maandag 3 mei 2010

Een reductie van de vraag of God bestaat

Bestaat God? Deze vraag kan alleen zinvol benaderd worden wanneer we uitgaan van een bepaalde conceptie ofwel definitie van God. Het is voor zowel diegenen die menen dat God bestaat als voor diegenen die menen dat God niet bestaat redelijk om 'noodzakelijk bestaan' te beschouwen als een attribuut van het begrip 'God'. God is, indien Hij bestaat, in ieder geval een noodzakelijk bestaand wezen. Een wezen dat slechts contingent bestaat en dus net zo goed niet had kunnen bestaan dekt de lading van het begrip God niet.

In de vorige eeuw heeft Alvin Plantinga een ontologisch argument uitgewerkt voor de claim dat God bestaat. Zijn argument voor het bestaan van God kan als volgt worden weergegeven:

1. Het bestaan van God is mogelijk
2. Als (1), dan is er een mogelijke wereld waarin God bestaat
3. Er is een mogelijke wereld waarin God bestaat (uit 1,2)
4. Als (3), dan bestaat God in alle mogelijke werelden
5. God bestaat in alle mogelijke werelden (uit 3,4)
6. Als (5), dan bestaat God in de actuele wereld
7. God bestaat in de actuele wereld (uit 5,6)

Propositie (1) lijkt meer dan plausibel. Hoewel God wellicht niet bestaat is het toch in ieder geval mogelijk dat God zou hebben kunnen bestaan. Het bestaan van God is anders gezegd dus in ieder geval mogelijk. Propositie (2) volgt direct uit de definitie van 'mogelijk'. Propositie (3) volgt logisch uit propositie (1) en (2). Propositie (4) volgt direct omdat zoals gezegd 'noodzakelijk bestaan' gerekend wordt tot een attribuut van God. Propositie (5) volgt logisch uit propositie (3) en (4). Propositie (6) volgt uit het feit dat de actuele wereld ook een mogelijke wereld is. Propositie (7) volgt tenslotte logisch uit propositie (5) en (6).

Het argument van Plantinga laat dus zien dat uit de claim dat het bestaan van God mogelijk is volgt dat God bestaat. Plantinga's argument is logisch geldig. De door hem gehanteerde premissen zijn bovendien meer dan plausibel. Het is dan ook lastig om zijn argument rechtstreeks te weerleggen. Dit betekent niet dat zijn argument probleemloos is. We kunnen namelijk een soortgelijk argument construeren voor de claim dat God niet bestaat. Dit argument ziet er bijvoorbeeld als volgt uit:

1. Het is mogelijk dat God niet bestaat
2. Als (1), dan is er een mogelijke wereld waarin God niet bestaat
3. Er is een mogelijke wereld waarin God niet bestaat (uit 1,2)
4. Als (3), dan bestaat God niet in alle mogelijke werelden
5. God bestaat niet in alle mogelijke werelden (uit 3,4)
6. Als (5), dan bestaat God niet in de actuele wereld
7. God bestaat niet in de actuele wereld (uit 5,6)

De enige stap die wellicht enige toelichting vereist is de afleiding van propositie (6). Waarom bestaat God niet in de actuele wereld indien God niet in alle mogelijke werelden bestaat? Welnu, stel dat God wel in de actuele wereld zou bestaan. Aangezien 'noodzakelijk bestaan' een attribuut van God is volgt hieruit dat God in de actuele wereld noodzakelijk bestaat en dus in alle mogelijke werelden bestaat. Deze conclusie is in strijd met (5) en daarom bestaat God niet in de actuele wereld wanneer (5) geldt.

Het tweede argument laat dus zien dat uit de claim dat het mogelijk is dat God niet bestaat volgt dat God niet bestaat. Het tweede argument is logisch geldig en de gehanteerde premissen lijken op het eerste gezicht net zo plausibel als die welke Plantinga in zijn argument hanteert.

We kunnen samenvattend stellen dat Plantinga's argument laat zien dat God bestaat indien het bestaan van God mogelijk is en dat het tweede argument laat zien dat God niet bestaat indien het mogelijk is dat God niet bestaat. God kan niet wel én niet bestaan. Hieruit volgt dat het niet het geval kan zijn dat het bestaan van God mogelijk is én dat het mogelijk is dat God niet bestaat.

Wat betekent dit alles nu voor de discussie over de vraag of God bestaat? Welnu, uit dit alles volgt dat de vraag of God bestaat gereduceerd kan worden tot de vraag welke van de volgende twee uitspraken correct is:

(a) Het is mogelijk dat God bestaat,
(b) Het is mogelijk dat God niet bestaat.

