woensdag 29 oktober 2014

Over de relatie tussen eros en philia (2)

De definitie tekst van mijn stuk over de relatie tussen eros en philia zoals deze in Tijdschrift voor Filosofie geplaatst wordt, is hier op mijn website beschikbaar.

Op de Ten Katemarkt

Het EO televisieprogramma Geloof & 'n Hoop Liefde waarin ik op het eind in mijn buurt in Amsterdam Oud-West wordt geïnterviewd door Herman Wegter over de relatie tussen geloof en wetenschap werd vandaag op NPO2 uitgezonden. Het is hier te bekijken.

maandag 27 oktober 2014

Lezing bij COIN over Quentin Meillassoux

Vanmiddag gaf ik voor de Contemporary Ontology Investigation Network (COIN) van de Universiteit van Amsterdam een lezing over de Franse filosoof Quentin Meillassoux. Het was een mooie middag met veel goede discussie's. Mijn lezing is inmiddels ook hier online beschikbaar.

zondag 26 oktober 2014

Nogmaals Markus Gabriel

Vorig jaar gaf de Duitse filosoof Markus Gabriel in München een TEDx lezing getiteld Why the World does not Exist. Daarin geeft hij twee argumenten voor zijn claim dat de wereld niet bestaat. Zoals ik eerder dit jaar in deze bijdrage heb betoogd, falen beide argumenten. Gisteren gaf Markus opnieuw een lezing. Dit keer op het brainwash festival in Amsterdam. En nu was ik bij zijn lezing aanwezig. Wederom trachtte hij te beargumenteren dat de wereld niet bestaat. Maar in plaats van een beroep te doen op de argumenten die hij in München gaf, schetste hij alleen maar een nogal vaag gedachten experiment over in een glas water levende kleine wezens. En al tijdens zijn betoog gaf hij toe dat dit experiment niet werkt.

Aan het eind van zijn lezing had hij dus nog geen argument voor zijn opzienbarende stelling gegeven. Toen ik hem na afloop van zijn lezing alsnog om een argument vroeg, deed hij nog steeds geen beroep op de argumenten die hij in München gaf. Hij gaf mij een ander argument. Dit argument gaat als volgt. Bestaan is géén eigenschap van dingen. Dit wordt sinds Kant door filosofen nagenoeg algemeen geaccepteerd. Bestaan moet dus iets anders zijn. Maar wat? De enige optie die overblijft, zou zijn dat bestaan 'tot de wereld behoren' betekent. Iets bestaat dan en slechts dan als het tot de wereld behoort. De stoel waarop ik zit bestaat omdat het tot de wereld behoort en als de zaal waarin wij ons gisteren bevonden tot de wereld behoort, dan bestaat die zaal. Tot zover lijkt er weinig aan de hand. Maar bestaat de wereld dan ook? Nee, dat is niet het geval. Want als de wereld zou bestaan, dan zou volgens genoemde definitie de wereld tot zichzelf moeten behoren. Maar het is onzinnig om te zeggen dat de wereld tot zichzelf behoort. We kunnen zeggen dat tafels en stoelen tot de wereld behoren, maar niet dat de wereld zelf tot de wereld behoort. Kortom, de wereld bestaat niet, aldus Gabriels derde argument.

Is dit argument in tegenstelling tot zijn eerdere twee argumenten wel overtuigend? Nee, zeker niet. In de eerste plaats is het, zoals ik in mijn eerdere bijdrage aangaf, nog maar de vraag of we 'bestaan' eigenlijk wel moeten definiëren. Bestaan kan een zogenaamde primitieve niet-nader-analyseerbare term zijn, en in dat geval faalt zijn argument. Ook is het denkbaar dat er een andere definitie van 'bestaan' gegeven kan worden. En dan faalt zijn argument ook.

Maar stel nu eens dat de door hem genoemde definitie van 'bestaan' de enige optie is. Slaagt zijn argument dan wel? Nee, ook dan niet. De wereld kan namelijk wel degelijk tot zichzelf behoren. In de verzamelingenleer behoort iedere verzameling als deelverzameling namelijk netjes tot zichzelf, en ook in de mereologie (de leer van delen en gehelen) ontstaat er geen enkel probleem indien we stellen dat ieder geheel een deel is van zichzelf. Het is dus helemaal niet absurd om te beweren dat de wereld tot zichzelf behoort.

En zelfs als dat wel absurd is, faalt zijn argument. Zijn argument gaat namelijk uit van de definitie van bestaan als 'behoren tot de wereld' en concludeert vervolgens dat de wereld niet bestaat. Maar als de wereld niet bestaat, dan kan er ook niets tot de wereld behoren. Er volgt dan dus dat er helemaal niets bestaat! En dat is een volstrekt absurde conclusie. Natuurlijk bestaat er iets, bijvoorbeeld Markus Gabriel of de stoel waarop hij gisteren zat. De conclusie van zijn argument moet in dit geval dus niet luiden dat de wereld niet bestaat, maar dat er iets mis is met zijn gekozen definitie van bestaan.

