zaterdag 29 december 2018

Sharon Streets Darwinian Dilemma en Cicero's De natura deorum

De kernintuïtie in Sharon Streets A Darwinian Dilemma for Realist Theories of Value vinden we reeds verwoord in Cicero's De natura deorum. Vervang hiertoe in onderstaande passage het lijken op de goden door het bezitten van kennis van onafhankelijke morele waarheden:

"Wat was dat voor geweldig toeval - want de rede heeft volgens jullie geen rol gespeeld in het ontstaan van de dingen - wat was dat dus voor geweldige samenloop van omstandigheden, vanwaar die gelukkige samenkomst van atomen, dat er plotseling mensen met een goddelijke gedaante werden geboren? Goddelijk zaad is vanaf de hemel op de aarde gestort en daardoor ontstond het mensdom, naar de gelijkenis van zijn verwekkers, moeten we dat misschien geloven? Zeiden jullie dat maar! Ik zou niet ongenegen zijn mijn verwantschap met de goden te erkennen. Maar jullie zeggen niets van dien aard, nee, het berust louter op toeval dat we op de goden lijken. Moet ik nu nog argumenten zoeken om dit te bestrijden? Kon ik maar net zo makkelijk de waarheid vinden als onwaarheid weerleggen." (Cicero, Het bestaan van de goden, vertaling Vincent Hunink, Inleiding Rogier van der Wal, Damon, 2018, p. 53)

maandag 24 december 2018

Opzet Collegereeks Symbolische leven 2

Begin volgend jaar zal ik voor de master Filosofie van Cultuur en Bestuur aan de Vrije Universiteit opnieuw een collegereeks voor het vak Symbolische leven 2 verzorgen. In dit gedeelte staat de vraag naar de relatie tussen mens en wereld centraal. Wat is vanuit ontologisch en existentieel perspectief de plaats van de mens in het zijnsgeheel? Welke levens- en zijnservaringen gaan gepaard met het mens-zijn? We doordenken de mens-wereld relatie allereerst existentieel-ontologisch vanuit het denken van de latere Heidegger en Giorgio Agamben. We gaan daarna in op Kants duiding van de wijze waarop mens en wereld op elkaar betrokken zijn. Vervolgens bespreek ik mijn 'wereld-voor-ons'-kenleer als antwoord op de vraag hoe wij de relatie tussen mens en wereld moeten begrijpen. Ik laat hierbij zien dat genoemde leer schatplichtig is aan Kant maar tegelijkertijd ook radicaal van zijn duiding afwijkt. Tot slot bespreken we hoe mijn 'wereld-voor-ons'-kenleer zich verhoudt tot wat Heidegger aanduidt als de schikking van het zijn.

Literatuur
1. Heidegger, Martin, Het beginsel van grond, Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2009
2. Agamben, Giorgio, Avontuur, Uitgeverij Sjibbolet, Amsterdam, 2016
3. Rutten, Emanuel, Het Retorische Weten, Uitgeverij Leesmagazijn, 2018
4. Rutten, Emanuel, "Het kenbare noumenale" en "Addendum op Het kenbare noumenale", gjerutten.nl

dinsdag 4 december 2018

Longlist Socrates Wisselbeker

Mijn boek Het Retorische Weten heeft niet de longlist van de Socrates Wisselbeker gehaald. Mijn uitgever Leesmagazijn had het boek via email keurig aangemeld en toen men geen reactie kreeg ook nog een paar keer daarna.

Bij navraag onlangs stelde de organisatie dat ze geen van de emails ontvangen hadden. Zelf stond ik steeds op cc en bij mij waren de emails allemaal wel netjes aangekomen. Het email adres van de organisatie was verder ook goed. Buitengewoon teleurstellend dit.

dinsdag 13 november 2018

Gemoedsoverweging

Nu pas, na al die maanden en feitelijk zelfs jaren begrijp ik het. De diepe heroïsche pijn en eenzaamheid die met het dominus zijn gepaard gaat. Hoeder zijn. Uit-staan. Gevend en daarin zelf altijd een onvervulde leegte blijven voelen. Wetend dat het zo moet zijn. Dat dit lotsbeschikking is. Voor altijd.

vrijdag 19 oktober 2018

Een reactie op Matthijs van Nieuwkerk

Gisteren plaatste de EO op hun site een brief aan Matthijs van Nieuwkerk, waarin ze mijn reactie op het gesprek dat hij onlangs in De Wereld Draait Door had met kosmoloog Vincent Icke over het bestaan van God opnamen. Hieronder de volledige versie van die reactie.

