zaterdag 26 september 2026

Is natuurlijke selectie onbarmhartig?

Een bekend probleem van natuurlijke selectie voor het christendom is dat dit mechanisme onbarmhartig zou zijn en dus moeilijk te rijmen valt met een liefdevolle barmhartige God. Maar is hier werkelijk sprake van een probleem? Het beginsel dat organismen die het meest aan hun omgeving zijn aangepast de grootste kans hebben om te overleven en dus eerder nakomelingen zullen krijgen dan organismen die minder of niet aangepast zijn, lijkt bij nader inzien een tautologie. Het lijkt anders gezegd een analytische bewering te betreffen. Maar als het gaat om een conceptuele waarheid, dan is dit selectieprincipe a priori noodzakelijk waar. Het kan niet anders dan waar zijn. Want in elke mogelijke wereld zal uiteraard degene die het meest aan zijn omgeving is aangepast de grootste overlevings- en dus voortplantingskans hebben.

Het beginsel van natuurlijke selectie is daarmee vergelijkbaar met andere conceptuele en dus a priori noodzakelijke waarheden, zoals dat een gegeven oppervlak niet tegelijkertijd geheel rood en geheel groen kan zijn of dat niets een ondoordringbaar oppervlak kan doordringen. Zelfs God is aan dergelijke analytische waarheden gehouden, daar is niets onbarmhartigs aan.

Hetzelfde is wellicht het geval voor het evolutionaire principe van overeenkomstige nakomelingen. Overeenkomst bij nakomelingen lijkt immers eveneens conceptueel onvermijdelijk. Nakomelingen moeten voldoende op hun ouders lijken om überhaupt over voortzetting van dezelfde levensvorm te kunnen spreken. Tenslotte is misschien iets soortgelijks het geval bij het derde en laatste principle van evolutie, namelijk variatie. Variatie in nakomelingen mag dan geen conceptuele waarheid zijn, maar het is mogelijk wel metafysisch onvermijdelijk indien bij iedere reproductie in de materiële werkelijkheid hoe dan ook onvermijdelijk zo nu en dan kopieerfouten optreden.

Geen opmerkingen: