woensdag 2 juni 2010

Kant's verkeerde en onvolledige inventarisatie

Mijn kennisleer is gebaseerd op het onderscheid tussen de wereld voor ons en de wereld in zichzelf. De wereld voor ons is de wereld zoals zij voor ons is. Het is de wereld zoals wij deze waarnemen en denken. Nu kunnen wij als mens nooit buiten onze menselijke wijze van waarnemen en denken treden. Precies daarom is het voor ons niet mogelijk om een standpunt in te nemen buiten de wereld zoals zij door ons waargenomen en gedacht wordt. De wereld voor ons is voor de mens dan ook het allesomvattende. Zij is de onoverschrijdbare horizon van al ons denken en ervaren. Alles wat wij zeggen heeft uitsluitend betrekking op de wereld voor ons. De wereld voor ons is dus het subject van al onze predikaties. Zij is onze enige verwijzingssamenhang. Wij kunnen haar dan ook uitsluitend van binnenuit expliciteren. Zelfs de claim dat we een onderscheid dienen te maken tussen de wereld voor ons en de wereld in zichzelf betreft uiteindelijk een claim over de wereld voor ons!

De wereld in zichzelf is daarentegen de 'werkelijke werkelijkheid' ofwel de wereld zoals zij op zichzelf genomen daadwerkelijk is. De wereld in zichzelf is anders gezegd de wereld zoals zij los van ons denken en waarnemen in zichzelf bestaat. Uit de hierboven gemaakte opmerkingen over de wereld voor ons volgt dat de aard van de wereld in zichzelf voor de mens voorgoed verborgen blijft. Wij kunnen nimmer vaststellen hoe de wereld in zichzelf is omdat wij onmogelijk buiten de wereld voor ons kunnen treden. De wereld in zichzelf blijft voor de mens dus definitief onkenbaar.

Alledaagse claims (e.g. 'Daar staat een boom'), wetenschappelijke claims (e.g. 'Een watermolecuul bestaat uit één waterstof en twee zuurstof moleculen') en metafysische claims (e.g. 'Er is een ultieme zijnsgrond welke geldt als de uiteindelijke oorsprong van alles wat is') kunnen door ons dus alléén gerechtvaardigd worden als claims over de wereld voor ons. De vraag of een gegeven claim geldig is als bewering over de wereld in zichzelf kan door ons immers onmogelijk beantwoord worden. Precies omdat de wereld in zichzelf voor ons ontoegankelijk is zullen wij nooit weten of een bepaalde claim over de wereld in zichzelf correct is. Uit de principiële onkenbaarheid van de wereld in zichzelf volgt echter dat we evenmin kunnen uitsluiten dat sommige van onze claims correct zijn als claims over de wereld in zichzelf. Sterker nog, we kunnen nooit uitsluiten dat de wereld in zichzelf gelijk is aan de wereld voor ons!

De vraag is nu hoe het onderscheid tussen de wereld voor ons en de wereld in zichzelf zich verhoudt tot het door Kant in zijn Kritiek van de zuivere rede gemaakte onderscheid tussen de fenomenale en de noumenale wereld. Is de wereld voor ons niet gewoon hetzelfde als de door Kant beschreven fenomenale wereld? En is de wereld in zichzelf niet eenvoudigweg de door Kant beschreven noumenale wereld?

Niets is echter minder waar. Neem bijvoorbeeld zoiets fundamenteels en verstrekkends als het gegeven dat er een subject-object verschil bestaat. Er zijn objecten en subjecten en sommige objecten worden ervaren door subjecten. Uitgaande van het besproken onderscheid tussen de wereld voor ons en de wereld in zichzelf moeten we zeggen dat het subject-object verschil een kenmerk betreft van hoe de wereld voor ons is. De wereld voor ons is anders gezegd zodanig dat er sprake is van objecten, subjecten en objecten ervaren door subjecten. Of de wereld in zichzelf ook wordt gekenmerkt door een subject-object verschil kunnen wij echter niet vaststellen. Wij weten niet eens of de wereld in zichzelf objecten (laat staan subjecten) bevat. Over de aard van de wereld in zichzelf kunnen we immers helemaal niets weten.