Zoals gezegd kunnen (a) en (b) niet allebei corect zijn. Evenmin kunnen (a) en (b) allebei incorrect zijn. Precies één van beiden is dus correct. Indien dit (a) is, dan bestaat God en indien dit (b) is dan bestaat God niet.

Het voordeel van deze reductie is dat de vraag of God bestaat toegankelijker gemaakt wordt wanneer wij ons richten op de prima facie eenvoudigere vraag welke van de twee genoemde claims, (a) of (b), correct is. Een argument voor (a) betreft immers tevens een argument voor het bestaan van God en evenzo is een argument voor (b) eveneens een argument voor het niet-bestaan van God.

Zelf meen ik dat (a) een stuk plausibeler is dan (b). Hieruit volgt dat de claim dat God bestaat veel plausibeler is dan de claim dat God niet bestaat. In een volgende bijdrage zal ik een argument geven voor mijn bewering dat (a) plausibeler is dan (b).

12 opmerkingen:

Anoniem zei

Beste wijsgeer, u schrijft dat het ook voor niet-gelovigen redelijk is om “noodzakelijk bestaan” te beschouwen als een attribuut van God. Dit is wishful thinking en druist tegen de logica in. Als niet-gelovige ken ik God uiteraard in het geheel geen eigenschappen toe, en al helemaal niet de eigenschap “noodzakelijk bestaan”, die, naast “perfectie”, speciaal bedacht lijkt te zijn om via cirkelredeneringen en tautologieën op “bestaan” uit te komen.
Overigens ben ik van mening dat men via premissen en conclusies geen enkel “bestaan” kan bewijzen, dat niet reeds in de premissen is aangenomen. Er zijn wel dingen, waarvan het bestaan via een gedachtenexperiment of via wiskunde beredeneerd (maar niet bewezen) kan worden. In de oudheid kon men al beredeneren dat er atomen moesten bestaan. Het bestaan van de planeet Neptunus is voorspeld uit afwijkingen in de baan van Uranus. In beide gevallen kwamen de empirische bewijzen later. Als het om God gaat, zullen zulke bewijzen er nooit komen.
Er zijn ook redeneringen die indruk maken, maar een verkeerde voorstelling van zaken geven. Een voorbeeld is de bekende pijl van Zeno, die (kort gezegd) nooit zijn doel zou kunnen bereiken omdat hij telkens nog de helft van het resterende traject moet afleggen. De pijl heeft echter geen doel; hij beschrijft een baan die door de natuurwetten wordt bepaald en gaat daarmee door tot hij op de grond valt of ergens in blijft steken. Mijn indruk is dat de godsbewijzen op een vergelijkbare manier mensen op het verkeerde spoor zetten. vrgr, R. van Elst

R. van Elst zei

Het was niet mijn bedoeling om als "Anoniem" te reageren, maar met andere opties kwam ik niet vooruit.

G.J.E. Rutten zei

Beste R. van Elst,

Om een discussie over de vraag of God bestaat mogelijk te maken zullen we het eerst eens moeten worden over een bepaalde definitie van God. Wat bedoelen we met 'God' wanneer we ons afvragen of God bestaat? Welnu, mijn punt is dat verreweg de meesten godsdienstfilosofen, zowel theïsten als atheïsten, erkennen dat God, *indien* Hij bestaat, geen contingent object kan zijn. Het is anders gezegd niet mogelijk dat God bestaat én tegelijkertijd niet noodzakelijk bestaat. God bestaat, *als* Hij bestaat, niet anders dan noodzakelijk. En dit betekent zeker niet dat reeds op voorhand van het bestaan van God wordt uitgegaan. Zo zijn er atheïsten die het eens zijn met de uitspraak dat God, *indien* Hij bestaat, noodzakelijk bestaat. Dit doen zij om het bestaan van God te ontkennen door te betogen dat er geen noodzakelijke objecten (kunnen) bestaan.

Groet,
G.J.E. Rutten

Luitzen zei

Ik wil graag de "Teenhoorn" definiëren. De definitie van "teenhoorn" is dat Hij kan bestaan, dat als Hij bestaat noodzakelijk bestaat, dat hij op een eenhoorn lijkt en dat, als Hij bestaat, mij 's nachts aan mijn neus komt kriebelen wanneer ik slaap.

Met behulp van het argument van Plantinga kan ik dan bewijzen dat ik elke nacht aan mijn neus gekriebeld wordt.

