vrijdag 28 februari 2014

De blinde vlek in het religiedebat

Het is zeker zo dat theïsten goede redenen moeten hebben voor hun levensovertuiging om deze rationeel te kunnen aanvaarden. Hierin verschilt theïsme niet van andere wereldbeschouwingen, zoals seculier humanisme of pantheïsme. De blinde vlek van veel religiekritiek is echter dat men niet inziet dat voor het evalueren van de rationaliteit van wereldbeelden die redenen zowel epistemisch als niet-epistemisch oftewel praktisch van aard kunnen (en zelfs moeten) zijn. Dit is opmerkelijk omdat zelfs wetenschappelijk onderzoek, waar epistemische redenen uiteraard doorslaggevend zijn, niet ongevoelig is voor bepaalde praktische redenen. Zo is het feit dat een bepaalde wetenschappelijke theorie 'werkt', dat wil zeggen ons in staat stelt om bruikbare voorspellingen te doen, terecht een rationele reden om haar wetenschappelijk serieus te nemen. En ook bijvoorbeeld het 'eenvoudig' of 'simpel' zijn van een theorie kan voor wetenschappers een legitieme rationele grond vormen om haar te aanvaarden.

Welnu, zodra we inzien dat de epistemische en praktische redenen die iemand voor haar wereldbeeld heeft relevant zijn voor de vraag of zij rationeel is in haar acceptatie ervan, wordt duidelijk waarom veel religiekritiek (zoals Philipse's formele Bayesiaanse benadering) vruchteloos is voor het adequaat beoordelen van de rationele aanvaardbaarheid van theïsme. Bayesiaanse benaderingen hebben immers slechts oog voor epistemische redenen, en negeren de eveneens ter zake praktische redenen die mensen kunnen hebben voor het omarmen van een bepaalde wereldbeschouwing. Formele epistemische religiekritiek werkt voor wat betreft de evaluatie van de rationaliteit van levensovertuigingen dus met een gemankeerd rationaliteitsbegrip.(*) De menselijke conditie waarin mensen tot hun existentiële overtuigingen komen, wordt geheel veronachtzaamd.

Wie zich in deze concrete conditie verdiept zal ontdekken dat de betekenis van het begrip 'rationaliteit' voor het beoordelen van wereldbeelden inderdaad niet alleen maar epistemisch kan worden ingevuld. Zo hangt bijvoorbeeld het beoordelen van de rationaliteit van levensovertuigingen steeds samen met de vraag waarom en waartoe mensen überhaupt wereldbeschouwingen hebben, oftewel met het concrete doel dat mensen daarmee nastreven. En dat doel is zeker niet louter epistemisch. Een nieuwe opening in het religiedebat wordt dan ook pas mogelijk wanneer eerst de vraag wordt gesteld wat het eigenlijk betekent om een wereldbeschouwing rationeel te omarmen en vervolgens ingezien wordt dat naast epistemische ook praktische redenen een rol spelen bij het beoordelen of iemand al dan niet rationeel is in het aanvaarden van een bepaald wereldbeeld.

Kortom, het meest adequate model van rationaliteit voor het evalueren van de rationaliteit van wereldbeelden vereist dat zowel epistemische als niet-epistemische praktische normen in het spel worden gebracht. En daarin verschilt dit model slechts gradueel van wetenschap, waarin zoals gezegd praktische gronden ook regelmatig een rol spelen. Verder lezen? Zie (het tweede gedeelte van) dit artikel.

(*) Bovendien zijn de meeste wetenschapsfilosofen het er allang over eens dat wetenschappers zich niet gedragen als formele Bayesiaanse actoren. Zo hechten zij vaak meer waarde aan hun nieuwe theorieën dan op grond van het beschikbare epistemisch materiaal strikt genomen gerechtvaardigd zou zijn. En juist deze houding heeft wetenschap zo enorm succesvol gemaakt. Formele Bayesiaanse religiekritiek zoals die van Philipse heeft dus als nogal onwenselijk gevolg dat de door haar veronderstelde opvatting van rationaliteit, indien toegepast op wetenschap, tot de absurde conclusie leidt dat wetenschappers irrationeel zijn.

9 opmerkingen:

Bert Morrien zei

Beste Emanuel,

Waar Plilipse m.i. terecht bezwaar tegen heeft, dat de religie al duizenden jaren op een niet wetenschappelijk verantwoorde wijze doorgaat met het voorschrijven hoe men zijn leven in moet richten, ook al kan dat tot rampen leiden.

