vrijdag 15 april 2022

Workshop ‘wereldbeelden’

Media worden tegenwoordig regelmatig geconfronteerd met kritiek op de vermeende eenzijdigheid en onbetrouwbaarheid van het nieuws. Deze kritiek ontstaat mede omdat steeds meer mensen de stroom aan nieuwsberichten als bedreigend ervaren voor hun wereldbeeld. Elk mens heeft hoe dan ook een of ander wereldbeeld. Ieder van ons zoekt in dit leven houvast en dit doen wij door het omarmen van een bepaald 'zinperspectief' of 'totaalkader' van waaruit wij onszelf, de ander en de ons omringende wereld begrijpen. Zo'n wereldbeeld bestaat uit (1) een opvatting over de aard van de werkelijkheid, (2) een visie op welke waarden voor een goed leven cruciaal zijn, en (3) een grondstemming die bepaalt hoe wij gevoelsmatig tegen het leven aankijken. Deze drie dimensies komen niet toevallig overeen met de drie retorische vermogens van de mens: logos, ethos en pathos. Tijdens deze workshop houden wij ons bezig met de zin van wereldbeelden. Wat zijn wereldbeelden? Waarom kan geen van ons zonder een wereldbeeld? Uit welke aspecten bestaat een wereldbeeld en welke beoordelingscriteria kunnen we in het spel brengen om verschillende wereldbeelden onderling te vergelijken? Ook onderzoeken we de praktische rol van wereldbeelden. We ontdekken hoe groot de invloed ervan is op ons communiceren en handelen. Tot slot gaan we op zoek naar ons eigen wereldbeeld. We leren hoe dit zich verhoudt tot dat van anderen en wat dit zegt over de mogelijkheden om elkaar onderling goed te kunnen verstaan.

Omschrijving van een workshop over wereldbeelden. Interesse? Mail naar e.rutten@vu.nl

zaterdag 26 maart 2022

Verschil moet er zijn - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2022-2)

Alles wat bestaat heeft eigenschappen en bij iedere eigenschap hoort een begrip. Zo hoort bij ‘rood-zijn’ het begrip ‘rood’. Als twee simpele enkelvoudige begrippen, zoals ‘bestaan’ en ‘zijn’, of ‘entiteit’ en ‘object’, dezelfde verwijzing hebben, dan zijn hun betekenissen redelijkerwijs gelijk. Hieruit volgt dat er géén universele eigenschappen zijn. Voor iedere eigenschap bestaat er iets dat die eigenschap niet heeft. Want als er een universele eigenschap zou zijn, dan is het een aaneenvoeging van één of meerdere enkelvoudige begrippen die elk dezelfde verwijzing en dus dezelfde betekenis hebben als het begrip ‘bestaan’. Die universele eigenschap is dus ‘bestaan’, wat onmogelijk is omdat ‘bestaan’ als voorwaarde voor het bezitten van eigenschappen zelf geen eigenschap is.

Sommige fysici begrijpen de werkelijkheid als geheel van symmetriebrekingen, zodat de wereld een bundel van splitsingen betreft en universele eigenschappen inderdaad ontbreken. Postmodernen die zich toch aan metafysica wagen, menen dat de wereld teruggaat op differenties of verschillen. Ook dan ontbreken universele eigenschappen. Volgens dialectici ontwikkelt niet alleen het menselijk denken, maar ook de wereld zich door negaties, zodat ontkenning tot het wezen van de wereld behoort. Dit sluit universele eigenschappen eveneens uit.

De afwezigheid van universele eigenschappen heeft grote gevolgen. Zo is niet alles materieel. Er zijn daarom niet-materiële en dus immateriële dingen. Evenzo volgt dat er niet-fysische, niet-natuurlijke (bovennatuurlijke), niet-veroorzaakte (onveroorzaakte), niet-gedetermineerde (vrije), niet-vergankelijke (onvergankelijke), niet-immanente (transcendente) en niet-contingente (noodzakelijke) dingen zijn. Dit is het einde van het materialisme, fysicalisme, naturalisme en vele andere “ismen”.