Staan de oerknaltheorie en geloof in God haaks op elkaar? Beide staan zeker haaks op elkaar voor iemand die gelooft dat God de aarde in zeven dagen schiep. Want volgens de oerknaltheorie is de aarde 4.6 miljard jaar oud en bovendien geheel langs natuurlijke weg ontstaan.

Het punt is echter dat veel mensen die in het bestaan van God geloven helemaal niet geloven dat de aarde door God is geschapen. Laat staan dat God dat in zeven dagen gedaan zou hebben. En hier is niets mis mee. Je kunt namelijk prima geloven in het bestaan van God en tegelijkertijd geloven dat de aarde 4.6 miljard jaar geleden op geheel natuurlijke wijze ontstond.

Sterker nog, de oerknaltheorie levert juist een belangrijke aanwijzing op voor het bestaan van God. Laat het me kort uitleggen. Als God bestaat dan heeft God in ieder geval het universum geschapen. Dáár gaat het om. En dit sluit goed aan bij de oerknaltheorie. Die theorie vertelt ons immers dat het universum een begin heeft gehad. Het is 13.8 miljard jaar geleden begonnen te bestaan. Het universum is ontstaan en er dus helemaal niet altijd al geweest zoals men voor de ontdekking van de oerknal theorie vaak dacht.

Nu ontstaat niets uit niets. Iets komt altijd voort uit iets. Alles wat begint te bestaan, alles wat ontstaat, moet dus redelijkerwijs een of andere ontstaansoorzaak hebben. Maar dan moet er ook een oorzaak zijn voor het ontstaan van het universum.

Het universum is het geheel van alle materie, alle ruimte en alle tijd. De ontstaansoorzaak van het universum is dus tevens de ontstaansoorzaak van alle materie, alle ruimte en alle tijd. Wat kunnen we zeggen over deze oorzaak? De oorzaak van het universum kan niet materieel zijn. Het is immers de oorzaak van alle materie en niets veroorzaakt zichzelf. Niets veroorzaakt zichzelf omdat je er immers al moet zijn om jezelf te kunnen veroorzaken! Ook kan de oorzaak van het universum niet ruimtelijk zijn. Het is namelijk de oorzaak van alle ruimte en zoals gezegd veroorzaakt niets zichzelf. Om dezelfde reden kan de oorzaak van het universum ook niet in de tijd zijn. De ontstaansoorzaak van het universum is dus immaterieel (niet materieel), buitenruimtelijk (niet in de ruimte) en buitentijdelijk (niet in de tijd).

Meer dan tweeduizend jaar denkgeschiedenis heeft redelijkerwijs twee opties opgeleverd voor iets wat immaterieel, buitenruimtelijk en buitentijdelijk bestaat. Het gaat ofwel om abstracte informatie (zoals bijvoorbeeld getallen) ofwel om een immaterieel bewustzijn. Abstracte informatie kan echter niets veroorzaken. Het getal 4 bijvoorbeeld veroorzaakt niets! Maar dan blijft er redelijkerwijs maar één optie over: De oorzaak van het universum is een immaterieel bewustzijn. Zo komen we redelijkerwijs uit op het bestaan van een immaterieel bewust wezen dat de oorzaak is van het universum.

De oorsprong van het universum is dus géén materie en het is ook géén abstracte informatie. Het is een bewust wezen. Maar dit is precies wat de mensheid door de eeuwen heen God heeft genoemd! De oerknal theorie geeft ons dus inderdaad een prima reden om te denken dat God (opgevat als bewust wezen dat de oorsprong is van het universum) bestaat.

