Posts tonen met het label Thomas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thomas. Alle posts tonen

donderdag 24 september 2026

Goed handelen als ontologisch handelen

In zijn boek Horror metaphysicus (Kok Agora 1989) schetst Kolakowski een interessante gedachte die ik hier nader uitwerk. Volgens Thomas vallen het goede en het zijn samen, zodat het kwade, zoals Augustinus leert, de afwezigheid is van het goede. Maar dan levert een vrije creatieve menselijke handeling waarin een nieuw goed tot stand wordt gebracht een zijnsvermeerdering op. En als God de grond en volheid van het zijn is, dan vermeerdert zo'n goede handeling zelfs Gods zijnsuitdrukking. Hier volstaat elk voorbeeld van een goede handeling. Zijn en God worden geïmpliceerd in iedere goede handeling. De gedachte is dan ook dat ethisch handelen niet alleen ethische gevolgen heeft voor de betrokkenen, maar ook ontologische gevolgen heeft voor het zijn als zodanig en daarmee zelfs voor God zelf. De overweging die ik inbreng is logisch conditioneel. Als het goede en het zijn convertibel zijn, zoals de Thomistische transcendentalialeer veronderstelt, en als God de diepte is van het zijn, ongeveer op de wijze zoals Paul Tillich God en zijn verbindt, dan zal een goede handeling invloed hebben op het zijn en daarmee op God als uitdrukking daarvan. Dienen we beide premissen te accepteren? Dat is een andere vraag.

zaterdag 13 maart 2010

Een duiding van de door het evangelie van Thomas geïmpliceerde metafysica

Er zijn veel verschillende interpretaties gegeven van de metafysica zoals die in het evangelie van Thomas naar voren komt. In deze bijdrage zal ik mijn duiding bespreken van de door het evangelie van Thomas veronderstelde metafysica. Hierbij baseer ik mij louter op hetgeen in de tekst zelf naar voren komt.

De (hele) mens is een beeld [83(a),84,85]. Precies omdat de mens uit een ziel en een lichaam bestaat, moeten we zowel de ziel als het lichaam beschouwen als afbeeldingen van een goddelijk archetype. Deze goddelijke arche is de Vader. De mens is dus beeld van de Vader. Hetzelfde geldt voor haar ziel en lichaam.

De ziel van de mens is echter (in tegenstelling tot het lichaam) niet louter een afbeelding ofwel een beeld van de Vader. De ziel van de mens is immers (in tegenstelling tot het lichaam) deel van het licht van de Vader [50(a),24(b),61]. Dit licht van de Vader moet formeel onderscheiden worden van de Vader zelf [83(b)]. De ziel is bevat in het licht van de Vader en dus in een bepaald opzicht (in tegenstelling tot het lichaam) goddelijk. Hieruit volgt echter niet dat de ziel ook een deel van de Vader zelf is. Zó goddelijk is de menselijke ziel nu ook weer niet. De ziel van de mens is weliswaar bevat in het licht van de Vader, maar niet in de Vader zelf. Participeren in ofwel deelhebben aan het licht van de Vader is niet hetzelfde als opgenomen zijn in de Vader zelf.

Op deze manier wordt in het evangelie van Thomas afstand genomen van de idee dat de mens alléén maar een beeld is van de Vader (zoals Adam volgens Genesis). Tegelijkertijd veronderstelt het evangelie niet dat de ziel goddelijk is omdat zij in de Vader bevat zou zijn. Het evangelie van Thomas neemt aan dat de ziel beeld is van de Vader en bovendien deel is van het licht van de Vader. Dit is geen contradictie omdat de Vader onderscheiden wordt van zijn licht. Volgens Jezus is er echter wel sprake van 'een teken van aanwezigheid van de Vader in de mens' [50(c)]. Dit teken moet dan wel het licht van de Vader zijn 'dat zowel in beweging als rust is' [50(c)].

En de status van Jezus? Jezus lijkt te moeten worden geïdentificeerd met het alomtegenwoordige licht [77(a)]. Jezus is het licht van de Vader en dus niet gelijk aan de Vader zelf. We moeten Jezus formeel onderscheiden van de Vader. Dit sluit natuurlijk aan bij de gedachte dat hij de Zoon is van de Vader [37,99,100,61(b)] en daarom inderdaad onderscheiden moet worden van de Vader zelf. Het past ook goed bij Jezus' uitspraak "Ik ben het licht der wereld" in het evangelie van Johannes. Als zijnde het licht van de Vader is Jezus overal buiten ons aanwezig [77(b)]. Jezus is ook in ieder van ons aanwezig omdat de menselijke ziel een deel is van het licht van de Vader en dus van Jezus. De Vader is in tegenstelling tot Jezus niet overal aanwezig. Dit wordt althans nergens in het Thomas evangelie gesuggereerd. Dat de Vader zelf niet overal aanwezig is past goed bij het gemaakte onderscheid tussen de Vader (als hoogste transcendente oorsprong) en zijn (alomtegenwoordige) licht. Het past ook goed bij de gedachte dat het evangelie van Thomas niet pantheïstisch kan zijn omdat de wereld van de mensen als een lagere of mindere plaats wordt beschouwd [56].

Verder is Jezus als zijnde het licht van de Vader ook het werkzame beginsel waaruit de wereld voortkwam [77(a)]. De 'zichzelf gelijkblijvende' [61(b)] Vader heeft de taak van het voortbrengen van de wereld dus blijkbaar aan zijn Zoon overgelaten. Dit sluit aan bij Griekse filosofische opvattingen volgens welke de wereld niet rechtstreeks door God, maar door de logos geproduceerd wordt. Het licht van de Vader (ofwel Jezus als Zoon van de Vader) staat vanuit dit perspectief dus op hetzelfde niveau als de goddelijke logos. Dat de ziel van de mens deel is van het licht van de Vader impliceert in dat geval dat de mens als lichtwezen tevens logoswezen (zoön logicon) is.

Tot slot het Koninkrijk. Er wordt gesproken over het Koninkrijk ván de Vader [113]. Het lijkt erop dat we het Koninkrijk van de Vader moeten vereenzelvigen met Jezus [82] en dus met het licht ván de Vader. Inderdaad is volgens Jezus niet alleen hijzelf [77(b)], maar ook het Koninkrijk overal buiten en in ons aanwezig [3(a)]. Dit kan zoals besproken van de Vader niet gezegd worden.