zaterdag 9 augustus 2014

Is het compositiebeginsel algemeen geldig?

Het compositiebeginsel is één van de meest fundamentele beginselen van zowel de klassieke als de modale propositie- en predikaatlogica. In één van haar vele formuleringen luidt dit beginsel als volgt. De betekenis van een propositie wordt bepaald door de betekenis van haar samenstellende delen. Dit lijkt inderdaad een alleszins redelijk beginsel. Neem bijvoorbeeld de propositie 'Amsterdam is de hoofdstad van Nederland'. Natuurlijk wordt de betekenis ervan bepaald door de betekenis van de constanten 'Amsterdam' en 'Nederland', en de betekenis van de relatie 'is de hoofdstad van'. Of neem de propositie 'Esther weet dat Parijs in Europa ligt'. De betekenis van deze propositie wordt eveneens bepaald door haar samenstellende delen, in dit geval de constanten 'Esther', 'Parijs' en 'Europa', en de relatie 'weet dat'.

Toch lijkt er een probleem op te treden voor het ogenschijnlijk volstrekt evidente compositiebeginsel. Neem Mark. Mark besluit zijn iPhone twee namen te geven. Dit doet hij door ernaar te wijzen en vervolgens de op zichzelf nietszeggende symbolenreeksen abcd en xyzw als namen eraan toe te kennen. Vanaf dat moment heet zijn iPhone dus zowel abcd als xyzw. De betekenis van abcd is bovendien redelijkerwijs niets meer of minder dan Marks iPhone. En hetzelfde geldt voor xyzw. Er is immers naast de verwijzing van beide namen niets anders waaruit de betekenis van abcd en xyzw kan bestaan.

Stel nu dat hij aan Brigitte vertelt dat abcd een naam van zijn iPhone is. Dat xyzw ook een naam ervan is, vertelt hij haar niet. In dat geval is de propositie 'Brigitte weet dat Marks iPhone abcd heet' waar. De propositie 'Brigitte weet dat Marks iPhone xyzw heet' is daarentegen onwaar. De waarheidswaarde van de ene propositie is dus ongelijk aan de waarheidswaarde van de ander. Beide proposities moeten daarom een verschillende betekenis hebben. Dit is echter in tegenspraak met het compositiebeginsel. Precies omdat de betekenis van xyzw gelijk is aan die van abcd, volgt immers dat de betekenis van de samenstellende delen van beide proposities hetzelfde is, zodat ze volgens het compositiebeginsel juist geen verschillende betekenis kunnen hebben. Het voorbeeld lijkt dus duidelijk te maken dat het compositiebeginsel in algemene zin onhoudbaar is.

22 opmerkingen:

Bert Morrien zei

Beste Emanuel,

De betekenis van een propositie is in jouw voorbeeld afhankelijk van diverse factoren.
Voor iemand die het hele verhaal kent, dus jij, ik, de andere lezers en de fictieve persoon Mark, hebben beide proposities 'abcd' en 'xyzw' dezelfde betekenis.
Als je aanneemt dat Brigitte de betekenis van 'xyzw' niet kent, kan zij daar niets over zeggen en is in dit geval het compositieprincipe niet van toepassing.
Het voorbeeld lijkt dus allerminst duidelijk te maken dat het compositiebeginsel in algemene zin onhoudbaar is, want het kan alleen maar gelden voor proposities die een onderliggende betekenis hebben.
Dit lijkt mij dermate voor de hand te liggen, dat ik nieuwsgierig ben waarom je het compositiebeginsel ter discussie stelt.

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Precies omdat Brigitte de betekenis van xyzw niet kent, volgt dat de propositie 'Brigitte weet dat Marks iPhone xyzw heet' onwaar is. Want als die propositie waar zou zijn, dan zou ze de betekenis van xyzw wel gekend hebben. En precies omdat die propositie onwaar is, ontstaat, zoals ik in mijn bijdrage laat zien, een probleem voor het compositiebeginsel. Het voorbeeld maakt dan ook wel degelijk duidelijk dat het compositiebeginsel in algemene zin onhoudbaar is.

Groet,
Emanuel

Bert Morrien zei

Emanuel,

In de wereld van Brigitte bestaat de propositie 'Brigitte weet dat Marks iPhone xyzw heet' niet, er kan dus in haar wereld geen tegenspraak met die propositie bestaan en is er in haar wereld dus ook geen probleem voor het compositiebeginsel.
In de wereld van Mark was er al geen probleem voor het compositiebeginsel.
Ik kan jouw redenering dan ook niet volgen.