Je zegt '' Formele Bayesiaanse religiekritiek zoals die van Philipse heeft dus als nogal onwenselijk gevolg dat de door haar veronderstelde opvatting van rationaliteit, indien toegepast op wetenschap, tot de absurde conclusie leidt dat wetenschappers irrationeel zijn.''
Je poneert hiermee de onzinnige stelling dat formele Bayesiaanse kritiek, toegepast op wetenschap, tot de conclusie leidt dat wetenschappers irrationeel zijn.

Als wetenschappers speculeren, dan zijn ze zelf de eersten die dat toegeven; bovendien gaat het dan niet over zaken die aan de persoonlijke vrijheid tornen of gevaar opleveren.
De rationale om daarbij geen Bayesiaanse benadering te gebruiken is het vergroten van de vrijheid van onderzoek, ten koste van het risico dat een verkeerde weg ingeslagen wordt.
Zo is men onderhand een kwart eeuw met de string theorie bezig, de reden dat men daar zonder tastbare resultaten mee doorgaat is dat deze niet alleen de belofte inhoudt om de relativiteitstheorie met de kwantumfysica te kunnen verenigen, maar ook dat deze een spin-off oplevert van allerlei nieuwe ideeën.

Als wetenschappers niet speculeren, verwerpen zij wetenschappelijke resultaten die de Bayesiaanse criteria niet doorstaan. Dat is maar goed ook, want ons leven kan daar van afhangen; een andere houding zou pas écht irrationeel zijn.

Je kunt wetenschappers van alles verwijten, maar niet dat ze irrationeel zijn.

Groet,
Bert

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Natuurlijk kun je wetenschappers niet verwijten dat ze irrationeel zijn. Dat is nu precies mijn punt! Ik schreef immers: "Formele Bayesiaanse religiekritiek zoals die van Philipse heeft dus als nogal onwenselijk gevolg dat de door haar veronderstelde opvatting van rationaliteit, indien toegepast op wetenschap, tot de absurde conclusie leidt dat wetenschappers irrationeel zijn". Let je even goed op de woorden 'onwenselijk' en 'absurde' in deze zin, Bert?

Verder is het helemaal niet onzinnig om te beweren dat wetenschappers zich niet gedragen als formele Bayesiaanse actoren (eigenlijk geef je dat zelf in jouw stukje ook toe). Sterker nog, dat is de algemeen aanvaarde opvatting in de wetenschapsfilosofie. En dit is al zo sinds Thomas Kuhn. Je bent dus blijkbaar niet (of nauwelijks) op de hoogte van de ontwikkelingen in de filosofie van de wetenschap sinds de jaren zestig van de vorige eeuw. Dat geeft niet hoor, maar het geeft wel te denken.

Uit de eerste zin van jouw reactie blijkt dat je ook niet (of nauwelijks) op de hoogte bent van het werk van Herman Philipse. Philipse beweert namelijk helemaal niet dat religie meer negatieve ("tot rampen leiden") dan positieve gevolgen heeft. Hij stelt in zijn nieuwe boek expliciet dat zo'n claim helemaal niet hard te maken valt en dat hij zich er daarom verre van houdt. Zijn inzet is een volledig andere, namelijk een louter formele epistemische evaluatie van religie. Dit had je kunnen weten als je zijn werk kent. En wat er mis is met een dergelijke benadering had je eveneens kunnen weten indien je mijn stukje beter gelezen had (en eventueel de aldaar genoemde link had gevolgd).

Groet,
Emanuel

Bert Morrien zei

Beste Emanuel,

Ik dacht dat mijn toevoeging 'm.i.' voldoende duidelijk maakte dat ik hier mijn eigen mening geef. Philipse gaat het uitsluitend om de waarheid van zijn stellingen, niet om de implicaties daarvan.

Volgens jou waren de toevoegingen 'onwenselijk' en 'absurd' van belang.
Mij dunkt dat, voor een zuivere redenering, de wenselijkheid van een conclusie buiten beschouwing moet blijven.
Dan houdt ik over: 'formele Bayesiaanse kritiek, toegepast op wetenschap, heeft als gevolg dat deze tot de absurde conclusie leidt dat wetenschappers irrationeel zijn.'
Het is zeer de vraag of de absurditeit van een stelling iets te maken heeft met de waarheid ervan.
Zo kan de schending van Bell's ongelijkheidsstelling bij een experiment, waarbij verstrengeling optreedt, tot de absurde conclusie leiden dat er superluminale informatie-overdracht optreedt, maar als men die daarom verwerpt, dan lijken de overblijvende conclusies nog gekker te zijn. Niettemin wordt aan het bestaan van die schending niet getwijfeld.

