Posts tonen met het label wereldgrond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wereldgrond. Alle posts tonen

zaterdag 9 december 2023

Een vijfvoudige bepaling van de oorsprong

Er zijn vijf voorwaarden waaraan iets moet voldoen om oorsprong van de wereld te zijn: (a) het moet actief scheppend zijn, (b) het kan van niets buiten zichzelf afhankelijk zijn en moet dus volkomen onafhankelijk oftewel vrij zijn, (c) het moet enkelvoudig en niet samengesteld zijn omdat aan iedere veelheid een diepere eenheid vooraf gaat, (d) het kan niet lijken op een structuur die voor de hand liggende alternatieven toelaat omdat anders onmiddellijk de onbeantwoordbare vraag gesteld kan worden waarom dan niet een van die alternatieven de oorsprong van de wereld is, en (e) het kan niet zintuiglijk voorstelbaar zijn, omdat de afwezigheid van iets voorstelbaars ook voorstelbaar en dus redelijkerwijs mogelijk is, terwijl het onmogelijk is dat de oorsprong van de wereld niet bestaat. Wat is tegelijkertijd scheppend, vrij, enkelvoudig, alternatiefloos en onbepaald? Dit kan alléén geest zijn. Geest is de zijnsgrond.

vrijdag 7 oktober 2022

Aanwijzingen voor en kenmerken van Gods bestaan - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2022-5)

We kunnen op grond van twee overwegingen inzien dat het redelijk is om te denken dat de oorsprong van de wereld een bewust wezen is en dus dat God bestaat. De eerste overweging vertrekt vanuit de wereld en omvat negen aanwijzingen: (1) het geheel van alle ruimte, alle tijd en alle materie heeft een absoluut begin gehad en is dus gegrond in een onstoffelijke, buitenruimtelijke en buitentijdelijke oorsprong, (2) we leven op de rand van een scheermes omdat er geen leven ontstaan zou zijn indien een of meerdere van de natuurconstanten een iets andere waarde gehad zou hebben, (3) het boek van de natuur is op sublieme wijze in de taal van de wiskunde geschreven, (4) de wereld bezit een rationele structuur die wij succesvol kunnen doorgronden, (5) er is bewustzijn dat niet tot materie herleidbaar is, (6) er is vrije wil dat niet tot natuuroorzaken herleidbaar is, (7) we bewonen een moreel universum waarin sommige zaken werkelijk goed en andere werkelijk kwaadaardig zijn, (8) alle positieve eigenschappen blijken logisch combineerbaar, zodat een wezen dat ze allemaal bezit niet alleen logisch mogelijk is, maar ook bestaat omdat 'noodzakelijk bestaan' een positieve eigenschap is, en (9) er bestaan geen universele eigenschappen, zodat de oorsprong van de wereld radicaal vrij is en dus redelijkerwijs gegrond is in een bewust wezen. Deze aanwijzingen maken gezamenlijk het bestaan van God waarschijnlijk.

De tweede overweging vertrekt direct vanuit de wereldgrond. Welke kenmerken moet de oorsprong van de wereld hebben om de oorsprong van de wereld te kunnen zijn? Ik noem er vier: (a) de oorsprong van de wereld moet in elk geval actief scheppend zijn, (b) de oorsprong van de wereld kan van niets buiten zichzelf afhankelijk zijn en moet dus volkomen onafhankelijk oftewel vrij zijn, (c) de oorsprong van de wereld moet enkelvoudig en niet samengesteld zijn omdat aan iedere veelheid een diepere eenheid vooraf gaat, (d) de oorsprong van de wereld kan niet lijken op een structuur die voor de hand liggende alternatieven toelaat omdat anders onmiddellijk de onbeantwoordbare vraag gesteld kan worden waarom dan niet een van die alternatieven de oorsprong van de wereld is. Op grond van deze vier kenmerken vallen informatie en materie af. Alleen bewustzijn oftewel geest voldoet eraan, zodat de oorsprong van de wereld geen materie of informatie is, maar een bewust wezen, en opnieuw volgt dat God bestaat.

Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

vrijdag 6 februari 2015

Bijdrage RD zaterdag 7 februari: Is de oorsprong van de wereld geest of stof?

Heeft de wereld een absolute oorsprong? En zo ja, wat is dan die wereldgrond waarop alles wat bestaat in laatste instantie teruggaat? Atheïsten die een oorsprong van de wereld aannemen stellen vaak dat deze wereldgrond niet geestelijk, maar materieel van aard is. Vanuit de waardenleer kan beargumenteerd worden dat de wereldgrond echter niet materieel maar geestelijk is.

Onlangs verscheen het boek ‘En dus bestaat God. De beste argumenten’ dat ik samen met Jeroen de Ridder schreef. In dit boek geven we argumenten voor het bestaan van God. God wordt daarbij opgevat als een bewust wezen dat de oorsprong is van de wereld. Ons boek bevat ook enkele argumenten die ik eerder in mijn proefschrift ontwikkelde. Één daarvan maakt gebruik van uitspraken over waarden. Waardenleer wordt ook wel axiologie genoemd. Het argument noemde ik daarom het axiologisch argument.