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

"In de wereld van Brigitte bestaat de propositie 'Brigitte weet dat Marks iPhone xyzw heet' niet?" Waar heb je het in vredesnaam over? Het al dan niet bestaan van een propositie is niet contextafhankelijk. Precies omdat Mark Brigitte niet vertelt heeft dat zijn iPhone xyzw heet, weet Brigitte niet dat Marks iPhone xyzw heet. En daarom is de propositie 'Brigitte weet dat Marks iPhone xyzw heet' onwaar. Het is immers niet waar dat Brigitte weet dat Marks iPhone xyzw heet. Het is mij inmiddels inderdaad duidelijk dat je de argumentatie niet kunt volgen.

Groet,
Emanuel

Bert Morrien zei

Als het al dan niet bestaan van een propositie is niet contextafhankelijk zou zijn kan je geen uitspraak meer doen of het ompositiebeginsel onhoudbaar is, omdat je niet alle proposities kunt weten die op een bepaalde entiteit betrekking hebben. Als je daar dus iets over wil zeggen, ben je wel gedwongen een context te kiezen.

Bert Morrien zei

Nog iets dat door mijn hoofd spookte: hoe zou Brigitte hier over denken? Levert de manier waarop je dit probleem stelt misschien eenvorm van zelfreferentie op?
Als je dit namelijk aan Brigitte voorlegt, weet ze immers dat met 'xyzw' Mark's iPhone bedoeld wordt en blijft het compositiebeginsel ongemoeid.

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Natuurlijk, zodra iemand aan Brigitte vertelt dat Marks iPhone xyzw heet, weet ze dat die iPhone zo heet en dan is de propositie "Brigitte weet dat Marks iPhone xywz heet" waar. Maar dit alles doet natuurlijk niets af aan mijn argument tegen het compositiebeginsel. Om dat beginsel als algemeen beginsel te weerleggen is namelijk één adequaat tegenvoorbeeld nodig. En dat voorbeeld, waarin Brigitte het dus niet weet, gaf ik. Overigens zijn er uiteraard nog duizenden, zelf oneindig veel, andere tegenvoorbeelden te bedenken.

Wat je in jouw reactie daarvoor schrijft, is dermate warrig en onsamenhangend dat er niet eens een coherente tegenwerping tegen mijn argument uit gedestilleerd kan worden. Sterker nog, die reactie laat zien dat je niet lijkt te begrijpen wat in de filosofie onder 'propositie' en 'compositiebeginsel' verstaan wordt.

Groet,
Emanuel

Bert Morrien zei

Beste Emanuel,

Excuus voor de onregelmatigheden in mijn reactie van 12 augustus 2014 22:51

Ik houd me aan jouw formulering van het compositiebeginsel: de betekenis van een propositie wordt bepaald door de betekenis van haar samenstellende delen.
De samenstellende delen zijn eveneens proposities en proposities zijn uitspraken die waar of onwaar kunnen zijn.

Wat ik had willen zeggen is het volgende.
Als het al dan niet bestaan van een propositie niet contextafhankelijk zou zijn, kan je niet meer vaststellen of het compositiebeginsel onhoudbaar is, omdat je niet alle proposities kunt weten die op een bepaalde samenstellende deelpropositie betrekking hebben. Als je iets over een bepaalde samenstellende deelpropositie wil zeggen, zoals de iPhone van Mark, ben je wel gedwongen een context te kiezen.

Nog één poging meer.
De propositie 'Brigitte weet dat Marks iPhone abcd heet' is waar, want de samenstellende delen zijn waar. Dat geldt net zo voor de propositie 'Mark weet dat Marks iPhone xyzw heet'.
Jij zegt dat het eigenlijk ook zou moeten gelden voor 'Brigitte weet dat Marks iPhone xyzw heet', maar je ziet in dat dit onwaar is omdat Brigitte dat niet kan weten en je vat dit op als een aantasting van het compositiebeginsel.
Er zijn nu twee mogelijkheden.
1. De samenstellende delen zijn niet allemaal waar, zodat volgens het compositiebeginsel de hele propositie onwaar is en dit beginsel dus niet wordt aangetast.
2. De sanemstellende delen zijn allemaal waar, zodat het compositiebeginsel aangetast wordt.
Mijn conclusie is dat mogelijkheid 1 van toepassing is, omdat hier 'weet' onwaar is.

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Excuses aanvaard. Je schrijft: "De samenstellende delen zijn eveneens proposities". Dit is echter incorrect. Neem de propositie "Brigitte weet dat Marks iPhone abcd heet". Zijn alle samenstellende delen van deze propositie proposities? Nee, dat is niet het geval. De logisch-semantische structuur van de propositie kunnen we als volgt weergeven: K Brigitte P1 (waarbij K = ‘weet dat’ en P1 = ‘Marks iPhone heet abcd’).

De samenstellende delen van de propositie "Brigitte weet dat Marks iPhone abcd heet" zijn dus K (een relatie), Brigitte (een constante) en P1 (een proposite). Nu zijn relaties en constanten geen proposities. Relaties en constanten kunnen niet waar of onwaar zijn. Van de drie samenstellende delen is er dus slechts één een propositie. De andere twee zijn dat niet. Het is dus niet zo dat alle samenstellende delen van een propositie eveneens proposities zijn.

De rest van jouw reactie, welke uitgaat van de incorrecte gedachte dat de samenstellende delen van een propositie eveneens proposities zijn, vervalt daarom. Maar probeer het gerust nog eens.

Groet,
Emanuel

Bert Morrien zei

Beste Emanuel,

Je hebt uiteraard gelijk over die samenstellende delen, dat had je nota bene al uitgelegd bij het voorbeeld met Ester. Beetje dom van mij, maar ik hoop van mijn fouten te leren.

In de propositie 'Brigitte weet dat Marks iPhone xyzw heet' zijn de samenstellende delen 'Brigitte', 'Marks iPhone heet xyzw' en de relatie 'weet dat'.
Mijn punt is dat die relatie niet aanwezig is.
De vraag is of daarmee de hele propositie onwaar is.
Je kunt m.i. in ieder geval niet zeggen dat die waar is, maar tot die conclusie kwam je zelf ook.
Echter, je kunt m.i. ook niet zeggen dat die onwaar is, omdat die relatie ontbreekt.
Jij lijkt te zeggen dat je gedwongen bent te kiezen tussen waar en onwaar, dat de stelling dus onwaar is en dat dit een aantasting van het compositiebeginsel is.
Maar als de genoemde relatie ontbreekt, kan de zin 'Brigitte weet dat Marks iPhone xyzw heet' dan nog wel als een propositie beschouwd worden? Zo niet, dan is hier het compositiebeginsel niet van toepassing en blijft het compositiebeginsel onaangetast.
In feite is die zin een regelrechte leugen en is de vraag gerechtvaardigd of je een leugen mag gebruiken in een logisch argument. Ik denk van niet.

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Je schrijft: "In de propositie 'Brigitte weet dat Marks iPhone xyzw heet' zijn de samenstellende delen 'Brigitte', 'Marks iPhone heet xyzw' en de relatie 'weet dat'. Mijn punt is dat die relatie niet aanwezig is."

Die relatie is echter juist wél aanwezig. De logisch-semantische structuur van die propositie laat zich als volgt weergeven: WeetDat(Brigitte,P1) waarbij P1 = 'Marks iPhone heet xyzw'. Kortom, de relatie 'weet dat' is constitutief voor (en dus aanwezig in) de propositie. Bovendien is de propositie onwaar omdat Brigitte niet weet dat Marks iPhone xyzw heet. Ook jouw laatste reactie levert dus geen weerlegging van mijn argument op.

Groet,
Emanuel

Bert Morrien zei

Emanuel, ik denk jouw redenering nu volkomen te begrijpen.
Maar ik blijf die relatie problematisch vinden. Blijkbaar telt de kwaliteit daarvan niet mee en dat is precies wat mij stoort.
De propositie 'WeetDat(Brigitte,P1)' is dus waar volgens het compositiebeginsel, maar volgens datzelfde beginsel is de propositie 'WeetNietDat(Brigitte,P1)' eveneens waar.
Zeg je dus eigenlijk dat in de context van het compositiebeginsel, 'WeetDat' en 'WeetNietDat' tegelijk waar zijn? Ik vind dat een tegenspraak en ik denk dus dat een relatie niet altijd een waarheid vertegenwoordigt want anders zou het compositiebeginsel inderdaad niet deugen en daar is jouw argument niet sterk genoeg voor.

