maandag 12 september 2016

Goedbedoelende progressieve seculieren

Zonder het zelf te beseffen verdedigen veel goedbedoelende progressieve seculieren allerlei waarden die van origine diep christelijk zijn. Zo gaat het onderscheid tussen kerk en staat rechtstreeks terug op uitspraken van Jezus zelf: "Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en geef aan mijn Vader wat mijn Vader toekomt". Deze uitspraak deed hij in een paradigmatisch politieke context, namelijk die van de vraag of we wel of geen belasting aan de staat moeten betalen. Dat het christendom kerk en staat niet wil vermengen blijkt ook al uit het feit dat Jezus voortdurend leert dat het koninkrijk van zijn Vader niet van deze wereld is en niet mag worden verward met wereldse koninkrijken hier op aarde. Het gaat in het christendom niet om het willen overnemen van de politieke macht.

Verder laat Charles Taylor in zijn werk zien dat het christendom aan de basis staat van de innerlijkheid en vrijheid van het moderne subject. Kants subject heeft dan ook ten diepste een christelijke oorsprong. Gianni Vattimo wijst er daarnaast op dat het christendom uniek is in die zin dat zij de door God geïnspireerde caritas op de plaats heeft gezet van de waarheid. En Alain Badiou betoogt bijvoorbeeld in zijn studie 'Paulus' dat met het christendom voor het eerst een vorm van universalisme in de wereld kwam dat maximaal inclusief is. Het doorkruist alle specifieke situationele verschillen. Zo zegt Paulus: "Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus."

Veel waarden van genoemde goedbedoelende seculieren, zoals aandacht voor vrije individuele zelfexpressie, respect voor andere volken en culturen, zorg voor de behoeftigen en zwakken, vergevingsgezindheid, emancipatie en kosmopolitisme zijn hier op terug te voeren. De toevoeging 'goedbedoelend' is overigens niet onbelangrijk. Er zijn namelijk ook progressieve seculieren die het christendom beschimpen en dus niet goedbedoelend zijn. Zij verdedigen dit soort waarden niet werkelijk, maar slechts in naam.

Vaak beschimpen ze overigens niet eens het christendom zelf, maar iets wat ze ten onrechte voor het christendom aanzien. En dat is niet hetzelfde. Hun blik wordt zogezegd door ondoordachte vooroordelen en gebrek aan openheid en kennis vertroebeld. Maar ook dat staat reeds op gespannen voet met genoemde waarden.

13 opmerkingen:

Arno zei

Beste Emanuel,

Je betoogt dat het principe van scheiding tussen kerk en staat in de bijbel wordt genoemd. Maar hoe moet ik dan Romeinen 13 interpreteren?

"Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen. Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen. Zij staat immers in dienst van God, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, wees dan bevreesd; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in de dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft."

Bij een goede scheiding tussen kerk en staat doet de kerk bijvoorbeeld geen stemadvies. Ik lees hier wel een stemadvies: De overheid is goed, want de overheid staat in dienst van God.

Met dat laatste wordt zelfs een innige band tussen de overheid en God beschreven. Niet iets wat ik een scheiding zou willen noemen; eerder een huwelijk. De overheid aangesteld door God, en in dienst van God als een soort uitvoerende macht.

On a personal note : Ik ben pacifist en heb om die redenen vervangende dienstplicht gedaan. Op straat kwam ik in die tijd een gelovige jongen tegen die mij wilde bekeren. Hij vertelde dat de bijbel hem hielp in het dagelijks leven. Ik legde hem mijn situatie uit. En dat ik niet begreep waarom zoveel christenen gewoon in militaire dienst gingen, terwijl in mijn ogen Jezus ook een pacifist was. Jezus die het had over "heb je vijanden lief", Jezus die het had over "de andere wang toekeren", Jezus die, toen de Romeinen hem kwamen arresteren, het afkeurde dat Petrus een zwaard trok. Na deze inleiding vroeg ik hem : als ze jou zouden oproepen voor militaire dienst, wat zou jij dan doen. Hij antwoordde dat hij dan gewoon in dienst zou gaan. Op mijn vraag "maar waarom?" antwoordde hij "Je moet de keizer geven wat des keizers is".

Jij wil misschien zien dat "je moet de keizer geven wat des keizers is" een scheiding tussen kerk en staat is, maar ik zie dat niet zo duidelijk. Zijn geloof verteld hem dat hij altijd moet doen wat de overheid van het verlangt. Hij werd vanuit zijn geloof niet vrij gelaten om te kiezen.

Emanuel Rutten zei

Beste Arno,

Die passage gaat uit van de veronderstelling dat we met een adequate of goede overheid te maken hebben, hetgeen dan een stand van zaken is die door God niet alleen geduld maar zelfs gewild wordt. Een dergelijke overheid dient geaccepteerd en gehonoreerd te worden, ook al zou deze niet - of zelfs helemaal niet - gericht zijn op het geloof. En dat is precies waarom het gaat bij een scheiding van kerk en staat. Je zou de passage kunnen zien als een nadere onderbouwing van genoemde scheiding. Ze is goed omdat de - al dan niet seculiere - overheid in kwestie goed is en in die zin uiteindelijk van God zelf is. Zo is wat op object-niveau gescheiden is (en dat is het politieke niveau waar het in de praktijk om gaat) op meta-niveau (op een dieper theoretisch of metafysisch niveau) toch met elkaar in God verbonden. Zo beschouwd is er geen sprake van een contradictie maar eerder van een uiteindelijk alsnpg op God gerichte verdieping van de feitelijke concrete scheiding van kerk en staat.

Groet,
Emanuel

Bert Morrien zei

Emanuel,

Je schrijft aan Arno: "Die passage gaat uit van de veronderstelling dat we met een adequate of goede overheid te maken hebben." Het probleem met die veronderstelling is dat je niet aangeeft hoe men dat moet bepalen en wie dat moet doen. Er is geen overheid die ontkent dat ze adequaat of goed is, dus blijkbaar wordt dat oordeel aan de gelovige overgelaten en dan kan de gelovige zonder dat hij dat weet in conflict met een God komen wanneer die een ander oordeel velt.
Ik vind je antwoord dus nogal zwak en weinig doordacht.

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Genoemde veronderstelling valt op te maken uit deze deelpassage: "Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen."

Groet,
Emanuel

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Je kunt vervolgens dan inderdaad de vraag stellen hoe bepaald kan worden of een overheid goed is. Daarover valt uiteraard heel veel te zeggen. Ik kies zelf voor een moral sense of moral sentiments benadering van de moraal. Maar goed, waar het mij alleen om ging was te laten zien dat Arno's passage niet in tegenspraak is met de scheiding van kerk en staat. En daarvoor is het niet nodig een morele epistemologie te ontwikkelen.

Groet,
Emanuel

Stefan Paas zei

Beste Emanuel,

Ik kwam je artikel toevallig tegen. Geheel mee eens. Je zou bv nog kunnen toevoegen wat Hannah Arendt schreef over Jezus' "uitvinding" van 'vergeving'. Of over Augustinus die van Paulus de introspectie overnam en ontwikkelde en zo de westerse mens 'opzadelde' met de eindeloze vragen naar 'wie ik echt, diep vanbinnen ben', enzovoort. De lijst is eindeloos. Laten we verder niet vergeten - dit tegen hen die het christendom willen overslaan en rechtstreeks naar de klassieken willen - dat de enige reden dat wij nog Griekse filosofen kunnen lezen ligt in het feit dat generaties anonieme monniken in kloosters teksten hebben zitten overschrijven, terwijl buiten de barbaren elkaar de strot afsneden (en soms de monniken erbij).

Wat Romeinen 13 betreft: dat een 'stemadvies' noemen, is anachronistisch. Er is geen sprake van partijen o.i.d. Het gaat hier om een houding van gehoorzaamheid aan de wettige overheid. Dat is geheel niet in strijd met de scheiding tussen kerk en staat. In de christelijke traditie is dit altijd uitgelegd (in elk geval sinds Chrysostomos) als: onderwerping aan de overheid als instelling, maar niet noodzakelijk aan iedere keizer of koning die op dat moment de overheid is. Uit respect voor wettig gezag en voor de noodzaak van een wettige overheid kun je kritiek hebben op of zelfs in opstand komen tegen de regering die op dit moment regeert, als deze zijn onderdanen onderdrukt of onwettig aan de macht is gekomen. Voor een klassieke uitdrukking daarvan, zie boek IV van Calvijns Institutie.

En dan hebben we nog Openbaring 13... Je zou kunnen zeggen dat het spreken over de overheid in het NT altijd laveert tussen Romeinen 13 en Openbaring 13 (het demonische imperium dat zijn onderdanen onderdrukt).

Wie het interesseert: zie voor dit alles mijn boek "Vrede stichten", vooral hoofdstuk 5-8. Online te vinden op http://www.godgeleerdheid.vu.nl/nl/Images/Vrede_stichten_voor_de_drukker_tcm238-691145.pdf

Mvg, Stefan Paas

Emanuel Rutten zei

Beste Stefan,

Dank voor deze bijdrage! Je zult je dan ook vast meer specifiek kunnen vinden in mijn interpretatie van Romeinen 13 in mijn reactie op Arno hierboven ;-)

Groet,
Emanuel

Arno zei

Beste Emanuel,

Dus Romeinen betreft alleen adequate en goede overheden. Desalniettemin presenteert het te spreken over alle overheden : "Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld".

Dus elke overheid is er door God, en elke overheid is door God gesteld.

Ook de overheid van Iran valt hier dus onder. Sterker nog, de Iraanse overheid zal zichzelf meer vinden passen bij deze beschrijving van "Zij staat immers in de dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft" dan bijvoorbeeld de Franse regering, die op geen enkele wijze pretendeert in dienst van God te handelen, en dingen toestaat die volgens veel Christenen door God worden afgekeurd (abortus, homohuwelijk, euthenasie).