Het hele argument is ronduit te belachelijk om serieus te nemen. Waarom definiëer je God niet als bestaand? Dan kun je je argument herleiden tot:
1) de definitie van God is dat hij bestaat
2) uit 1) volgt dat God bestaat.
Nu kun je je zinloze discussie met athëisten weer 5 regels eerder aanvangen (en ze waren ook nog eens korter), zoals je nu ook al doet. Tenminste, dat is, als ze niet druk bezig zijn met het ontwikkelen van vaccins, gebaseerd op de onjuiste evolutietheorie en genetica, tegen gruwelijke ziektes. Gelukkig hoef je niet te wachten, want je kunt in de tussentijd mooi verder gaan met het om zeep helpen van deze wereld; het is ongehoord dat er in Afrika nog steeds condooms gebruikt worden.

Luitzen zei

Ik ben helaas in mijn vorige bericht vergeten te vermelden dat de Teenhoorn een grote teen, in plaats van een hoorn op zijn hoofd heeft. Hij gebruikt deze teen om mij 's nachts aan mijn neus te kriebelen. Als ik mij goed gedragen heb, mag ik er in mijn slaap soms aan kietelen waardoor ik heel erg fijne dromen over My Little Pony krijg.

Emanuel Rutten zei

Beste Luitzen,

Het probleem van jouw voorstel is dat wij ons natuurlijk probleemloos een metafysisch mogelijke wereld kunnen voorstellen zonder eenhoorns en zonder op eenhoorns lijkende dieren. Uitgaande van Hume's dictum dat alles dat wij ons mentaal kunnen voorstellen metafysisch mogelijk is volgt dus dat de Teenhoorn helemaal niet metafysisch noodzakelijk kan bestaan. Jouw definitie is dus incoherent. We zien hier dan ook direct het probleem van onzinnige voorstellingen van God als een man met een lange witte baard op een stoel, etc. Dergelijke voorstellingen hebben immers als probleem dat we ons zeer eenvoudig een mogelijke wereld kunnen voorstellen zonder het soort standen van zaken waar deze voorstellingen naar verwijzen. Uit Hume's dictum volgt dan dat dergelijke voorstellingen contingente standen van zaken aanduiden en dus niet geldig kunnen zijn als definitie van God. Zie eventueel ook http://bit.ly/qwA8m4

Groet,
Emanuel

Anoniem zei

beste heer Rutten,

Ik ben een filosoof van de luie stoel en zit met een vraag aangaande bovenstaand bericht:

Zou u kunnen expliciteren wat er precies met het woord 'mogelijk' wordt bedoeld in 'mogelijk bestaat God'.

De leek in mij leest dat als 'er is een kans P dat god bestaat'. (en inherent daaraan 1-P, de kans dat god niet bestaat) Evenzo: er is een kans dat er een wereld bestaat waarin god bestaat. Etc.

We kunnen vervolgens toch niet zomaar concluderen god per se bestaat? Inherent aan de kans dat er een wereld bestaat waarin god bestaat, is er immers een kans dat deze wereld niet bestaat. Zeggen dat god noodzakelijk of wél, of niet bestaat doet daar toch niets aan af?

Emanuel Rutten zei

Beste Anoniem,

De uitspraak dat God mogelijk bestaat heeft in deze niets te maken met de bewering dat er een kans groter dan nul is dat God bestaat. Het gaat hier namelijk om een specifieke metafysische uitspraak. Om de uitspraak dat God mogelijk bestaat te begrijpen is het nodig iets te weten over Kripke's mogelijke werelden theorie.

Een mogelijke wereld is een denkbeeldige volledige beschrijving van hoe de wereld is of had kunnen zijn. Zo is er een mogelijke wereld waarin Nederland de WK finale in 1974 gewonnen heeft, waarin WOII nooit heeft plaatsgevonden, en waarin JFK de verkiezingen heeft verloren. Er is echter geen mogelijke wereld waarin het getal 17 de premier van Nederland is, of waarin een vrijgezel getrouwd is, of waarin 1+1 gelijk is aan een pak koffie. Dit soort standen van zaken zijn metafysisch namelijk niet mogelijk. Ze zijn, anders gezegd, in brede logische zin niet mogelijk.

De wereld die daadwerkelijk het geval is, ofwel de wereld waarin wij concreet leven, betreft natuurlijk ook één van deze mogelijke werelden. Inderdaad, wat feitelijk het geval is is in elk geval ook mogelijk. Filosofen spreken in dit verband over de actuele wereld. De actuele wereld is die mogelijke wereld die daadwerkelijk gerealiseerd is.
In de actuele wereld heeft Nederland dus de WK finale van 1974 verloren, heeft WOII plaatsgevonden, en heeft JFK de verkiezingen gewonnen.

