zaterdag 6 mei 2017

Is er leven na de dood?

In een nieuwe bijdrage voor de zaterdageditie van het RD van vandaag ga ik in op de vraag of er metafysische argumenten bestaan voor de bewering dat er leven is na de dood. Ik behandel twee mogelijke metafysische argumenten.

2 opmerkingen:

Shiwa zei

De vraag "Is er leven na de dood?" wordt gesteld in een bepaald kader. Dit kader is mijns inziens niet geheel duidelijk en waarschijnlijk ten dele onzuiver. De impliciete uitgangspunten zouden eigenlijk expliciet in de vraagstelling aanwezig moeten zijn.

1. De Ja kant in het artikel.
Leven en dood zijn twee kanten van één medaille. Men kent het begrip "leven" uitsluitend aan de aanwezigheid van het begrip "dood" en omgekeerd: ze zijn duaal. Zoals men "lang" kent aan "kort" en "hoog" kent aan "laag". Ze kunnen niet los van elkaar staan.

In dit kader is de vraag "Is er leven na de dood." nogal ridicuul: vanzelfsprekend komen ze na elkaar, iets is niet "zowel dood als levend". Daar heb je geen wijsgerige reflectie voor nodig.

Indien men toch de filosofie induikt en kiest voor het logisch absurdum: iets is "dood en levend" ok maar dan vindt de dialoog op een ander niveau plaats en dient men buiten de tijd te treden en ook allerlei tegen intuïtieve aannames te maken. Bijvoorbeeld zoals de kat van Schrödinger. In dat geval is het wel fijn te weten dat men op dat niveau praat tegen welke achtergrond.

Ja: er is leven na de dood. Deze vraag is dus heel duidelijk vanuit de rede te beantwoorden. In tegenstelling tot de aanname in het artikel.

2. De nee kant van het artikel.
Als fenomeen kan men de "levenscirkel" waarnemen: dood, geboorte, leven en sterven (ad inf) Of anders gezegd: opgaan blinken en verzinken.

Het is een cyclisch gebeuren dat men waarneemt bij dag-nacht, zomer-winter, een mensenleven, bij dieren en planten, bij subatomaire deeltjes, bij sterren en planeten. Zelfs bij culturen en machtsstructuren.

De aanname in het artikel deel 2, dat de mens is op te delen in lichaam en geest is hierbij ook absurd. Je hebt één levenscyclus met een manifestatie van een lichamelijkheid die bezield is (lichaam én geest) die afgewisseld wordt door afwezigheid van lichamelijkheid en bezieldheid (geen lichaam en geest).

Ik zou graag de vraag meer compleet gesteld zien. Want ik wil niet bij voorbaat reageren op impliciete aannames die ik niet helemaal duidelijk heb.

Vriendelijke groet.

Zwerver zei

Quote: De menselijke geest is wat wij de persoon of het zelf noemen. Het draagt onze persoonlijke identiteit. Een eventueel voortbestaan na de dood moet dus de menselijke geest betreffen. Als immaterieel object is de geest redelijkerwijs enkelvoudig. Ze heeft anders gezegd geen samenstellende delen.


Is dit werkelijk waar? Mijn geest kent een bewegend deel en een stilstaand deel. Dat stilstaand deel 'ziet’. Maar dat is nog niet alles. Het bewegende deel heeft invloed op mijn hele zijn (ik ben). Dat laat zich kennen als een geladenheid. (in extreme vorm, spanning, stress) Die geladenheid laat zich ook gelden in emoties. Welke door het hele lichaam gevoeld worden.

Maar hoe onderscheid je het bewegende deel en het stilstaande deel? Dat kan alleen door het bewegende deel stil te zetten.
Dat laat zich kenmerken door een toestand van totale ont-spanning. De geest verkeert in een toestand van leegte/stilte. Oftewel, inhoudsloos bewustzijn.