrekt vanuit de premisse dat het feit dat deze wereld er is geen bruut feit is. Er moet dus een ultieme reden voor het bestaan van deze wereld zijn waarin elk verder waarom vragen tot rust komt. Deze reden moet daarom in absolute zin zelf-evident zijn. Ze moet anders gezegd in alle mogelijke werelden vanuit ongelimiteerd perspectief zelf-evident zijn. Voor het absoluut zelf-evidente maakt het immers niet uit welke mogelijke wereld actueel is. Nu kan iets alleen vanuit een bepaald perspectief zelf-evident zijn indien het mogelijk is dat een bewust wezen met dat perspectief inziet dat het zelf-evident is. Want het zelf-evidente verwijst naar een epistemische houding ten opzichte van zichzelf. Zelf-evidentie is dan ook net zoals betekenis fundamenteel relationeel. Als een reden zelf-evident is, dan is het dus mogelijk denkbaar als zelf-evident. Als het onmogelijk als zelf-evident gedacht kan worden, dan is het ook niet zelf-evident. Mogelijk gedacht kunnen worden als zelf-evident behoort tot de aard van zelf-evident zijn. Meer specifiek kan iets alleen in absolute zin zelf-evident zijn indien het mogelijk is dat een bewust wezen inziet dat het in absolute zin zelf-evident is. Maar een wezen dat inziet dat iets in absolute zin zelf-evident is, moet zich op de plaats van het absolute bevinden en een absoluut perspectief op de werkelijkheid hebben. Er is dus een mogelijke wereld waarin een bewust wezen zich op de plaats van het absolute bevindt en een absoluut perspectief op de werkelijkheid heeft. En omdat dit absolute wezen totaal onafhankelijk is en dus niet door iets anders is veroorzaakt, bestaat het in alle mogelijke werelden, waaronder de actuele wereld. Er bestaat dus in de actuele wereld een bewust wezen dat zich op de plaats van het absolute bevindt, een absoluut perspectief op de werkelijkheid inneemt, de ultieme reden voor het bestaan van deze wereld kent en inziet dat deze reden in absolute zin zelf-evident is. Dit absolute wezen kan met recht God genoemd worden, zodat volgt dat God bestaat. De premisse dat er een ultieme reden voor deze wereld is, is alleszins redelijk, zodat het ook redelijk is om te denken dat God bestaat. In elk geval laat mijn Godsargument zien dat er zonder God geen ultieme reden voor het bestaan van deze wereld is. En dit is hoe dan ook problematisch voor atheïsten die menen dat zo’n ultieme reden bestaat.Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
Godsargument,
Sophie,
ultieme reden,
zelf-evidentie
dinsdag 27 december 2022
Een Godsargument vanuit atomisme en causalisme
Een beknopt Nederlandstalig artikel over mijn Godsargument vanuit atomisme en causalisme is hier op mijn website beschikbaar.
donderdag 30 juni 2016
Nogmaals Anselmus
Mijn nieuwe bijdrage voor de website van ForumC over het Godsargument van Anselmus is inmiddels online beschikbaar.
Labels:
Anselmus,
ForumC,
Godsargument,
neo-platonisme
zaterdag 27 februari 2016
Bijdrage RD zaterdag 27 februari: Bewustzijn wijst naar boven
Er bestaat in de kosmos ontegenzeggelijk zoiets als bewustzijn. We hebben een innerlijk mentaal leven. Vanbinnen denken, verbeelden, voelen en beleven we van alles. Ook veel dieren kennen een bepaalde mate van bewustzijn. Beweren dat bewustzijn in de kosmos niet bestaat, is dan ook onhoudbaar. Maar kan hieraan een argument voor het bestaan van God ontleend worden?
NEE
Dat er zoiets bestaat als bewustzijn, zullen niet veel mensen ontkennen. Nogal wat wetenschappers zijn echter van mening dat het bestaan ervan prima verklaard kan worden zonder een beroep te doen op God. Want waarom zou bewustzijn niet gewoon hetzelfde kunnen zijn als materie? Waarom kan, anders gezegd, een gedachte of een gevoel niet eenvoudigweg gelijk zijn aan een groepje vurende neuronen in onze hersenen? Of, als dit een brug te ver is, waarom zouden we dan niet kunnen aannemen dat bewuste gedachten en ervaringen worden voortgebracht of geproduceerd door materie? Bewustzijn is in dat geval niet hetzelfde als materie, maar de materie vormt dan wel de oorsprong van het bewustzijn in de kosmos. Ook dan is God niet nodig om het bestaan van bewustzijn te begrijpen.
JA
De voorgaande redenering roept echter problemen op. Het is duidelijk dat op enig moment in de ontstaansgeschiedenis van de kosmos het bewustzijn zijn intrede deed. Wanneer en hoe dat precies is gebeurd, is voor dit argument niet van belang. Laten we dit zich toen in de kosmos manifesterende bewustzijn ”natuurlijk bewustzijn” noemen. Elk mens en vele dieren op aarde beschikken over dit natuurlijk bewustzijn. Dit valt zoals gezegd niet te ontkennen.