Uitgaande van Kant's onderscheid tussen de fenomenale en noumenale wereld moeten we daarentegen zeggen dat het subject-object verschil juist niet beperkt is tot de fenomenale wereld. Kant spreekt immers over de noumena van de noumenale wereld als dinge-an-sich. De noumena zijn dus objecten. Deze objecten beroeren onze zintuigen en vormen zo de grond voor het bestaan van de objecten van de fenomenale wereld (e.g. bomen, planten, tafels en stoelen). Ook maakt Kant nadrukkelijk een onderscheid tussen het empirische en het transcendentale subject. Het eerste type subject lokaliseert hij in de fenomenale wereld en het tweede type subject lokaliseert hij in de noumenale wereld. Het subject-object verschil is bij Kant dus inderdaad niet beperkt tot de sfeer van het fenomenale. Ook in de noumenale wereld is volgens hem immers sprake van subjecten en objecten.

Hoewel we dus zagen dat het subject-object verschil alléén gerechtvaardigd is als claim over de wereld voor ons, zien we dat bij Kant dit verschil juist niet beperkt blijft tot de fenomenale wereld. Kant's fenomenale wereld verschilt dus fundamenteel van de wereld voor ons.

Dat het subject-object verschil bij Kant zich niet beperkt tot de fenomenale wereld laat zien dat Kant de fenomenale wereld eigenlijk te beperkt opvat. Een ruimere opvatting van de fenomenale wereld zou immers ook het subject-object verschil beschouwen als een ervaringsvorm. Een dergelijke meer inclusieve opvatting van het fenomenale zou dus geen ruimte laten om stellig te kunnen beweren dat er buiten de fenomenale wereld eveneens sprake is van een subject-object verschil.

Reeds Schopenhauer begreep dat de fenomenale wereld door Kant te beperkt is opgevat. Zo schrijft Schopenhauer in §32 van het derde boek van zijn hoofdwerk De wereld als wil en voorstelling het volgende:

"[H]et ding-op-zichzelf behoort volgens [...] Kant vrij te zijn van alle vormen [van de verschijning zoals ruimte, tijd en causaliteit] die gekoppeld zijn aan het kennen als zodanig; en het is alleen maar een fout van Kant [...] dat hij bij de inventarisatie van die vormen uitgerekend het object-zijn-voor-het-subject vergat (en dan te bedenken dat deze de eerste en meest universele vorm is van alle verschijning, dat wil zeggen van de voorstelling). Hij had dan ook categorisch moeten uitsluiten dat zijn ding-op-zichzelf ooit tot object zou kunnen worden, want dat zou hem behoed hebben voor die grote inconsequentie die algauw aan het licht kwam."

De door Schopenhauer bedoelde 'grote inconsequentie' betreft natuurlijk het feit dat Kant enerzijds meent dat we niets kunnen weten over de noumenale wereld terwijl hij anderzijds wel met stelligheid beweert dat de noumenale wereld uit objecten bestaat die onze zintuigen beroeren en zo aanleiding zijn voor de objecten van de fenomenale wereld.

Dat het onderscheid tussen de fenomenale en noumenale wereld bij Kant diep afwijkt van het voor mijn kennisleer cruciale onderscheid tussen de wereld voor ons en de wereld in zichzelf kan ook nog op een iets andere wijze worden verduidelijkt.

Bij Kant is de fenomenale wereld het geheel van onze zintuiglijke ervaringen. Deze ervaringen worden volgens Kant teweeggebracht ofwel geïnitieerd door de op zichzelf bestaande objecten van de noumenale wereld. De noumenale wereld is bij Kant dus het geheel van de onafhankelijk van ons kenvermogen bestaande objecten die zich aan gene zijde van de door ons ervaren fenomenen bevinden en deze veroorzaken.

Nu zijn we inderdaad gerechtvaardigd om te geloven dat er objecten buiten ons bewustzijn bestaan die onze zintuiglijke ervaringen veroorzaken. Alléén zo kunnen wij immers de synchroniciteit verklaren tussen onze zintuiglijke ervaringen en de zintuiglijke ervaringen van onze medemensen. Het alternatief zou immers een totaal absurd solipsisme zijn! Het cruciale inzicht dat Kant echter mist is het inzicht dat de opvatting dat er objecten moeten bestaan aan gene zijde van onze zintuiglijke ervaringen die deze zintuiglijke ervaringen veroorzaken alléén epistemologisch gerechtvaardigd is als oordeel over de wereld voor ons. Over de wereld in zichzelf kunnen we immers helemaal niets weten. We kunnen als mens dan ook niet meer dan vaststellen dat de wereld voor ons zodanig is dat er objecten buiten de menselijke geest bestaan die haar waarnemingen veroorzaken.

De claim dat er buiten ons objecten zijn die onze waarnemingen veroorzaken betreft dus een claim over de wereld voor ons in plaats van een claim over hoe de wereld in zichzelf zich verhoudt tot de wereld voor ons. De noumena van Kant behoren daarom tot de wereld voor ons in plaats van tot de wereld in zichzelf. Hieruit volgt dat Kant's fenomenale wereld wezenlijk afwijkt van de wereld voor ons. Kant plaatst de noumena immers buiten de fenomenale wereld terwijl zij gegeven zijn binnen de wereld voor ons. Dit betekent natuurlijk eveneens dat de noumenale wereld van Kant fundamenteel verschilt van de wereld in zichzelf. Dat wat Kant de noumenale wereld noemt dient immers zoals gezegd gerekend te worden tot de wereld voor ons en niet tot de wereld in zichzelf.

Het verschil tussen enerzijds Kant's onderscheid tussen het fenomenale en het noumenale en anderzijds het aan mijn kennisleer ten grondslag liggende onderscheid tussen de wereld voor ons en de wereld in zichzelf wordt veroorzaakt doordat ons autonome, onafhankelijk van de aanschouwing functionerende, denken bij Kant geen enkele rol speelt in de constitutie van de fenomenale wereld. Sterker nog, Kant lijkt zelfs het bestaan van ons autonome denken te ontkennen. Gedachten zonder aanschouwingen zijn volgens hem immers leeg. Ons denken is bij hem slechts een aan de zintuiglijkheid ondergeschikt werktuig. Zij is uitsluitend in staat om de door onze zintuigen aangeleverde aanschouwingen te structureren tot waarnemingen. De fenomenale wereld is bij Kant niet meer dan het product van dit aan de zintuiglijkheid onderworpen constitutieproces.

De wereld voor ons is echter de wereld zoals wij deze waarnemen en zoals wij deze, onafhankelijk van onze aanschouwingen, denken. De wereld voor ons heeft daarom een veel bredere en diepere strekking dan Kant’s fenomenale wereld. De wereld voor ons wordt niet alleen geconstitueerd door een denken dat zich beperkt tot het structureren van aanschouwingen, maar ook door ons onafhankelijk van de aanschouwing werkende autonome denken.

We zouden tot slot kunnen opmerken dat uiteindelijk toch ook Schopenhauer het echt allesomvattende en hermetische karakter van de wereld voor ons niet doorzag. Hoewel hij weliswaar de fenomenale wereld veel ruimer opvat dan Kant (het subject-object verschil ofwel het 'object-zijn-voor-het-subject' wordt door Schopenhauer immers geheel binnen de fenomenale wereld gesitueerd) blijft hij desalniettemin toch nog altijd spreken over de wereld als voorstelling. Schopenhauer lijkt zich dan ook niet te realiseren dat naast ons van de aanschouwing afhankelijke denken (i.e. ons denken dat zich bezighoudt met het tot waarnemingen structureren van aanschouwingen) ook ons autonome denken (i.e. ons denken dat functioneert zonder dat er een object in de aanschouwing gegeven is en dat geheel onafhankelijk van onze aanschouwingen tot inzichten komt) constitutief is voor hoe de wereld voor ons is.