Elk “Alles is zus” of “Alles is zo” wereldbeeld sneuvelt. De werkelijkheid is radicaal vrij. De wereld laat zich door geen enkel “Alles is dit” of “Alles is dat” keurslijf knechten. Kortom, verschil moet er zijn. Alleen dualistische wereldbeelden, zoals theïsme en platonisme, overleven. Platonisme impliceert echter theïsme zoals ik in mijn vorige column betoogde.

Voor elk bestaand ding bestaat dus ook de negatie ervan. De natuur is daarom, zoals Heraclitus leert, een eenheid van tegendelen. Over deze tegendelen spreekt hij in termen van spanning en strijd. Ze staan op gespannen voet met elkaar en zo is voortdurend alles in beweging. De wereld is dan ook niet alleen radicaal vrij, maar eveneens antagonistisch. Vrijheid is gegrond in subjectiviteit. Vrijheid is een kenmerk van geest. De wereldgrond lijkt dus een vrij geestelijk wezen te zijn en kan daarom passend ‘God’ worden genoemd. Het antagonistische van de wereld hangt dan eveneens samen met Gods aard.

Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

zondag 20 maart 2022

Gedachte-experiment

Stel dat de mensheid door eigen toedoen zichzelf en al het leven op aarde vernietigt, zodat de aarde voor miljoenen jaren terugvalt in woesternij voordat zich langzaam weer nieuwe levensvormen ontwikkelen. Zou dat een empirische weerlegging zijn van het bestaan van een goede God?

Stel vervolgens dat één enkel mens over de macht beschikt om alles op aarde te vernietigen en dat ook doet, zodat de aarde voor miljoenen jaren terugvalt in woesternij voordat zich langzaam weer leven ontwikkelt. Zou dát het bestaan van een goede God empirisch weerleggen?

Iemand zou kunnen opmerken dat een goede God een dergelijke vernietiging misschien nog zou laten gebeuren indien het echt een direct gevolg is van het collectief gedrag van de hele mensheid, maar toch redelijkerwijs zal willen en kunnen ingrijpen indien slechts één enkel kwaadaardig mens op het punt staat de hele aarde te vernietigen. Dit zou dan betekenen dat alleen de tweede situatie onverenigbaar is met het bestaan van een goede God.

donderdag 10 maart 2022

Opkomst, ondergang en terugkeer van de parallellie tussen denken en zijn

Het postulaat van de parallellie tussen denken en zijn gaat terug op Parmenides en is vooral door het werk van Plato, Aristoteles en de neoplatonisten stevig verankerd in de hoofdstroom van de Griekse wijsbegeerte en middeleeuwse metafysica. Maar ook de grondlegger van de moderne wijsbegeerte, Descartes, gaat ervan uit. In een nieuw artikel volg ik het spoor van het parallellenpostulaat vanaf Parmenides tot Descartes en laat ik zien hoe het een cruciale rol speelt in het ontologisch Godsargument van Anselmus.

woensdag 2 maart 2022

Modi van sterven

Wat is erger, existentieel of fysiek sterven? Wat fysiek sterven is, mag duidelijk zijn. Maar wat is existentieel sterven? Laten we zeggen dat iemand existentieel sterft wanneer hij of zij ten onrechte van een afschuwelijk misdrijf beschuldigd wordt en iedereen voor altijd zal geloven dat hij of zij inderdaad schuldig is, of wanneer iemand verbannen wordt en zijn thuis en al zijn vrienden en familie voor altijd verliest, of deze verliest doordat zij allen fysiek sterven, of wanneer iemand zijn levenswerk verliest dan wel lijdzaam moet toezien hoe iemand anders volstrekt onterecht maar zeer succesvol dat levenswerk aan zichzelf toeschrijft. En wat is erger, fysiek sterven terwijl de rest van de wereld doordraait of fysiek sterven wetende dat de gehele aarde vergaat? En zou het vergaan van de gehele aarde een noodzakelijk teken zijn van de afwezigheid van God of zelfs het niet bestaan van God? We leven tegenwoordig in een wereld waarin door menselijk toedoen inderdaad de gehele aarde kan vergaan. Sterker nog, waarin slechts één over voldoende macht en middelen beschikkend mens de aarde plotseling totaal kan vernietigen. Was het achteraf gezien eenvoudigweg onvermijdelijk dat de mensheid ooit in zo'n instabiele toestand terecht zou komen? Door onze eeuwenlange technologische vooruitgang zijn immers steeds krachtigere vernietigingsmiddelen in handen gekomen van steeds minder mensen, waardoor het inderdaad slechts een kwestie van tijd leek voordat een vernietigingskracht groot genoeg om de hele aarde te vernietigen in handen zou komen van een enkele nietsontziende alleenheerser. Zomaar even wat vragen.

