zondag 8 januari 2012

De oorsprong van natuurlijk bewustzijn

Op enig moment in de geschiedenis van de kosmos deed bewustzijn haar intrede. Laten we dit zich toen in de kosmos manifesterende bewustzijn natuurlijk bewustzijn noemen. Elk mens beschikt uiteraard over dit natuurlijk bewustzijn. We zijn immers 'alert'. We hebben het gevoel dat we bestaan, dat we 'er zijn'. We hebben een innerlijk mentaal leven. Naast een innerlijke gedachtenwereld ondergaan we allerlei soorten innerlijke en uiterlijke gewaarwordingen. Het lijkt alleszins redelijk om te veronderstellen dat het natuurlijk bewustzijn van mensen of andere levensvormen niet geproduceerd kan zijn door onbewuste stof, door onbewust materiaal. Hiervoor zijn goede redenen te geven. Een niet onbelangrijke reden is bijvoorbeeld dat de idee dat onbewust materiaal natuurlijk bewustzijn zou kunnen produceren niet slechts implausibel en contra-intuïtief is, maar dat we ons zelfs geen voorstelling kunnen maken van de wijze waarop deze productie zou moeten plaatsvinden. De herkomst van natuurlijk bewustzijn kan dus niet gelegen zijn in onbewuste materie. De oorsprong van natuurlijk bewustzijn moet derhalve zelf een bewuste entiteit zijn. Deze bewuste entiteit kan dan zelf niet natuurlijk zijn. Immers, we vragen naar de herkomst van natuurlijk bewustzijn als zodanig. En het zou circulair zijn om te beweren dat natuurlijke bewustzijn is voortgekomen uit natuurlijk bewustzijn. De bron van natuurlijk bewustzijn moet dus gelegen zijn in een bovennatuurlijke bewuste entiteit, ofwel in een aan de kosmos transcendent bewustzijn, hetgeen wijst op God.

33 opmerkingen:

Anoniem zei

Ik ben het niet eens met uw redenatie. Als wij het ontstaansproces van natuurlijk bewustzijn uit onbewust materiaal niet kunnen voorstellen, wil dat niet zeggen dat dit proces onmogelijk is. Het is mogelijk dat onze kennis over de natuur en ons zelf ontoereikend is om dit proces te begrijpen. Bij gebrek aan kennis kan een reflectie over dat proces niet tot een conclusie komen.

filosofiewetenschapkunst.web-log.nl zei

Beste Emanuel,

Ter aanvulling van Anoniems bijdrage: ikzelf kan me juist helemaal niets voorstellen bij hoe een bovennatuurlijke bewuste entiteit het natuurlijk bewustzijn kan voortbrengen. Ik ben dan ook erg benieuwd naar hoe je je dat precies voorstelt. Aan de andere kant heb ik veel minder moeite me voor te stellen hoe het natuurlijke bewustzijn is voortgekomen uit onbewuste materie: niet alleen geeft de evolutie ons veel informatie over hoe dit is gebeurd, maar dit feitelijke proces levert ook het instrument om het ons voor te kunnen stellen. Reeds in de bestaande levensvormen treffen we al alle gradaties van bewustzijn aan die ons helpen voor te stellen hoe het bewustzijn gradueel is ontstaan. De moeilijkheid is er pas als je het hele evolutieproces overslaat en ten onrechte meent dat er eerst geen bewustzijn was en toen opeens het menselijk bewustzijn zonder tussenstadia. Het is wat het bewustzijn betreft zoals met alle voorbeelden die aanhangers van het creationisme aandragen, van het oog tot het bacteriele flagel: op het eerste gezicht lijkt het alsof alleen Intelligent Design het kan verklaren, maar onderzoek heeft vrij simpel kunnen aantonen dat het oog en het flagel eenvoudig zijn geëvolueerd (als groeiproces vanuit bv. het vermogen te reageren op lichtprikkels en/of bij wijze van exaptatie waarbij een reeds bestaand iets een andere functie krijgt).

In feite kunnen we het ons al voorstellen op grond van onze ervaring: iedereen kent de slaaptoestand, de toestand waarbij we van A naar B zijn gereden zonder dat we dat bewust hebben gedaan en andere schemertoestanden van bewustzijn. Jij zult zeggen: tussenstadia en schemertoestanden doen er niet toe, want het gaat om bewustzijn als zodanig dat ooit eens - in wat voor schemertoestand dan ook - plotseling moet zijn ontstaan. Maar dat lijkt me een valse voorstelling van zaken: bewustzijn is geen kwestie van wel of niet. Bewustzijn is dan ook niet plotseling ontstaan op dit of op dat moment, maar het is een groeiproces geweest waarbij het moment van ontstaan van het bewustzijn afhangt van je definitie van bewustzijn. Het is wat dat betreft net als met het leven zelf: het is niet zo dat iets of wel of niet leeft, maar er zijn tussenvormen (bv. virussen) en wat je de eerste levensvorm noemt (daar waar het leven 'ontstond') hangt maar net af van wat je onder leven bestaat.

Groet,
FWK

Emanuel Rutten zei

Beste Anoniem,

Het kennistheoretisch principe dat ik hierboven hanteer is het volgende. Indien iets, zeg P, voor ons als mensen onvoorstelbaar is, wanneer wij niet in staat zijn de omstandigheden in te denken waaronder P het geval zou kunnen zijn, en wanneer er geen hard bewijsmateriaal bestaat voor P, dan is het voor ons als mensen redelijk om te veronderstellen dat P waarschijnlijk niet het geval is. Dit principe vereist niet dat wij hard bewijs hebben voor de claim dat P niet het geval is. Dit zal in veel gevallen ook niet kunnen.

Genoemd principe lijkt mij voldoende legitiem. Alleen radicale sceptici eisen immers dat we iets alleen mogen accepteren indien we er hard bewijs voor hebben. Een dergelijke eis is echter te zwaar. Stel dat we met deze eis zouden instemmen. In dat geval zouden we bijna niets meer als redelijk of plausibel kunnen accepteren, hetgeen absurd zou zijn.

Groet,
Emanuel

Emanuel Rutten zei

Beste FWK,

Een bovennatuurlijke bewuste entiteit zou een natuurlijk bewustzijn kunnen voortbrengen door bijvoorbeeld een emanatie proces. De gedachte is hier dat natuurlijk bewustzijn ontstaat door uitstroming uit het bovennatuurlijke bewustzijn, gelijk bijvoorbeeld regendruppels de oceaan als oorsprong hebben. Dit scenario is alleszins voorstelbaar. Het is dus niet zo dat wij ons onmogelijk een voorstelling zouden kunnen maken van het ontstaan van natuurlijk bewustzijn uit bovennatuurlijk bewustzijn.

Groet,
Emanuel

Emanuel Rutten zei

Beste FWK,

Je zegt nu wel dat je je een voorstelling kunt maken van hoe bewustzijn ontstaat uit materie, maar je kunt je daar helemaal niet werkelijk een voorstelling van maken. Waar jij over spreekt, en waarvan je je natuurlijk wel een voorstelling kunt maken, is door filosoof David Chalmers 'the easy problem' genoemd. Waar ik over spreek is echter een heel ander probleem, namelijk het probleem dat Chalmers aanduidt met 'the hard problem', en het probleem van de onvoorstelbaarheid treedt pas op zodra wij ons richten op 'the hard problem' in plaats van op 'the easy problem'. Zie eventueel http://bit.ly/3cBSrs

Groet,
Emanuel

Anoniem zei

Beste Emanuel,

Men kan inderdaad niet logisch uitsluiten dat het ontstaan van “natuurlijk” bewustzijn uit onbewuste materie waar is. Om die reden snap ik niet hoe u de denksprong maakt naar de volgende conclusie:

De herkomst van natuurlijk bewustzijn kan dus niet gelegen zijn in onbewuste materie.