9 opmerkingen:

Religieus zei

Beste G.J.E.
Je schrijft: "de wereld voor ons"
Wat betekent dat voor jou?
Wat is 'ons'?

Vriendelijke groet,
Religieus.

G.J.E. Rutten zei

Beste Religieus,

De wereld voor ons is niet de wereld voor mij of de wereld voor jou. De wereld voor ons betreft de wereld zoals deze uiteindelijk wordt ervaren en gedacht door ieder mens.

Zo is bijvoorbeeld de uitspraak dat 1+1 gelijk is aan 2 een gerechtvaardigde uitspraak over de wereld voor ons. Ieder mens zal met deze uitspraak uiteindelijk instemmen. Is daarmee de claim 1+1=2 ook een geldige claim over hoe de wereld in zichzelf is? Wellicht wel, maar wij zullen dit nimmer kunnen vaststellen. Als mens kunnen wij namelijk niet treden buiten onze typische menselijke wijze van ervaren en denken. Precies daarom blijft de aard van de wereld in zichzelf voor ons als mensen voorgoed verborgen. Wij zullen nooit weten hoe de wereld in zichzelf daadwerkelijk is.

Met vriendelijke groet,
G.J.E. Rutten

Guido Wüner zei

Maar is dat nou niet het wonderlijke dat het niet daadwerkelijk weten, alle ruimte schept voor iedereen om zelf de wereld in zichzelf te creeren en hierdoor de wereld voor ons medebepaald?

In het boeddhisme is leegte vorm en vorm leegte. Hiermee wordt bedoelt dat er alleen leegte is (de wereld in onszelf) en vorm wordt gecreerd door onze wereld. De beredenatie is dus andersom: er is juist een wereld vanuit onszelf, waardoor onze wereld gecreerd wordt.

Met een vriendelijke groet,
Guido Wüner
http://guidowuner.blogspot.com

G.J.E. Rutten zei

Beste Guido,

Iedereen kan zichzelf inderdaad allerlei persoonlijke opvattingen toeëigenen zonder daarmee aanspraak te willen maken op algemene instemming door alle andere mensen.

Er bestaan echter ook allerlei oordelen die weldegelijk met recht aanspraak maken op intersubjectieve geldigheid.

Intersubjectief geldige claims betreffen dan natuurlijk uitsluitend claims over 'de wereld voor ons' ofwel over de wereld zoals ieder mens deze uiteindelijk ervaart en denkt. Wij kunnen immers niets vaststellen over de aard van de wereld in zichzelf. Hoe de wereld in zichzelf 'echt' is blijft voor ons voorgoed verborgen.

Enigszins kort door de bocht zou je kunnen zeggen dat wat ik 'de wereld voor ons' noem min of meer overeenkomt met de collectie van alle in bovengenoemde zin intersubjectief geldige claims.

Zelf beschouw ik bijvoorbeeld onderstaande claims als intersubjectief geldig:

- Er zijn mensen die lijden en mensen die wreedheden begaan
- Er zijn momenten van tederheid en vriendelijkheid tussen mensen
- De verzameling van de gehele getallen is aftelbaar oneindig
- De som van twee oneven getallen is een even getal
- Ons universum heeft een uniek begin in de tijd
- Zwaartekracht bestaat in ons universum
- Iedere gebeurtenis heeft een oorzaak
- Een ding kan niet tegelijkertijd wel én niet bestaan
- Zintuiglijke ervaring wordt veroorzaakt door extramentale dingen
- Het is verwerpelijk om voor eigen plezier een ander pijn te doen
- De wereld gaat terug op een zijnsoorsprong ofwel eerste oorzaak

Groet,
G.J.E. Rutten

Theo Smit zei

Emanuel, het blijft 'knokken' voor de amateur, maar om te checken: zou je over de wereld-in-zichzelf dan ook kunnen zeggen: de wereld-in-zichzelf omvat in elk geval de wereld-voor-ons, en kan er theoretisch zelfs ook nog gewoon mee samenvallen? Alleen kunnen we dat nooit zeker weten, gezien de beperkingen van ons weten, die we zelf (kunnen) vaststellen.

