maandag 13 september 2010

Voordracht voor de 32ste Vlaams-Nederlandse Filosofiedag in Nijmegen

Mijn voordracht over de vraag of de filosofie in haar bestaan wordt bedreigd is geaccepteerd voor de 32ste Vlaams-Nederlandse Filosofiedag in Nijmegen. Deze voordracht is een bewerking van één van mijn bijdragen aan filosofieblog.nl uit 2009. De abstract van genoemde lezing plaats ik hieronder.

Wordt de filosofie in haar bestaan bedreigd? Volgens sommigen boeten filosofische faculteiten steeds meer aan belang in en het zou nog een kwestie van tijd zijn voordat de universitaire wijsbegeerte geen rol van betekenis meer speelt. Zij zou ten onder gaan omdat zij niet langer haar maatschappelijk belang kan aantonen. Wat is immers het meetbare praktische nut van de filosofie? In welke mate draagt zij bij aan economische groei of aan de verbetering van onze bedrijfseconomische concurrentiepositie? Ook zou haar voortbestaan als wetenschap op het spel staan omdat de filosofie steeds meer terrein lijkt te verliezen aan de positieve vakwetenschappen. Onderzoeksvragen die traditioneel tot haar domein behoren zouden de laatste decennia in toenemende mate en vaak ook op succesvolle wijze worden behandeld door linguïsten, fysici, biologen, neurologen en psychologen. Is deze analyse adequaat? In deze voordacht wordt betoogd dat er van een bedreiging van de wijsbegeerte als academische discipline helemaal geen sprake is. Hiertoe wordt teruggegrepen op de door Heidegger op 9 maart 1927 in Marburg uitgesproken voordracht over de relatie tussen de filosofie als wetenschap en de positieve vakwetenschappen. Doordenkend op Heidegger's voordracht zal uiteengezet worden dat de filosofie een onmisbare vrije open plaats vormt binnen de wereld van de wetenschappen. De noodzaak om de ontische domeinen van de positieve vakwetenschappen reflexief te overstijgen en zo op ontologisch niveau na te denken over het zijnsgeheel en de plaats van alle wetenschappen daarbinnen geeft de filosofie haar bestaansrecht en maakt haar zelfs noodzakelijk. De filosofie verschilt dan ook niet accidenteel, maar wezenlijk van de positieve vakwetenschappen. Dit essentiële verschil tussen haar en de positieve vakwetenschappen is de oorzaak van de principiële onmogelijkheid van haar verdwijning. Er is dus geen enkele reden voor filosofen om zich druk te maken over het op termijn teloorgaan van hun discipline.

2 opmerkingen:

filosofiewetenschapkunst.web-log.nl zei

Filosofie kan wel een noodzakelijke open ruimte in het domein van de wetenschap vullen, maar evengoed denk ik dat de belangstelling voor en status van filosofie zal afnemen. Na de Grieks-Romeinse cultuur is filosofie ook lang op slechts een laag pitje blijven branden en pas met Kant wist filosofie zich te emanciperen ten aanzien van m.n. theologie. Ik geloof wel een beetje in Spenglers toekomstvisie waarbij politiek weer louter een machtsspel (in plaats van ideologie) wordt, filosofie als levens- en wereldbeschouwing zijn plaats grotendeels moet afstaan aan religie en wetenschap zijn aandacht verlegt van theorie naar technologie (laat staan dat wetenschap zich nog om haar filosofische grondslagen of plaats in het geheel zal bekommeren). Het typisch modern filosofisch project om wetenschap te funderen en haar geëigende plek in het zijnstotaal te geven wordt weggespoeld door het postmoderne einde van de Grote Verhalen. Democratie, ideologie, filosofie en wetenschap zijn misschien minder universeel of 'noodzakelijk' dan wij modernen, als (laatste?) nazaten van de Verlichting, ons nu kunnen voorstellen...

G.J.E. Rutten zei

Bedankt voor je reactie. Spenglers analyse lijkt mij interessant. Maar zelf ben ik minder pessimistisch over het lot van de filosofie.

Naast het vormen van de onmisbare vrije ontologische ruimte binnen de ontische wereld van de wetenschappen komt aan de wijsbegeerte ook een eigenstandige rol toe.

Vorig jaar schreef ik op filosofieblog: "Door bijvoorbeeld te reflecteren op het schone en het sublieme, door ideeën te ontwikkelen over het ethische, of door na te denken over de relatie tussen geloof en kennis, draagt zij autonoom bij aan het natuurlijke streven van de mens naar inzicht.

Filosofie betreft [dan ook] ideëenontwikkeling en begripsverheldering in brede zin, niet louter bezinning op de positieve wetenschappen en hun plaats in het zijnsgeheel. Het gaat in de filosofie [dus] niet alleen om reflectie op wetenschap, maar om reflectie op het gegevene als zodanig".

Zij zal daarom volgens mij ook in de toekomst haar bestaansrecht niet verliezen.

Groet,
G.J.E. Rutten