Waarom heeft u gekozen voor deze conclusie? De conclusie blijft falsificeerbaar, en kan daarom niet gesteld worden als enige mogelijke conclusie uit de observatie die u beschrijft. Een tweede mogelijke conclusie zou de conclusie zijn die ik eerder heb genoemd:

Het is mogelijk dat onze kennis over de natuur en ons zelf ontoereikend is om dit proces te begrijpen.

Uw reflectie hanteert echter het principe dat elke conclusie die uit uw observatie getrokken kan worden evenveel waarde heeft. Als u echter een absolute waarheid tracht te vinden over de realiteit, ligt de bewijslast bij degene die de hypothese oppert.

Emanuel Rutten zei

Beste Anoniem,

Natuurlijk tracht ik geen absolute waarheid te vinden over de realiteit! Hoe zou dat voor ons mensen ooit mogelijk zijn? Het ging mij slechts om het geven van een redelijk argument, om te laten zien dat het alleszins redelijk en plausibel is om te denken dat natuurlijk bewustzijn wijst op een transcendent bewustzijn. Een redelijk argument is echter nog geen sluitend bewijs. Uiteraard niet!

Groet,
Emanuel

Emanuel Rutten zei

Beste Anoniem,

Wellicht ten overvloede nog een kleine aanvulling. Hierboven beschreef ik het kennistheoretisch principe dat ik gebruik om tot mijn conclusie te komen. Neem voor P de claim dat bewustzijn kan voortkomen uit stof. Welnu, wij kunnen ons P niet voorstellen en bovendien is er ook geen sprake van hard bewijsmateriaal voor P. Precies daarom is het, gelet op het door mij gehanteerde principe, redelijk om te geloven dat P waarschijnlijk niet het geval is. De negatie van P is voor ons dus plausibel, en dat is voor mijn argument meer dan voldoende. Een "sluitend bewijs" om te komen tot "absolute waarheid" wordt door mij niet nagestreefd. Dit zou immers onrealistisch zijn!

Groet,
Emanuel

Anoniem zei

Beste Emanuel,

Dan snap ik alsnog niet waarom u de conclusie trekt die u geeft, in plaats van een andere conclusie uit een scala van conclusies die door uw argument worden ondersteund. Kunt u mij dit verder uitleggen?

Daarnaast vind ik de aanname dat het menselijk voorstellingsvermogen ontoereikend is getuigen van een bias. U bent immers alleen bekend met uw eigen voorstellingsvermogen, en het zou kunnen zijn dat het voorstellingsvermogen van de mens veranderd door de tijd heen, en dat in de toekomst men dit proces wel zou kunnen voorstellen. Met andere woorden, het criterium kan aan verandering onderhevig zijn of zelfs helemaal niet waar zijn. Kunt u mij uitleggen waarom u deze aanname als een waardevolle reden ziet om een argument op te baseren?

Ten slotte moet ik zeggen dat ik mij op het verkeerde been gezet voel door de bewoording van uw reflectie. Ik was onder de veronderstelling dat u met behulp van uw principe een waarheid over de realiteit verkondigde.

Emanuel Rutten zei

Beste anoniem,

Natuurlijk kan ons voorstellingsvermogen in de loop van de tijd veranderen. Ook kunnen onze wetenschappelijke inzichten in de loop van de tijd veranderen. Echter, wanneer het gaat om het rationeel afwegen van opties hebben wij geen keus dan uit te gaan van onze huidige voorstellingsvermogens en onze huidige inzichten. Het alternatief zou immers een diepgaand zwijgen zijn. We zouden geen enkele positie meer kunnen innemen omdat de zaken in de toekomst immers mogelijkerwijs altijd anders kunnen uitvallen. Het komt erop neer dat we zullen moeten roeien met de riemen die we hebben, en deze riemen zijn nu eenmaal onze huidige voorstellingen en wetenschappelijke inzichten. Dat is het enige wat we kunnen doen in onze rationele deliberaties.

Verder heb ik toch al uiteengezet waarom ik de conclusie trek die ik geef? Maar goed, ik zal het hieronder ook nog wat meer schematisch uiteenzetten. Eerst mijn principe.

(Principe) Indien [1] P onvoorstelbaar is, en [2] er geen hard bewijs bestaat voor P, dan zijn wij als mensen gerechtvaardigd om te geloven dat P niet het geval is.

Welnu, neem voor P de volgende bewering: "Bewustzijn ontstaat uit materie'. Wij kunnen ons als mensen niet voorstellen hoe bewustzijn uit materie ontstaat. Aan [1] is dus voldaan. Bovendien bestaat er geen hard bewijs voor de bewering dat bewustzijn uit materie ontstaat. Aan [2] is dus ook voldaan. Volgens genoemd principe volgt dan dat wij gerechtvaardigd zijn om te geloven dat P niet het geval is. We mogen dus aannemen dat bewustzijn niet uit materie kan ontstaan.

Hoe gaat mijn argument nu verder? Welnu, het komt eenvoudigweg hierop neer. Bewustzijn is op enig moment in ons universum opgedoken. We mogen geloven dat bewustzijn niet uit materie kan ontstaan. De enige optie die overblijft is dat bewustzijn een transcendente (buiten-kosmische) oorsprong heeft. Deze oorsprong kan gegeven het voorgaande niet een object zijn, en is dus een subject (aangenomen natuurlijk dat alles wat bestaat ofwel object ofwel subject is, hetgeen mij een meer dan redelijke veronderstelling lijkt). Kortom, de oorsprong van het bewustzijn in ons universum is waarschijnlijk gelegen in een transcendent subject, i.e. God.

Natuurlijk gaat mijn principe over de wereld waarin wij als mensen bestaan. Mijn punt was slechts dat mijn argument een plausibiliteitsargument is; het gaat er slechts om wat ten aanzien van onze wereld de meest redelijke positie is. Sluitende bewijzen zijn immers niet te geven. Maar dat hoeft ook helemaal niet om rationeel te zijn. Wie alleen iets wenst te accepteren waarvoor een sluitend bewijs bestaat zal merken dat hij of zij bijna niets meer kan accepteren, hetgeen natuurlijk, zoals gezegd, absurd is.

Groet,
Emanuel

Anoniem zei

Beste Emanuel,

U bent persoonlijk gerechtvaardigd om te geloven dat het ontstaan van bewustzijn uit materie niet het geval is, en via uw principe kan het ontstaan van bewustzijn uit een transcendente oorsprong de enige optie zijn. Maar ik ben het niet eens met de redenatie van uw principe. U gebruikt een inductie om een algemeen geldende regel te stellen uit een aanname die beperkt wordt door o.a. tijd en cultuur ( [1] Ons voorstellingsvermogen kan zich geen alternatief bedenken), en een observatie over een huidige stand van zaken die aan verandering onderhevig is ( [2] er is geen hard bewijs voor een alternatief). Ik stel dat u uw conclusie niet als algemene regel kunt rechtvaardigen op basis van deze aanname en observatie, maar slechts als een persoonlijke keuze, omdat alternatieve conclusies niet logisch uit te sluiten zijn. U geeft dit toe (“dan zijn wij als mensen gerechtvaardigd om te geloven”), maar in uw oorspronkelijke reflectie maakt u een sprong naar een algemene regel (“de herkomst van natuurlijk bewustzijn kan dus niet gelegen zijn in onbewuste materie”). Dit zijn twee verschillende uitgangspunten.

