zondag 2 juli 2017

Is de Bijbel onfeilbaar? Een hermeneutische sleutel

Is de Bijbel onfeilbaar? Moet anders gezegd iedere bewering erin als waar worden beschouwd? Wie denkt dat het antwoord hierop voor christenen niet anders dan een volmondig 'Ja' kan zijn, miskent dat het christendom anders met de Bijbel omgaat dan bijvoorbeeld de Islam met de Koran. De meeste moslims geloven dat de Koran letterlijk zin voor zin en woord voor woord door Allah is gedicteerd aan Mohammed. Hieruit volgt dat volgens de Islam iedere bewering in de Koran niet anders dan waar kan zijn. De gehele Koran is voor de Islam dus onfeilbaar. De christelijke traditie vertrekt echter vanuit een andere opvatting over hoe de Bijbel tot stand kwam. De Bijbel bestaat uit een groot aantal verschillende teksten. Deze teksten zijn geschreven door meerdere mensen met elk hun eigen specifieke achtergrond. Ook in tijd en ruimte is er sprake van grote diversiteit. De auteurs komen uit verschillende culturele gebieden en leefden in sterk uiteenlopende historische perioden. De Bijbel is dan ook complex en gevarieerd. Wie dit boek gaat lezen wordt al snel geconfronteerd met allerlei onderling sterk verschillende genres, schrijfstijlen, oriëntaties en thema's. Deze variatie is prachtig en intrigerend tegelijk.

Maar wat zorgt dan voor de eenheid ervan? Welnu, de christelijke traditie leert dat alle auteurs onderling één waren in de wijze waarop zij hun inspiratie ontvingen. Elk van hen werd tijdens het schrijven namelijk geïnspireerd door de Heilige Geest en daarmee door God zelf. Dit wil echter nog niet zeggen dat God hen letterlijk zin voor zin en woord voor woord dicteerde wat zij moesten opschrijven. Geïnspireerd worden laat immers ruimte voor een eigen inbreng. En deze inbreng kan niet anders dan menselijk, al te menselijk zijn. De auteurs van de Bijbel waren immers mensen. Het waren mensen zoals jij en ik. Het is dan ook eerder zo dat in de Bijbel God en de mens - het oneindige en het eindige - elkaar ontmoeten en onderling een wisselwerking aangaan. Ja, de Bijbel is rechtstreeks geïnspireerd door God, maar het is tegelijkertijd ook mensenwerk. En daar is niets mis mee.

Vraag is dan hoe het zit met de (on)feilbaarheid van de Bijbel. Gelet op bovenstaande hoeven christenen niet te geloven dat elke bewering in de Bijbel waar is. Beter is het een onderscheid te maken tussen essentiële en accidentele claims in de Bijbel. Een essentiële claim is een claim welke noodzakelijk is voor het christendom. Het is een claim die christenen niet kunnen opgeven zonder het christendom zelf geweld aan te doen. Denk hierbij aan claims als "God incarneerde in Jezus" of "Jezus is opgestaan". Een accidentele claim is een claim welke niet essentieel is voor het christendom. Het is een claim die als ze onwaar zou blijken te zijn geen probleem voor het christelijk wereldbeeld oplevert. Denk hierbij aan claims als "Koning David kreeg in Hebron zes zonen" of "Jozua bracht tijdens de slag bij Gibeon de zon en de maan tot stilstand".

Uitgaande van dit onderscheid dient het christendom uitsluitend onfeilbaarheid te claimen voor de essentiële en niet voor de accidentele claims. Het onwaar zijn van een accidentele claim levert immers geen probleem op voor het christelijk wereldbeeld.

De vraag is dan vervolgens hoe we in de Bijbel op een systematische wijze essentiële van accidentele claims kunnen onderscheiden. Een eerste heuristiek betreft de regel dat claims in de Bijbel die onverenigbaar zijn met algemeen geaccepteerd wetenschappelijk onderzoek moeten worden aangemerkt als accidenteel. De gedachte is hier dat vanuit christelijk perspectief de wetenschap niet in staat is om essentiële claims in de Bijbel te weerleggen. Op deze manier kan wetenschap vruchtbaar ingezet worden om bepaalde beweringen in de Bijbel te identificeren als accidenteel en daardoor beter zicht te krijgen op de essentiële beweringen in de Bijbel. De waarde van deze eerste heuristiek moet echter niet overschat worden. Het aantal claims in de Bijbel dat op grond ervan als accidenteel kan worden aangemerkt zal in de praktijk namelijk erg laag zijn. De eis van onverenigbaarheid is immers nogal zwaar.

