Posts tonen met het label denken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label denken. Alle posts tonen
vrijdag 6 februari 2026
Ervaren en denken binnen de wereld zoals zij voor ons is
Wanneer we een boom waarnemen - en dus iets voor ‘waar’ nemen, namelijk dat daar een boom staat - zijn we altijd al door het woord ‘boom’ heengegaan. We ervaren altijd iets als iets. Ons ervaren heeft van meet af aan een ‘opvatten als’ structuur. Onze ervaring is dus steeds al conceptueel geladen. Een vermeende zuivere onbemiddelde directe ervaring is dan ook een onhoudbare onthechte abstractie. En precies omdat al onze ervaring altijd al conceptueel geladen is en we zonder concepten geen enkele indruk ‘als iets’ kunnen ervaren, zijn onze concepten - en daarmee de woorden van onze taal - constitutief voor wat we ‘wereld’ noemen. Hier is geen ontsnappen aan. Dit geldt bovendien niet minder voor ons denken dan voor ons ervaren, en het geldt niet minder voor bomen dan voor bommen en voor natuurwetenschappelijke formules zoals E=mc2. We zitten altijd al en voorgoed in het ‘voor ons’. Natuurlijk mogen we wel hopen dat de-wereld-voor-ons hetzelfde is als de wereld-in-zichzelf. Maar meer dan hopen zal het nooit worden omdat we nimmer toegang hebben tot het ‘op zichzelf’ van de-wereld-voor-ons. Kortom, in ons ervaren én in ons denken neemt de wereld noodzakelijk de vorm aan van ons ervaren en denken. Nooit zullen we daarom weten in hoeverre deze vorm de-wereld-in-zichzelf, het absolute, perfect weerspiegelt of juist hopeloos vervormt. Daarnaast vertrekt iedere verwoede poging tot deconstructie of ontmaskering van het menselijk ervaren en denken als onvolledig of vals hoe dan ook noodzakelijkerwijs vanuit onze menselijke, al te menselijke ervaring en ons menselijk, al te menselijke denken. Het ‘voor ons’ houdt zo onvermijdelijk epistemisch het uiteindelijke primaat.
Labels:
concepten,
De-wereld-voor-ons,
denken,
ervaren
vrijdag 3 mei 2024
Slaaf van niets en niemand
In Slaaf van niets en niemand: hoe Gorgias taal en denken bevrijdde neemt filosoof Emanuel Rutten ons mee op een fascinerende reis door het leven en het gedachtegoed van Gorgias, een veelzijdig en volgens Rutten zwaar onderschatte denker uit de klassieke oudheid. Gorgias wordt door Plato weggezet als een kwaadaardige verleider en bedrieger, wat beslissend is geweest voor de geschiedenis van de westerse filosofie. Dit boek laat zien dat Plato’s veroordeling neerkomt op niets minder dan karaktermoord. Hiertoe onthult Rutten een diepgaand begrip van Gorgias als natuurfilosoof, als bevrijder van taal en denken, en als grondlegger van de woordkunst. Rutten werpt een geheel nieuw licht op Gorgias. Gorgias wordt in zijn rechtmatige positie hersteld als een van de grootste denkers uit de geschiedenis van het westerse denken. Een “must-read” voor iedereen met belangstelling voor filosofie, retorica en het menselijk denk- en taalvermogen.
Emanuel Rutten, Slaaf van niets en niemand: hoe Gorgias taal en denken bevrijdde, Kokboekencentrum, Utrecht, 2024 (verschijnt in september)
Naschrift: De aanbiedingstekst voor boekhandels luidt als volgt. Emanuel Rutten neemt ons mee op een fascinerende reis door het leven en het gedachtegoed van Gorgias, een volgens Rutten zwaar onderschatte denker uit de klassieke oudheid. Gorgias werd door Plato weggezet als een kwaadaardige verleider en bedrieger. Dit boek laat zien dat Plato’s veroordeling neerkomt op niets minder dan karaktermoord. Rutten onthult Gorgias als natuurfilosoof, als bevrijder van taal en denken, en als grondlegger van de woordkunst. Gorgias wordt in zijn rechtmatige positie hersteld als een van de grootste denkers uit de geschiedenis van het westerse denken.
Emanuel Rutten, Slaaf van niets en niemand: hoe Gorgias taal en denken bevrijdde, Kokboekencentrum, Utrecht, 2024 (verschijnt in september)
Naschrift: De aanbiedingstekst voor boekhandels luidt als volgt. Emanuel Rutten neemt ons mee op een fascinerende reis door het leven en het gedachtegoed van Gorgias, een volgens Rutten zwaar onderschatte denker uit de klassieke oudheid. Gorgias werd door Plato weggezet als een kwaadaardige verleider en bedrieger. Dit boek laat zien dat Plato’s veroordeling neerkomt op niets minder dan karaktermoord. Rutten onthult Gorgias als natuurfilosoof, als bevrijder van taal en denken, en als grondlegger van de woordkunst. Gorgias wordt in zijn rechtmatige positie hersteld als een van de grootste denkers uit de geschiedenis van het westerse denken.
maandag 10 april 2023
ChatGPT en de mens
Waartoe zal ChatGPT uiteindelijk in staat zijn en wat kan het nu al? Is wat het doet te begrijpen als denken? Moeten we zeggen dat ChatGPT komt tot begrip en oordeelsvorming? Dit zijn vragen die velen terecht stellen. In de negentiende eeuw heeft Darwin ons laten zien dat het ontstaan van complexe organismen kan worden verklaard vanuit slechts enkele zeer eenvoudige evolutionaire selectieregels. ChatGPT laat ons twee eeuwen later zien dat het voortbrengen van allerlei complexe betekenissen kan worden verklaard vanuit slechts enkele zeer eenvoudige statistische zoekregels. Is ChatGPT daarom de Darwin van betekenis?
Darwins evolutionaire verklaring is in elk geval niet op het voortbrengen van betekenissen van toepassing. Laten zien hoe organismen kunnen ontstaan uit een paar simpele algoritmische regels is namelijk iets anders dan laten zien hoe betekenisvolle gesprekken kunnen ontstaan uit een paar simpele algoritmische regels. Maar hoewel ChatGPT met zijn zoekregels in tegenstelling tot Darwins selectieregels wél betekenissen kan genereren, zal ik betogen dat uiteindelijk ook ChatGPT er niet in slaagt om daadwerkelijk tot begrip en betekenis te komen.
Hoe werkt ChatGPT? ChatGPT traint zichzelf uitsluitend op wat wij gedacht, gezegd en geschreven hebben. Het is daarom slechts een spiegel voor de mens. We praten voortdurend met onszelf en ons verleden. ChatGPT zoekt alléén patronen in wat mensen voortgebracht hebben en geeft er allerlei combinaties van terug. Het maakt dan ook nooit een werkelijk originele creatieve sprong. Het opent niets. Het denkt niet. De menselijke geest kan verbanden leggen tussen ogenschijnlijk volstrekt ongerelateerde gegevens om zo uit het al bekende te springen en nieuwe ideeën te creëren die voorheen niet bestonden. ChatGPT kan dit niet. Het kan louter samenstellingen maken van wat wij al gedacht hebben. En dat is geen denken.