Uiteenzetting: aanname [1] is niet ter zake voor het geven van een algemene regel, omdat de huidige ontoereikendheid van ons voorstellingsvermogen ons niets kan vertellen over de werkelijke staat van de realiteit, die momenteel buiten ons voorstellingsvermogen kan liggen. Als men een bepaalde staat van de realiteit zich niet kan voorstellen, hoeft die staat niet minder plausibel te zijn. Het is vaker gebeurd in de geschiedenis dat men een ontdekking deed die men zich van tevoren niet kon voorstellen. Juist om die observatie hoeft een argument over het ontstaansproces van bewustzijn niet te voldoen aan voorstelling als meetgraad voor zijn plausibiliteit. Op dit punt rust de conclusie op criterium [2], het bestaan van hard bewijs. Dit bewijs bestaat momenteel inderdaad niet. Maar als de conclusie rust op bewijsvoering, dan is het ontstaan van bewustzijn uit een transcendente oorsprong niet langer de enige overgebleven optie. Sterker nog, het is een theorie waar geen bewijs voor bestaat.

Als de conclusie neer komt op het kiezen van de meest redelijke positie, gebaseerd op het huidige lichaam van kennis, dan ligt de keuze tussen enerzijds de observaties van de wetenschap, en anderzijds een metafysische theorie waar geen enkel bewijs voor is. Dan kies ik voor het onvolledige bewijs vanuit de wetenschap, en dat lijkt mij een zeer aannemelijke positie. Het is een keuze vanuit bescheidenheid, aangezien ons voorstellingsvermogen zo onvolmaakt is.

Emanuel Rutten zei

Beste anoniem,

Ik heb reeds aangegeven dat al onze kennisclaims noodzakelijkerwijs dienen uit te gaan van ons huidige voorstellingsvermogen en onze huidige wetenschappelijke inzichten. Hoe kan het ook anders? Welnu, mijn eerste conclusie kan daarom als volgt netjes gekwalificeerd worden: "Gegeven ons huidige voorstellingsvermogen, en gegeven onze huidige wetenschappelijke inzichten, is de meest redelijke positie om te geloven dat materie geen bewustzijn kan produceren". De uiteindelijke conclusie van mijn argument dient dan eveneens netjes als volgt gekwalificeerd te worden: "Gegeven ons huidige voorstellingsvermogen, en gegeven onze huidige wetenschappelijke inzichten, is de meest redelijke positie om te stellen dat het natuurlijke bewustzijn een transcendente subjectieve oorsprong heeft". Van een ontoelaatbare generalisatie richting de inderdaad onbekende toekomst is dan ook helemaal geen sprake.

Verder ben ik inderdaad van mening dat het niet voorstelbaar zijn van iets een indicator is voor de onwaarheid van hetgeen wij ons niet kunnen voorstellen. Onvoorstelbaarheid is een indicatie voor onwaarheid in de zin dat iets wat door ons onmogelijk kan worden voorgesteld waarschijnlijk onwaar is, of, zelfs nog wat zwakker uitgedrukt, waarschijnlijker onwaar dan waar is. Maar uiteraard geldt deze indicator-eigenschap alleen indien er geen hard bewijs voor het tegendeel bestaat!

Mijn argument is overigens niet slechts de stipulatie van een 'metafysische theorie'. Het argument bestaat uit een aantal premissen en een conclusie (u kunt deze logische structuur zelf wel uitschrijven lijkt mij). Wanneer u het argument wilt verwerpen zult u ofwel moeten laten zien dat de conclusie niet volgt uit de premissen, ofwel dat een of meerdere premissen onhoudbaar zijn. Tot dusver bent u daar mijns inziens niet in geslaagd.

De crux is dat ik niet inzet op bewijsbaarheid, maar op rationele aanvaardbaarheid. Immers, natuurlijk kan ik niet alle alternatieven logisch uitsluiten. Maar, nogmaals, een dergelijke eis is te zwaar. Wie dat eist zou bijna niets meer kunnen geloven omdat we in bijna geen enkele situatie alle alternatieven logisch kunnen uitsluiten. Zo gelooft u bijvoorbeeld redelijkerwijs dat ik een mens ben, en geen robot. Welnu, ik daag u uit het logische alternatief dat ik een robot ben sluitend uit te sluiten. Dit zal niet lukken, en precies daarom dienen wij in te zetten op plausibiliteit, niet op logische bewijsbaarheid.

Groet,
Emanuel

Anoniem zei

Beste Emanuel,

U maakt zich er mooi van af met uw principe. U zegt dat het onmogelijk en absurd is om iets sluitend te bewijzen, en neemt vervolgens het voorstellingsvermogen, een ontestbaar criterium, om het afwijzen van een bewering rationeel voldoende legitiem te bevinden. Op die manier kunt u alle beweringen afwijzen en dat rationeel voldoende legitiem vinden.

Voorbeeld:
Ik vind de rondheid van de Aarde onvoorstelbaar. Ik ben niet in staat om omstandigheden in te denken waaronder de rondheid van de Aarde het geval zou kunnen zijn. Wetenschappelijk bewijs, zegt u? Maar hoe kunnen wij ooit ergens sluitend bewijs voor hebben? Zo’n eis is absurd, onrealistisch. Met zo’n eis kunnen wij niets zeker weten. En in geval van naar mijns inziens onvoldoende bewijs, is mijn onvoorstelbaarheid een indicatie voor onwaarheid. De vorm van de Aarde kan dus niet rond zijn. De Aarde moet derhalve een andere vorm hebben.

Vindt u dat een van deze premissen onhoudbaar zijn? U kunt geen conclusies trekken over mijn verbeeldingskracht. En hard bewijs bestaat niet. Ik kan niet alle alternatieven uitsluiten, uiteraard, maar gezien de huidige inzichten is mijn conclusie rationeel aanvaardbaar.

Emanuel Rutten zei

Beste anoniem,

Uw voorbeeld gaat (uiteraard) mank. Natuurlijk kunnen wij als mensen ons voorstellen dat de aarde rond is. Teken maar eens een cirkel op een vel papier en stel je voor dat onze planeet deze vorm heeft. Of bekijk een tennisbal en stel je voor dat onze planeet deze vorm heeft. Bovendien is er hard bewijs voor de stelling dat de aarde rond is. Er bestaan namelijk vele uit de ruimte genomen foto's van de aarde waarop haar rondheid duidelijk te zien is. (let op: 'hard bewijs' is uiteraard niet hetzelfde als 'logisch sluitend bewijs'. Ik koos in de formulering van mijn principe niet voor niets voor het adjectief 'hard' in plaats van 'logisch sluitend'. Zo levert een elektronenmicroscoop hard bewijs voor het bestaan van elektronen, maar dit is nog geen logisch sluitend bewijs). Kortom, mijn principe kan dan ook op geen enkele manier gebruikt worden om te concluderen dat de aarde niet rond is. Er is immers noch aan [1], noch aan [2] voldaan.

Groet,
Emanuel

Anoniem zei

Beste Emanuel,

Uw aanname dat niemand zich het ontstaan van bewustzijn uit onbewust materiaal kan voorstellen, dat blijft een ongefundeerde aanname. Waar baseert u deze aanname op? Heeft u alle inwoners van deze aarde gevraagd of zij dit kunnen? Weet u zeker dat hun inschatting van hun eigen voorstellingsvermogen accuraat is? Weet u zeker dat uw inschatting van hun voorstellingsvermogen accuraat is? Heeft u uw eigen voorstellingsvermogen genomen als bovenlimiet? Heeft u iets anders als een reflectie genomen van het voorstellingsvermogen van het mensdom? U kunt niet bewijzen dat een voorstelling over het ontstaan van bewustzijn uit onbewust materiaal niet bestaat. U kunt nooit bewijzen dat iets niet bestaat, maar voor uw redenatie is noodzakelijk dat uw aanname waar is. Aangezien uw aanname onbewijsbaar is, kan ik uw conclusie niet accepteren.