Kortom, vanwege alleen al deze drie redenen is het argument dat hij gisteren gaf al net zo onhoudbaar als de twee argumenten die hij eerder in München inbracht. We hebben dan ook geen reden om zijn onwaarschijnlijke claim dat de wereld niet bestaat te accepteren. Het was gisteren overigens wel een mooi festival, maar dat terzijde.

maandag 20 oktober 2014

Towards the meta-epistemic

According to realism there are minds and mind-independent objects. Minds can know these objects. Kantianism also has it that there are minds and mind-independent objects. But these minds cannot know these objects. Idealism asserts that there are only minds. Objects are mind-dependent constructions and known to be such. According to what I call here the epistemic stance there are minds. But we cannot get "outside" our minds. So we do not know whether there are mind-independent objects. And if there are such objects, we do not know whether they are similar to the objects grasped by our minds.

The position I am myself committed to I call here the meta-epistemic stance. According to this view the distinction between "minds" and "mind-independent objects", between the "inside" and the "outside", is itself only justified as a human-relative distinction. The world-in-itself might not even consist of a formal distinction between "minds" and "mind-independent objects". For all we know, the distinction between "inside" and "outside" might not even apply to the-world-in-itself. We will never be able to access the world-in-itself. Absolutely everything we say can only be justified as a claim about the world-for-us. Moreover, even the very distinction between the-world-for-us and the-world-in-itself is merely justified from within the-world-for-us from which we can never escape. I have developed this meta-epistemic stance in detail in various earlier texts.

zaterdag 18 oktober 2014

A puzzle regarding rationality

Consider the following thought experiment. Adam has been in a state of severe anxiety for years now. Recently he obtained overwhelming evidence that he is going to die if he does not get rid of his anxiety. He also has overwhelming evidence that the only way for him to acquire peace of mind is to believe that God does not exist. Now, suppose that Adam has in fact overwhelming evidence for God's existence. In an ultimate attempt to save his life he nevertheless starts to try to force himself psychologically to believe - contrary to the evidence - that God does not exist. After two weeks he finds himself in a state of believing that God does not exist. As a result he obtains the desired peace of mind and thus loses his anxiety. In this way he manages to save his life. Now consider the following question. Is Adam's believe that God does not exist rational?

Note: For the puzzle it doesn't matter if we would have assumed that Adam has overwhelming evidence for God's non-existence and for the fact that the only way for him to acquire peace of mind is to believe God exists.

dinsdag 14 oktober 2014

Een gespletenheid in het zielenleven?

In zijn boek Staat van verwarring: het offer van liefde analyseert Ad Verbrugge de toestand van de mens in onze sterk geïndividualiseerde en gevirtualiseerde consumptiemaatschappij. Hij laat zien dat de hedendaagse Westerse mens verward is en dat deze verwarring teruggaat op een gespletenheid in het zielenleven. De mens is enerzijds een gemeenschapswezen (gericht op philia) en anderzijds een transgressief wezen (gericht op eros). Verbrugge wil de eenheid in het mensenleven herstellen door eros en philia met elkaar te verzoenen. Twee verschillende pogingen tot verzoening lopen in zijn boek echter voortdurend door elkaar heen. Volgens de eerste is transgressie, zelfverlies door grensoverschrijding, cruciaal om de maatschappelijke orde, de sfeer van de philia, te bekrachtigen en vitaliseren. Volgens de tweede vitaliseert eros de orde niet door grensoverschrijdend zelfverlies, maar zorgt zij voor hechte binding door toewijding en vormende discipline. Beide aspecten van eros (transgressie en intensivering) kunnen in één ongedeelde eros samengaan omdat momenten van extatisch zelfverlies door de tijd heen steeds afgewisseld worden door momenten van intensiverende concentratie. Het is deze gedynamiseerde eros die vervolgens door Verbrugge wordt ingebed in een bestendig leven van duurzame relationele liefde. Hoewel op deze manier inderdaad de verwarring in de menselijke ziel overwonnen lijkt te kunnen worden, kan Verbrugge’s helende benadering ook leiden tot een miskenning van juist het negatieve, het atopische, van de eros. Het lijkt er dan ook op dat hij met zijn vereniging van eros en philia uiteindelijk te weinig recht doet aan eros als werkelijk ontregelende negatieve kracht. Waar het negatieve primair wordt begrepen als een weg naar verzoening, waar de ongrijpbare en onvoorspelbare breuk met de harmonische orde uit beeld verdwijnt, lijkt niet werkelijk sprake te zijn van eros.