En bij je lijst (alleen ter idee neem ik aan) heb ik nog een vraag:

"Zelf beschouw ik bijvoorbeeld onderstaande claims als intersubjectief geldig:

- Er zijn mensen die lijden en mensen die wreedheden begaan
- Er zijn momenten van tederheid en vriendelijkheid tussen mensen"

Opvallend hier vind ik het verschil tussen beide uitspraken. De eerste is stelliger dan de tweede. Ik heb de neiging bij de eerste ook 'soms' toe te voegen. Mag dat?

Als je het later en elders over 'beslissend gerechtvaardigde oordelen' hebt, dan lijkt me dat van belang te weten.

Emanuel Rutten zei

Beste Theo,

De-wereld-in-zichzelf zou inderdaad kunnen samenvallen met de-wereld-voor-ons, en of dat wel of niet zo is zullen wij inderdaad nimmer kunnen weten. Wij kunnen immers onmogelijk een standpunt buiten de-wereld-voor-ons innemen. Over het "op zichzelf" van de-wereld-voor-ons kunnen wij niets, maar dan ook helemaal niets, weten.

Verder kan inderdaad het woordje 'soms' worden toegevoegd zonder dat de uitspraak in kwestie ophoudt beslissend-gerechtvaardigd te zijn.

Groet,
Emanuel

Anoniem zei

“Zelf beschouw ik bijvoorbeeld onderstaande claims als intersubjectief geldig:”

Beste G.J.E. Rutten,

Het is bij intersubjectiviteit, gemeten naar het subject – subject model, nog altijd noodzakelijk om bij onderstaande claims tot overeenstemming te komen. Dat onderstaande claims intersubjectief, voor iedereen, geldig zouden zijn vind ik ietwat voorbarig gesteld. Over sommige punten kan men immers van mening verschillen en een paar claims zijn sowieso onmogelijk te beantwoorden, zodat (absoluut) niemand op basis van intersubjectieve geldigheid daar uitsluitsel over kan geven.

1- Er zijn mensen die lijden en mensen die wreedheden begaan. Ja
2- Er zijn momenten van tederheid en vriendelijkheid tussen mensen. Ja
3- De verzameling van de gehele getallen is aftelbaar oneindig. Ja
4- De som van twee oneven getallen is een even getal. Ja
5- Ons universum heeft een uniek begin in de tijd. Nee, deze aanname valt niet te verifiëren en treedt zodoende buiten ons (wetenschappelijke) zichtveld. Als men hier wel een uitspraak over doet, begeeft men zich in het transcendente, irrationele gebied van het voor ons onbekende.
6- Zwaartekracht bestaat in ons universum. Ja
7- Iedere gebeurtenis heeft een oorzaak. Ja, dat zou kunnen?
8- Een ding kan niet tegelijkertijd wel én niet bestaan. Tja, hmm, wat denk je wat er gebeurt als je het woord NIET(s) gaat plakken op iets dat niet bestaat. Dan hebben we er in ieder geval een woord voor? Dat impliceert dat er toch iets is, namelijk het niets.
9- Zintuiglijke ervaring wordt veroorzaakt door extramentale dingen. Ja
10- Het is verwerpelijk om voor eigen plezier een ander pijn te doen. Nee, dit hoeft niet perse zo te zijn. SM relaties gaan juist uit van deze drijfveer. Je doet de ander er tevens een groot genot en plezier mee.
11- De wereld gaat terug op een zijnsoorsprong ofwel eerste oorzaak. Nee. Trouwens het verschil tussen punt 5 en 11 is mij niet helemaal duidelijk? Gaat het hier niet gewoon om hetzelfde idee?

Het lijkt er (soms) op, dat je in je enthousiasme te veel afdaalt naar de wereld-in-zichzelf. De wereld waar we niets over kunnen zeggen!

Groet, Prot.