Beweren of iemand iets wel of niet kan voorstellen is puur subjectief. Ik zeg u dat ik mij niet kan voorstellen dat de Aarde rond is. U kunt cirkels tekenen en tennisballen in mijn hand stoppen, maar ik blijf u vertellen dat ik het niet kan. U kunt vervolgens beweren dat ik het wel kan, maar op welke basis? Ik zou vervolgens kunnen beweren dat u zich ook niet kan voorstellen dat de Aarde rond is, maar ik zou dat niet kunnen bewijzen. En uw bewering dat u het wel zou kunnen zou ik niet herkennen, anders was ik van tevoren wel tot die realisatie gekomen. Mijn voorstellingsvermogen is in die situatie de enige maatstaf. Daarom, wat de rest van de mensheid zich kan voorstellen kan ik niet aantonen. En ik zou nooit kunnen bewijzen dat iemand iets zich niet zou kunnen voorstellen. Daarom gebruik ik uw eerste aanname alleen op mijzelf. Principe plus, laat ik het noemen.

En die wetenschappelijke kennis, dat “harde bewijs”, is geen deel van uw oorspronkelijke verhaal. Dat heeft u in het commentaar toegevoegd als een extra premisse, toegevoegd op het principe dat u in het oorspronkelijke verhaal gebruikt. En dan nog, dat hard bewijs is een absurde eis. Daarnaast hebben we geen maatstaf afgesproken wanneer bewijs hard genoeg bevonden wordt. Ik heb het alleen toegevoegd om dat u dat deed, maar de eis is te zwaar. Laten we dan die premisse er weer uit halen. Hij stond ten slotte ook niet in uw oorspronkelijke verhaal. Kortom, in mijn principe plus voldoet de redenatie aan [1] omdat ik van mijzelf weet dat ik de bewering niet kan voorstellen. Legitiem genoeg voor mijn eigen situatie. Maar u kunt vanuit uw situatie, waaruit u over een eigen voorstellingsvermogen beschikt, mijn redenatie niet legitiem vinden. Mijn principe plus had ook niet als eis dat dat nodig was, want ik richtte mij op rationele aanvaardbaarheid vanuit mijn eigen situatie. En zo accepteer ik dat uw oorspronkelijke verhaal aanvaardbaar is vanuit uw situatie.

Emanuel Rutten zei

Beste anoniem,

Hoe komt u erbij dat 'hard bewijs' een absurde eis is? Hard bewijs is, zoals ik al aangaf, niet hetzelfde als logisch sluitend bewijs. Stel bijvoorbeeld dat Jan beweert nooit in Amsterdam geweest te zijn. Een paar dagen later duiken er opeens foto's op waarop we Jan zien lopen op het Spui. Welnu, deze foto's zijn dan wel degelijk hard bewijs voor de stelling dat Jan in Amsterdam geweest is. En hier is helemaal niets absurds aan. Is dit harde bewijs logisch sluitend? Nee, natuurlijk niet. De foto's zouden immers een of andere perfecte vervalsing kunnen zijn, er zou een dubbelganger van Jan kunnen bestaan, er zou een plein ergens ter wereld kunnen zijn dat er op de foto precies zou uitziet als het Spui, etc. En precies daarom zou het absurd zijn om naar logisch sluitend bewijs te vragen.

Verder stelt u dat u bij hoog en laag kunt volhouden dat het niet voorstelbaar is dat de aarde rond is. U kunt dit volhouden, maar ik weet zeker dat, op z'n zachts gezegd, de overgrote meerderheid van de mensen zich dat wel kan voorstellen. Vraagt u het maar eens in alle eerlijkheid aan een paar mensen om u heen. De claim dat de rondheid van de aarde voorstelbaar is betreft natuurlijk een volstrekt plausibel en redelijk standpunt. Dit willen ontkennen is niets anders dan een omarming van radicaal scepticisme. Zo wordt iedere wijsgerige discussie geblokkeerd, hetgeen niet vruchtbaar is. Verder weet ik heel zeker dat u zich niet kunt voorstellen hoe bewustzijn kan ontstaan uit materie. Gaat u het maar eens bij uzelf in alle eerlijkheid na. Probeert u zich eens voor te stellen hoe vanuit onbewuste stof op een bepaald moment bewustzijn zou kunnen ontstaan. Dit zal u niet lukken, en u weet dat zelf ook wel. Ook hier is een vlucht in radicaal scepticisme inadequaat en vruchteloos.

Groet,
Emanuel

Lucas Blijdschap zei

@E: Verder weet ik heel zeker dat u zich niet kunt voorstellen hoe bewustzijn kan ontstaan uit materie. Gaat u het maar eens bij uzelf in alle eerlijkheid na. Probeert u zich eens voor te stellen hoe vanuit onbewuste stof op een bepaald moment bewustzijn zou kunnen ontstaan. Dit zal u niet lukken, en u weet dat zelf ook wel.

Ik ben een nul in natuurkunde, maar was het niet zo dat de kwantumfysica juist het tegenovergestelde heeft bewezen, namelijk dat de materie pas bestaat als het wordt waargenomen.

Emanuel Rutten zei

Beste Lucas,

Nee, de kwantumfysica leert niet dat materie pas bestaat als het wordt waargenomen. Wel leert de kwantumfysica dat waarnemingen invloed hebben op hetgeen waargenomen wordt. Uit het kwantummechanische onzekerheidsprincipe van Heisenberg volgt namelijk dat we nimmer tegelijkertijd exact de plaats en de impuls van een elementair deeltje kunnen meten. Meten we het één (bijvoorbeeld plaats) dan wordt het ander (de impuls) zeer onzeker, en omgekeerd.

Groet,
Emanuel

Theo Smit zei

Sorry, Emanuel, maar ik moet even klagen. What the hell ik nu weer op mijn scherm krijg als ik hier wil reageren. Een breedbeeldscherm van vorige recties, en een vakje waar ik vrijwel blind in moet typen, zo klein zijn de letters, die ik niet weet te vergroten, als het al kan.

Iemand anders ook dit probleem? Want eigenlijk wou ik reageren op deze reactie op Anonymous : Zo wordt iedere wijsgerige discussie geblokkeerd, hetgeen niet vruchtbaar is. Verder weet ik heel zeker dat u zich niet kunt voorstellen hoe bewustzijn kan ontstaan uit materie. Gaat u het maar eens bij uzelf in alle eerlijkheid na. Probeert u zich eens voor te stellen hoe vanuit onbewuste stof op een bepaald moment bewustzijn zou kunnen ontstaan. Dit zal u niet lukken, en u weet dat zelf ook wel. Ook hier is een vlucht in radicaal scepticisme inadequaat en vruchteloos.

Feitelijk zoek je naar een min of meer appelleren aan zeer ver doorgevoerd 'gezond verstand (en kennis) en gevoel op basis van wat we nu weten', dus eigenlijk een 'consensus'.

Maar dit staat hier in zo kleine lettertjes dat ik het beter niet zou hebben opgeschreven.

Emanuel Rutten zei

Beste Theo,

Er zijn de laatste dagen wat problemen met 'blogger'. Ik heb gisteren deze 'pop-up' variant aangezet omdat anders mensen helemaal niet meer kunnen reageren. Over een paar dagen zal ik eens bekijken of 'google' het probleem heeft opgelost. Zo ja, dan zal ik de 'pop-up' weer uitzetten.

Mocht je de letters in 'het vakje' te klein vinden, dan kun je natuurlijk ook elders je reactie intypen (bijvoorbeeld in 'notepad' of 'MS-Word' of in een andere tekstverwerker) en vervolgens de tekst van jouw reactie via 'copy-and-paste' overzetten naar 'het vakje'.