zondag 27 februari 2022

Waarom bij Aristoteles de vormen niet alleen in de dingen zijn

Bij Aristoteles hebben de vormen of essenties twee bestaanswijzen, namelijk actueel bestaan en potentieel bestaan. Zo stelt Aristoteles dat bij wezensveranderingen, dus bijvoorbeeld bij ontstaansprocessen, de vorm overgaat van een potentiële in een actuele toestand door zich met materie te verbinden en zich zo in de materie te actualiseren. Net zoals bij Plato bestond dus ook bij Aristoteles de vorm ‘mens’ al voordat er mensen op aarde rondliepen. Het verschil met Plato is echter dat de vorm ‘mens’ toen nog slechts potentieel en dus niet al actueel bestond. Bij Plato bestond de vorm ‘mens’ daarentegen wel reeds actueel, namelijk als actueel bestaand abstract object in het transcendente Ideeënrijk. Volgens Plato bestaan alle vormen actueel als transcendente abstracte objecten. Hij erkent geen potentiële vormen. Het onderscheid tussen potentieel en actueel bestaan is dan ook typisch aristotelisch. Vanuit de door Aristoteles geïntroduceerde begrippen 'actualiteit' en 'potentialiteit' moeten we zeggen dat de platoonse vormen in het Ideeënrijk actueel en niet potentieel zijn. Plato zelf zou zijn vormen echter gewoon "het waarlijk zijn" noemen. Genoemd onderscheid tussen actueel en potentieel is hem vreemd. Aristoteles heeft daarentegen potentiële vormen echt nodig. Indien Aristoteles geen potentieel bestaande vormen zou accepteren, kan hij niet langer volhouden dat er een immanente normerende orde is die de natuur begrenst. Hij zou dan feitelijk een cartesiaan zijn. Want wat in de natuur zorgt er dan nog voor dat er bijvoorbeeld wel mensen, maar, zeg, geen eenhoorns kunnen ontstaan? Zonder potentiële vormen zou de natuur nergens aan gehouden zijn. Aristoteles accepteert immers geen normerende en zo de natuur begrenzende transcendente Ideeën zoals Plato doet. Aristoteles heeft die potentieel bestaande vormen dus nodig voor het gronden van zijn immanente begrenzende natuurorde. Potentieel bestaan is verder een sui generis categorie en niet nader analyseerbaar. Het is goed te benadrukken dat het domein van het potentiële bestaan haaks staat op het domein van het actuele bestaan. Dit laatste domein omvat actueel bestaande gedachten aan actuele of potentiële objecten, actueel bestaande immanente materiële objecten en actueel bestaande transcendente abstracte (en goddelijke) objecten.

woensdag 23 februari 2022

Klassieke retorica, Plato, de-wereld-voor-ons en het semantisch argument

Donderdagavond 17 februari gaf ik in de Grote Kerk in Den Bosch voor de protestantse gemeente een lezing in het kader van de reeks Viermaal waarheid. Ik behandelde de retorische waarheidsconceptie van Gorgias, de filosofische waarheidsopvatting van Plato en de waarheidsnotie van mijn wereld-voor-ons kennisleer. De rode draad was het innige samenspel tussen woord, geest en wereld. De lezing mondde uit in een argumentatie voor het geestelijk zijn van de grond van het zijnsgeheel. Dit argument hangt nauw samen met mijn semantisch argument. De lezing met vragenronde is hier beschikbaar.