Met de exacte leeftijd van de aarde heeft dit alles dan ook helemaal niets te maken. Het argument dat ik hierboven geef - en dat juist een beroep doet op de oerknaltheorie (!) - maakt het bestaan van God op z’n minst plausibel. Het is dan ook alleszins redelijk om te denken dat God bestaat. Maar het is uiteraard geen onfeilbaar bewijs. Dit is echter geen probleem. Onfeilbare bewijzen vinden we eigenlijk alleen in de wiskunde en niet daarbuiten.

Maar als God bestaat, wie is deze God dan? Zijn er nog meer sporen te vinden die naar deze God verwijzen? Betreft het wellicht de God waarvan het christendom of een van de andere wereldreligies als sinds eeuwen getuigt? Of niet? Dit zijn natuurlijk interessante vervolgvragen. Daarop kan ik op een ander moment wellicht nog eens nader ingaan.

Tot slot nog dit. Tijdens de uitzending werd de terechte vraag van Matthijs naar de oorzaak van het ontstaan van het universum spitsvondig ontweken door op te merken dat er niets vóór de oerknal is geweest omdat de tijd zelf met de oerknal ontstond. Er is toch ook niets ten zuiden van de zuidpool? Natuurlijk is er niets ten zuiden van de zuidpool. En ook was er uiteraard geen tijd vóór de oerknal. De oerknal is immers het begin van de tijd. De tijd ontstond met het universum. Maar dit betekent niet dat het universum geen oorzaak heeft! Voor het bestaan van een oorzaak is het namelijk helemaal niet altijd vereist dat de oorzaak in de tijd aan het gevolg voorafgaat, zoals tijdens de uitzending ten onrechte werd gesuggereerd. Er zijn genoeg voorbeelden van oorzaken en gevolgen waarbij de oorzaak niet in de tijd aan het gevolg voorafgaat, zoals ik hier laat zien. Opmerken dat er geen ten zuiden van de zuidpool bestaat mag dan correct zijn en gevat klinken, het doet niets af aan het argument voor het bestaan van God dat ik hierboven geef.

Meer weten? Zie emanuelrutten.nl

vrijdag 12 oktober 2018

Het Retorische Weten II

Vanmiddag op een zonnig terras in de binnenstad van Amsterdam een mooi gesprek gehad met mijn uitgever Leesmagazijn. In juni 2019 verschijnt Het Retorische Weten II. Hierin worden mijn overige belangrijkste essays opgenomen - inclusief enkele zeer recente. Dit tweede en tevens laatste deel van Het Retorische Weten maakt het tot een uniek tweeluik.

woensdag 10 oktober 2018

Masterclass over Agambens denken over avontuur

Hoe avontuurlijk is jouw leven? En moet het avontuurlijk zijn? Ieder van ons heeft wel een bepaald beeld bij avontuur. Een avontuur is iets dat ons overvalt en waarin we meegenomen worden. We gaan erin op en worden als het ware door het avontuur gedragen. Het avontuur is grillig en toevallig. Het bestaat uit omzwervingen en omwegen. Maar welke rol speelt avontuur eigenlijk in ons leven? Deze en andere vragen komen aan bod in een nieuwe masterclass voor loz.nu die ik binnenkort zal geven over Giorgio Agambens denken over avontuur.

We bekijken gezamelijk hoe er in vroege tijden tegen het avontuur van ridders en andere helden werd aangekeken en hoe wij tegenwoordig in onze moderne hedendaagse samenleving omgaan met Vrouwe Aventura. Wat is een avontuur eigenlijk? Welke rol speelt de verteller en welke de held? Is avontuur onvermijdelijk een deel van ons leven? Of is wellicht het hele leven zelf als een avontuur te beleven? Is ons leven maakbaar? Dienen we anders gezegd ons leven als een kunstwerk te scheppen of moeten we ook oog hebben voor zaken die ons van buiten overvallen en waarop we geen invloed hebben? Wat is anders gezegd de rol van toeval, noodzaak en voorzienigheid in ons leven? Hebben we uberhaupt wel genoeg aandacht aan wat men vroeger Fatum of noodlot noemde?

Meer weten? Zie hier voor meer informatie.