Groet,
Emanuel

Theo Smit zei

Ja, dank, Emanuel. Zag dat er elders ook 'problemen' waren. Aha, en dit was dus ook nog een creatieve oplossing van jezelf! OK, ik kan wel een paar dagen wachten ;-).

filosofiewetenschapkunst.web-log.nl zei

Beste Emanuel,

Ik vind het frappant dat je naar Chalmers verwijst, want Chalmers noemt zijn theorie van bewustzijn – dat is: bewustzijn als het ‘moeilijke’ probleem – uitdrukkelijk een naturalistische theorie:

“we simply need to add further bridging principles to explain how experience arises from physical processes. There is nothing particularly spiritual or mystical about this theory - its overall shape is like that of a physical theory, with a few fundamental entities connected by fundamental laws. It expands the ontology slightly, to be sure, but Maxwell did the same thing. Indeed, the overall structure of this position is entirely naturalistic”
http://www.imprint.co.uk/chalmers.html

Ook Chalmers heeft dus geen bovennatuurlijk wezen nodig om bewustzijn als subjectieve ervaring – dat als zodanig niet gereduceerd kan worden tot het fysische in engere zin – te verklaren. Weliswaar levert zijn ‘fysische’ theorie van het bewustzijn geen antwoord op de vraag waarom er bewustzijn is of hoe het mogelijk is dat bewustzijn is ontstaan – dat is juist de vraag van jouw stukje – maar op dat punt kan de biologie en haar evolutieprincipe ons helpen (een zaak die Chalmers niet zo lijkt te interesseren). Net zomin Chalmers God nodig heeft om bewustzijn – als ‘the hard problem’- ‘fysisch’ te beschrijven en te verklaren uit simpele wetten (hetgeen Chalmers’ project lijkt te zijn), hebben we God ook niet nodig om het ontstaan van bewustzijn – als eigenschap van organismen die hen helpt te overleven in moeilijke omstandigheden - uit de evolutie van bewustzijnsloze levensvormen te verklaren (en ook bij die verklaring gaat het om de subjectieve ervaring, dus om bewustzijn als ‘the hard problem’ en niet om hersenprocessen die met ervaring kunnen worden geassocieerd).

Dit is inderdaad een makkelijk probleem: dat jij het misschien als moeilijk ervaart heeft denk ik te maken met je gelovige opvoeding waardoor je de evolutietheorie nooit echt hebt kunnen aanvaarden (eerder schreef je dat je de evolutietheorie aanvaardt, maar dat God uiteindelijk toch nog – en slechts – nodig is om het begin van het heelal te kunnen begrijpen: daarom verbaast het me dat je nu toch weer terugvalt op God in een kwestie die eenvoudig biologisch vanuit de evolutietheorie kan worden verklaard). Wat betreft verklaringen van het bewustzijn is het denk ik goed een vergelijking te maken met de vier soorten verklaringen die de gedragsbiologie volgens Tinbergen van een bepaald gedrag moet geven:
• functie: hoe draagt het gedrag bij aan de overleving en het succes van het dier
• oorzaak: welke situatie en stimuli roepen het gedrag op, is het gedrag instinctief of aangeleerd.
• ontwikkeling: verandert het gedrag met leeftijd, zijn er eerdere leerervaringen nodig om dit gedrag te vertonen.
• ontstaan: hoe is het gedrag evolutionair gezien ontstaan (nl.wikipedia.org/wiki/Gedragsbiologie)

filosofiewetenschapkunst.web-log.nl zei

Ik denk dat dit ook geldt voor bewustzijn: zo geeft de neurobiolologie de ‘oorzaken’ van bewustzijn vanuit stimuli en hersenprocessen zonder het fenomeen van bewustzijn als zodanig te verklaren. Jouw vraag richt zich niet op dergelijke oorzaken (‘the easy problem’ volgens Chalmers), maar ook niet echt op Chalmers’ ‘hard problem’: het richt zich veeleer op de vraag naar het ontstaan van het bewustzijn, hetgeen – net als gedrag – evolutionair kan en moet worden verklaard. Uiteindelijk is jouw benadering en daarmee ook het antwoord op je probleem in feite echter slechts psychologisch: jij kunt je niet voorstellen hoe bewustzijn uit materie is ontstaan, maar ik – en ik vermoed ook Chalmers – kunnen ons juist niets voorstellen bij een bovennatuurlijk wezen die iets in de wereld voortbrengt, omdat wij juist atheïstisch zijn opgevoed. Jij kunt je veel meer voorstellen bij emanatie dan bij natuurlijke selectie, maar ik kan me juist veel meer voorstellen bij natuurlijke selectie dan bij emanatie. Zelfs als het platonisme gelijk heeft dat het gevolg al besloten moet zijn in zijn oorzaak (dat jouw uitgangspunt lijkt te zijn), dan nog is er emergentie mogelijk waarbij het resultaat complexer dan zijn de oorspronkelijke elementen is en er een wezenlijk andere manifestatie optreedt. En de verklaring voor de eigenaardige – ogenschijnlijk aan de wet van de entropie tegengestelde - ‘opwaartse’ beweging van bv. bewustzijn uit materie is niet een of ander vitalisme, laat staan een goddelijke ingreep, maar de natuurlijke selectie.

Ik vraag me ook af in hoeverre jouw probleem voor zover het een echt filosofisch probleem is gegeneraliseerd kan of moet worden tot überhaupt het fundamentele probleem dat de oude Grieken zo bezighield, namelijk van verandering uberhaupt. Elke verandering lijkt immers een soort van wonderlijke, onbegrijpelijke schepping uit het niets te zijn. Zo begrijp ik wel dat je je niet kunt voorstellen hoe bewustzijn uit materie kan ontstaan maar dan vanuit de filosofische moeilijkheid dat je je ook niet kunt voorstellen hoe bv. ijs uit vloeibaar water ontstaat. Conceptueel is bewustzijn immers iets heel anders dan materie (zoals bv. Descartes ons helder heeft uitgelegd), zoals ook het concept van ijs echt iets anders is dan het concept van vloeibaar water. En ook als we het concept van kou aan het concept van water toevoegen, ontstaat nog niet het concept van ijs. Net als Kants uitleg dat 5 + 7 = 12 geen analytische maar synthetische uitspraak is, zo moet ook het begrip van hoe ijs uit water en hoe bewustzijn uit materie ontstaat synthetisch tot stand worden gebracht, hetgeen inzake het ijs en het bewustzijn empirische (a posteriori) wetenschap vergt: alleen ons dingen proberen voor te stellen – zonder empirisch onderzoek dat onze voorstellingen kan sturen en nader invullen - is niet afdoende.

filosofiewetenschapkunst.web-log.nl zei

Overigens, je spreekt over bewustzijn in termen als ‘binnenwereld’ e.d. Vergelijking van bewustzijnen bij verschillende diersoorten maar ook bij verschillende menselijke culturen suggereert dat er vele soorten bewustzijnen zijn. Jouw beschrijving van bewustzijn is typisch modern (zeg maar, typisch cartesiaans). Zo is het bv. interessant om te zien dat analyses van Homerus’ ‘Ilias’ suggereren dat reeds de oude Grieken (en dan bedoel ik dus die van 2000-1000 v.Chr.) hun bewustzijn helemaal (nog) niet ervoeren/beschreven als zo’n innerlijke gedachtenwereld, maar bv. als stemmen in hun hoofd als opdrachten vanuit de godenwereld (dus in wezen geïnterpreteerd als externe prikkels: in dat verband is de vergelijking tussen Plato’s ‘objectieve’ Ideeënleer en ons modern concept van ‘subjectieve’ ideeën natuurlijk ook al veelzeggend). Het ene bewustzijn is het andere (nog) niet: misschien is dat een geschikte opening om je een evolutie van het bewustzijn – opgevat als ‘the hard problem’- voor te stellen waarbij ons modern bewustzijn is ontstaan uit een lange ontwikkeling vanuit het onbewuste (waarbij een zekere internalisering van externe prikkels een belangrijke rol zal spelen)? Ik denk dat zo’n verklaring niet eens ingewikkelder hoeft te zijn dan de verklaring hoe ijs uit water ontstaat (die overigens ook al aardig complex is en nogal een beroep doet op ons voorstellingsvermogen).

Ten slotte, ik heb zelf filosofie gestudeerd en ik weet dus dat Darwin eigenlijk geheel niet ter sprake komt in het filosofieonderwijs (of in de geesteswetenschappen überhaupt waarschijnlijk). Ergens is dat vreemd, want zoals een docent in een college over Aristoteles opmerkte naar aanleiding van een vraag van een student: het is niet zozeer de nieuwe, in veel opzichten meer platoonse, wetenschap en filosofie (bv. Descartes) geweest die de doodsteek voor Aristoteles leverden (want ook na Descartes e.d. bleef Aristoteles domineren op de filosofische faculteiten) en zelfs was het niet Kant die Aristoteles naar de geschiedenisboeken heeft verwezen, maar het is uiteindelijk Darwin geweest die de doodsklap voor de aristotelische filosofie betekende. Ik begrijp dat jij Aristoteles wil doen herleven, maar ik vraag me af of je je wel bewust genoeg bent van de dreun die Darwin met zijn onderzoek naar de “origin of species” aan elke aristotelische conceptie van het leven (inclusief het bewustzijn) heeft gegeven: Aristoteles is misschien nog interessant voor bv. de ethiek maar in de studie van de (levende) natuur fungeren ‘speciën’ niet meer als (eeuwige, metafysische) vormen of doeloorzaken maar zijn zij (veranderlijke) resultaten van blinde natuurlijke selectie.

Emanuel Rutten zei

Beste FWK,

De evolutietheorie helpt ons te begrijpen hoe complexe materiële structuren kunnen voortkomen uit meer eenvoudige materiële structuren. Eventueel kan zij ook ingezet worden om te begrijpen hoe eenvoudige vormen van bewustzijn zich kunnen ontwikkelen tot meer complexe vormen van bewustzijn. Zij is echter niet geschikt om de claim te rechtvaardigen dat bewustzijn zou zijn voortgekomen uit materie. De sprong van materie naar bewustzijn kan niet vanuit de evolutietheorie verklaard worden. Om toch te betogen dat bewustzijn uit materie zou zijn ontstaan wordt daarom vaak gegrepen naar de term "emergentie". Echter, zeggen dat bewustzijn uit materie kan ontstaan omdat bewustzijn uit materie "emergeert" is geen werkelijke oplossing van het probeem, maar juist een verdoezeling (of zo je wilt: een herformulering) van de werkelijke problematiek. Als emergentietheorieën al iets verklaren, dan zijn dat uitsluitend aspecten die vallen onder Chalmer’s 'easy problem' en niet onder Chalmer’s 'hard problem'. Jouw voorbeeld van emergentie van ijs uit watermoleculen is in dit verband veelzeggend. Dit voorbeeld is niet relevant precies omdat de ene materiële structuur (een blok ijs) wordt verklaard vanuit een andere materiële structuur (watermoleculen), wat uiteraard geen 'hard' maar juist een 'easy problem' betreft. De claim dat bewustzijn zou zijn voortgekomen uit materie is inderdaad van een volstrekt andere orde. Eenvoudigweg verwijzen naar termen als evolutie of "emergentie" heeft dan ook geen enkele zin om deze claim zelfs maar enigszins aannemelijk te maken.

Groet,
Emanuel

MNb zei

Misschien heb ik iets verkeerd begrepen, maar het lijkt mij dat het begrip bewustzijn in dit betoog op discrete wijze wordt opgevat: het is er of het is er niet. Dat is onterecht. Allerlei geestesziekten alsook geestelijke aftakeling wijzen erop dat bewustzijn stevig geworteld is in materie en aldus geen oorsprong kent in een bovennatuurlijke bewuste entiteit. In dit verband moeten we eveneens opmerken dat onze naaste verwanten, de chimpansees en bonobo's, over een bewustzijn beschikken die sterk op de onze lijkt. Hoe zwakker de verwantschap, hoe sterker het bewustzijn afwijkt.
Zelfs mieren lijken een vorm van bewustzijn te hebben, maar dan één die niet aan het individu verbonden is maar aan de groep.

http://www.zoology.de/vwitte/work/arbeit.htm
http://ngm.nationalgeographic.com/2007/07/swarms/miller-text

Dit punt kom in http://bit.ly/3cBSrs helemaal niet aan de orde. Chalmers schrijft alleen maar over "wij ervaren." Dat is ongeoorloofd antropocentrisme. En dan zie ik er nog van af op te merken dat neurologisch onderzoek in rap tempo een dergelijk kleine schaal nadert dat quantum effecten mee gaan spelen.

"De claim dat bewustzijn zou zijn voortgekomen uit materie."
Dit suggereert een causale benadering en we zouden inmiddels moeten weten dat dat een versimpeling is.

filosofiewetenschapkunst.web-log.nl zei

Beste Emanuel,

Volgens mij haal je twee zaken door elkaar. Zoals Descartes uiteen heeft gezet, is bewustzijn (conceptueel) niet reduceerbaar tot materie: bewustzijn en materie zijn wezenlijk verschillend. Maar dat betekent niet dat bewustzijn niet uit materie kan zijn voortgekomen. De revolutie van Darwin is precies de ontkenning van deze conclusie: soorten/essenties zijn niet statisch maar veranderen, zodat de ene essentie uit de andere kan ontstaan! Zo is bv. een mens wezenlijk verschillend van een bacterie, maar toch leert bv. de evolutietheorie dat al het leven op aarde, inclusief de mens, is voortgekomen uit een (oer)bacterie. Dat je de mens niet kunt reduceren tot een bacterie, betekent niet dat de mens niet kan zijn voortgekomen uit een bacterie. De vraag dringt zich op of jij je wel kunt voorstellen dat het leven is voortgekomen uit het niet-levende. Ik vermoed dat als je je niet kunt voorstellen dat uit materie het bewustzijn is ontstaan, je je ook niet kunt voorstellen dat uit het levenloze het leven is voortgekomen. Het leven is immers ook zo’n ‘emergentie’-verschijnsel dat jij als natuurlijk fenomeen lijkt af te wijzen. Zoals ik al uiteenzette is uiteindelijk elke verandering een wonderbaarlijke emergentie, waarvan het wonder evenwel verdwijnt door je te beseffen dat alles zeer geleidelijk is ontstaan: het leven ‘verscheen’ niet opeens maar is langzaam ontwikkeld. Weliswaar beweer je dat de ‘emergentie’ van bewustzijn van een heel andere orde is, maar je geeft daar geen enkel argument voor, anders dan dat je je deze ‘sprong’ niet kunt voorstellen. Maar ik kan het me wel voorstellen en ook jij zou het je kunnen voorstellen door je ‘sprong’ te vervangen door geleidelijke evolutie.

