zaterdag 10 januari 2026
Bestaat interstatelijk recht?
Internationaal recht ontleent zijn kern historisch en structureel aan recht tussen staten. Zonder interstatelijk recht geen internationaal recht. Bestaat interstatelijk recht in positief rechtelijke zin? Een positieve rechtsorde tussen staten is onmogelijk zonder een stabiele soeverein met geloofwaardige en effectieve sanctiemacht. Positief interstatelijk recht bestaat alleen waar een beslissingsmacht bestaat die dit interstatelijk recht structureel kan handhaven en afdwingen. Een dergelijke wereldsoeverein bestaat echter niet. Daarvoor zitten de supermachten van deze wereld eenvoudigweg onvoldoende op één lijn. En dus moet de sobere conclusie luiden dat in ontologische zin positief interstatelijk recht niet bestaat of op z’n minst dermate onvolledig bestaat dat niet in eigenlijke zin over positief recht gesproken kan worden. Net zoals volgens Aristoteles een geamputeerde hand in eigenlijke zin geen hand is. Een beroep op interstatelijk recht om specifieke handelingen van staten ten opzichte van andere staten te veroordelen, is dan ook ontologisch problematisch. Een dergelijk beroep gaat er immers vanuit dat interstatelijk positief recht daadwerkelijk of in elk geval in voldoende mate bestaat. Zolang hiervan geen of onvoldoende sprake is, is voor een dergelijke veroordeling alléén een beroep op een morele orde mogelijk. Een orde die naar haar wezen het positieve recht transcendeert en uiteindelijk niet is gegrond in menselijke of statelijke macht, maar eerder geestelijk of spiritueel in de grond van het bovenmenselijke zijn zelf.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Internationaal recht ontleent zijn kern historisch en structureel aan recht tussen staten. Zonder interstatelijk recht geen internationaal recht. Bestaat interstatelijk recht in positief rechtelijke zin? Een positieve rechtsorde tussen staten is onmogelijk zonder een stabiele soeverein met geloofwaardige en effectieve sanctiemacht. Positief interstatelijk recht bestaat alleen waar een beslissingsmacht bestaat die dit interstatelijk recht structureel kan handhaven en afdwingen. Een dergelijke wereldsoeverein bestaat echter niet. Daarvoor zitten de supermachten van deze wereld eenvoudigweg onvoldoende op één lijn. En dus moet de sobere conclusie luiden dat in ontologische zin positief interstatelijk recht niet bestaat of op z’n minst dermate onvolledig bestaat dat niet in eigenlijke zin over positief recht gesproken kan worden. Net zoals volgens Aristoteles een geamputeerde hand in eigenlijke zin geen hand is. Een beroep op interstatelijk recht om specifieke handelingen van staten ten opzichte van andere staten te veroordelen, is dan ook ontologisch problematisch. Een dergelijk beroep gaat er immers vanuit dat interstatelijk positief recht daadwerkelijk of in elk geval in voldoende mate bestaat. Zolang hiervan geen of onvoldoende sprake is, is voor een dergelijke veroordeling alléén een beroep op een morele orde mogelijk. Een orde die naar haar wezen het positieve recht transcendeert en uiteindelijk niet is gegrond in menselijke of statelijke macht, maar eerder geestelijk of spiritueel in de grond van het bovenmenselijke zijn zelf.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten