woensdag 31 december 2025

Kunst en waarheid

In Waarheid en Methode betoogt Gadamer op verschillende manieren dat de esthetische ervaring, waaronder de ervaring van kunst, altijd al betrokken is op kennis en waarheid, zodat een esthetica die van kennis en waarheid abstraheert onhoudbaar is. In wat volgt werk ik één van de overwegingen van Gadamer beknopt en systematisch uit. Iedere esthetische ervaring is een vorm van waarnemen. Waarneming houdt altijd verband met het algemene omdat we psychologisch altijd iets als iets waarnemen, zoals zowel Aristoteles als de moderne psychologie leren. Bovendien vertrekken we als mens-zijn existentieel altijd al vanuit een geworpen toestand van in de wereld zijn, zoals Heidegger heeft laten zien. Zuivere conceptloze waarneming bestaat dus niet. Iedere waarneming is altijd al geladen met een bepaalde conceptuele betekenis. Maar hieruit volgt dat elke waarneming van meet af aan betrokken is op kennis en waarheid. Of nog anders: precies omdat iedere waarneming samenhangt met een bepaalde conceptuele betekenis, is iedere waarneming betrokken op een bepaalde context en dus relationeel geopend naar de wereld en daarom inderdaad betrokken op kennis en waarheid. Dit geldt dan dus eveneens voor de esthetische ervaring en meer specifiek voor de ervaring van kunst. Of is het stilstaan in de esthetische aanschouwing precies geen vorm van waarnemen omdat waarnemen inderdaad altijd al het onder een begrip plaatsen van de aanschouwing betreft en wij in de esthetische ervaring nu juist de zaak niet onder een begrip plaatsen, zoals Kant leert? Deze route wijst Gadamer echter af. Het esthetisch aanschouwen is volgens hem namelijk in elk geval een 'opvatten als' of een 'verstaan van'. Maar dan had hij de omweg van een reflectie op de aard van de waarneming niet hoeven maken. Want esthetische ervaring is blijkbaar hoe dan ook een vorm van verstaan en daarmee betrokken op betekenis en dus op kennis en waarheid, zelfs als we het niet op voorhand als een vorm van waarnemen - en dus van (iets voor) waar-nemen - begrijpen.

zaterdag 27 december 2025

Plato's anamnese en de kunst

Volgens Plato verkrijgen wij inzicht in het wezen van bijvoorbeeld het schone door ons dit te herinneren. En wij herinneren het ons door het aanschouwen van een schone gestalte. Kennis is bij Plato dus gegrond in herinnering en manifesteert zich als herkenning. Maar doet kunst niet precies dat? Ons helpen het uitgebeelde te herkennen en zo het wezen ervan te kennen? Toch ontzegt Plato de kunst deze cognitieve rol en bestempelt hij haar als louter schijn.

Plato begrijpt kunst namelijk als nabootsing en wijst haar af omdat kunstwerken volgens hem beelden van beelden zijn en daardoor te ver van de waarheid afstaan. Hij verwerpt kunst dus omdat zij onvoldoende in staat zou zijn een epistemische functie te vervullen. Zijn probleem met kunst is daarmee niet dat zij niets met waarheid van doen zou hebben, maar juist dat zij tekortschiet in het dienen van de waarheid. Maar wat nu als Plato zich vergist in de wijze waarop kunst haar epistemische functie vervult? Wat als kunst in dienst staat van de waarheid door deze oorspronkelijk te openbaren in plaats van haar nabootsend te representeren?

woensdag 24 december 2025

Vorm, inhoud en stof in de metafysica en retorica

In de metafysica van Aristoteles staat de vorm niet tegenover de inhoud. De vorm of het eidos van een ding betreft nu juist zijn wezen en bepaalt zo wat het ding is. De vorm is hier de inhoud en staat tegenover de onbepaalde inhoudsloze stof waaruit het ding bestaat. Hetzelfde geldt voor de retorica. De vorm van een oratie betreft de gehele gevormde inhoud ervan. Zij staat tegenover de stof van de oratie, namelijk haar materiële verwerkelijking in de stem en het fysieke optreden van de orator.