Ik wil hier dan ook vooral aandacht vragen voor een tweede heuristiek. Mijn voorstel is om een hermeneutische sleutel te kiezen voor het maken van een onderscheid tussen accidentele en essentiële claims. De sleutel die ik voorstel luidt als volgt: Een claim in de Bijbel is essentieel dan en slechts dan als het ontkennen van deze claim leidt tot een substantiële verandering in of het zelfs onhoudbaar worden van het gehele Bijbelse verhaal van oorspronkelijke schepping, zondeval en uiteindelijke verlossing.

Op grond van deze sleutel is het evident dat claims als "God incarneerde in Jezus" en "Jezus is opgestaan" essentieel zijn, terwijl claims als "Koning David kreeg in Hebron zes zonen" en "Jozua bracht tijdens de slag bij Gibeon de zon en de maan tot stilstand" inderdaad moeten worden aangemerkt als accidenteel. Natuurlijk zullen er ook grensgevallen en grijze gebieden zijn. Genoemde sleutel zou daarom nog nader verfijnd moeten worden om deze gevallen en gebieden te minimaliseren. Als algemene richtlijn lijkt mij de voorgestelde sleutel echter adequaat en werkbaar.

2 opmerkingen:

Maarten zei

Is de claim die we kennen als de "transsubstantiatie" dan volgens deze heuristiek een substantiële of accidentele claim?
Is het nu net niet door het feit dat Bijbelse exegese zoveel invloed heeft op ons (filosofisch) denken dat de hermeneutiek verandert en daarom onmogelijk enige claim onfeilbaar kan noemen? (Wat door veel atheïsten ook wel cirkelredenering wordt genoemd)
Misschien is jouw sleutel in de basis zeker een acceptabele sleutel. Maar hij doet me denken aan de discussies over evolutie vs schepping van vroeger:
Creationist: Ik geloof in micro-evolutie maar niet in macro-evolutie.
Evolutionist: Waar ligt precies de overgang van micro naar macro?
Vertaald: Verleg je niet gewoon de discussie naar de hermeneutiek als je een hermeneutische sleutel toepast op de vraag of een claim substantieel of accidenteel is?

BijbelInEénJaar zei

Een boeiende excercitie om onderscheid te maken tussen essentiële en accidentele claims. Echter, om in een tweedeling te blijven zou ik willen pleiten voor impliciete en expliciet openbaringen van God. De relatie god-mens is niet inde eerste plaats cognitief, maar eerst relationeel van aard. Bínnen die relatie krijgen we een steeds helderder beeld van God. Soms door expliciete uitspraken, zoals de wetgeving in de Sinaï, die essentieel blijken te zijn binnen de vebondsrelatie God-Israel. Vaker nog binnen verhalen, waarin iets zichtbaar wordt van God, zoals in de verhalen van Ruth en Esther, of het boek Prediker. (Het boek Prediker zou je waarschijnlijk accidenteel noemen, aangezien het zogenoemde tegenstrijdigheden met ander bijbelwoorden geven, zowel binnen het boek als met het geheel van de Schrift.)
Wat de wetgeving uit het Oude Testament betreft zou je die essentieel kunnen noemen, essentieel voor de verbondsrelatie. Later blijken deze wetten in de confrontatie met gelovigen uit de heidenwereld accidenteel te worden. Echter deze heidenen gaan niet minder vast of essentieel geloven, maar juist intensiever, intenser door de werking van de Heilige Geest. Dit pleit m.i. voor het onderscheid dat ik hierboven schetste tussen impliciete en expliciete openbaring gecombineerd met een relationeel voortgaande openbaring van Gods relatie met mensen. van harte onderschrijf ik je visie dat de Bijbel relevante intellectuele uitdaging biedt; maar sterker nog wordt deze uitdaging als je het ziet als voortgaande relationele openbaring van Gods persoon.