Welnu, wanneer we zeggen dat God mogelijk bestaat, dan wordt niet meer bedoeld dan dat er een denkbeeldige volledige beschrijving van een wereld is waarin God bestaat. God bestaat dus in tenminste één mogelijke wereld, waaronder wellicht ook de actuele wereld.

Uitgaande van deze achtergrond kunnen we nu een tweetal definities invoeren. Een object X bestaat contingent indien deze in tenminste één mogelijke wereld, maar niet in alle mogelijke werelden, bestaat. Voorbeelden zijn een stoel, een tafel, of jij en ik. Een contingent object kan dus bestaan, maar kan ook niet bestaan. Een object X bestaat daarentegen noodzakelijk indien X in alle mogelijke werelden bestaat. Een noodzakelijk object kan dus niet anders dan bestaan, zij moet wel bestaan, niet bestaan is voor haar onmogelijk. Volgens sommige filosofen is God een noodzakelijk bestaand wezen. Anderen wijzen in dit verband (ook) op getallen, of meer in het algemeen op alle wiskundige objecten, als voorbeelden van noodzakelijk bestaande objecten. Een noodzakelijk bestaand object kan onmogelijk niet bestaan, zij bestaat op grond van haar eigen natuur.

Met kansrekening heeft dit alles dus niets te maken.

Groet,
Emanuel

Anoniem zei

Beste Emanuel,

Dank voor de heldere toelichting! Zeer verduidelijkend.

Hoe moet ik heb begrip 'volledig beschrijfbaar' interpreteren? Aangezien ik niet weet hoe ik God compleet zou moeten beschrijven (ik verwacht dat veel christenen met die stelling problemen zullen hebben?) neem ik aan volledig beschrijfbare God in deze een aanname is?

Nu kan het zijn dat iemand die beschrijving wel kan leveren, vandaar de vraag waaraan de volledige beschrijving moet voldoen.

Theo Smit zei

Beste Emanuel,

Onder dankzegging voor je laatste reactie elders, die in de oren geknoopt heb, heb ik moeite met de overgang van 3 naar 4. Dus de overgang van een mogelijke wereld naar alle mogelijke werelden.

3. Er is een mogelijke wereld waarin God bestaat (uit 1,2)
4. Als (3), dan bestaat God in alle mogelijke werelden

Mag je dan ook schrijven (uiteraard eigenlijk overbodig als je 'noodzakelijk bestaand' al bij God denkt). Maar dan zou je krijgen:

3. Er is een mogelijke wereld waarin de noodzakelijk bestaande God bestaat (uit 1,2)
4. Als (3), dan bestaat de noodzakelijk bestaande God in alle mogelijke werelden

Dus het 'noodzakelijk bestaan' maakt juist de 'overgang' van een mogelijke wereld naar alle mogelijke werelden 'logisch'?

Emanuel Rutten zei

Beste Anoniem,

Een mogelijke wereld is een *denkbeeldige* volledige beschrijving van hoe de wereld is of had kunnen zijn. Het woord 'denkbeeldig' is hier van belang. Niemand zal immers ooit zo'n beschrijving daadwerkelijk kunnen produceren. Stel je voor! Maar goed, neem een mogelijke wereld waarin God bestaat. Dan dient God inderdaad voor te komen in genoemde beschrijving. Dit betekent echter nog niet dat de gehele natuur van God uitgeschreven moet zijn. De beschrijving in kwestie zou zich bijvoorbeeld prima kunnen beperken tot de volgende uitspraak: "Er is een absolute grond van de gehele kosmos, een ultieme eerste oorsprong van het universum, en deze grond, deze oorsprong, is een persoon, een persoon die zelf haar eigen grond is en die de kosmos voortbracht uit vrije wil".

Groet,
Emanuel

Emanuel Rutten zei

Beste Theo,

Inderdaad, je geeft het correct weer! God is, als Hij bestaat, per definitie een noodzakelijk bestaande entiteit. Immers, God is, als Hij bestaat, in ieder geval geen contingent object. En dus, wanneer God in tenminste één mogelijke wereld bestaat, dan moet Hij, als zijnde een noodzakelijk bestaande entiteit, dus in alle mogelijke werelden bestaan (en dus ook in de actuele wereld). Immers, noodzakelijk bestaan betekent niets anders dan bestaan in alle mogelijke werelden.

Groet,
Emanuel