De Christenen in Iran dienen hun keizer dus ook te geven wat des keizers is. Een heel verstandig advies met het oog op de veiligheid van die Christenen als je het mij vraagt. In dat licht exegeer ik persoonlijk die uitspraak van Jezus. Als een "survival" techniek.

Maar als het christendom dan zo'n groot voorstander is van scheiding tussen Kerk en staat, is het dan ook zo dat christenen de eindtijd afkeuren, omdat deze zal resulteren in een Koninkrijk God's op aarde, waarbij God soevereiniteit over alle dingen zal vergaren?

Groet,
Arno

Emanuel Rutten zei

Beste Arno,

Nee dus. Zie de opmerkingen van Stefan hierboven. Verder kun je het cultuurverloop op aarde voor het eschaton niet zomaar over één kam scheren met het eschaton zelf.

Groet,
Emanuel

Stefan Paas zei

Beste Emanuel,

Ja, met je uitleg van Rom 13 ben ik het aardig eens, al zou ik het woord "goede" niet te zwaar aanzetten. Paulus schrijft in zijn tijd natuurlijk voor een heel klein groepje mensen, die er bij lange na niet van konden dromen zich te verzetten o.i.d. Dat daargelaten, lijkt Paulus vooral nadruk te leggen op de rechtstaak van de overheid ("oordelen"). Hier vinden we al de aanzet voor de later in het westen ontwikkelde politieke traditie die de overheidstaak in de kern ziet als het uitvaardigen en handhaven van wetten. Dat is in zekere zin een reactieve taak: bescherming van het goede leven tegen inbreuken, maar de overheid zelf is er niet om het goede leven te promoten (levensbeschouwelijk neutraal).

Overigens aardig om te weten dat de meeste uitleggers dit soort teksten verstaan tegen de achtergrond van de radicale eschatologie van de eerste christenen. Zie Rom 12 en ook wat verderop in Rom 13 wordt gezegd over de nacht die bijna voorbij was. De eerste christenen liepen het risico om anarchistisch te worden en zo zie je dat hun leiders hen aansporen om, zolang de wereld nog bestaat (niet lang meer) gehoorzaam te zijn. De christelijke houding t.o. de overheid is er één van afstandelijk respect.

Mvg, Stefan Paas

Arno zei

Beste Emanuel,

Stel, er zou een buitenaards ras zijn dat in veel opzichten vele malen geavanceerder zou zijn dan de mens nu. Stel dat er mensen zouden zijn die denken dat dit goden zijn. Stel dat deze mensen op basis hiervan een geloof zouden vormen. Stel dat deze mensen zeggen te staan voor scheiding tussen kerk en staat, maar dat deze mensen in hun hart dromen van de dag waarop hun 'goden' op aarde komen om de aarde te redden en vervolgens alle macht te vergaren. Kan je dan zeggen dat deze mensen oprecht een voorstander zijn van scheiding tussen kerk en staat?

Emanuel Rutten zei

Beste Arno,

Jouw vergelijking voegt niets toe. Je had eenvoudigweg kunnen vragen of christenen die geloven dat God ooit de wereld radicaal en totaal zal vernieuwen wel oprecht in genoemde scheiding kunnen geloven. Welnu, natuurlijk kan dat. De wereld na de wederkomst wordt verondersteld dermate anders te zijn dan de wereld zoals we die nu kennen dat het heel goed mogelijk is dat begrippen als 'staat', 'wet' en 'belastingen' etc. eenvoudigweg niet meer op haar van toepassing zijn. Spreken over een scheiding tussen kerk en staat verliest dan zijn betekenis. De these dat staat en kerk gescheiden moeten zijn is daarom naar haar wezen alleen van toepassing op de wereld zoals wij deze nu kennen. Een christen kan dan ook voor wat betreft deze wereld volledig instemmen met een scheiding tussen kerk en staat, zonder met zichzelf in tegenspraak te komen.

Groet,
Emanuel

Arno zei

Beste Emanuel,

Er is een verschil tussen iets geloven en iets diep in het hart wensen.

Iemand kan geloven dat er binnen 100 jaar een atoomoorlog komt. Dat wil nog niet zeggen dat die persoon wenst dat dit zal gebeuren.

Ik hecht oprecht waarde aan mijn leven.
Ik zou kunnen geloven dat ik over 10 jaar dood ben.

Kan ik oprecht waarde aan mijn leven hechten als ik zou geloven dat ik over 10 jaar dood ben? Natuurlijk. Misschien zelfs des te meer, omdat ik geloof dat ik nog maar 10 jaar heb.

Echter, zou ik diep in mijn hart wensen dat ik morgen dood zou zijn, omdat dat zo geweldig zou zijn, dan kan je terecht de vraag opwerpen of ik dan wel echt oprecht waarde hecht aan mijn leven.

Het volstaat dan niet om te antwoorden dat het begrip "leven" voor mij zijn betekenis heeft verloren vanaf het moment dat ik dood ben, en dat we dus vanaf dat moment spreken over een andere situatie.

Groet,
Arno