Het vertrekt vanuit de gedachte dat de wereld een oorsprong moet hebben. Er moet iets zijn waarin de hele wereld uiteindelijk gegrond is, waarop alles wat bestaat tenslotte teruggaat. En inderdaad, voor ons als mensen is het lastig om ons een wereld zonder laatste dragende grond voor te stellen. Immers, een wereld waarin alles wat bestaat afhankelijk is van iets anders, zonder einde, dat is een grondeloze in het niets wegzinkende wereld. Het is dan ook niet onredelijk om te denken dat er een eerste oorzaak van de wereld moet zijn.

Als doel behandelen
Maar is deze absolute wereldgrond, deze eerste oorzaak van de wereld, een levenloos ding of een bewust wezen? Atheïsten die op zich nog wel bereid zijn om het bestaan van een eerste oorzaak van de wereld te accepteren, zullen vaak beweren dat deze wereldgrond niet geestelijk, maar materieel van aard is. Het axiologisch argument geeft ons echter een goede reden om te denken dat de eerste oorzaak van de wereld een bewust wezen is en geen levenloos ding.

Hoe gaat het in zijn werk? We gaan er gewoonlijk vanuit dat dingen en personen een waarde hebben en dat we in bepaalde gevallen redelijkerwijs kunnen zeggen dat iets een hogere of juist een lagere waarde heeft dan iets anders: een mens is meer waard dan een mier, de Nachtwacht van Rembrandt meer dan een koolstofatoom. Welnu, het lijkt niet onredelijk te stellen dat de absolute grond van de wereld een waarde heeft die in elk geval niet lager is dan de waarde van één enkel individueel mens.

Nu stelt de filosoof Kant terecht dat ieder mens als autonoom, vrij en zelfbewust wezen, behept met rede, gevoel en wil, een waarde heeft die boven dat van onbewuste, levenloze dingen uitgaat. Dit vormt de grondslag voor zijn beroemde morele stelregel, volgens welke we zo moeten handelen dat we mensen nooit alleen als middel, maar altijd ook als doel behandelen. We moeten mensen altijd tegelijkertijd ook als doel behandelen precies omdat zij als bewuste vrije autonome wezens meer waard zijn dan levenloze onbewuste voorwerpen.

Als nu de wereldgrond een onbewust levenloos ding zou zijn, dan zou de waarde ervan dus lager zijn dan dat van een enkel mens, en dit is in tegenspraak met wat ik hiervoor noemde, namelijk dat de wereldgrond niet een waarde kan hebben lager dan die van één enkel mens.

De wereldgrond kan daarom geen onbewust ding zijn. Nu is alles wat bestaat een onbewust ding of een bewust wezen. Maar dan moet de grond van de wereld een bewust wezen zijn. De wereldgrond is daarom geen iets, maar een iemand. Wie het dus redelijk vindt om te denken dat er een absolute oorsprong van de wereld is, heeft een goede reden om te denken dat deze oorsprong een bewust wezen is, zodat volgt dat God bestaat.

Objectief
Tot slot nog een kanttekening. Volgens Kant zijn waarden geen objectieve eigenschappen die los bestaan van mensen. Waarden worden steeds door mensen toegekend en zijn dus afhankelijk van de mens als waarderende instantie. Los van menselijke wezens die waarden toekennen kan dan ook niet van waarden gesproken worden. Levert dit geen probleem voor het argument op? Wordt er ten onrechte een metafysische conclusie getrokken op grond van niet objectief bestaande waarden?

Dit is echter niet het geval. In de eerste plaats is het argument niet gebonden aan genoemd aspect van Kants waardenleer. We kunnen uitgaan van het bestaan van objectieve waarden, dus waarden onafhankelijk van de mens als waarderende instantie, zolang deze aanname maar expliciet vermeldt wordt. Bovendien treedt er hoe dan ook geen probleem voor het argument op. Er geldt, vanuit de waarderende mens gedacht, immers nog steeds dat de waarde van vrije autonome bewuste wezens groter is dan die van onbewuste levenloze dingen. Evenzo geldt ook vanuit de waarderende mens gedacht dat de absolute grond van de wereld in elk geval geen lagere waarde heeft dan één enkel mens, zodat de conclusie dat de oorsprong van de wereld een bewust wezen is alsnog volgt.

Dr. ir. Emanuel Rutten is als onderzoeker verbonden aan het Abraham Kuyper Centrum voor Wetenschap en Religie van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Heeft u een vraag voor deze rubriek of wilt u reageren? weerwoord@refdag.nl

zaterdag 28 juli 2012

Een disjunctief syllogisme

In deze bijdrage vragen wij naar de wereldgrond. Dat er een wereldgrond moet zijn lijkt evident, al was het maar als transcendentale conditie van ons denken. Er moet redelijkerwijs uiteindelijk een metaphysical ultimate zijn, iets waarop alles wat bestaat in laatste instantie teruggaat. Maar wat is haar aard? Is de wereldgrond een onbewust levenloos object of een bewust, al dan niet vrij, subject? Ik werk hieronder beknopt een disjunctief syllogisme uit met als conclusie dat de wereldgrond een noodzakelijk bestaand, bewust en vrij subject moet zijn welke op grond van een vrije wilsact de wereld voortbracht.

Stap 1 In ieder geval is de oorsprong van de wereld niet ‘niets’. Immers, ex nihilo nihil fit, uit ‘niets’ kan niet iets voortkomen.

Stap 2 De grond van de wereld kan ook geen abstract object zijn. Abstracte objecten, zoals getallen of proposities, zijn immers causaal inert. Zij kunnen eenvoudigweg niets concreets veroorzaken.

Stap 3 De oorsprong van de wereld moet dus een concrete entiteit omvatten. Is de wereldgrond dan wellicht een noodzakelijk bestaande concrete entiteit dat op grond van noodzakelijke wetmatigheden de wereld noodzakelijkerwijs voortbrengt? In dat geval zou de kosmos zelf ook noodzakelijk moeten zijn. De kosmos is echter evident contingent omdat zij uit totaal andere soorten deeltjes met volstrekt andere eigenschappen had kunnen bestaan. Deze derde mogelijkheid valt dus ook af.

Stap 4 Is de oorsprong van de wereld dan misschien een noodzakelijk bestaande concrete entiteit dat op grond van contingente wetten de wereld veroorzaakt? Dit is echter evenmin mogelijk omdat wetten die supervenieren op één of meerdere noodzakelijk bestaande concrete entiteiten zelf ook noodzakelijk zijn en dus helemaal niet contingent kunnen zijn.

Stap 5 Is de oorsprong van de wereld dan wellicht een contingente of noodzakelijk bestaande concrete entiteit dat op grond van bruut toeval de wereld veroorzaakt? Ook dit is niet mogelijk. Volgens het beginsel van voldoende reden moet er namelijk een verklaring zijn voor het veroorzaken van de wereld door de wereldgrond. Deze verklaring kan alleen in de wereldgrond zelf liggen omdat de wereldgrond niet de grond van de wereld kan zijn wanneer deze verklaring buiten de wereldgrond zelf gezocht zou moeten worden. De wereldgrond dient als ultieme grond van de wereld dus zelfverklarend te zijn. Maar dan valt bruut toeval af. Bruut toeval is namelijk niet zelfverklarend. Bovendien kan uitvoerig betoogd worden dat bruut toeval geen werkelijk bestaand aspect van de werkelijkheid is. Wat wij toeval noemen wordt slechts veroorzaakt door onze beperkte epistemische vermogens. Zo is het bijvoorbeeld in beginsel mogelijk om precies uit te rekenen op welke kant een geworpen dobbelsteen terecht komt indien we vooraf exact weten wat de windsnelheid is, de hoogte van de dobbelsteen boven de grond, de hoek van wegwerpen, de beginsnelheid van de dobbelsteen, etc. Van bruut toeval in objectieve zin is dus helemaal geen sprake. En we kunnen laten zien dat precies hetzelfde kan gelden voor de wiskundige vergelijkingen van de kwantummechanica.

Stap 6 Is de oorsprong van de wereld dan mogelijkerwijs een contingente concrete entiteit dat op grond van contingente wetten de kosmos veroorzaakt? Nee, ook dit kan niet het geval zijn. Contingente wetten zijn als mathematische wetenschappelijke beschrijvingen van specifieke regelmatigheden, samen met arbitraire beginvoorwaarden, namelijk evenmin zelfverklarend. Deze specifieke wetmatigheden en initiële condities hadden immers volstrekt anders kunnen zijn.

Stap 7 De enige optie voor de wereldgrond die overblijft is dan dat een contingente of noodzakelijk bestaande entiteit op grond van een vrije wilsact de wereld voortbrengt. Een vrije wilsact is namelijk, wanneer we uitgaan van Libertarianism, zelfverklarend. Nu is echter een contingente concrete entiteit zelf niet zelfverklarend. De entiteit in kwestie had er immers niet hoeven zijn. We concluderen dus dat de wereldgrond een noodzakelijk bestaande entiteit moet zijn welke de wereld voortbracht op grond van een vrije wilsact.

Stap 8 De grond van de wereld is dus een noodzakelijk bestaand en vrij subject. Nu verondersteld vrijheid bewustzijn. Een onbewust subject kan niet vrij zijn. De wereldgrond is dus een noodzakelijk bestaand, bewust en vrij subject. Maar dat is wat wij allen God noemen, zou Thomas van Aquino terecht zeggen.