Hoe ik erbij kwam om Gadamer te gaan lezen? Eigenlijk om dezelfde reden als waarom ik eerder Vissers Heidegger en Nietzsche: een confrontatie las. Ik was enige tijd geleden zo gehecht geraakt aan het lezen van Heidegger dat ik op een gegeven moment vooral Heidegger las. Op enig moment legde ik mijzelf daarom de regel op om voorlopig geen Heidegger meer te lezen. Deze regel viel mij zwaarder dan gedacht. Het lezen van Visser en Gadamer werd daarom een manier om onder deze regel uit te komen. Want door hen te lezen, lees ik als het ware toch nog Heidegger zonder Heidegger zelf te lezen.
Het lezen van Gadamer brengt mij inmiddels op enkele theologische en religieuze overwegingen. Zo kan vanuit Gadamers beeldontologie Christus worden begrepen als beeld van God waarin God als het uitgebeelde werkelijk aanwezig is en zelfs meer zichzelf en zijnder is dan zonder deze uitbeelding in en door Christus. Het beeldverbod wordt zo eveneens omzeild omdat dit verbod voor ons, maar natuurlijk niet voor Christus en dus God geldt.
Gadamer richt zich in het eerste deel van zijn hoofdwerk op het hermeneutisch-fenomenologisch herwinnen van het waarheidsgehalte van de kunstervaring, en daarmee van de werkelijkheid van het esthetische als wijze van zijn. Zou dit analoog wellicht ook kunnen leiden tot het herwinnen van het waarheidsgehalte van religieuze ervaring, en daarmee van de werkelijkheid van het goddelijke als wijze van zijn? Zo tekent zich wellicht een hermeneutisch-fenomenologische weg naar God af. In elk geval lijkt mij dit een interessante uitbreiding van Gadamers project. Ik zal mijzelf dwingen een dergelijke weg geen Godsargument te noemen en mij ook netjes aan dit verbod houden.
Posts tonen met het label Gadamer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gadamer. Alle posts tonen
zaterdag 21 maart 2026
zondag 8 maart 2026
De tafel als uitbeelding
Bij Plato is een tafel een tafel omdat zij naar de Idee van tafelheid is gevormd en zo een beeld ervan kan zijn. De tafel is als beeld een uitbeelding van de Idee tafel. Gadamer stelt dat in de uitbeelding het uitgebeelde verschijnt en in deze verschijning aanwezig is. Het oerbeeld tafel is dus met het zijn van de tafel als beeld ervan zelf aanwezig. En dan niet immanent zoals bij Aristoteles, maar als verschijnende presentie. Het oerbeeld presenteert zich in het beeld: het komt mee in zijn manifestatie en laat zich in het beeld als transcendente maat zien.
Labels:
aanwezigheid,
beeld,
Gadamer,
Plato,
uitbeelding
dinsdag 24 februari 2026
VU-bijeenkomsten over Gadamers Waarheid en Methode: Opnamen (Deel I)
In de afgelopen periode heb ik op de Vrije Universiteit drie zittingen verzorgd voor masterstudenten en promovendi filosofie en theologie over een groot deel van Deel I van Hans-Georg Gadamers monumentale werk Waarheid en Methode. Hoofdlijnen van een filosofische hermeneutiek. De opnamen van deze bijeenkomsten heb ik hieronder beschikbaar gemaakt.Eerste zitting: Het transcenderen van de esthetische dimensie (tot en met “De interesse in het natuurschoon en het kunstschoon”)
Opname 1
Opname 2
Tweede zitting: De relatie tussen smaak en genie (tot en met “Het dubieuze van de esthetische vorming”)
Opname 3
Opname 4
Derde zitting: Kritiek op de abstractie van het esthetisch bewustzijn (tot “De temporaliteit van het esthetische”)
Opname 5
Opname 6
Labels:
Gadamer,
Vrije Universiteit,
Waarheid en Methode,
werkgroep
zaterdag 3 januari 2026
Ontologische spelniveaus
Spel kent bij Gadamer verschillende ontologische niveaus. In de meest elementaire zin is spel een heen-en-weer gaande beweging die wordt gekenmerkt door regels, herhaling en dynamiek, zonder dat er sprake is van een opdracht of normativiteit. Een voorbeeld hiervan is een lichtspel, kleurenspel of waterspel. Een voorbeeld van een menselijk spel is het opdrachtloos spelen met een bal. In dit geval is er sprake van louter verschijnen of presentie. Er is anders gezegd sprake van zelfuitbeelding, maar nog geen mimetische uitbeelding. Laat staan dat er sprake is van de noodzaak van een publiek of het geschieden van waarheid.Zodra het spel een opdracht krijgt, verandert zijn aard wezenlijk. Vanaf dit punt is er alleen nog sprake van menselijk spel. Het spel wordt nu normatief: er is sprake van slagen en mislukken, van iets spelen. Het spel brengt zichzelf nog intensiever als spel tot verschijning. Deze wijze van verschijnen of presentie kan worden aangeduid als een intensivering van de zelfuitbeelding. Nog altijd verschijnt in deze geïntensiveerde zelfuitbeelding het spel niet als iets anders dan wat het is, maar als dit spel zelf, in zijn regels, opdrachten en mogelijke uitkomsten. De spelers gaan op in het uitvoeren van de opdracht, waardoor het spel zich voltrekt en nog nadrukkelijker zichtbaar wordt als spel. Er is hierbij echter nog geen mimetische afstand en geen “iets-als-iets”-structuur. Ook de geïntensiveerde zelfduitbeelding is daarom een pre-representatieve vorm van verschijnen: het spel toont zichzelf, en beeldt dus nog niet iets anders uit. Het draagt daarom nog geen betekenis in de zin van herkenning of waarheid. Een voorbeeld hiervan is een balspel met de opdracht een paal te raken.