Ik zou hierover de mening van andere filosofen wel eens willen weten.
Misschien werpt het volgende document hier enig licht op.
http://ramneta.com/uploads/76/media_items/s-knows-that-p-1.original.pdf

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Je schrijft: "De propositie 'WeetDat(Brigitte,P1)' is dus waar volgens het compositiebeginsel". Dit is echter niet het geval. In de eerste plaats zegt het compositiebeginsel niets over de waarheid of onwaarheid van proposities. Het compositiebeginsel zegt alleen iets over de betekenis van proposities (namelijk dat die wordt bepaald door de betekenis van de samenstellende delen ervan) en dat is wat anders. In de tweede plaats is de propositie 'WeetDat(Brigitte,P1)' helemaal niet waar. Deze propositie is onwaar omdat Brigitte niet weet dat Marks iPhone xyzw heet. Brigitte weet dus juist niet dat P1. De rest van jouw reactie komt daarom te vervallen.

Groet,
Emanuel

Bert Morrien zei

Beste Emanuel,

Mijn vorige reactie sloeg de plank volledig mis, want ik was (weer eens) te onzorgvuldig waarvoor (weer eens) excuus.
Als ik nog eens terugkijk, dan heb ik jouw reactie van 12 augustus 2014 22:35 te gemakkelijk laten passeren.

Volgens jou heeft 'Brigitte weet dat Marks iPhone abcd heet' (P1) dezelfde betekenis als 'Brigitte weet dat Marks iPhone xyzw heet' (P2).
We zijn het er over eens dat P1 waar is en P2 onwaar.
Jij suggereert dat het feit, dat P1 en P2 een tegenspraak opleveren, een bewijs uit het ongerijmde is dat de gelijkheid van de betekenis van P1 en P2 onjuist is en dat hiermee aangetoond is dat het compositiebeginsel niet algemeen geldig is.

In genoemde reactie zeg je "Het al dan niet bestaan van een propositie is niet contextafhankelijk".
Het ging hier over P2 waarvan ik voorstelde dat deze propositie niet bestond voor Brigitte en daar ging ik zonder meer mee akkoord.
Echter, je kunt moeilijk ontkennen dat de geldigheid van een propositie algemeen is en in het bijzonder dat P2 niet geldig is voor Brigitte.
Welnu, als P2 niet geldig is voor Brigitte, is de vraag naar de geldigheid van P2 niet aan de orde en blijft het compositiebeginsel buiten schot.

Overigens, het feit, dat P1 en P2 een tegenspraak opleveren kan net zo goed opgevat worden als een aanwijzing dat er in P2 iets mis is met het gebruik van de relatie 'weet dat'. Ook intuïtief vind ik dat meer voor de hand liggend.

Tenslotte ben ik nog steeds van mening dat een pertinente leugen, zoals P2, niet gebruikt mag worden om een positie te verdedigen, ook al wordt dat te goeder trouw gedaan.

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Excuses (wederom) aanvaard. Je schrijft: "Jij suggereert dat het feit, dat P1 en P2 een tegenspraak opleveren". Dat suggereer ik echter nergens. En het is ook niet zo. De conjunctie van P1 en P2 levert namelijk helemaal geen tegenspraak op. Daarna schrijf je dat P2 "niet geldig is voor Brigitte". Dat is echter een zinledige uitspraak. Proposities zijn niet geldig of ongeldig. Het zijn redeneringen die geldig of ongeldig zijn. Proposities zijn daarentegen waar of onwaar. Moeten we dan wellicht zeggen dat P2 niet waar is voor Brigitte? Nee, ook dat is zinledig. We zeggen niet dat proposities waar of onwaar zijn voor een bepaald persoon. Proposities zoals P2 of "Frankrijk ligt in Europa" zijn waar of onwaar simpliciter, dus los van wie dan ook. Wel kunnen we zeggen dat een bepaalde propositie geloofd of (indien waar) geweten wordt door een bepaald persoon, maar dat is iets anders. Propositie P2 is dus überhaupt niet waar, los van wie dan ook. Brigitte weet immers niet dat Marks iPhone xyzw heet. De rest van jouw reactie komt dan ook wederom te vervallen.