Bewustzijn is immers een fenomeen met een moeiteloos voor te stellen gradatie, omdat we zeer vertrouwd zijn met die variatie in gradatie (zoals bij waken, sluimeren en slapen): zoals we ons kunnen voorstellen hoe een lamp geleidelijk van gedoofd naar beetje licht naar steeds meer licht straalt, zo kunnen we ons – op grond van ervaring en introspectie – moeiteloos voorstellen hoe bewustzijn als een lamp geleidelijk is gaan branden. Jij spreekt over de ‘sprong’ van materie naar bewustzijn, maar de natuur maakt geen sprongen. Het is juist de kern van de evolutietheorie dat levensvormen en hun eigenschappen zeer geleidelijk zijn ontstaan: het zijn geen discrete, eeuwige vormen. Dikke boeken over de evolutie helpen ons de juiste voorstellingen te maken hoe bewustzijn geleidelijk uit materie is voortgekomen (al lijkt dat onderzoek onvermijdelijk een tamelijk speculatief karakter te moeten houden, omdat er van de vroegere bewustzijnen niet zulke fossielen zijn terug te vinden als die van bv. de anatomie van levensvormen). Daarbij berusten die voorstellingen uiteindelijk natuurlijk op introspectie: het gaat immers om ‘the hard problem’ die we slechts in ons zelf kunnen ervaren en die de wetenschap ons niet kan meedelen (ik denk dat Nagel terecht betoogt dat de wetenschap het subjectieve – het bewustzijn cq de ervaring – elimineert). Maar de evolutietheorie helpt ons daarmee omdat zij de waarschijnlijke feitelijke ontwikkeling van het bewustzijn uit het onbewuste beschrijft en zo een gids vormt voor de vorming van de juiste voorstellingen door middel van introspectie.

filosofiewetenschapkunst.web-log.nl zei

Waarom we daar God bij nodig hebben is me een raadsel. Natuurlijk is het uiteindelijk wel problematisch om ons die continuïteit werkelijk voor te stellen: zoals je elders ergens schrijft kan ons discrete verstand de continuïteit van de werkelijkheid niet vatten. Maar dat maakt de continue werkelijkheid niet minder werkelijk. Of je moet als Zeno die continuïteit ontkennen ten gunste van de waarheid van ons discrete denken. Maar dan moet je ook net als Zeno ontkennen dat Achilles of de pijl van positie A naar positie B kan bewegen: Zeno heeft immers overtuigend laten zien dat we die beweging niet echt kunnen denken. Dan moet je elke verandering en elke beweging onmogelijk – of als een heus Godswonder – verklaren. Dan zijn we ook weer terug bij het probleem van hoe water ijs kan worden. Je hebt geen enkel argument gegeven waarom de transformatie van materie in bewustzijn problematischer is dan de transformatie van de ene fysische toestand naar de andere fysische toestand.

Overigens, je conceptie van evolutie lijkt niet te kloppen: evolutie is niet het proces van simpel naar complex of van primitief naar ontwikkeld. Een dergelijk begrip van de evolutietheorie is vervuild door het middeleeuwse concept van de ‘scala naturae’ met een opklimming van materie, planten en lage dieren via hoge dieren naar de mens (en uiteindelijk de engelen bovenin). Hedendaagse bacteriën zijn in werkelijkheid net zo hoog ontwikkeld als de mens (in zekere zin zijn virussen en bacteriën verder ontwikkeld want beter aangepast vanwege een hogere voortplantingssnelheid).

Je lijkt al met al gevangen te zitten, niet alleen in de voorstelling van de middeleeuwse ‘scala naturae’, maar ook in de voorstelling van het Bijbelse scheppingsverhaal waarin God alle dingen kant en klaar produceert (of in de filosofie van Aristoteles waarin vormen onveranderlijk zijn). De evolutietheorie biedt echter een veel overtuigender scheppingsverhaal: niets is kant en klaar geproduceerd maar alles is geleidelijk door middel van natuurlijke selectie tot stand gebracht. Dit geldt zeker ook voor bewustzijn. Jouw voorstelling van een ‘sprong’ klopt niet: er is geen moment aan te wijzen waarop plotseling het bewustzijn kant en klaar in de wereld verscheen. Voordat bewustzijn, zoals door Descartes opgevat, in de wereld verscheen hebben er vele miljoenen jaren voorlopers van het bewustzijn bestaan waaruit langzaam het ‘echte’ bewustzijn is voortgekomen met talloze tussenvormen. Als jij gelooft dat alleen God het bewustzijn kan voortbrengen, dan vraag ik me af hoe het dan zit met al die tussenvormen: is God ook nodig om de voorlopers van het bewustzijn te produceren? Vanaf welk punt precies in de miljoenen of zelfs miljarden jaren van evolutie van het bewustzijn (die we misschien 500 miljoen jaar geleden kunnen laten beginnen met het ontstaan van het zenuwstelsel) is God opeens nodig en is de kracht van evolutie volgens jou niet meer genoeg?

Ken je eigenlijk bewustzijnfilosofen die net als jij niet geloven dat bewustzijn uit materie kan zijn voortgekomen? Ik heb een paar anthologieën erop na geslagen en de term ‘evolutie’ in de index opgezocht: het is frappant dat in de vele klassieke teksten op het gebied van de ‘philosophy of mind’ zo goed als niets wordt gezegd over de evolutie van bewustzijn, maar even frappant is het dat de enige teksten in de anthologieën die iets daarover zeggen van de hand zijn van Chalmers en Jackson, die zich zeer bewust waren van ‘the hard problem’ maar evengoed schrijven dat ze ervan uit gaan dat het bewustzijn zich uit materie heeft geëvolueerd.

filosofiewetenschapkunst.web-log.nl zei

Overigens, wat ik wel een aardige gedachte vind is dat je de wereld op twee manieren kunt benaderen, een beetje zoals dat sinds Parmenides en Plato gebruikelijk is in de filosofie: enerzijds als natuur/beweging, zoals beschreven door de fysica, anderzijds als ideeën, zoals beschreven door de metafysica. Op vergelijkbare manier kun je misschien de werkelijkheid a la Schelling beschrijven als een ontwikkeling van het bewuste uit de onbewuste natuur en a la Fichte als een ontwikkeling van het onbewuste uit het bewuste (met een poging tot een hegeliaanse synthese van beide benaderingen). Maar als je de vraag stelt hoe het natuurlijke bewustzijn is ontstaan, dan zit je middenin wat bij Parmenides en Plato het domein van de verandering (en de mening) is en dan moet je het antwoord in de fysica/biologie zoeken en kun je niet een metafysisch antwoord geven. Misschien ligt daar ook de cruciale fout van Aristoteles die fysica en metafysica al door elkaar heen liet lopen met immanente vormen als verklaringen van fysische verschijnselen: ik zit denk ik meer op de lijn van Plato en Kant die deze twee ‘werelden’ in beginsel strikt gescheiden hielden.

Groet,
FWK

Emanuel Rutten zei

Beste FWK,

Zoals ik al vaker heb aangegeven accepteer ik de evolutietheorie. Ik ga uit van een evolutie van zowel natuurlijk bewustzijn als materie, uit respectievelijk een eerste natuurlijk bewustzijn en een eerste materie. Evolutie betreft bovendien een geleidelijke stapsgewijze ontwikkeling (dus geen plotselinge sprong) naar (algoritmisch of informatietheoretisch gezien) steeds complexere mentale en materiële structuren. Uit dit alles volgt natuurlijk niet dat bewustzijn zelf uit materie ontstaan zou zijn. Ik denk inderdaad dat dat voor ons conceptueel onvoorstelbaar is. De reden hiervoor is eigenlijk vrij eenvoudig. Wij kunnen ons prima voorstellen hoe materiedeeltjes onderling interacties aangaan om zo steeds complexere materiële constellaties te vormen. We blijven hier echter binnen dezelfde species. Van de ene (meer eenvoudige) materiële constellatie gaan we immers over naar een andere (complexere) materiële constellatie. Het resultaat van deze overgang is dus nog steeds een materiële constellatie, en niet iets fundamenteel anders. In die zin verandert er in principe dus helemaal niets. We begonnen immers met een bepaalde ruimtelijke-geometrische structuur van materiedeeltjes, en we komen vervolgens na een groot aantal stappen uit bij iets dat uiteindelijk niet meer is dan slechts een complexere ruimtelijke-geometrische structuur van materiedeeltjes. Er is hier dus helemaal geen sprake van een overgang naar een radicaal ander soort zijn. De vermeende overgang van materie naar bewustzijn is precies daarom van een volstrekt andere aard. Deze overgang is voor ons ondenkbaar precies om wij ons eenvoudigweg niet conceptueel kunnen voorstellen hoe louter ruimtelijke-geometische structuren van materiedeeltjes ooit aanleiding zouden kunnen geven tot het ontstaan van innerlijke subjectieve ervaring, van gedachten en gevoelens. Natuurlijk, de ene materiële structuur kan zich geleidelijk aan ontwikkelen tot een andere veel complexere materiële structuur, maar daarbij blijven we zoals gezegd netjes binnen het domein van het materiële. Nimmer maken we zo de overstap naar het mentale, naar natuurlijk bewustzijn. En precies hetzelfde geldt voor de evolutie van het natuurlijk bewustzijn zelf. Ook daar blijven we binnen de zijnsvorm waarmee de evolutionaire ontwikkeling aanving, namelijk het mentale, en ook hier kunnen we nimmer overspringen naar een radicaal ander soort zijn, namelijk het materiële.