We kunnen dit ook nog op een andere manier inzien. ChatGPT heeft geen besef van waar en onwaar. Het berekent en retourneert slechts statistisch waarschijnlijke uitbreidingen van gegeven karakterreeksen. Omdat een notie van waar en onwaar een noodzakelijke voorwaarde is voor werkelijk begrip, heeft ChatGPT geen werkelijk begrip. Het is uiteindelijk dan ook betekenisloos. Het gaat hierbij niet alleen om het beoordelen of iets waar of onwaar is. Het gaat erom een notie te hebben van wat waar en onwaar überhaupt betekenen. ChatGPT heeft dit besef niet en dáárom denkt het niet. Het is niet in staat tot werkelijke oordeelsvorming.
Elk softwareprogramma dat betekenisvolle conversaties nabootst door slechts gemeenschappelijke patronen in grote menselijke datasets te ontsluiten, zonder daadwerkelijk te begrijpen wat de concepten in de dataset betekenen, moet niet als begrijpend of denkend worden beschouwd. Dat het in feite een breed scala aan puzzels kan oplossen doet hier niets aan af. Zelfs als het op een dag bijvoorbeeld een bekend open wiskundig probleem zou oplossen, zou ik hetzelfde zeggen als toen de wereldkampioen schaken voor het eerst werd verslagen door een computerprogramma. Het zou algorithmisch buitengewoon vernuftig zijn, maar het zou geen denken zijn. Voor echt denken, voor werkelijk conceptueel begrip is innerlijke vrije subjectiviteit of bewustzijn nodig, dat van nature radicaal verschilt van elk gesloten formeel regelsysteem. Alleen een vrije bewuste geest is wezenlijk open en in staat om elk gesloten formalisme te overstijgen. En dat is wat eigenlijk denken is. Eigenlijk denken valt met geen enkel gesloten formalisme samen.
Natuurlijk maakt ChatGPT enorm veel indruk. Op het eerste gezicht lijkt het erop dat ChatGPT in staat is om begrip en betekenis restloos te reduceren tot taalstructuur of syntax. Daarmee zou het een kloof overbrugd hebben die onoverbrugbaar leek. Maar omdat wat ChatGPT doet geen werkelijk denken is, is van een restloze reductie van begrip en betekenis naar syntax geen sprake. De sfeer van begrip en betekenis omvat immers het denken. De grote indruk die ChatGPT aanvankelijk maakt, wordt getemperd zodra we begrijpen op basis van welke principes het werkt. Het voorspelt statistisch hoe een gegeven reeks van symbolen verlengd zou moeten worden door reusachtig grote verzamelingen van bestaande teksten te doorzoeken naar gelijksoortige reeksen. Het ziet dus geen verbanden die datgene overstijgen waartoe de gegevensverzamelingen statistisch aanleiding geven. Onvoorziene verbanden buiten de beschikbare gegevens ontgaan ChatGPT. Zo wordt duidelijk dat het in tegenstelling tot de mens niet in staat is tot incommensurabele paradigmawisselingen. Want het geeft slechts patronen en recombinaties van het al bestaande terug.
En precies omdat ChatGPT niet denkt, zal het buiten wat wij zelf denken dus nooit een opening maken naar iets werkelijk nieuws. Het schept geen nieuwe concepten buiten alle reeds bestaande concepten. Het breidt onze conceptuele ontologie niet uit. Zo blijft het eindeloos achter ons denken aanlopen met gedetailleerde patroonherkenningen en snelle recombinaties van het door ons reeds gedachte.
Uiteraard is veel van wat mensen origineel en creatief noemen niet werkelijk creatief en origineel in bovenbedoelde zin. Het cartesianisme is binnen het aristotelische wereldbeeld een voorbeeld van een werkelijk originele creatieve sprong. En hetzelfde geldt voor de natuurkunde van Einstein ten opzichte van die van Newton. Hier worden totaal nieuwe conceptuele ruimten geopend. Tot dit soort sprongen naar nieuwe ideeënwerelden is ChatGPT niet in staat. De sprong van Einstein is en blijft dan ook een volstrekt oorspronkelijke sprong van de menselijke geest die op geen enkele wijze gemaakt had kunnen worden door patroonherkenning in teksten van Newton, Kant en andere voorlopers. Het gaat om een geheel nieuw paradigma. Een nieuwe conceptuele wereld. En dat lukt niet met alleen maar patroonherkenning in het bestaande. ChatGPT zou in een klassiek aristotelische wereld op basis van aristotelische begrippen slechts eindeloos variaties op aristotelische teksten herhalen en dus nooit een cartesiaans denken ontsluiten en laten verschijnen.
Kortom, ChatGPT kan op grond van bestaande gegevens binnen één domein of tussen verschillende domeinen nieuwe verbanden vinden tussen reeds bestaande concepten. Maar het kan geen nieuwe concepten of nieuwe domeinen voortbrengen. ChatGPT kan onze ontologie dus nooit uitbreiden. Het is fundamenteel gesloten. ChatGPT imiteert en schept niet. Het kan slechts met door ons al vaakgebruikte stijlen door ons al veelbesproken onderwerpen hercombineren. Hoewel de mens uiteraard vaak dezelfde techniek toepast, doen mensen dat niet altijd. Want in tegenstelling tot ChatGPT is de menselijke geest open. Het transcendeert alle gesloten formalismen.
Door zeer intensief met ChatGPT aan de slag te gaan en ervan in de ban te raken, loopt de mensheid echter het risico zich uitsluitend te gaan richten op wat ze reeds gedacht heeft. Er zullen minder originele creatieve sprongen naar het onbekende zijn. Worden er straks nog wel geheel nieuwe conceptuele ruimten geopend? Dit is een existentiële vraag. Door de eeuwen heen is de wereld steeds op een andere wijze aan de mens verschenen. De manier waarop de dingen in de klassieke oudheid in de openbaarheid traden verschilt wezenlijk van de wijze waarop de dingen in de middeleeuwen in het licht traden of van de manier waarop de dingen in de moderne tijd verschenen en zo blijk gaven van hun aanwezigheid. Zal door een dominantie van GPT technologieën de wereld mogelijk nooit meer op een andere wijze aan de mens verschijnen? Zullen de dingen nooit meer op een andere manier voor ons ontsloten worden en tevoorschijn treden? Deze vraag raakt aan het wezen van de mens. Het risico dat wij onze geestelijke openheid naar de wereld en de toekomst verliezen en onze bestaanservaring vervalt tot monotone voorspelbare afgeslotenheid is niet denkbeeldig. Als dit gebeurt, verliest de menselijke existentie enorm aan zin en betekenis.
ChatGPT betreft vanuit Heideggers ontologische denken over de saamhorigheid van mens, taal en wereld dan ook een ontoelaatbare ontische reductie. Zo is het grote taalmodel van ChatGPT gebaseerd op de these dat het verwerken van taaluitingen een veelbelovende weg is om gedachten voort te brengen. En precies deze veronderstelling is een ontische reductie van Heideggers ontologische these dat denken en taal ten diepste existentieel op elkaar betrokken zijn. Of preciezer gezegd: de kernveronderstelling van het grote taalmodel van ChatGPT is een ontische reductie van Heideggers ontologische these dat echt of authentiek denken neerkomt op het luisteren naar de stem van de taal of naar wat de taal te zeggen heeft en zo aan ons onthult. Daarnaast is het feit dat ChatGPT's grote taalmodel primair geïnteresseerd is in eerdere datasets een ontische reductie van Heideggers ontologische these dat ons verleden diep verweven is met ons begrip en ons verstaan als historische wezens, zodat echt denken geworteld is in herinnering en dus in wat de overlevering of traditie ons toont en onthult.
Beide ontische reducties van het ontologische denken zouden ons moeten waarschuwen. De menselijke geest is niet gesloten. De menselijke geest staat open voor geheel nieuwe en nog onvoorziene mogelijkheden. De menselijke geest let niet alleen op eerdere patronen om vervolgens slechts vergelijkbare patronen te creëren. Een meedogenloze adoptie van ChatGPT met zijn ontische grote taalmodel kan dan ook leiden tot een afsluiting van de menselijke geest en daarmee tot het verdwijnen van de menselijke existentie.
Darwins evolutionaire verklaring is in elk geval niet op het voortbrengen van betekenissen van toepassing. Laten zien hoe organismen kunnen ontstaan uit een paar simpele algoritmische regels is namelijk iets anders dan laten zien hoe betekenisvolle gesprekken kunnen ontstaan uit een paar simpele algoritmische regels. Maar hoewel ChatGPT met zijn zoekregels in tegenstelling tot Darwins selectieregels wél betekenissen kan genereren, zal ik betogen dat uiteindelijk ook ChatGPT er niet in slaagt om daadwerkelijk tot begrip en betekenis te komen.
Hoe werkt ChatGPT? ChatGPT traint zichzelf uitsluitend op wat wij gedacht, gezegd en geschreven hebben. Het is daarom slechts een spiegel voor de mens. We praten voortdurend met onszelf en ons verleden. ChatGPT zoekt alléén patronen in wat mensen voortgebracht hebben en geeft er allerlei combinaties van terug. Het maakt dan ook nooit een werkelijk originele creatieve sprong. Het opent niets. Het denkt niet. De menselijke geest kan verbanden leggen tussen ogenschijnlijk volstrekt ongerelateerde gegevens om zo uit het al bekende te springen en nieuwe ideeën te creëren die voorheen niet bestonden. ChatGPT kan dit niet. Het kan louter samenstellingen maken van wat wij al gedacht hebben. En dat is geen denken.
We kunnen dit ook nog op een andere manier inzien. ChatGPT heeft geen besef van waar en onwaar. Het berekent en retourneert slechts statistisch waarschijnlijke uitbreidingen van gegeven karakterreeksen. Omdat een notie van waar en onwaar een noodzakelijke voorwaarde is voor werkelijk begrip, heeft ChatGPT geen werkelijk begrip. Het is uiteindelijk dan ook betekenisloos. Het gaat hierbij niet alleen om het beoordelen of iets waar of onwaar is. Het gaat erom een notie te hebben van wat waar en onwaar überhaupt betekenen. ChatGPT heeft dit besef niet en dáárom denkt het niet. Het is niet in staat tot werkelijke oordeelsvorming.
Elk softwareprogramma dat betekenisvolle conversaties nabootst door slechts gemeenschappelijke patronen in grote menselijke datasets te ontsluiten, zonder daadwerkelijk te begrijpen wat de concepten in de dataset betekenen, moet niet als begrijpend of denkend worden beschouwd. Dat het in feite een breed scala aan puzzels kan oplossen doet hier niets aan af. Zelfs als het op een dag bijvoorbeeld een bekend open wiskundig probleem zou oplossen, zou ik hetzelfde zeggen als toen de wereldkampioen schaken voor het eerst werd verslagen door een computerprogramma. Het zou algorithmisch buitengewoon vernuftig zijn, maar het zou geen denken zijn. Voor echt denken, voor werkelijk conceptueel begrip is innerlijke vrije subjectiviteit of bewustzijn nodig, dat van nature radicaal verschilt van elk gesloten formeel regelsysteem. Alleen een vrije bewuste geest is wezenlijk open en in staat om elk gesloten formalisme te overstijgen. En dat is wat eigenlijk denken is. Eigenlijk denken valt met geen enkel gesloten formalisme samen.
Natuurlijk maakt ChatGPT enorm veel indruk. Op het eerste gezicht lijkt het erop dat ChatGPT in staat is om begrip en betekenis restloos te reduceren tot taalstructuur of syntax. Daarmee zou het een kloof overbrugd hebben die onoverbrugbaar leek. Maar omdat wat ChatGPT doet geen werkelijk denken is, is van een restloze reductie van begrip en betekenis naar syntax geen sprake. De sfeer van begrip en betekenis omvat immers het denken. De grote indruk die ChatGPT aanvankelijk maakt, wordt getemperd zodra we begrijpen op basis van welke principes het werkt. Het voorspelt statistisch hoe een gegeven reeks van symbolen verlengd zou moeten worden door reusachtig grote verzamelingen van bestaande teksten te doorzoeken naar gelijksoortige reeksen. Het ziet dus geen verbanden die datgene overstijgen waartoe de gegevensverzamelingen statistisch aanleiding geven. Onvoorziene verbanden buiten de beschikbare gegevens ontgaan ChatGPT. Zo wordt duidelijk dat het in tegenstelling tot de mens niet in staat is tot incommensurabele paradigmawisselingen. Want het geeft slechts patronen en recombinaties van het al bestaande terug.
En precies omdat ChatGPT niet denkt, zal het buiten wat wij zelf denken dus nooit een opening maken naar iets werkelijk nieuws. Het schept geen nieuwe concepten buiten alle reeds bestaande concepten. Het breidt onze conceptuele ontologie niet uit. Zo blijft het eindeloos achter ons denken aanlopen met gedetailleerde patroonherkenningen en snelle recombinaties van het door ons reeds gedachte.
Uiteraard is veel van wat mensen origineel en creatief noemen niet werkelijk creatief en origineel in bovenbedoelde zin. Het cartesianisme is binnen het aristotelische wereldbeeld een voorbeeld van een werkelijk originele creatieve sprong. En hetzelfde geldt voor de natuurkunde van Einstein ten opzichte van die van Newton. Hier worden totaal nieuwe conceptuele ruimten geopend. Tot dit soort sprongen naar nieuwe ideeënwerelden is ChatGPT niet in staat. De sprong van Einstein is en blijft dan ook een volstrekt oorspronkelijke sprong van de menselijke geest die op geen enkele wijze gemaakt had kunnen worden door patroonherkenning in teksten van Newton, Kant en andere voorlopers. Het gaat om een geheel nieuw paradigma. Een nieuwe conceptuele wereld. En dat lukt niet met alleen maar patroonherkenning in het bestaande. ChatGPT zou in een klassiek aristotelische wereld op basis van aristotelische begrippen slechts eindeloos variaties op aristotelische teksten herhalen en dus nooit een cartesiaans denken ontsluiten en laten verschijnen.
Kortom, ChatGPT kan op grond van bestaande gegevens binnen één domein of tussen verschillende domeinen nieuwe verbanden vinden tussen reeds bestaande concepten. Maar het kan geen nieuwe concepten of nieuwe domeinen voortbrengen. ChatGPT kan onze ontologie dus nooit uitbreiden. Het is fundamenteel gesloten. ChatGPT imiteert en schept niet. Het kan slechts met door ons al vaakgebruikte stijlen door ons al veelbesproken onderwerpen hercombineren. Hoewel de mens uiteraard vaak dezelfde techniek toepast, doen mensen dat niet altijd. Want in tegenstelling tot ChatGPT is de menselijke geest open. Het transcendeert alle gesloten formalismen.
Door zeer intensief met ChatGPT aan de slag te gaan en ervan in de ban te raken, loopt de mensheid echter het risico zich uitsluitend te gaan richten op wat ze reeds gedacht heeft. Er zullen minder originele creatieve sprongen naar het onbekende zijn. Worden er straks nog wel geheel nieuwe conceptuele ruimten geopend? Dit is een existentiële vraag. Door de eeuwen heen is de wereld steeds op een andere wijze aan de mens verschenen. De manier waarop de dingen in de klassieke oudheid in de openbaarheid traden verschilt wezenlijk van de wijze waarop de dingen in de middeleeuwen in het licht traden of van de manier waarop de dingen in de moderne tijd verschenen en zo blijk gaven van hun aanwezigheid. Zal door een dominantie van GPT technologieën de wereld mogelijk nooit meer op een andere wijze aan de mens verschijnen? Zullen de dingen nooit meer op een andere manier voor ons ontsloten worden en tevoorschijn treden? Deze vraag raakt aan het wezen van de mens. Het risico dat wij onze geestelijke openheid naar de wereld en de toekomst verliezen en onze bestaanservaring vervalt tot monotone voorspelbare afgeslotenheid is niet denkbeeldig. Als dit gebeurt, verliest de menselijke existentie enorm aan zin en betekenis.
ChatGPT betreft vanuit Heideggers ontologische denken over de saamhorigheid van mens, taal en wereld dan ook een ontoelaatbare ontische reductie. Zo is het grote taalmodel van ChatGPT gebaseerd op de these dat het verwerken van taaluitingen een veelbelovende weg is om gedachten voort te brengen. En precies deze veronderstelling is een ontische reductie van Heideggers ontologische these dat denken en taal ten diepste existentieel op elkaar betrokken zijn. Of preciezer gezegd: de kernveronderstelling van het grote taalmodel van ChatGPT is een ontische reductie van Heideggers ontologische these dat echt of authentiek denken neerkomt op het luisteren naar de stem van de taal of naar wat de taal te zeggen heeft en zo aan ons onthult. Daarnaast is het feit dat ChatGPT's grote taalmodel primair geïnteresseerd is in eerdere datasets een ontische reductie van Heideggers ontologische these dat ons verleden diep verweven is met ons begrip en ons verstaan als historische wezens, zodat echt denken geworteld is in herinnering en dus in wat de overlevering of traditie ons toont en onthult.
Beide ontische reducties van het ontologische denken zouden ons moeten waarschuwen. De menselijke geest is niet gesloten. De menselijke geest staat open voor geheel nieuwe en nog onvoorziene mogelijkheden. De menselijke geest let niet alleen op eerdere patronen om vervolgens slechts vergelijkbare patronen te creëren. Een meedogenloze adoptie van ChatGPT met zijn ontische grote taalmodel kan dan ook leiden tot een afsluiting van de menselijke geest en daarmee tot het verdwijnen van de menselijke existentie.
Labels:
betekenis,
ChatGPT,
denken,
menselijke existentie,
patroonherkenning,
zin
woensdag 1 maart 2023
Is goed-zijn een existentiaal van Heideggers zijn?
Er wordt vaak gezegd dat ethiek in het werk van Heidegger geen enkele rol speelt. Is dat inderdaad zo? Volgens Heidegger existeert de mens pas werkelijk als zorg voor zichzelf, de wereld en de ander. Heidegger bepaalt het mens-zijn als geheel zelfs als zorg. Mens-zijn is zorg. En omdat zorg volgens Heidegger naast zelfzorg ook zorg voor de leefwereld en andere mensen omvat, gaat het om een normatief-ethisch geladen zorg. Samen met anderen zijn behoort daarnaast bij Heidegger tot het wezen van de mens. Mens-zijn is altijd ook samen-zijn. De medemens is dus constitutief voor het eigen bestaan. Zonder de ander existeert de mens niet. Hierin is eveneens een ethisch motief gelegen.Bovendien is werkelijk denken volgens Heidegger steeds het respectvol, dankend, ontvankelijk, ge- en herdenken van de overlevering en zo het denken aan het schenkende zijn. Het zijn weest uiteindelijk als schenkend, als gevend, zoals Samuel IJsseling in zijn disseratie over Heidegger overtuigend betoogt. Echt denken is danken omdat echt denken het zijn denkt en het zijn uiteindelijk de meest oorspronkelijke gebeurtenis van het geven is. Noties als danken en schenken behoren eveneens tot het ethische. Zijn is bij Heidegger bovendien ten diepste zin en ook spreekt hij over het geweten van de mens dat de mens roept tot het zijn. Het geweten is een toegang tot het zijn, wat eveneens wijst op een ethisch moment. Ethiek is al met al bij Heidegger dan ook niet afwezig. Ethiek manifesteert zich echter op een fundamenteler niveau. Het ethische toont zich op existentiaal-ontologisch niveau. Dit maakt het ethische niet minder, maar misschien in een bepaald opzicht juist nog wel méér ethisch dan op sociale conventies gestoelde ethiek.
Mist het zijn echter geen intrinsieke kwaliteiten om een onderscheid tussen goed en kwaad aan te brengen? Dit lijkt wellicht zo. Maar hoe duidt Heidegger het echte of werkelijke denken dat het zijn ontsluit? Dit eigenlijke of aandenkende denken duidt hij als luisterend, oprecht aandacht schenkend, erkennend, authentiek, betekenisvol en respectvol. En ook als verantwoordelijk, dankend, rustige en kalme gelassenheid en genadevol. Van overheersing is absoluut geen sprake. Een denken met deze kwaliteiten kan niet anders dan goed zijn en dit denken betreft precies het Denken des Seins oftewel het denken van het zijn. In de uitdrukking 'denken van het zijn' is het zijn zowel lijdend voorwerp als onderwerp. Het denken aan het zijn is immers precies een denken dat uiteindelijk vanuit het zijn zelf opkomt. Het denken aan het zijn is als het meest eigenlijke denken een oorspronkelijke gebeurtenis van het zijn zelf. Dit betekent dat het zijn goed is. Want goed denken, is goed zijn. Zo volgt dat goed-zijn een existentiaal is van Heideggers zijn. Ethiek is alles behalve afwezig. Ethiek is ontologie.
donderdag 10 maart 2022
Opkomst, ondergang en terugkeer van de parallellie tussen denken en zijn
Het postulaat van de parallellie tussen denken en zijn gaat terug op Parmenides en is vooral door het werk van Plato, Aristoteles en de neoplatonisten stevig verankerd in de hoofdstroom van de Griekse wijsbegeerte en middeleeuwse metafysica. Maar ook de grondlegger van de moderne wijsbegeerte, Descartes, gaat ervan uit. In een nieuw artikel volg ik het spoor van het parallellenpostulaat vanaf Parmenides tot Descartes en laat ik zien hoe het een cruciale rol speelt in het ontologisch Godsargument van Anselmus.