Groet,
Emanuel

Bert Morrien zei

Beste Emanuel,

Blijkbaar een misverstand.
Volgens jou heeft 'Brigitte weet dat Marks iPhone abcd heet' (P1) dezelfde betekenis als 'Brigitte weet dat Marks iPhone xyzw heet' (P2).
We zijn het er over eens dat P1 waar is en P2 onwaar.
Jij suggereert dat het feit, dat P1 en P2 een tegenspraak opleveren, een bewijs uit het ongerijmde is dat de gelijkheid van de betekenis van P1 en P2 onjuist is en dat hiermee aangetoond is dat het compositiebeginsel niet algemeen geldig is. Je zegt letterlijk
"De waarheidswaarde van de ene propositie is dus ongelijk aan de waarheidswaarde van de ander. Beide proposities moeten daarom een verschillende betekenis hebben. Dit is echter in tegenspraak met het compositiebeginsel."
Dat is dus exact wat ik bedoelde en ik had het dus niet over de conjunctie van P1 en P2.

Waar ik op doelde is dat jouw aanname dat P1 op grond van het compositiebeginsel dezelfde betekenis heeft als P2 niet juist is als de relatie 'weet dat' niet dezelfde betekenis heeft.

Als we het uitsluitend over Mark hebben, is de essentie van het compositiebeginsel dat de naam van Mark's iPhone in voor zowel abcd als xyzw de betekenis van Mark's iPhone heeft.
Als we het uitsluitend over Brigitte hebben is de essentie van het compositiebeginsel uitsluitend geldig voor de naam abcd; xyzw heeft voor Brigitte immers geen betekenis. Het feit dat Mark hier wel een betekenis voor heeft doet daaraan niets af. Jij suggereert impliciet dat xyzw voor Brigitte wel degelijk de betekenis van Mark's iPhone heeft, maar dat is natuurlijk niet waar. Dat kan je controleren door aan Brigitte te vragen wat de betekenis is van xyzw.

De keiharde conclusie is dat de betekenis van 'weet dat' in jouw voorbeeld afhangt van de context waarin die relatie gebruikt wordt.
Daarmee is jouw argument ontkracht.

Anoniem zei

Beste Emanuel,
Sorry, ik kom zo maar even binnenvallen en ik heb de hele discussie nog niet gelezen.

Jij zegt (citaat):. Precies omdat de betekenis van xyzw gelijk is aan die van abcd, volgt immers dat de betekenis van de samenstellende delen van beide proposities hetzelfde is, zodat ze volgens het compositiebeginsel juist geen verschillende betekenis kunnen hebben.

Ik merk hierbij op dat de betekenis van xyzw weliswaar gelijk is aan die van abcd, maar dat geldt alleen voor Marc en niet voor Brigitte. Voor Brigitte is xyzw betekenisloos. Excuses als dit reeds behandeld is.
Groet,
Marc

Emanuel Rutten zei

Beste anoniem,

Jouw reactie berust op hetzelfde misverstand als die van Bert. 'Waarheid' en 'betekenis' zijn in de taalfilosofie noties die toekomen aan proposities, los van wie dan ook. Neem bijvoorbeeld de proposite 'Frankrijk ligt in Europa'. De betekenis van deze propositie is niet afhankelijk van Piet, Eva, Brigitte of wie dan ook. Hetzelfde geldt voor de waarheidswaarde van deze propositie. Ook deze is niet afhankelijk van Piet, Eva, Brigitte of wie dan ook. Dát is het raamwerk waarbinnen in de taalfilosofie de discussie over het compositiebeginsel plaatsvindt. Daarentegen hebben noties als 'geloof' en 'weten' juist wel betrekking op een bepaald persoon, zoals Piet, Eva, Brigitte of wie dan ook. Zo kan Eva bijvoorbeeld geloven dat Frankrijk in Europa ligt, terwijl Piet dit niet gelooft. En hetzelfde geldt voor de notie 'weten'.

Groet,
Emanuel

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Je citeert mij en zegt dat dát exact is wat je bedoelde. Welnu, als je dát bedoelde, dan had je dat moeten zeggen - in plaats van ten onrechte beweren dat P1 en P2 een tegenspraak opleveren. Want dat is niet zo. De conjunctie van beiden is namelijk logisch consistent.

Enfin, het is dus inderdaad wel zo dat volgens mij de waarheid van P1 samen met de onwaarheid van P2 in tegenspraak is met het compositiebeginsel. Beide proposities zouden volgens dat beginsel immers dezelfde betekenis (en dus dezelfde waarheidswaarde) moeten hebben. En de relatie 'weet dat' heeft in P1 wel degelijk precies dezelfde betekenis als in P2. Dus dat helpt je ook al niet.