De vraag is nu wat de oorsprong is van dit natuurlijk bewustzijn. Dat natuurlijk bewustzijn hetzelfde zou zijn als materie is buitengewoon onwaarschijnlijk. Onze gevoelens en gedachten hebben immers geen massa, geen volume en geen dichtheid. Omgekeerd hebben bewuste mentale ervaringen allerlei eigenschappen die bewegende materiedeeltjes niet hebben, zoals het in zichzelf verwijzen naar iets anders en het geladen zijn met betekenis.
Bewuste ervaringen en bewegende materie kunnen daarom niet aan elkaar gelijk zijn. Bewuste innerlijke ervaringen zijn metafysisch gezien van een totaal of radicaal andere orde dan bewegende en op elkaar botsende materiedeeltjes. Het is daarom niet redelijk om te beweren dat onze innerlijke gevoelens en ervaringen, zoals het beleven van muziek of het voelen van verdriet, niets meer of minder zijn dan groepjes vurende neuronen.
Ook is het onredelijk om te stellen dat het natuurlijk bewustzijn in de kosmos wordt veroorzaakt of geproduceerd door onbewuste stof. De suggestie dat stof of materie bewustzijn kan voortbrengen, gaat diepgaand in tegen onze intuïtie. Maar dat niet alleen, we kunnen ons in feite geen enkele redelijke voorstelling maken van de wijze waarop deze productie zou moeten plaatsvinden. Je kunt miljarden materiedeeltjes in een ton stoppen en vervolgens miljarden jaren gaan schudden, maar nooit zal er hierdoor op een dag opeens bewust mentaal leven ontstaan in die ton. Toch willen geloven in een magische spontane creatie van bewustzijn is dan ook niets meer dan een vorm van wensdenken.
Bovendien volgt uit de suggestie dat materiële processen bewuste ervaringen produceren dat ons mentale leven slechts een bijverschijnsel is van deze autonoom verlopende processen. Onze bewuste besluiten zijn dan volkomen irrelevant voor ons feitelijke handelen. Het doet er niet toe wat je zelf bewust besluit. Uiteindelijk zijn het alleen maar bepaalde groepjes vurende neuronen die bepalen wat je zult gaan doen. Het idee dat onze bewuste besluiten op zijn minst mede bepalend zijn voor ons handelen is dan een totale illusie. Dit gaat echter zo sterk tegen ons zelfbesef in dat we dit alléén zouden moeten willen accepteren als daar een hele dwingende reden voor is. Maar dat is nou juist precies wat er ontbreekt.
De herkomst van natuurlijk bewustzijn kan dus niet gelegen zijn in onbewuste materie. De oorsprong van het bewustzijn in de kosmos moet daarom iets zijn dat zelf ook bewust is. Er is dus een bewuste oorzaak van het natuurlijk bewustzijn in de kosmos.
Deze bewuste oorzaak kan naast bewust niet ook nog natuurlijk zijn. Want als dat zo zou zijn, dan zou al het natuurlijk bewustzijn veroorzaakt zijn door een natuurlijk bewustzijn. Dat is echter onmogelijk. Niets veroorzaakt immers zichzelf. Om jezelf te kunnen veroorzaken moet je er immers al zijn. Maar dan kun je jezelf niet meer veroorzaken.
De herkomst van het natuurlijk bewustzijn moet dus gelegen zijn in een bewustzijn dat zelf niet natuurlijk is. Kortom, de verklaring voor het bestaan van bewustzijn in de kosmos is redelijkerwijs gelegen in een bewust wezen dat buiten de kosmos bestaat en op enig moment bewustzijn in de kosmos bracht. Dit bovennatuurlijke bewuste wezen is de ultieme verklaringsgrond en oorsprong van al het natuurlijk bewustzijn in de kosmos en mag dan ook met recht God genoemd worden.
DUS
Het bestaan van bewustzijn in de kosmos geeft dus aanleiding tot een redelijk argument voor het bestaan van God. In elk geval levert het er een buitengewoon sterke aanwijzing voor op.
Dr. ir. Emanuel Rutten is als onderzoeker verbonden aan het Abraham Kuyper Centrum voor Wetenschap en Religie van de Vrije Universiteit in Amsterdam.
NEE
Dat er zoiets bestaat als bewustzijn, zullen niet veel mensen ontkennen. Nogal wat wetenschappers zijn echter van mening dat het bestaan ervan prima verklaard kan worden zonder een beroep te doen op God. Want waarom zou bewustzijn niet gewoon hetzelfde kunnen zijn als materie? Waarom kan, anders gezegd, een gedachte of een gevoel niet eenvoudigweg gelijk zijn aan een groepje vurende neuronen in onze hersenen? Of, als dit een brug te ver is, waarom zouden we dan niet kunnen aannemen dat bewuste gedachten en ervaringen worden voortgebracht of geproduceerd door materie? Bewustzijn is in dat geval niet hetzelfde als materie, maar de materie vormt dan wel de oorsprong van het bewustzijn in de kosmos. Ook dan is God niet nodig om het bestaan van bewustzijn te begrijpen.