Labels:
Anselmus,
aristoteles,
denken,
Descartes,
Kant,
metafysica,
neoplatonisme,
Parmenides,
Plato,
wereld-voor-ons,
Zijn
donderdag 6 oktober 2016
Aan het begin van de weg (2)
Dat er gedacht wordt is voor het denken onloochenbaar. In mijn vorige bijdrage concludeer ik hieruit dat het denken behoort tot de wereld in en op zichzelf. Maar volgt dit eigenlijk wel? Ik neig bij nader inzien toch naar een 'nee'. Hieronder leg ik uit waarom.
Wanneer we aanvangen bij de onmiddellijkheid van het denken en roepen dat er hoe dan ook gedacht wordt, dan lijkt het redelijk om te zeggen dat het denken tot het 'op zich' van de wereld behoort. Maar in tweede instantie lijkt er toch iets anders aan de hand te zijn. Het denken is voor het denken niet corrigeerbaar. Het is hier het denken zelf dat niet anders kan dan denken dat er gedacht wordt. Prima. Maar wie denkt het denken wel niet dat het is? Waarom zou wat voor het denken onvermijdelijk is, namelijk dat er gedacht wordt, om die reden ook behoren tot de wereld 'an sich'? Waarom zou de wereld 'an sich' niet zo vreemd, absurd of betekenisloos kunnen zijn dat ze desalniettemin geen denken bevat? Deze mogelijheid kan het denken niet uitsluiten. Maar dan volgt dus niet dat het denken behoort tot het 'an sich' van de wereld. Dit blijft een open vraag voor het denken.
Nu zou alsnog tegengeworpen kunnen worden dat het feit dat er gedacht wordt wel degelijk behoort tot de wereld 'an sich'. Want als dat er gedacht wordt onloochenbaar is voor het denken, dan is er immers denken, wat zou er anders betwist moeten worden?
Niets lijkt inderdaad evidenter dan dat er gedacht wordt. Dit inzicht gaat vooraf aan elke specifieke reflectie van het denken op een bepaalde inhoud. Is het daarmee niet minder betwistbaar dan welke a priori gereflecteerde claim dan ook? Zeker. Sterker nog, dat er gedacht wordt is voor het denken op geen enkele wijze betwistbaar. Voor het denken niet. Maar dan zijn we dus al vertrokken vanuit het denken zelf. Voor het denken is het denken onbetwistbaar. We kunnen van binnenuit, vanuit het denken, niet ontkennen te denken. Maar wordt daarmee het 'Er wordt gedacht' vanuit een absoluut archimedisch punt gezegd? Verwijst dat 'Er' naar het 'An Sich' van de werkelijkheid? Dat is nog maar de vraag. Het antwoord op die vraag hangt af van de relatie tussen dat denken (waarbinnen de uitspraak dat er gedacht wordt gedaan wordt) en het absolute 'an sich' van het zijn. En precies omdat het denken nooit buiten haar eigen denken kan treden kan ze niets uitzeggen over die relatie. Maar dan kan ze dus ook niet uit 'het niet anders kunnen denken dan dat er gedacht wordt' concluderen dat dit denken behoort tot het absolute. Ze moet de optie dat dit niet zo is (zoals bijvoorbeeld de eliminativisten in de philosophy of mind menen) open houden. Ze weet het eenvoudigweg niet en ze kan het ook niet weten. Vandaar dat ik toch blijven neigen naar een 'nee'.
Descartes kwam dus inderdaad in zijn methodische twijfel op iets volstrekt onbetwijfelbaars uit, maar hij vergat dat dit nog altijd een onbetwijfelbaar inzicht is vanuit een gekwalificeerde positie, namelijk vanuit de binnenpositie van het denken, en daarmee nog niet noodzakelijk ook vanuit de archimedische wortelpositie van het absolute 'an sich' van de werkelijkheid.
Men zou wellicht nog zoiets willen tegenwerpen als dat dit naakte plompverloren fenomeen "denken" zich in haar ruwe rauwe fenomenaliteit eenvoudigweg aandient en geschiedt - en daarmee, in dat aandienen en geschieden, is. Dit wordt dan uitgeroepen vanuit een positie die in zekere zin zelfs nog voorafgaat aan het denken zelf, dus niet meer gezegd wordt vanuit een "binnen" maar eerder vanuit een "ervoor". En vanuit die rechtstreekse directe voorpositie volgt dat dit ruwe fenomeen, dit denken, in haar plompverloren fenomenaliteit behoort tot het absolute 'an sich' van de werkelijkheid. Voor een dergelijke repliek voel ik sympathie. En daarom kom ik hierboven niet verder dan een neigen.
Wanneer we aanvangen bij de onmiddellijkheid van het denken en roepen dat er hoe dan ook gedacht wordt, dan lijkt het redelijk om te zeggen dat het denken tot het 'op zich' van de wereld behoort. Maar in tweede instantie lijkt er toch iets anders aan de hand te zijn. Het denken is voor het denken niet corrigeerbaar. Het is hier het denken zelf dat niet anders kan dan denken dat er gedacht wordt. Prima. Maar wie denkt het denken wel niet dat het is? Waarom zou wat voor het denken onvermijdelijk is, namelijk dat er gedacht wordt, om die reden ook behoren tot de wereld 'an sich'? Waarom zou de wereld 'an sich' niet zo vreemd, absurd of betekenisloos kunnen zijn dat ze desalniettemin geen denken bevat? Deze mogelijheid kan het denken niet uitsluiten. Maar dan volgt dus niet dat het denken behoort tot het 'an sich' van de wereld. Dit blijft een open vraag voor het denken.
Nu zou alsnog tegengeworpen kunnen worden dat het feit dat er gedacht wordt wel degelijk behoort tot de wereld 'an sich'. Want als dat er gedacht wordt onloochenbaar is voor het denken, dan is er immers denken, wat zou er anders betwist moeten worden?
