Posts tonen met het label Roger Scruton. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roger Scruton. Alle posts tonen

zondag 9 februari 2020

Roger Scruton, Kant en de-wereld-voor-ons

Roger Scruton onderscheidt twee noodzakelijke en in zichzelf complete menselijke perspectieven op het zijn: het wetenschappelijke perspectief en het manifeste perspectief, waarbij dit laatste naast ethiek en esthetiek ook religie omvat. Het wetenschappelijke perspectief of beeld is het abstracte theoretische beeld van het zijn zoals dat met name door de natuurwetenschappen wordt ontsloten. Het manifeste beeld noemt Scruton de Lebenswelt en betreft de wereld van de alledaagse en betekenisvolle menselijke ervaringen en duidingen.

Genoemd onderscheid wordt door hem cognitief dualisme genoemd. Precies omdat het hier om twee verschillende eigenstandige menselijke perspectieven op het zijn gaat, levert een tegenspraak tussen algemeen geaccepteerde wetenschappelijke oordelen en algemeen geaccepteerde manifeste oordelen geen probleem op. Er ontstaat zo immers geen contradictie binnen één en hetzelfde perspectief. Wel is het bijvoorbeeld zo dat omdat religieuze ervaringen geen referent hebben in het wetenschappelijke beeld, religie bij Scruton uiteindelijk te typeren valt als een religio intransitiva. Het zijn zelf tenslotte, de werkelijke werkelijkheid, is volgens hem voor ons als mensen onkenbaar.

Het is gelet op bovenstaande net alsof Scruton datgene wat ik in mijn kennisleer de-wereld-voor-ons noem in tweeën splijt. De-wereld-voor-ons betreft immers het ene in zichzelf complete menselijke perspectief op het zijn. Het omvat zowel epistemisch gerechtvaardigde wetenschappelijke oordelen als epistemisch gerechtvaardigde morele en religieuze oordelen. Bovendien is er in de-wereld-voor-ons een referent van religieuze ervaringen, net zoals de algemeen aanvaarde claims van de wetenschap binnen de-wereld-voor-ons een referent hebben. De wetenschap vormt hier dus geen in zichzelf compleet beeld van het zijn. En hetzelfde geldt voor het manifeste beeld. Alleen de-wereld-voor-ons in haar geheel vormt een in zichzelf compleet menselijk perspectief op de onkenbare werkelijke werkelijkheid.

Wanneer wij binnen het ene ongedeelde perspectief van de-wereld-voor-ons een onderscheid maken tussen enerzijds epistemisch gerechtvaardigde wetenschappelijke en anderzijds epistemisch gerechtvaardigde manifeste oordelen, dan spreken deze oordelen elkaar dan ook ten diepste niet tegen. Ze vullen elkaar eerder aan. De-wereld-voor-ons is als één enkel perspectief immers coherent en dus vrij van tegenspraken.

De relatie tussen Scrutons cognitief dualisme en Kants kennisleer ligt een stuk lastiger. Het wetenschappelijke beeld zou Kant uitgaande van zijn onderscheidingen begrijpen als een deel van de fenomenale wereld. Maar dit geldt niet voor het manifeste beeld. Want dit omvat bij Scruton eveneens dimensies die Kantiaans gezien niet louter fenomenaal zijn, zoals het morele en het religieuze. Scrutons manifeste beeld bevat anders gezegd ook aspecten of elementen die Kant eerder zou aanduiden als noumenaal in plaats van fenomenaal.