Uitbeelding in eigenlijke zin ontstaat pas wanneer het spel naast een opdracht ook een “iets-als-iets”-structuur krijgt. Dan spreken we van mimetische uitbeelding. Mimetische uitbeelding is een vorm van spel waarin iets als iets anders wordt getoond. Zij veronderstelt een mimetische afstand: het uitgebeelde is aanwezig in en door de uitbeelding, maar is er niet eenvoudigweg identiek mee. In mimetische uitbeelding is het spel niet langer louter zelfuitbeelding, maar krijgt het een betekenisstructuur die berust op herkenning en verstaan. Daarbij hoeft nog geen waarheid in strikte zin te gebeuren en is een toeschouwer nog niet constitutief vereist. Een klassiek voorbeeld is het treintje spelen door kinderen.
Wanneer mimetische uitbeelding gepaard gaat met uitbeelden voor een publiek, ontstaat het schouwspel. De uitbeelding is hier niet langer volledig intern, maar structureel gericht op toeschouwers. De aanwezigheid van een publiek behoort nu tot de constitutie van het spel. Een Hollywood-blockbuster is hiervan een typisch voorbeeld: er is mimetische uitbeelding en 'uitbeelden voor', maar zonder dat noodzakelijk waarheid geschiedt.
Tenslotte is er de vorm waarin mimetische uitbeelding en 'uitbeelden voor' samenvallen met waarheid. In dit geval gaat het om kunst en cultus. Hier is de uitbeelding gericht op het tonen van iets in zijn wezen. Waarheid gebeurt niet bijkomstig, maar vormt het eigenlijke zijn van het spel. In kunst verschijnt het wezen veelal nog in afstand; in de cultus wordt het daadwerkelijk tegenwoordig gesteld. In beide gevallen vallen spel, uitbeelding en waarheid samen.
Labels:
Gadamer,
spelniveaus,
Waarheid en Methode
woensdag 31 december 2025
Kunst en waarheid
In Waarheid en Methode betoogt Gadamer op verschillende manieren dat de esthetische ervaring, waaronder de ervaring van kunst, altijd al betrokken is op kennis en waarheid, zodat een esthetica die van kennis en waarheid abstraheert onhoudbaar is. In wat volgt werk ik één van de overwegingen van Gadamer beknopt en systematisch uit. Iedere esthetische ervaring is een vorm van waarnemen. Waarneming houdt altijd verband met het algemene omdat we psychologisch altijd iets als iets waarnemen, zoals zowel Aristoteles als de moderne psychologie leren. Bovendien vertrekken we als mens-zijn existentieel altijd al vanuit een geworpen toestand van in de wereld zijn, zoals Heidegger heeft laten zien. Zuivere conceptloze waarneming bestaat dus niet. Iedere waarneming is altijd al geladen met een bepaalde conceptuele betekenis. Maar hieruit volgt dat elke waarneming van meet af aan betrokken is op kennis en waarheid. Of nog anders: precies omdat iedere waarneming samenhangt met een bepaalde conceptuele betekenis, is iedere waarneming betrokken op een bepaalde context en dus relationeel geopend naar de wereld en daarom inderdaad betrokken op kennis en waarheid. Dit geldt dan dus eveneens voor de esthetische ervaring en meer specifiek voor de ervaring van kunst. Of is het stilstaan in de esthetische aanschouwing precies geen vorm van waarnemen omdat waarnemen inderdaad altijd al het onder een begrip plaatsen van de aanschouwing betreft en wij in de esthetische ervaring nu juist de zaak niet onder een begrip plaatsen, zoals Kant leert? Deze route wijst Gadamer echter af. Het esthetisch aanschouwen is volgens hem namelijk in elk geval een 'opvatten als' of een 'verstaan van'. Maar dan had hij de omweg van een reflectie op de aard van de waarneming niet hoeven maken. Want esthetische ervaring is blijkbaar hoe dan ook een vorm van verstaan en daarmee betrokken op betekenis en dus op kennis en waarheid, zelfs als we het niet op voorhand als een vorm van waarnemen - en dus van (iets voor) waar-nemen - begrijpen.
Labels:
aristoteles,
betekenis,
esthetica,
Gadamer,
Heidegger,
kennis,
waarheid,
Waarheid en Methode
zondag 21 december 2025
Het ding als kunstwerk
De ontologie van een concreet samengesteld ding, zoals ik deze in mijn dissertatie Towards a Renewed Case for Theism (2012) uitwerk, blijkt analoog te zijn aan Hans-Georg Gadamers ontologie van het kunstwerk zoals hij deze ontwikkelt in zijn magnum opus Waarheid en Methode (1960). Hiertoe hoeven we in Gadamers uiteenzettingen alleen ‘kunstwerk’ door ‘concreet samengesteld ding’, ‘uitvoering’ door ‘configuratie’ en ‘bedoelde betekenis’ door ‘vorm’ te vervangen. Ik geef een korte schets. Een concreet samengesteld ding bestaat door de tijd heen alleen in zijn afzonderlijke configuraties. Het is er uitsluitend als deze reeks van configuraties. Het ding bestaat op elk moment alleen als configuratie. Maar toch handhaaft het ding zichzelf in deze reeks van configuraties als telkens hetzelfde ding. Iedere configuratie is een herhaling van hetzelfde ding op grond van de vorm die in elke configuratie gelijkblijft. De vorm wordt in de configuraties gehandhaafd en gaat niet vooraf aan de configuraties. Er bestaat geen drager of identiteit achter de configuraties. De vorm van elke configuratie is een immanente norm van herhaling en daarom herhaalt iedere configuratie het ding. Dit is de dubbele structuur van het zijn van het concrete samengestelde ding.
maandag 1 december 2025
Nieuwe collegereeks voor de tweejarige VU master Filosofie van cultuur en bestuur: Hans-Georg Gadamer, Waarheid en methode, Deel I
InhoudWaarheid en methode (1960) is Gadamers monumentale poging om de waarheidservaring die plaatsvindt in kunst, geschiedenis en taal te bevrijden uit het keurslijf van methodisch-wetenschappelijke rationaliteit. Tegenover de moderne overtuiging dat kennis vooral gebaseerd is op controleerbare methoden, stelt Gadamer dat er vormen van begrijpen bestaan die juist niet methodisch te reduceren zijn, maar wortelen in traditie, spel, dialoog en historische verbondenheid. Het boek ontvouwt een filosofische hermeneutiek waarin de ervaring van waarheid niet langer uitsluitend ligt in objectieve vaststelling, maar in een gebeuren van verstaan waarin wij altijd al betrokken zijn. Deel I van Waarheid en methode speelt in dit geheel een cruciale rol. In dit deel onderzoekt Gadamer de kunstervaring als model van wat ik in mijn tweeluik Het Retorische Weten I/II (Leesmagazijn, 2018/2021) aanduid als niet-epistemische waarheid. Door de formalistische esthetische begrenzingen van de moderne kunstopvatting te doorbreken, laat Gadamer zien hoe kunst ons aanspreekt en ons een waarheid laat ervaren die zich niet laat herleiden tot methodische analyse. Deel I bereidt daarmee de weg voor de latere delen, waarin geschiedenis en taal als andere, even fundamentele velden van hermeneutische waarheid worden uitgewerkt.
Programma
Eerste college (dinsdag 10 maart van 19:00 tot 22:00): Het transcenderen van de esthetische dimensie (tot en met “De interesse in het natuurschoon en het kunstschoon”);
Tweede college (dinsdag 17 maart van 19:00 tot 22:00): De relatie tussen smaak en genie (tot en met “Het dubieuze van de esthetische vorming”);
Derde college (dinsdag 31 maart van 19:00 tot 22:00): Kritiek op de abstractie van het esthetisch bewustzijn (tot en met “De temporaliteit van het esthetische”);
Vierde college (dinsdag 7 april van 19:00 tot 22:00): Het voorbeeld van het tragische (tot en met “Reconstructie en integratie als hermeneutische taken”).
Literatuur
Hans-Georg Gadamer, Waarheid en methode, Hoofdlijnen van een filosofische hermeneutiek, Vertaald door Mark Wildschut, Uitgeverij Vantilt, 2014.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