Jij vindt blijkbaar de absurditeit van de stelling dat wetenschappers irrationeel zijn voldoende reden om deze te verwerpen. Ik zou het nooit zo formuleren, maar we zijn het er over eens dat wetenschappers niet irrationeel zijn, ondanks dat zij zich vaak van speculatie bedienen.
Echter, jouw impliciete suggestie dat dit dan ook meteen geldt voor alle onderzoekers, ook die welke zich uitsluitend met speculaties bezighouden, gaat mij te ver.

Groet,
Bert

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Je gaf je eigen mening in plaats van die van Philipse? Dit is in tegenspraak met wat je eerder schreef. Je schreef namelijk dat het om een bezwaar van Philipse zelf gaat, waar je het jouws inziens mee eens bent: "Waar Philipse m.i. terecht bezwaar tegen heeft [...]".

Mijn gebruik van het woord 'onwenselijk' sloeg op het feit dat de desbetreffende opvatting van rationaliteit absurde conclusies heeft, hetgeen wel degelijk pleit tegen de aanvaardbaarheid ervan. Een rationaliteitsmodel dat impliceert dat wetenschap niet rationeel is kan eenvoudigweg niet serieus genomen worden. Ook jij lijkt dat te erkennen.

Verder lijkt de pointe van mijn bijdrage je nog steeds te ontgaan. Het gaat mij natuurlijk niet om de "suggestie" dat iets "dan ook meteen geldt voor alle onderzoekers".

Waar het dan wel om gaat? Welnu, het gaat om de vraag of we voor het beoordelen van de *rationaliteit* van religieus (of seculier) geloof ons uitsluitend moeten beperken tot epistemische normen, doelen en redenen, of dat we naast epistemische normen, doelen en redenen ook bepaalde niet-epistemische (praktische) normen, doelen en redenen in het spel moeten brengen, zoals existentiële leefbaarheid, mogelijkheden tot zelfverwerkelijking, morele ontwikkeling, etc.

Dit laatste lijkt het geval te zijn omdat de keuze voor een bepaald religieus (of seculier) wereldbeeld niet alleen een theoretische keuze betreft, maar veeleer een existentieel antwoord is op de onvermijdelijke existentiële vraag hoe wij als mens in deze wereld ons leven kunnen, willen en behoren te leven. Het doel van religieus (en seculier) geloof is dus zeker niet alleen epistemisch. Maar dan kan de vraag of dergelijk geloof rationeel is ook niet alleen epistemisch benaderd worden. Bovendien spelen zoals gezegd zelfs in een uitgesproken rationele activiteit als wetenschappelijk onderzoek niet alleen epistemische, maar ook praktische motieven een belangrijke rol bij de keuze voor een bepaalde theorie.

Indien inderdaad naast epistemische ook praktische aspecten een onmisbaar onderdeel vormen van iedere adequate beoordeling van de rationaliteit van religie, dan zou dit het religiedebat ingrijpend kunnen beïnvloeden. Veel religiedebatten richten zich bij de vraag of religieus geloof redelijk is immers uitsluitend op epistemische normen, doelen en redenen. Zo wordt rationaliteit ongemerkt gereduceerd tot louter epistemische rationaliteit, of wordt stilzwijgend aangenomen dat we epistemische rationaliteit in het geval van het beoordelen van de rationaliteit van religieus geloof zomaar kunnen scheiden van praktische rationaliteit.

Groet,
Emanuel

Anoniem zei

Beste Emanuel,

Accord, ik drukte mij wat Philipse betreft te onnauwkeurig uit; ik probeer het hieronder nogmaals.
Ik ben het met Philipse eens dat religie zich onttrekt aan formele Bayesiaanse kritiek; daarom is het m.i. irrationeel dat religie al duizenden jaren doorgaat met het voorschrijven hoe men zijn leven in moet richten, ook al kan dat tot rampen leiden.

Verder ben ik het met Van Orman Quine eens dat religie geen filosofie is, maar een manier van leven die sommige mensen praktisch vinden. Daar hoeft niets mis mee te zijn, maar we kunnen het er over eens zijn dat er veel voorbeelden zijn van handelingen uit naam van een religie waarmee het wel mis ging.
Bij veel praktische oplossingen zijn er tegenstrijdigheden waarvoor op de een of andere manier een oplossing gevonden moet worden.
Zo propageren veel wereldbeschouwingen dat je jezelf als de minste moet beschouwen, de rationale is dan dat iedereen dienstbaar aan de ander is. Dat lijkt een praktische oplossing.
Voor sommige mensen wordt hiermee de praktische mogelijkheid geboden een grotere hap uit de koek te nemen dan billijk is. Dat is óók rationeel, maar tegelijkertijd immoreel en mensen die argeloos wereldbeschouwingen omarmen, zouden daar rekening mee moeten houden.
Kortom, aan het erkennen van de praktische rationaliteit van religieus geloof zitten zowel morele als immorele kanten. Dat geldt ook voor de wetenschap, maar bij religie lijkt er vanuit te worden gegaan dat
deze uitsluitend goede bedoelingen heeft zodat mogelijk immorele kanten buiten beschouwing kunnen blijven en dat is irrationeel.