JA
De voorgaande redenering roept echter problemen op. Het is duidelijk dat op enig moment in de ontstaansgeschiedenis van de kosmos het bewustzijn zijn intrede deed. Wanneer en hoe dat precies is gebeurd, is voor dit argument niet van belang. Laten we dit zich toen in de kosmos manifesterende bewustzijn ”natuurlijk bewustzijn” noemen. Elk mens en vele dieren op aarde beschikken over dit natuurlijk bewustzijn. Dit valt zoals gezegd niet te ontkennen.
De vraag is nu wat de oorsprong is van dit natuurlijk bewustzijn. Dat natuurlijk bewustzijn hetzelfde zou zijn als materie is buitengewoon onwaarschijnlijk. Onze gevoelens en gedachten hebben immers geen massa, geen volume en geen dichtheid. Omgekeerd hebben bewuste mentale ervaringen allerlei eigenschappen die bewegende materiedeeltjes niet hebben, zoals het in zichzelf verwijzen naar iets anders en het geladen zijn met betekenis.
Bewuste ervaringen en bewegende materie kunnen daarom niet aan elkaar gelijk zijn. Bewuste innerlijke ervaringen zijn metafysisch gezien van een totaal of radicaal andere orde dan bewegende en op elkaar botsende materiedeeltjes. Het is daarom niet redelijk om te beweren dat onze innerlijke gevoelens en ervaringen, zoals het beleven van muziek of het voelen van verdriet, niets meer of minder zijn dan groepjes vurende neuronen.
Ook is het onredelijk om te stellen dat het natuurlijk bewustzijn in de kosmos wordt veroorzaakt of geproduceerd door onbewuste stof. De suggestie dat stof of materie bewustzijn kan voortbrengen, gaat diepgaand in tegen onze intuïtie. Maar dat niet alleen, we kunnen ons in feite geen enkele redelijke voorstelling maken van de wijze waarop deze productie zou moeten plaatsvinden. Je kunt miljarden materiedeeltjes in een ton stoppen en vervolgens miljarden jaren gaan schudden, maar nooit zal er hierdoor op een dag opeens bewust mentaal leven ontstaan in die ton. Toch willen geloven in een magische spontane creatie van bewustzijn is dan ook niets meer dan een vorm van wensdenken.
Bovendien volgt uit de suggestie dat materiële processen bewuste ervaringen produceren dat ons mentale leven slechts een bijverschijnsel is van deze autonoom verlopende processen. Onze bewuste besluiten zijn dan volkomen irrelevant voor ons feitelijke handelen. Het doet er niet toe wat je zelf bewust besluit. Uiteindelijk zijn het alleen maar bepaalde groepjes vurende neuronen die bepalen wat je zult gaan doen. Het idee dat onze bewuste besluiten op zijn minst mede bepalend zijn voor ons handelen is dan een totale illusie. Dit gaat echter zo sterk tegen ons zelfbesef in dat we dit alléén zouden moeten willen accepteren als daar een hele dwingende reden voor is. Maar dat is nou juist precies wat er ontbreekt.
De herkomst van natuurlijk bewustzijn kan dus niet gelegen zijn in onbewuste materie. De oorsprong van het bewustzijn in de kosmos moet daarom iets zijn dat zelf ook bewust is. Er is dus een bewuste oorzaak van het natuurlijk bewustzijn in de kosmos.
Deze bewuste oorzaak kan naast bewust niet ook nog natuurlijk zijn. Want als dat zo zou zijn, dan zou al het natuurlijk bewustzijn veroorzaakt zijn door een natuurlijk bewustzijn. Dat is echter onmogelijk. Niets veroorzaakt immers zichzelf. Om jezelf te kunnen veroorzaken moet je er immers al zijn. Maar dan kun je jezelf niet meer veroorzaken.
De herkomst van het natuurlijk bewustzijn moet dus gelegen zijn in een bewustzijn dat zelf niet natuurlijk is. Kortom, de verklaring voor het bestaan van bewustzijn in de kosmos is redelijkerwijs gelegen in een bewust wezen dat buiten de kosmos bestaat en op enig moment bewustzijn in de kosmos bracht. Dit bovennatuurlijke bewuste wezen is de ultieme verklaringsgrond en oorsprong van al het natuurlijk bewustzijn in de kosmos en mag dan ook met recht God genoemd worden.
DUS
Het bestaan van bewustzijn in de kosmos geeft dus aanleiding tot een redelijk argument voor het bestaan van God. In elk geval levert het er een buitengewoon sterke aanwijzing voor op.
Dr. ir. Emanuel Rutten is als onderzoeker verbonden aan het Abraham Kuyper Centrum voor Wetenschap en Religie van de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Abonneren op:
Posts (Atom)
