zondag 12 januari 2020

The Modal-Epistemic Argument Undefeated: Reply to Wintein

Recently, Stefan Wintein published an article in which he presents four objections to my modal-epistemic argument for the existence of God. His first objection is an alleged counterexample to the argument’s first premise, and the second objection is an alleged counterexample to the argument’s second premise. Wintein’s third objection attempts to show that the modal-epistemic argument is circular. Finally, the fourth objection is a parody objection. In a new paper, I show that Wintein’s four objections all fail. The paper can be found here.

A profound question

A well-known distinction that has been with us from the beginning of discourse is that between concrete and abstract objects. Now, are there any abstract objects? That is to say, is ‘the abstract’ an instantiated category of being? Or should we hold that only concrete objects exist? Are there no abstract objects?

Famously Plato provided a negative answer to this latter question. He reified or hypostatized the abstract. Whereas medieval nominalists later on famously argued that abstract objects do not exist. I believe we have no choice but to accept the existence of abstract objects.

For there being such objects is an immediate entailment from the conclusion of the semantic argument I developed some time ago (short version here and long version here). The conclusion of my semantic argument has it that there are no universal properties. So the property of being concrete is not universal. But then not all objects are concrete. There are abstract objects. Abstract objects exist and thus the abstract is indeed instantiated. Plato was surely right to hypostatize it.

The question of how concrete and abstract objects interact becomes therefore quite relevant. If there are abstract objects, if they are part of reality or being, how then are they ontologically related to concrete ones? Is there any metaphysical relation at all between them? This is a profound and important philosophical question indeed. A question perhaps even part of philosophia perennis.

zaterdag 11 januari 2020

Opzet collegereeks Symbolische leven 1

Binnenkort zal ik voor de master Filosofie van cultuur en bestuur aan de Vrije Universiteit wederom een collegereeks verzorgen voor het vak Symbolische leven 1. De inhoud komt overeen met twee jaar geleden en is hieronder weergegeven. Interesse? Benader mij op e.rutten@vu.nl.

Doelstelling
Doel van deze reeks is om studenten in staat te stellen cultureel-historische transformatieprocessen betekenisvol te duiden en te doordenken. Zo kan een adequaat begrip worden ontwikkeld van maatschappelijke veranderingsprocessen. Meer specifiek verkrijgt de student inzicht in de doorwerking van zinperspectieven en bepalende symbolen (zoals religieuze en seculiere sacraliteit) in onze cultuur en het persoonlijke leven.

Inhoud
Reflectie op zinperspectieven
Wat zijn zinperspectieven en hoe beïnvloeden ze onze blik op de wereld? Cultureel-historische processen gaan dikwijls gepaard met een verschuiving van zinperspectief. In dit eerste gedeelte van de reeks zullen we ingaan op wat zinperspectieven of wereldbeelden zijn en hoe deze zinvol doordacht kunnen worden. Hierbij kijken we naar de verschillende aspecten van een wereldbeeld, zoals een cognitief-theoretisch beeld van de wereld en de plaats van de mens daarin, een normatief-praktische visie op wat voor de mens het goede leven is, en een bepaalde grondstemming die bepaalt hoe de wereld innerlijk gevoelsmatig wordt beleefd.

Doordenking van krachtige symbolen uit onze cultuurtraditie
Tot de meest krachtige symbolen van onze cultuurtraditie behoren ongetwijfeld de symbolen die samenhangen met het religieuze, het sacrale of het heilige, het numineuze en het sublieme of het verhevene. Ze spelen in welhaast ieder zinperspectief een bepaalde constitutieve rol. In dit tweede gedeelte zullen we aan de hand van denkers als Longinus, Burke, Kant, Lyotard, Otto en Bataille ingaan op de betekenis en fenomenologie van deze symbolen en hun onderlinge relaties. Daarbij zal ook stilgestaan worden bij hun constitutieve rol voor zowel religieuze als seculiere wereldbeelden. Afsluitend doordenken we de hieraan gerelateerde thematiek van eros en philia.

Literatuur
1. Syllabus (beschikbaar op canvas voor ingeschreven studenten)
2. Rutten, Emanuel, Het Retorische Weten, Uitgeverij Leesmagazijn, 2018
3. Rutten, Emanuel, Overdenkingen, Uitgeverij Stad op een berg, 2017

Rooster
Avondcollege 3 maart
1. Over de rationele rechtvaardiging van Godsgeloof
2. De blinde vlek in het religiedebat. Op zoek naar een adequaat rationaliteitsbegrip voor het beoordelen van de redelijkheid van wereldbeelden
3. Het hervinden van ons authentieke zelf: Charles Taylor over de malaise van de moderniteit
4. Niet-feitelijke en niet-epistemische waarheden en relatie met de-wereld-voor-ons
5. Goddelijke verheffing of spel van vrees en lust? Het sublieme bij Longinus, Burke en Kant
6. Over het verhevene bij Longinus en haar verhouding tot alternatieve concepties van het sublieme (VIII-XI)
7. Toelichting op "Over het verhevene bij Longinus"

Avondcollege 10 maart
8. Over het verhevene bij Longinus en haar verhouding tot alternatieve concepties van het sublieme (geheel)
9. Over het sublieme bij Longinus en Burke
10. Kant over het mathematisch verhevene
11. Stellingen over het sublieme bij Kant
12. Het Longiniaans sublieme
13. Over De rode boom van Mondriaan
14. Over het heilige bij Otto
15. Over het Goddelijke bij Georges Bataille (I-IX)

Avondcollege 31 maart
16. Over het Goddelijke bij Georges Bataille (geheel)
17. Stellingen over het heilige bij Bataille
18. Over de relatie tussen eros en philia in Ad Verbrugges Staat van Verwarring
19. Over Marc De Kesels "Goden breken"

Avondcollege 7 april
20. Over het begrip ‘aura’ in Walter Benjamins kunstwerkessay
21. De vraag naar het lijden
22. De amoureuze liefde: een innerlijke explicatie

Toetsing
De collegereeks zal worden afgesloten door een schriftelijke toets.

Schrijfopdracht
De schrijfopdracht dient uit maximaal 1500 woorden te bestaan en uitgeprint te worden ingeleverd. Dit is vereist om aan de toets te kunnen deelnemen. Vermeld op de uitdraai naam, studienummer en het aantal woorden. Ga nadrukkelijk in op één of meerdere van de opgegeven teksten en kies voor één van onderstaande onderwerpen:

1. kritiek of aanvulling op de besproken wijze van het redelijk evalueren van wereldbeelden,
2. kritiek of aanvulling op een besproken denker over het sublieme, sacrale of auratische,
3. onderling inhoudelijk vergelijk van twee denkers over het sublieme, sacrale of auratische,
4. reflectie op (i) een concrete persoonlijke ervaring, (ii) een bepaald type ervaring of (iii) een bekend kunstwerk of ander (type) object vanuit één van de besproken concepties van het sublieme, sacrale of auratische,
5. kritiek of aanvulling op de tekst "Over de relatie tussen eros en philia in Ad Verbrugges Staat van Verwarring", "De vraag naar het lijden" of "De amoureuze liefde: een innerlijke explicatie".