vrijdag 7 november 2014

Boek over Godsargumenten

Vandaag hebben Jeroen de Ridder en ik de laatste hand gelegd aan ons boek over Godsargumenten. We behandelen acht verschillende typen argumenten voor het bestaan van God. Ieder type in een eigen hoofdstuk. Voor elk type argument bespreken we zowel de klassieke als de hedendaagse argumenten. Mijn eigen argumenten uit mijn proefschrift, zoals het argument vanuit atomisme en causalisme, en mijn modaal-epistemisch argument, komen in het boek ook aan bod.

7 opmerkingen:

Hassan Abdillah zei

Hello professor Rutten, will the book be in English? I had to translate that post via google translate btw!

Emanuel Rutten zei

Hi Hassan,

It will be in Dutch and is intended for a more general audience. It's much less technical than my dissertation ;-)

Regards,
Emanuel

Max vd B zei

Emanuel, is dit boek al van de persen?

Max vd B zei

Beste Emanuel,
is dit boek al van de persen? ;)

Emanuel Rutten zei

Hoi Max,

Het komt in januari 2015 uit.

Groet,
Emanuel

Anoniem zei

Beste Emanuel,

Het modaal-epistemisch argument loopt onwrikbaar vast.

In het boek over godsargumenten komt ook het modaal-epistemisch argument ter sprake. In welke versie het daarin zal verschijnen weet ik niet maar tegen de versie welke mij nu bekend is heb ik een objectie waarvan ik meen dat zij niet te weerleggen is zonder in circulariteit te verzanden.

Ik zal dit hieronder in 9 stellingen uitwerken.
1)Met betrekking tot het bestaan van god zijn er slechts drie opties:
-god bestaat contingent
-god bestaat in alle mogelijke werelden
-god bestaat in geen enkele mogelijke wereld.
2)Alleen god, indien hij bestaat, en hij/zij aan wie god zijn bestaan openbaart, kunnen proposities betreffende het bestaan van god kennen.
3)Waar we zeker van mogen zijn is dat, indien god contingent bestaat, premisse 1 waar is en premisse 2 niet. Immers krachtens S5 modal logic kan een in mogelijke wereld w bestaande god weten dat de propositie "god bestaat niet" waar is in mogelijke wereld w2.
4) Wie premisse 2 als waar beschouwt verwerpt daarmee impliciet de optie dat god contingent bestaat.
5)Wie het contingent bestaan van god verwerpt heeft nog slechts twee opties, namelijk:
- god bestaat in alle mogelijke werelden ofwel
- god bestaat in geen enkele mogelijke wereld.
Maar hij/zij weet dan niet meer of premisse 1 waar is of niet waar, m.a.w of er wel of niet een onkenbare mogelijke waarheid bestaat.
6)Hij/zij weet natuurlijk wel dat god noodzakelijk bestaat, *indien* er geen onkenbare waarheid is; immers in dat geval kan de onkenbare propositie "god bestaat niet" geen mogelijke waarheid zijn.
7)Als wij het contingent bestaan van god verwerpen is de enige voorwaarde onder welke er geen onkenbare waarheid is: het noodzakelijk bestaan van god.
8)Wie claimt dat er geen onkenbare mogelijke waarheid is zal, gegeven de onkenbaarheid van de propositie "god bestaat niet", moeten argumenteren dat de propositie "god bestaat" kenbaar is; immers indien "god bestaat" onkenbaar zou zijn (hetgeen als objectie naar voren gebracht is), kan god, gegeven de definitie van god als o.m. een bewust wezen, niet bestaan en is bijgevolg de propositie "god bestaat niet" een onkenbare waarheid.
9) Maar wie het contingent bestaan van god afwijst kan de kenbaarheid van "god bestaat" niet aannemelijk maken door een beroep op het mogelijk bestaan van god. Immers een beroep op het mogelijk bestaan van god is in dit geval een beroep op het noodzakelijk bestaan van god.
Hier loopt het argument onwrikbaar vast.

vr. groet,
Teun





































































































Anoniem zei

Beste Emanuel,

Een paar opmerkingen n.a.v. de stellingen 5 en 6 van mijn vorige reactie.
Waarom zouden er geen onkenbare waarheden kunnen zijn? Ik acht premisse 1, waaruit deze stelling wordt afgeleid, aanvechtbaar.

Veronderstel eens dat er maar één mogelijke wereld is waarin ik (Teun Braat)leef en dat niemand iets weet over mijn gezondheidstoestand behalve ikzelf als ik gezond ben.
En veronderstel verder dat ik geen ziekte-inzicht heb als ik ziek ben (sommige ziektes kunnen dat namelijk met zich meebrengen).
Kortom: als ik gezond ben dan weet ik dat ik gezond ben, maar als ik ziek ben dan weet ik niet dat ik ziek ben.
Wat hierboven verondersteld wordt ligt, zo meen ik binnen het domein van het metafysisch mogelijke. Ook een mogelijk bestaande god hoeft niet van mijn gezondheidstoestand op de hoogte te zijn, want wij hoeven in dit stadium niet aan te nemen dat een mogelijk bestaande god alwetend is, zodat de voorgestelde veronderstellingen metafysisch gerechtvaardigd zijn.
Wij mogen nu zeggen:
- als ik gezond ben dan is de propositie " Teun Braat is gezond" kenbaar en de propositie "Teun Braat is ziek" uiteraard onkenbaar omdat ze onwaar is.
- als ik ziek ben dan zijn beide proposities "Teun Braat is gezond" en "Teun Braat is ziek" onkenbaar.
In dit laatste geval is de propositie "Teun Braat is ziek" een onkenbare waarheid.
Waarom zou zoiets niet kunnen?

met vr. groet,
Teun