Niets lijkt inderdaad evidenter dan dat er gedacht wordt. Dit inzicht gaat vooraf aan elke specifieke reflectie van het denken op een bepaalde inhoud. Is het daarmee niet minder betwistbaar dan welke a priori gereflecteerde claim dan ook? Zeker. Sterker nog, dat er gedacht wordt is voor het denken op geen enkele wijze betwistbaar. Voor het denken niet. Maar dan zijn we dus al vertrokken vanuit het denken zelf. Voor het denken is het denken onbetwistbaar. We kunnen van binnenuit, vanuit het denken, niet ontkennen te denken. Maar wordt daarmee het 'Er wordt gedacht' vanuit een absoluut archimedisch punt gezegd? Verwijst dat 'Er' naar het 'An Sich' van de werkelijkheid? Dat is nog maar de vraag. Het antwoord op die vraag hangt af van de relatie tussen dat denken (waarbinnen de uitspraak dat er gedacht wordt gedaan wordt) en het absolute 'an sich' van het zijn. En precies omdat het denken nooit buiten haar eigen denken kan treden kan ze niets uitzeggen over die relatie. Maar dan kan ze dus ook niet uit 'het niet anders kunnen denken dan dat er gedacht wordt' concluderen dat dit denken behoort tot het absolute. Ze moet de optie dat dit niet zo is (zoals bijvoorbeeld de eliminativisten in de philosophy of mind menen) open houden. Ze weet het eenvoudigweg niet en ze kan het ook niet weten. Vandaar dat ik toch blijven neigen naar een 'nee'.
Descartes kwam dus inderdaad in zijn methodische twijfel op iets volstrekt onbetwijfelbaars uit, maar hij vergat dat dit nog altijd een onbetwijfelbaar inzicht is vanuit een gekwalificeerde positie, namelijk vanuit de binnenpositie van het denken, en daarmee nog niet noodzakelijk ook vanuit de archimedische wortelpositie van het absolute 'an sich' van de werkelijkheid.
Men zou wellicht nog zoiets willen tegenwerpen als dat dit naakte plompverloren fenomeen "denken" zich in haar ruwe rauwe fenomenaliteit eenvoudigweg aandient en geschiedt - en daarmee, in dat aandienen en geschieden, is. Dit wordt dan uitgeroepen vanuit een positie die in zekere zin zelfs nog voorafgaat aan het denken zelf, dus niet meer gezegd wordt vanuit een "binnen" maar eerder vanuit een "ervoor". En vanuit die rechtstreekse directe voorpositie volgt dat dit ruwe fenomeen, dit denken, in haar plompverloren fenomenaliteit behoort tot het absolute 'an sich' van de werkelijkheid. Voor een dergelijke repliek voel ik sympathie. En daarom kom ik hierboven niet verder dan een neigen.
Labels:
De-wereld-in-zichzelf,
denken,
Kennisleer,
wereld-voor-ons
woensdag 11 maart 2015
Filosofie
"Je denkt te weten wat denken is? De filosofie is een oceaan. Geen eiland. Wie werkelijk denkt, reikt voorbij de horizon naar het oneindige."
zondag 8 maart 2015
Denken aan 'de wereld buiten ons denken'
Volgens mijn wereld-voor-ons kenleer kunnen wij nooit vaststellen of de wereld zoals wij deze denken overeenkomt met de wereld zelf. Waarom niet? Dát waaraan wij denken zodra wij denken aan de wereld is onvermijdelijk een door ons gedachte wereld. Dit is op zichzelf beschouwd nog een triviale constatering en dus als zodanig wellicht niet voldoende interessant. Echter, waar ze ons op wijst is dat het menselijk denkvermogen bij ons denken aan de wereld hoe dan ook een of andere rol speelt.
Maar wat is deze rol? Is ons denken een neutraal voertuig voor neutrale inhouden? Heeft een denkact op geen enkele wijze invloed op haar denkinhoud? Of zou het zo kunnen zijn dat de inhoud van ons denken, zoals dus de door ons gedachte wereld, door de act van het denken zelf inhoudelijk sterk bepaald wordt? Zou het zo kunnen zijn dat de activiteit van het denken aan iets, zoals dus de wereld, een vergaande transformatieve invloed heeft op de denkinhoud? Het punt is niet dat het denken deze invloed heeft. Het punt is dat wij op geen enkele wijze kunnen vaststellen of dit wel of niet het geval is. Maar dan kunnen we dus helemaal niet vaststellen of de door ons gedachte wereld overeenkomt met de wereld zelf.
Waar het om gaat is dat wij niet kunnen vaststellen of de inhoud van ons denken al zodanig door onze denkactiviteit beïnvloed is, dat deze inhoud niet langer een neutrale inhoud is. We kunnen anders gezegd niet nagaan of de inhoud van een menselijke denkact zodanig door deze act getransformeerd is, dat de inhoud niet meer los van de act gezien kan worden. Kortom, omdat we niet kunnen vaststellen hoe act en inhoud van ons denken in feite samenhangen, hebben we geen toegang tot de wereld zoals deze los van ons denken is. Dat we de toegang tot de-wereld-in-zichzelf missen is dus onvermijdelijk.
Het probleem is niet die van de mogelijkheid van Descartes' demon die ons denken zou kunnen voorschotelen met allerlei misleidende denkinhouden, zodat wij niet kunnen nagaan of de wereld zoals wij die denken overeenkomt met de wereld zelf. Het sceptische scenario van de Cartesiaanse demon gaat er immers vanuit dat ons denken in zichzelf betrouwbaar is, maar dat wij desalniettemin van buiten door een demon bedrogen zouden kunnen worden, zodat wij alsnog niet kunnen vaststellen of wij de wereld denken zoals deze werkelijk is. Uitgaande van mijn wereld-voor-ons kenleer is het punt daarentegen dat wij niet kunnen uitsluiten dat ons denken zelf iedere denkinhoud zodanig transformeert dat deze niet langer gaat over de wereld zelf. Wat niet uitgesloten kan worden, zouden we kunnen zeggen, is dat ons eigen denken de plaats inneemt van Descartes' demon. Dat er geen demon buiten ons is, maar dat wij ons eigen demon zijn.
De tegenwerping dat we misschien enige mate van toegang hebben, werkt niet. We kunnen namelijk evenmin vaststellen of een denkact haar inhoud slechts in beperkte mate transformeert. Dit kunnen we niet omdat we ten aanzien van de uiteindelijke samenhang tussen beiden, denkact en denkinhoud, niets kunnen vaststellen. We tasten eenvoudigweg in het duister omtrent de mate waarin ons eigen denken zelf inhoudelijk medebepalend is voor onze denkinhouden. En daarom weten we niet in welke mate iets waaraan wij denken, een denkinhoud, los van onze denkact gezien kan worden.
De argumentatie voor de bewering dat wij geen toegang hebben tot de wereld zoals deze op zichzelf is blijft dus niet steken in de triviale constatering dat zodra wij iets denken het altijd wij zijn die denken. Het argument is dat wij niet kunnen vaststellen wat precies de inhoudelijke transformatieve bijdrage is van ons denken aan de inhouden die wij denken. En dat is geen triviale constatering, maar een fundamentele uitspraak over ons onvermogen na te gaan of onze denkinhouden ten opzichte van onze denkacten werkelijk neutraal zijn, of in feite diepgaand door deze acten bepaald worden.