Uitgaande van mijn wereld-voor-ons kenleer moet daarentegen alles wat Scruton tot het manifeste beeld rekent net zoals het wetenschappelijke beeld gesitueerd worden binnen de-wereld-voor-ons. Wij kunnen immers niets zeggen over wat niet tot de-wereld-voor-ons behoort. De werkelijke werkelijkheid, het zijn zelf, is voor ons als mensen volstrekt ontoegankelijk.

woensdag 11 november 2015

Overstijgende intentionaliteit

"De noodzakelijke aanwezigheid van deze overstijgende intentionaliteit in ons leven ligt aan de basis van de filosofie en vormt de ware reden dat mensen de evolutionaire en reductionistische perspectieven op de menselijke toestand zo moeilijk kunnen aanvaarden. Ze verklaart ook de vaak gehoorde klacht dat, terwijl onze seculiere samenlevingen ruimte maken voor moraliteit, voor kennis en voor geestelijk leven, ze toch aan een spiritueel tekort lijden. Mensen, zo zegt men, hebben een 'spirituele' dimensie, met spirituele behoeften en waarden. Zelfs mensen die zich afzijdig houden van alle religie en die de oude mythe van de ziel verwerpen of deze beschouwen als een uitgebreide metafoor, beweren dit. De reden hiervoor is dat de 'overstijgende intentionaliteit' van onze interpersoonlijke houdingen geen onveranderlijk gegeven is. Ze kan worden geleerd, in nieuwe richtingen geleid, aangeleerd door deugden en door de zonde worden bedorven. In extreme gevallen van autisme kan ze zelfs geheel ontbreken, zoals ze ook bij dieren ontbreekt. Om te leren om je houdingen te richten naar de horizon van het wezen van de ander - vanwaar deze op zijn beurt zijn blik laat uitgaan - vereist echter een discipline die verder reikt dan alleen respect. In al die aspecten van wat in ons leven het diepst en meest duurzaam is - religieus geloof, erotische liefde, vriendschap, familiebanden, het genieten van kunst, literatuur en muziek - richten we ons op de horizon vanwaar de blik van de ander ons zoekt. Morele educatie houdt ook het handhaven in van deze overstijgende intentionaliteit, om ook in de moeilijkste omstandigheden het mogelijk te maken de andere persoon in het ik te zien. Dat is wat mensen bedoelen met 'spirituele' discipline en wat Plato 'de zorg voor de ziel' noemde. Het is uit onze hedendaagse wereld aan het verdwijnen [...]." (Roger Scruton, Eindeloos verlangen naar het heilige, Amsterdam University Press, Amsterdam 2014, pp. 115-116)

zaterdag 26 april 2014

Scruton over de bron van het moderne atheïsme

"Als God niet bestaat, dan kunnen wij ook niet bestaan; wij kunnen dan niet leven met de last van onze schuld. De enige manier om te ontkomen aan die gewetensnood, suggereert Scruton, is de weg die tallozen in onze tijd nemen: de wereld omduiden als een wereld van objecten, een netwerk van oorzaken en gevolgen, waaraan wij zelf ook onderworpen zijn. Alleen zo kunnen wij de schaamte eronder houden, maar de prijs is dat wij minder mens, minder persoon zijn dan wij hadden kunnen zijn. Als God niet bestaat, zit er blijkbaar maar één ding op: dat wij ons eigen bestaan in zekere zin ontkennen, onze vrijheid en verantwoordelijkheid verzwakken, en daarmee vervreemd raken van onze volle menselijkheid. Naar de mening van Scruton ligt hier de bron van het moderne atheïsme: in de vlucht voor onze schaamte en radeloosheid. Het gevolg van die vlucht uit het paradijs is dat wij een wereld bouwen van objecten, een wereld die ons niet langer aankijkt. Onttovering is niet zomaar een lot dat ons overkomt, als gevolg van wetenschappelijke ontwikkelingen; het is een existentieel project, een vlucht voor de mensen die wij zijn. We verduisteren het gelaat van God, in wie wij leven, bewegen en zijn. En daardoor raken we onszelf kwijt."

Uit: Stefan Paas, Gezien en beoordeeld: God ontmoeten in onze schuld, Wapenveld. Over geloof en cultuur, Jaargang 64, nummer 2, april 2014, p. 13-19