Groet,
Bert

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Natuurlijk zijn er mensen geweest die uit naam van religie vreselijke dingen deden. En precies hetzelfde geldt voor seculiere vormen van geloof. Zo zijn er ook mensen geweest die uit naam van de seculariteit verschrikkelijke dingen gedaan hebben. Denk om te beginnen maar eens aan Hitler, Mao, Stalin en Pol Pot. Het is dus weinig interessant om een dergelijk bezwaar alleen tegen religie te willen maken, of dat zelfs maar te suggereren. Verder geef je Philipse opnieuw verkeerd weer. Zijn punt is nu juist dat formele Bayesiaanse kritiek wél op religie moet worden toegepast om de vraag te beantwoorden of religieus geloof rationeel is. En precies dát is de blinde vlek waar ik het hierboven over had. Bayesiaanse formele kritiek op religie gaat voorbij aan het feit dat religie geen louter epistemische aangelegenheid is, net zo min als ons dagelijks leven en zelfs tot op zekere hoogte de wetenschap. Stel je voor dat je iemand die in het dagelijks leven tot bepaalde keuzen moet komen irrationeel zou noemen omdat hij of zij zich niet gedraagt als een formele Bayesiaanse epistemische agent. Welnu, we zouden een dergelijke uitspraak terecht onzinnig vinden. En precies hetzelfde geldt voor de praktijk van religie en zelfs, zoals ik hierboven aangaf, de praktijk van wetenschapsbeoefening.

Groet,
Emanuel

nand braam zei

@ Emanuel

“Zo zijn er ook mensen geweest die uit naam van de seculariteit verschrikkelijke dingen gedaan hebben. Denk om te beginnen maar eens aan Hitler, Mao, Stalin en Pol Pot.”

Je vergeet nog het huidige bewind in Noord-Korea. Godsdienst verboden, seculiere staat. Ik heb niet het idee dat het leven voor de gewone man/vrouw/kind daar prettig is. Integendeel, er zijn veel berichten dat het voor hen daar een hel is.

Volgens mij hoort Hitler niet echt thuis in het rijtje Hitler, Mao, Stalin en Pol Pot.
Onder het bewind van Mao, Stalin en Pol Pot was godsdienst verboden. Onder het bewind van Hitler niet.

Bert Morrien zei

Beste Emanuel,

Ik geef het op om Philipse te citeren; jij breekt een lans om aan te tonen dat formele Bayesiaanse kritiek niet van toepassing is op religie en daarmee ben ik het niet eens.

Als ik jouw suggestie volg en mij voorstel dat ik iemand die in het dagelijks leven tot bepaalde keuzen moet komen irrationeel zou noemen omdat hij of zij zich niet gedraagt als een formele Bayesiaanse epistemische agent, dan zal je moeten toegeven dat er talloze voorbeelden van gevallen te geven zijn waarbij wij een dergelijke uitspraak terecht zinnig vinden.
Dat gebeurt zowel binnen als buiten religieus geloof.
Je vergeet blijkbaar het spreekwoordelijke mannetje dat zijn huis op het ijs bouwde, waarbij mijn 7-jarige kleindochter precies kan aangeven waarom dat mannetje niet wijs was. Misschien niet precies Bayesiaans geformuleerd, maar daarom nog niet minder waar.
Niettemin blijf ik proberen je argumenten serieus te volgen, al was het alleen maar vanwege je bewonderenswaardige creativiteit.

Groet,
Bert

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Het bouwen van een huis op ijs is uiteraard irrationeel voor wie weet iets over ijs weet. Het is een stuk rationeler om je huis op land te bouwen. Welnu, zo zijn er ook rationele en irrationele manieren om de existentiële vragen waarmee ieder mens vroeg of laat geconfronteerd wordt te beantwoorden. En de beoordeling van welke antwoorden rationeel en irrationeel zijn, wordt (gegeven de existentiële en onvermijdelijke aard van de problematiek) niet alleen door kennistheoretische, maar ook door praktische overwegingen, bepaald.

Groet,
Emanuel