Het laatste gedeelte van jouw reactie is slechts een restloze herhaling van zetten. Ik verwijs je hiervoor dus naar mijn vorige reactie op jou. En zie bovendien in dit verband ook mijn reactie op 'anoniem'. Je hebt dan ook helemaal niets weerlegd. Maar blijf het gerust proberen.

Groet,
Emanuel

Bert Morrien zei

Beste Emanuel,

Je zou gelijk hebben, als de betekenis 'weten dat' altijd buiten iedere context valt.
Bij stelling "X weet dat P" hebben we het over de persoon X, wiens brein een zekere structurele representatie bevat van P; dit is de fysieke betekenis van 'weten dat'.
Nu kan je er niet omheen dat wanneer die representatie ontbreekt, de stelling "X weet dat P" een andere betekenis heeft, want die heeft dan niet meer de genoemde fysieke betekenis.
In het brein van Brigitte ontbreekt een structurele representatie van xyzw als de naam van Mark's iPhone en dat is de reden dat P1 en P2 van betekenis verschillen, niet een vermeende ongeldigheid van het compositiebeginsel.
Ik merk op dat je P2 willens en wetens in een context gezet hebt waarbij P2 onwaar is.
Ik heb het al vaker gezegd, P2 is niets anders dan een leugen, maar blijkbaar denkt je dat dit verder geen consequenties heeft.
Jouw botte bewering dat 'weten dat' in P1 en P2 exact dezelfde betekenis hebben behoeft dus nader betoog, want anders is die niet te handhaven.

Naar aanleiding van jouw opmerking over geloof, in je reactie aan Anoniem, de volgende opmerkingen.
Bij de stelling "X gelooft dat P" is er een zekere structurele representatie van P in het brein van X.
Bij de stelling "Y gelooft niet dat P" is er ook een zekere structurele representatie van P in het brein van Y, maar die verschilt van die in het brein van X.
Maar bij stelling "Z gelooft P" zonder een structurele representatie van P in het brein van Z is niets te zeggen over de betekenis van die stelling.

Emanuel Rutten zei

Beste Bert,

Het is zeker zo dat bij Brigitte de representatie ontbreekt van xyzw als naam van Marks iPhone. Ze weet immers niet dat Marks iPhone xyzw heet. En precies daarom is P2 onwaar. En daar volgt dan weer uit dat P2 een andere betekenis moet hebben dan de ware propositie P1, wat direct een probleem oplevert voor het compositiebeginsel.

Verder heeft de relatie 'weten dat' in P1 wel degelijk dezelfde betekenis als in P2. De logisch-semantische structuur van P1 is namelijk WetenDat(Brigitte,'Marks iPhone heet abcd') en die van P2 is WetenDat(Brigitte, 'Marks iPhone heet xyzw'). Kortom, dezelfde tweewaardige relatie WetenDat(__,__) is een constitutief bestanddeel van beide proposities. En omdat het in beide gevallen dus om hetzelfde constitutieve bestanddeel gaat, is de betekenis van 'weten dat' in beide proposities hetzelfde. Dit is echt elementair. Jouw reactie levert dus nog niet eens het begin van een weerlegging van mijn argumentatie op. Het valt me overigens op dat je inmiddels steeds vaker in herhaling valt. Er komt een moment waarop ik restloze herhalingen niet meer zal doorzetten op mijn blog. Maar probeer gerust een weerlegging van mijn argument te vinden dat wel de moeite van het overwegen waard is. Dan zal ik dat zeker plaatsen.

Groet,
Emanuel

Bert Morrien zei

Beste Emanuel,

Tsja, als de relatie WetenDat(__,__) per definitie niet afhangt van de context, dan sta ik natuurlijk met lege handen. Ik vraag me alleen af of jouw voorbeeld wel zo elementair is dat de context buiten beschouwing mag worden gelaten.
Ik zou in dit verband willen wijzen op de volgende behandeling van het compositiebeginsel en dan met name het hoofdstuk dat aan context gewijd is.
http://plato.stanford.edu/entries/compositionality/#1.5
Hierin wordt gezegd dat context een onderwerp van controversie is, waarbij de meest radicale opvatting is dat alle lexicale elementen van een propositie contextafhankelijk zijn, dus misschien was mijn reactie zo gek nog niet.
Ik heb nog veel meer gevonden en ik denk dat de conclusie gerechtvaardigd is dat context een hot item is in het kader van het compositiebeginsel.

Hoe dit ook zij, je hebt in ieder geval aangetoond dat context roet in het eten kan strooien.

Ik dank je voor je geduld,
groet,
Bert