En precies omdat het gaat om dit onvermogen, is het niet nodig om mijn wereld-voor-ons kenleer te belasten met allerlei problematische Kantiaanse claims over hoe ons menselijke denken dan precies transformerend te werk zou gaan. Die claims zijn problematisch omdat het willen vaststellen van de concrete werking van de transformatie (en daarmee van de relatie tussen de-wereld-voor-ons en de-wereld-in-zichzelf) onverenigbaar is met de these dat wij niet kunnen vaststellen hoe de wereld onafhankelijk van ons denken is.
Het is dan ook van belang om iedere substantiële invulling van de relatie tussen de-wereld-voor-ons en de-wereld-in-zichzelf te vermijden. Maar betekent dit dan dat we alsnog terugvallen op alléén maar de triviale constatering dat het altijd wij zijn die iets denken zodra er gedacht wordt? Een constatering waar op zichzelf nog helemaal niets uit volgt? Nee, dit is geenszins het geval. Het is precies het hierboven besproken beroep op ons diepe en fundamentele onvermogen om het transformatieve potentieel van ons denken in kaart te brengen dat genoemde terugval vermijdt, en tegelijkertijd een problematische substantiële invulling van de relatie tussen de-wereld-voor-ons en de-wereld-in-zichzelf voorkomt.
Maar wat is deze rol? Is ons denken een neutraal voertuig voor neutrale inhouden? Heeft een denkact op geen enkele wijze invloed op haar denkinhoud? Of zou het zo kunnen zijn dat de inhoud van ons denken, zoals dus de door ons gedachte wereld, door de act van het denken zelf inhoudelijk sterk bepaald wordt? Zou het zo kunnen zijn dat de activiteit van het denken aan iets, zoals dus de wereld, een vergaande transformatieve invloed heeft op de denkinhoud? Het punt is niet dat het denken deze invloed heeft. Het punt is dat wij op geen enkele wijze kunnen vaststellen of dit wel of niet het geval is. Maar dan kunnen we dus helemaal niet vaststellen of de door ons gedachte wereld overeenkomt met de wereld zelf.
Waar het om gaat is dat wij niet kunnen vaststellen of de inhoud van ons denken al zodanig door onze denkactiviteit beïnvloed is, dat deze inhoud niet langer een neutrale inhoud is. We kunnen anders gezegd niet nagaan of de inhoud van een menselijke denkact zodanig door deze act getransformeerd is, dat de inhoud niet meer los van de act gezien kan worden. Kortom, omdat we niet kunnen vaststellen hoe act en inhoud van ons denken in feite samenhangen, hebben we geen toegang tot de wereld zoals deze los van ons denken is. Dat we de toegang tot de-wereld-in-zichzelf missen is dus onvermijdelijk.
Het probleem is niet die van de mogelijkheid van Descartes' demon die ons denken zou kunnen voorschotelen met allerlei misleidende denkinhouden, zodat wij niet kunnen nagaan of de wereld zoals wij die denken overeenkomt met de wereld zelf. Het sceptische scenario van de Cartesiaanse demon gaat er immers vanuit dat ons denken in zichzelf betrouwbaar is, maar dat wij desalniettemin van buiten door een demon bedrogen zouden kunnen worden, zodat wij alsnog niet kunnen vaststellen of wij de wereld denken zoals deze werkelijk is. Uitgaande van mijn wereld-voor-ons kenleer is het punt daarentegen dat wij niet kunnen uitsluiten dat ons denken zelf iedere denkinhoud zodanig transformeert dat deze niet langer gaat over de wereld zelf. Wat niet uitgesloten kan worden, zouden we kunnen zeggen, is dat ons eigen denken de plaats inneemt van Descartes' demon. Dat er geen demon buiten ons is, maar dat wij ons eigen demon zijn.
De tegenwerping dat we misschien enige mate van toegang hebben, werkt niet. We kunnen namelijk evenmin vaststellen of een denkact haar inhoud slechts in beperkte mate transformeert. Dit kunnen we niet omdat we ten aanzien van de uiteindelijke samenhang tussen beiden, denkact en denkinhoud, niets kunnen vaststellen. We tasten eenvoudigweg in het duister omtrent de mate waarin ons eigen denken zelf inhoudelijk medebepalend is voor onze denkinhouden. En daarom weten we niet in welke mate iets waaraan wij denken, een denkinhoud, los van onze denkact gezien kan worden.
De argumentatie voor de bewering dat wij geen toegang hebben tot de wereld zoals deze op zichzelf is blijft dus niet steken in de triviale constatering dat zodra wij iets denken het altijd wij zijn die denken. Het argument is dat wij niet kunnen vaststellen wat precies de inhoudelijke transformatieve bijdrage is van ons denken aan de inhouden die wij denken. En dat is geen triviale constatering, maar een fundamentele uitspraak over ons onvermogen na te gaan of onze denkinhouden ten opzichte van onze denkacten werkelijk neutraal zijn, of in feite diepgaand door deze acten bepaald worden.
En precies omdat het gaat om dit onvermogen, is het niet nodig om mijn wereld-voor-ons kenleer te belasten met allerlei problematische Kantiaanse claims over hoe ons menselijke denken dan precies transformerend te werk zou gaan. Die claims zijn problematisch omdat het willen vaststellen van de concrete werking van de transformatie (en daarmee van de relatie tussen de-wereld-voor-ons en de-wereld-in-zichzelf) onverenigbaar is met de these dat wij niet kunnen vaststellen hoe de wereld onafhankelijk van ons denken is.
Het is dan ook van belang om iedere substantiële invulling van de relatie tussen de-wereld-voor-ons en de-wereld-in-zichzelf te vermijden. Maar betekent dit dan dat we alsnog terugvallen op alléén maar de triviale constatering dat het altijd wij zijn die iets denken zodra er gedacht wordt? Een constatering waar op zichzelf nog helemaal niets uit volgt? Nee, dit is geenszins het geval. Het is precies het hierboven besproken beroep op ons diepe en fundamentele onvermogen om het transformatieve potentieel van ons denken in kaart te brengen dat genoemde terugval vermijdt, en tegelijkertijd een problematische substantiële invulling van de relatie tussen de-wereld-voor-ons en de-wereld-in-zichzelf voorkomt.
Labels:
correlationisme,
denken,
Kant,
Kennisleer,
Meillassoux,
wereld-in-zichzelf,
wereld-voor-ons
zaterdag 22 februari 2014
Het onberekenbare van het denken
"Theorie is [...] meer dan een model of een hypothese die je door experimenten kunt verifiëren of falsifiëren. Gefundeerde theorieën zoals Plato's ideeënleer of Hegels fenomenologie van de geest zijn geen modellen die je kunt vervangen door data-analyse. Zulke theorieën zijn gefundeerd op een denken in de eigenlijke zin van het woord. Een echte theorie is een essentiële, ingrijpende beslissing waardoor je de wereld heel anders, in een geheel nieuw licht ziet. Ze is een primaire, doorslaggevende scheidslijn die onderscheid maakt tussen wat erbij hoort en wat niet, tussen wat is of kan zijn en wat niet. Ze is een streng selectieve narratio die door het nog ongebaande een brandgang kapt die het een scherp scheidt van het ander.