Wereldverstaan als zelfverstaan

Volgens mijn wereld-voor-ons kennisleer is dat wat wij de wereld noemen steeds de wereld zoals ervaren en gedacht door ons als mensen. Iedere vorm van verstaan van wereld is dus altijd al tegelijkertijd een vorm van zelfverstaan oftewel een wijze van het onszelf als mens begrijpen. Metafysica wordt zo een oefening in zelfbegrip. Een oefening in wat het betekent om mens te zijn. Hier ontmoeten metafysica, hermeneutiek en wijsgerige antropologie elkaar.

Nogmaals niet-epistemische waarheid

Hoewel Heidegger afstand neemt van waarheid als correspondentie met het zijnde, betreft zijn begrip van waarheid als openbaring van het zijn nog steeds een vorm van epistemische waarheid. Het gaat immers nog altijd om getrouwheid aan het zijnde in zijn onthulling en dus om recht te doen aan wat is. In mijn tweeluik Het Retorische Weten (Leesmagazijn, Amsterdam, 2018/2021) stel ik daarentegen een vorm van niet-epistemische waarheid voor die zelfs voorbijgaat aan de horizon van epistemische waarheid. Het gaat om ethische en affectieve resonantie. En dus om waarheid op het niveau van ethos en pathos in plaats van logos, zoals in het geval van epistemische waarheid. Niet-epistemische waarheid toont zich door persoonlijke transformatie en affectieve binding. Ze openbaart zich niet als inzicht, maar als een betrokken houding of levensstemming die werkt.

zondag 21 december 2025

Het ding als kunstwerk

De ontologie van een concreet samengesteld ding, zoals ik deze in mijn dissertatie Towards a Renewed Case for Theism (2012) uitwerk, blijkt analoog te zijn aan Hans-Georg Gadamers ontologie van het kunstwerk zoals hij deze ontwikkelt in zijn magnum opus Waarheid en Methode (1960). Hiertoe hoeven we in Gadamers uiteenzettingen alleen ‘kunstwerk’ door ‘concreet samengesteld ding’, ‘uitvoering’ door ‘configuratie’ en ‘bedoelde betekenis’ door ‘vorm’ te vervangen. Ik geef een korte schets. Een concreet samengesteld ding bestaat door de tijd heen alleen in zijn afzonderlijke configuraties. Het is er uitsluitend als deze reeks van configuraties. Het ding bestaat op elk moment alleen als configuratie. Maar toch handhaaft het ding zichzelf in deze reeks van configuraties als telkens hetzelfde ding. Iedere configuratie is een herhaling van hetzelfde ding op grond van de vorm die in elke configuratie gelijkblijft. De vorm wordt in de configuraties gehandhaafd en gaat niet vooraf aan de configuraties. Er bestaat geen drager of identiteit achter de configuraties. De vorm van elke configuratie is een immanente norm van herhaling en daarom herhaalt iedere configuratie het ding. Dit is de dubbele structuur van het zijn van het concrete samengestelde ding.

zaterdag 20 december 2025

Het veertiende argument

Onlangs plaatste ik hier een beknopt overzicht van de door mij ontwikkelde Godsargumenten. Al tellend kwam ik tot dertien argumenten. Niet echt een fraai aantal. Waren het er maar twaalf of veertien, dacht ik toen ik uitgeteld was. En wat blijkt? Ik was er nog één vergeten: mijn argument voor het bestaan van God vanuit het natuurlijk bewustzijn. Zie bijvoorbeeld p. 8 van de lezing hier of beluister hier mijn bespreking ervan. Het zijn er uiteindelijk dus veertien. Of nou ja - tenzij ik er ergens nóg een vergeten ben.