Theo Smit zei

Prot,

Dezelfde neiging om de (als idee vooral en niet uitputtende) lijst af te werken, heb ik onderdrukt. Ik heb intussen wel begrepen dat je 'het potentieel beste' van de mens onder 'we' moeten verstaan bij Rutten of filosofen over het algemeen wel. Op 1 zeg je ja, zonder voorbehoud. Dit zou alvast een 'slechte' psychologische test worden. Zonder 'soms' onmogelijk te beantwoorden hoe je verder ook in de geschiedenis of in de eigen ziel zou gaan wroeten.

Ik kan er jou niet van verdenken je 'niet' of 'niet voldoende' in Rutten verdiept te hebben! (Bij teruglezing van dat hele filosofieblog, bijna klaar.)

Intersubjectieve oordeelsvorming, tja daar stel ik me ook eerder 'empirische' dan 'fenomenologische' standen van zaken bij voor. Maar ik sta voorlopig open voor eventueel 'hernieuwde' fenomenologie van de 'ervaring'. (Met scepsis, uiteraard. Maar ruim baan voor de beste denkers, eveneens vanzelfsprekend.)

Je eerste nee is bij 5. Hieromtrent las ik elders het 'je je kunnen voorstellen als (optimaal) denkend en ervarend mens in de wereld-voor-ons'. Daar is -in die wereld - een verdere 'aannemelijkheid' voor geopperd. Ik hou mijn twijfels met jou, maar dan moet je het eventueel 'eventueel beslissend gerechtvaardigd oordeel' met een beroep op eventueel 't Hooft of Einstein zelfs, ook zelf in twijfel kunnen trekken, en dat zou mij nooit lukken. Rutten heeft kennelijk dat zelfvertrouwen op basis van zijn wiskunde wel.

Nou ja, voorlopig zijn we nog niet van hem af ;-)

Emanuel Rutten zei

Beste Prot.,

Geen van de beweringen uit de lijst betreft een uitspraak over de wereld-in-zichzelf. Elk van deze beweringen is slechts gerechtvaardigd als claim over hoe de-wereld-voor-ons is.

Laat me op jouw evaluatie nader ingaan. De claim dat ons universum een uniek begin in de tijd heeft kan natuurlijk niet gerechtvaardigd worden als claim over de-wereld-in-zichzelf. Echter, als wereld-voor-ons claim is ze wel degelijk beslissend gerechtvaardigd. De verzameling verstreken tijdstippen of, beter gezegd, de verzameling versteken tijdsintervallen van een bepaalde eindige tijdsduur (bijvoorbeeld een minuut), zou in het geval van een universum zonder begin oneindig moeten zijn. Nu kunnen wij ons prima voorstellen dat een eindig tijdsinterval op enig moment begint en vervolgens op enig moment verstreken is. Wij kunnen ons als mensen echter onmogelijk voorstellen dat, zeg, op dit moment, een oneindige tijdsduur verstreken zou zijn. Dit is inderdaad absurd voor ons om te denken. Een stapsgewijze aftelling van een aftelbaar oneindige verzameling kan immers nooit op enig moment daadwerkelijk voltooid zijn.

Verder kan (8) indien nodig ook als volgt geformuleerd worden: Een ding kan niet tegelijkertijd op dezelfde wijze dezelfde eigenschap wel en niet hebben.

En bij (10) bedoel ik uiteraard het geval dat iemand een ander onder dwang, dus zonder wederzijdse instemming, pijn doet.

Dat (11) ook tot de lijst behoort is in feite de inzet van het tweede deel van mijn driedelig project. Daarin laat ik namelijk zien dat de bewering dat de wereld teruggaat op een eerste oorzaak logisch volgt uit een aantal premissen die ieder op zich beslissend-gerechtvaardigd zijn als uitspraak over de-wereld-voor-ons. De conclusie dat de wereld teruggaat op een eerste oorzaak is daarmee dan uiteraard eveneens alleen gerechtvaardigd als bewering over de-wereld-voor-ons. En dit is geen enkel probleem. Wat zouden wij als mensen immers meer kunnen en willen dan het als mens gerechtvaardigd zijn?

Groet,
Emanuel