Een door data gedreven denken bestaat niet. Alleen het rekenen is door data gedreven. Inherent aan het denken daarentegen is het negatieve van het onberekenbare. Het denken is vóór de data, de 'gegevens', gesteld. De op het denken gefundeerde theorie is vooraf gegeven. Ze transcendeert het louter positieve van de gegevens en zet ze onverwacht in een nieuw licht. Dat is geen romantiek, maar de logica van het denken zoals die al geldt sinds mensen kunnen denken. De oeverloze zondvloed aan data en informatie leidt de wetenschap af, weg van de theorie en het denken. Informatie als zodanig is positief. De op data gebaseerde positivistische wetenschap [...] die zich vergenoegt met sequencing en datasynchronisatie, is het einde van de theorie in eigenlijke zin. Dat positivisme is additief en detectief en niet narratief en hermeneutisch. Het mist de aanhoudende narratieve spanning. Het valt uiteen in data. Oog in oog met de aanrollende vloedgolf van data en informatie hebben we juist nu theorieën harder nodig dan ooit tevoren, om te voorkomen dat de dingen zich chaotisch vermengen en kolkend overstromen: ze moeten de entropie reduceren. Elke theorie zal de wereld opklaren voor ze hem zal verklaren. We moeten de gemeenschappelijke oorsprong van theorie en ceremonie of ritueel voor ogen houden: zij zijn vormgevers van de wereld. Ze geven het verloop van de dingen vorm en plaatsen ze in een kader, zodat ze - 'in kaders vastgeklonken' - niet overstromen. Daarentegen werkt de huidige informatievoorziening deformerend."
Byung-Chul Han, De terugkeer van eros, Van Gennep, Amsterdam, 2013, pp. 59-60
Een door data gedreven denken bestaat niet. Alleen het rekenen is door data gedreven. Inherent aan het denken daarentegen is het negatieve van het onberekenbare. Het denken is vóór de data, de 'gegevens', gesteld. De op het denken gefundeerde theorie is vooraf gegeven. Ze transcendeert het louter positieve van de gegevens en zet ze onverwacht in een nieuw licht. Dat is geen romantiek, maar de logica van het denken zoals die al geldt sinds mensen kunnen denken. De oeverloze zondvloed aan data en informatie leidt de wetenschap af, weg van de theorie en het denken. Informatie als zodanig is positief. De op data gebaseerde positivistische wetenschap [...] die zich vergenoegt met sequencing en datasynchronisatie, is het einde van de theorie in eigenlijke zin. Dat positivisme is additief en detectief en niet narratief en hermeneutisch. Het mist de aanhoudende narratieve spanning. Het valt uiteen in data. Oog in oog met de aanrollende vloedgolf van data en informatie hebben we juist nu theorieën harder nodig dan ooit tevoren, om te voorkomen dat de dingen zich chaotisch vermengen en kolkend overstromen: ze moeten de entropie reduceren. Elke theorie zal de wereld opklaren voor ze hem zal verklaren. We moeten de gemeenschappelijke oorsprong van theorie en ceremonie of ritueel voor ogen houden: zij zijn vormgevers van de wereld. Ze geven het verloop van de dingen vorm en plaatsen ze in een kader, zodat ze - 'in kaders vastgeklonken' - niet overstromen. Daarentegen werkt de huidige informatievoorziening deformerend."
Byung-Chul Han, De terugkeer van eros, Van Gennep, Amsterdam, 2013, pp. 59-60
Labels:
Byung-Chul Han,
data,
denken,
eros,
informatie,
theorie
zondag 3 maart 2013
Niet-wetenschappelijk kennen
"Analyseren is dus, het spreekt bijna vanzelf, een menselijke activiteit, in Vollenhovens termen: het is een functie van de mens. In deze laatste uitdrukking zit overigens een forse kritiek verpakt op al die filosofieën waarin het logische denken als het centrum of de kern van het mens-zijn wordt opgevat [...]. Vollenhoven verdedigt de stelling dat het logische denken een functie is náást andere functies, zoals ondermeer spreken, omgaan met mensen, iets kopen, esthetische beleving en geloven. Eigenlijk is Vollenhoven nog genuanceerder als hij zegt dat kennen veel rijker is dan het logische kennen hoewel het logische in ieder kennen een moment is [...]. Nu maakt Vollenhoven, net als Dooyeweerd, een onderscheid tussen niet-wetenschappelijk en wetenschappelijk kennen en dus ook tussen tweeërlei wijze van onderscheiden. Vollenhovens voorbeeld van het eerste is het waarnemen van een brievenweger. Bij zulk een waarnemen onderscheid ik deze van zijn omgeving, van de tafel waarop hij staat en van de achtergrond tegen welke ik hem zie. Maar dit waarnemen is niet wetenschappelijk, ik onderscheid de analytische activiteit zelf niet van bijvoorbeeld mijn emotioneel reageren op dat ding (dat ik wellicht van een dierbare vriendin heb gekregen). Het wetenschappelijk kennen daarentegen maakt hier stricte onderscheidingen en daarom spreken we ook van biologie, psychologie, sociologie, etc. Vollenhoven zegt dus dat niet alle kennen theoretisch van aard is. 'Kennen' mag niet vereenzelvigd worden met het voltrekken van theoretische denkacten. Daarom zegt Mekkes dat men onderscheid moet maken tussen 'kennen' en 'denken'. Vele dingen 'kennen' we zonder dat daar 'denken' aan te pas komt. Niet alle 'kennis' is product van 'denken'. In Mekkes' eigen woorden: '...op een elementaire vraag betreffende het kennen van de liefde, van het recht, van de schoonheid, (kan) niet anders worden geantwoord dan: door deze alle te beleven; en voorts zeer concreet: door de geliefde lief te hebben, een rechtsverhouding hetzij onder schade of winst tot klaarheid te brengen, door schoonheid op niet verder definieerbare wijze beroerd te zijn'.(*)
(*) J.P.A. Mekkes, Radix, tijd en kennen. Proeve ener critiek van de belevingssubjectiviteit, Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 1971, p. 142. Ook schrijft hij: 'Denken is een facet, kennen het innerlijk der structuren.' 'Kennen' is niet, zoals 'denken', een tendentie (of vermogen) naast 'willen' en 'verbeelden' (p. 143)."
van Woudenberg, R., Gelovend denken, Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam 2004, pp. 88-89
(*) J.P.A. Mekkes, Radix, tijd en kennen. Proeve ener critiek van de belevingssubjectiviteit, Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 1971, p. 142. Ook schrijft hij: 'Denken is een facet, kennen het innerlijk der structuren.' 'Kennen' is niet, zoals 'denken', een tendentie (of vermogen) naast 'willen' en 'verbeelden' (p. 143)."
van Woudenberg, R., Gelovend denken, Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam 2004, pp. 88-89
Labels:
denken,
Dooyeweerd,
kennis,
Mekkes,
van Woudenberg,
Vollenhoven,
wetenschap
Abonneren op:
Posts (Atom)