Groet,
Emanuel

filosofiewetenschapkunst.web-log.nl zei

Beste Emanuel,

Maar hoe zit het dan met de tussenvormen? Zoals ook NMb al aanstipte lijk je bewustzijn op te vatten als iets wat er wel of niet is: een tussenvorm – en daarmee een overgang – lijk je uit te sluiten. Maar hoe houdbaar is dat? Heeft iemand die droomt een bewustzijn? Heeft een aap een bewustzijn? Of heeft alleen de mens – als beeld van God – een bewustzijn? Als je wel in evolutie gelooft, wanneer is dan dat bewustzijn plotseling verschenen? Had de Neanderthaler bewustzijn?

Ik denk dat we nog te weinig weten van zowel materie als bewustzijn om zeker te zijn dat ze elkaar uitsluiten. Niet alleen geeft de evolutie ons de suggestie dat bewustzijn is geëvolueerd uit materie, maar weet je wel zo zeker dat materie principieel niet kan denken? Toen het materialisme in de Verlichting een serieuze filosofie werd, geloofden de meeste materialisten dat materie kan denken (zodat zij als materialisten het bestaan van bewustzijn niet ontkenden). Hedendaagse fysica leert dat materie uiteindelijk niet zozeer uit deeltjes maar veel meer uit krachten of interacties, energieën wellicht, bestaat. Zou het niet mogelijk zijn dat naarmate we meer weten van materie en bewustzijn, we beter gaan begrijpen hoe deze samenhangen en het ene uit het ander als fenomeen kan voortkomen? De fysica kan nog niet eens de richting van de tijd, die aan alle fysische processen ten grondslag ligt, verklaren. Maar misschien kan de fysica dat later wel, evenals het bewustzijn verklaren (misschien in de lijn van Chalmers’ project).

Zou het niet zo kunnen zijn dat de scheiding van geest en materie uiteindelijk op een achterhaalde fenomenologie berust? Dat het misschien een bij-effect is van onze wijze van wetenschap bedrijven dat bewustzijn van materie wordt gescheiden, maar dat dat uiteindelijk meer zegt over onze wijze van wetenschap bedrijven dan over de werkelijkheid of zelfs maar over hoe wij in het dagelijks leven over zaken denken? Ja, materie en bewustzijn lijken radicaal anders te zijn: de eerste is uitgebreid, het andere is privé (en wetenschap moet objectief zijn en dus het subjectieve private wegsnijden uit datgene wat in de oorspronkelijke ervaring één was). Maar hoe zit het dan met bv. de waarheden van de wiskunde: die lijken noch uitgebreid, noch privé. Zijn er dan drie verschillende werelden? Of is er misschien uiteindelijk toch maar één wereld en begrijpen we de relaties tussen de fenomenen nog niet goed genoeg om te beseffen dat ze verschillende manifestaties (op verschillende niveaus) zijn van hetzelfde? Om toch nog even een fysisch voorbeeld te geven: een vast lichaam, bv. een kogel, is voor ons een compact ‘vol’ ding, maar de fysica leert ons dat elk vast lichaam – op subatomair niveau – vrijwel alleen uit leegte bestaat. Dat is ook een duidelijke, elkaar uitsluitende, tegenstelling: heel vol vs. heel leeg. Maar is het daarom onmogelijk dat onze perceptie van een volle kogel voortkomt uit de subatomaire deeltjes en hun interacties? Of is de volle kogel gewoonweg een perceptie van dezelfde ding als de subatomaire wereld maar dan op een ander niveau? Zou dat ook niet kunnen gelden voor materie en bewustzijn?

Groet,
FWK

Emanuel Rutten zei

Beste FWK,

Natuurlijk bewustzijn komt uiteraard niet alleen aan de mens toe. In de biotische sfeer zijn er immers talloze voorbeelden van bewuste levensvormen. Het punt is echter dat natuurlijk bewustzijn niet kan evolueren vanuit een situatie van afwezigheid van natuurlijk bewustzijn. Dat is waarom ik in mijn vorige reactie sprak over een eerste rudimentaire vorm van natuurlijk bewustzijn waaruit alle andere vormen van natuurlijk bewustzijn in ons universum geëvolueerd zijn. Vergelijk in dit verband de evolutie van complexe materiële constellaties uit meer eenvoudige materiële constallaties. Ook dit evolutieproces kan niet op gang komen vanuit een situatie van afwezigheid van materie. Er moet dus ook binnen de sfeer van het materiële een eerste materie zijn waaruit alle materiële constallaties geëvolueerd zijn.

Zelf ben ik van mening dat wiskundige objecten mentale abstracties oftewel idealiseringen zijn van concrete empirische ervaringen. Zo is bijvoorbeeld de wiskundige circel niets meer of minder dan een mentale abstractie of idealisatie van onze ervaringen van allerlei ronde dingen in de ons omringende leefwereld. Ik ben dus een conceptualist en geen platonist als het gaat om de ontologische status van wiskundige (en andere abstracte) objecten. Deze objecten vinden hun locus binnen de intramentale sfeer van het menselijk bewustzijn, in plaats van in een of andere platoonse "derde wereld" voorbij het mentale en het materiële.

Groet,
Emanuel

Bas van Zanten zei

Beste Emanuel,

Even over het beginsel conceivability-entails-possibility. Ik kan me ook geen voorstelling maken van bewustzijn dat uit materie ontstaat. Maar kunnen wij ons wel een voorstelling maken van een op zichzelf staande geest (ook al impliceert de vorige zin het bestaan daarvan)? Dus van een immaterieel, lichaamsloos bewustzijn, zoals God. Onze ideeën over geest leiden we af uit andere mensen, en daarvan hebben we een fysieke representatie in ons bewustzijn. Als ik denk aan het bewustzijn van een persoon, dan denk ik over die persoon, inclusief diens lichaam. In ons taalgebruik refereren we nooit naar een persoon (behalve bij God) als een lichaamsloos, immaterieel bewustzijn, maar als een persoon van vlees en bloed (en geest). Als wij refereren naar de geest van een mens, maar niet naar diens lichaam, kunnen we ons dan wel een voorstelling maken van die persoon?

En leveren de inzichten (al is 'hypothesen' een betere depictie) uit de cognitieve godsdienstwetenschappen een gevaar op voor het beginsel? Vrijwel alle (primitieve) volken geloven in geesten, en vele stammenvolken ook in magie. Als een (hedendaagse) jager-verzamelaar een grot binnengaat om vleermuizen te vangen, dan bidt hij eerst tot de geest van de grot om te vragen of die geest een paar vleermuizen aan hem wil schenken. Vervolgens draagt hij dat ritueel over op zijn kinderen door hen het gebed te leren en te vertellen wat voor karakter de geest heeft (wanneer hij wel of niet bereid is vleermuizen te schenken als voedsel).

Wij beschouwen dit uiteraard als bijgeloof, want een (hypothetisch) cognitief mechanisme zorgt voor het geloof van die man, zeg maar wat: HADD, ToM, Poreuze geest etc. Maar welke voorstelling heeft die persoon dan als hij aan die geest denkt? Laten het bestaan van die mechanismen niet zien dat zijn geloof een illusie is, en zijn voorstelling in feite dus niets voorstelt?

Groeten,
Bas