donderdag 26 mei 2016

Logica en verbeelding

Logica is gegrond in metafysica: Een redenering is geldig als in alle metafysisch mogelijke werelden waarin de premissen waar zijn, ook de conclusie waar is. Het geldige wordt dus steeds bepaald door het mogelijke. Het mogelijke is fundamenteler dan het geldige. Maar hoe hebben wij als mensen toegang tot het mogelijke? Toch alléén vanuit ons voorstellingsvermogen? Zo grondt onze verbeeldingskracht, onze imaginatio, tenslotte de logica. Logica gaat uiteindelijk terug op onze verbeelding.

1 opmerking:

Bert Morrien zei

Emanuel,

Jan-Auke Riemersma betwijfelt of de wereld logisch geordend is en vraagt zich daarom af of logica wel het juiste middel is om kennis over de wereld te verkrijgen. Zijn conclusie is steeds dat dit niet het geval is en dat het daarom gerechtvaardigd is om letterlijk alles te geloven. Echter, dat is ook voor hem teveel van het goede, dus legt hij zich de beperking op dat die rechtvaardiging alleen geoorloofd is wanneer die bruikbaar is. Feitelijk legt de wetenschap zichzelf die beperking ook op. Onze verbeelding maakt het mogelijk logische correlaties te onderscheiden waarbij wij onderscheid maken tussen bruikbare en onbruikbare. De bruikbaare laten wij zwaarder wegen dan de onbruikbare en dit levert uiteindelijk de logica op waar jij het over hebt. Die logica schrijft echter niet voor wat bruikbaar is. Religieus geloof is voor sommige mensen blijkbaar bruikbaar genoeg om daaraan vast te houden, voor anderen is dit niet zo.
Aan de andere kant zal niemand kunnen ontkennen dat de Algemene Relativiteistheorie en het Standdaardmodel van de Kwantumfysica bruikbaar is, al was het alleen maar vanwege de buitengewoon handige GPS navigatiesystemen die deze theorieën met success toepassen.