Descartes werkt in zijn Regulae ad directionem ingenii regels uit om het verstand te leiden en zo door kritisch denken de waarheid te vinden. Een beknopte versie van deze regels zou hij later opnemen in zijn methode voor de wetenschappen. In Wat is nou waar? Zeven regels om helder te denken in verwarrende tijden reiken Rik Peels en Jeroen de Ridder eveneens regels aan voor goed en helder denken, maar dan regels die vooral bedoeld zijn voor onze tijd van sociale media, informatieovervloed, filterbubbels, desinformatie en polarisatie. In tegenstelling tot Descartes zijn het geen regels om met zekerheid alles zelf te ontdekken, maar om in gesprek met anderen en door gebruik van bronnen redelijk betrouwbare standpunten te vormen over de wereld.
Het is een boek waarvan de urgentie voelbaar is. We leven in verwarrende tijden en veel mensen vragen zich af naar welke stemmen ze nog kunnen luisteren en welke bronnen ze nog kunnen vertrouwen. Hoe moeten we omgaan met de enorme hoeveelheid informatie die bijna dagelijks op ons afkomt en steeds vaker afkomstig is van dubieuze bronnen? Peels en De Ridder behandelen een zevental regels voor helder en kritisch denken om orde te scheppen in de chaos. De regels worden in een logische volgorde besproken. Het boek begint met richtlijnen die ons eigen denken betreffen, zoals de regel om te reflecteren op de manier waarop je zelf denkt en de oproep om de moed te hebben van mening te veranderen. Daarna volgen handvatten voor het denken met anderen: vertrouw kritisch, sta open voor bronnen buiten je eigen bubbel en organiseer gezonde twijfel bij het gebruik van bronnen. De auteurs bespreken ook vuistregels voor het kritisch beoordelen van bronnen. Tenslotte worden aanwijzingen gegeven over hoe je je kritisch kunt verhouden tot bredere fenomenen zoals het dagelijks nieuws, wetenschappelijk onderzoek, misleidende propaganda en de wisselwerking tussen taal en wereld. Peels en De Ridder leggen daarbij helder uit hoe wetenschap, taal, nieuws en propaganda in grote lijnen functioneren. Daarnaast worden denkregels aangereikt voor het herkennen van legitieme experts en voor wanneer het verstandiger is je oordeel aan zulke experts over te laten.
Het boek is geschreven met een zo breed mogelijk publiek op het oog. Hoewel het boek op verschillende plaatsen filosofische ideeën behandelt - zoals die van William James, David Hume en Thomas Reid - is het geen boek specifiek voor filosofen. Het is bedoeld voor iedereen die goed en helder denken belangrijk vindt en zich afvraagt of daar zinvolle en bruikbare regels voor zijn.
Peels en De Ridder zijn erin geslaagd om een aantal cruciale denkregels bijeen te brengen en op een duidelijke en toegankelijke wijze uiteen te zetten. Vakjargon wordt vermeden of helder toegelicht. Het boek biedt daarbij interessante inkijkjes. Zo leert de lezer meer over welke filters in het wetenschappelijk onderzoek werkzaam zijn, hoe frames en metaforen werken, en over de aard van complottheorieën. Ook relevante gerelateerde begrippen zoals intellectuele arrogantie en kennisonrecht worden onder de aandacht gebracht. Hierbij wisselen de auteurs inzichten uit de filosofische kennisleer en wetenschapsfilosofie moeiteloos af met inzichten uit de communicatiewetenschappen.
Daarnaast is het vlot en pakkend geschreven. De regels worden toegelicht met concrete en aansprekende voorbeelden en het belang van elke denkregel wordt treffend voor het voetlicht gebracht. Mooi ook dat de uitleg zo nu en dan naar Bijbelse verhalen verwijst.
Sommige regels mogen misschien voor de hand liggen - zoals open staan voor andere meningen en jezelf kritisch bevragen - maar ook dan is het waardevol een spiegel voorgehouden te krijgen en je af te vragen: Hoe doe ik het eigenlijk op dit punt? Is verbetering mogelijk? En zo ja: hoe? Het boek helpt zo om je denkvermogen waar nodig kritisch aan te scherpen. Er zitten ook enkele verrassende regels bij, zoals de oproep om wekelijks van mening te veranderen en het nieuws te negeren. Zulke aanbevelingen worden vervolgens echter door Peels en De Ridder voldoende genuanceerd.
Het gekozen aantal van zeven regels - waarvan de auteurs overigens ruiterlijk toegeven dat het er ook best zes of acht hadden kunnen zijn - doet denken aan de zeven vinkjes van Joris Luyendijk, met het verschil dat het hier niet om privileges gaat, maar om zaken waarvan iedereen zich meester kan en zou moeten willen maken om niet te verdwalen in beperkte bubbels of juist een teveel aan stemmen en bronnen.
In een tijd waarin nepnieuws en misinformatie duidelijk aanwezig zijn, veel burgers door polarisatie tegenover elkaar staan en er mensen zijn die vastzitten in filterbubbels, willen de auteurs net zoals Descartes met regels voor het denken richting te geven aan het verstand. Peels en De Ridder kiezen voor onze verwarrende tijd echter nadrukkelijk een andere invalshoek dan Descartes. Interessant genoeg wijzen de auteurs er tegelijk op dat het met nepnieuws, bubbels en polarisatie minder erg gesteld is dan vaak wordt aangenomen.
Dit boek komt op een goed moment omdat onze tijd vraagt om heldere en bruikbare denkregels. Niet elke regel mag dan even verrassend zijn - soms ligt de inhoud dicht bij wat veel lezers al wel zullen weten - maar juist herkenning helpt om ons te spiegelen in de spiegel die dit boek ons voorhoudt. Al met al kan Wat is nou waar? met zijn pleidooi voor denkmoed en denknuance in zekere zin beschouwd worden als een eigentijdse Regulae die hopelijk helpt om de hedendaagse verwarring te verminderen.
Posts tonen met het label Sophie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sophie. Alle posts tonen
vrijdag 4 juli 2025
vrijdag 16 mei 2025
De apollinische mens: geloof én wetenschap - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2025-2)
Een bewering of oordeel is waar indien het overeenstemt met de zaak. Een oordeel zoals ‘Dit is een boom’ stemt vanuit zichzelf echter niet met een boom overeen. Oordeelswaarheid vereist daarom een daaraan voorafgaande overeenstemming tussen de zaak en een Idee in Plato’s Ideeënrijk of een gedachte in Gods geest. Uiteraard zijn er ware oordelen. Wanneer we uitgaan van de objectiviteit van de wereld en dus afzien van de mogelijkheid dat de mens zelf waarheid sticht, en niet uitgaan van het bestaan van Plato’s Ideeënrijk, dan volgt uit genoemde voorafgaande overeenstemming noodzakelijk dat God bestaat. Zo ontstaat een Godsargument dat ik het argument vanuit objectieve oordeelswaarheid zal noemen.
Godsargumenten zijn wat Nietzsche apollinisch noemt. Het apollinische levensgevoel, zoals dat toonaangevend is uitgedragen door Socrates, wil niets liever dan het volle licht en de transparantie van het zijn. De apollinische wil tot helderheid en waarheid leidt dan ook tot een voorkeur voor wetenschap, metafysica en theïsme. Wetenschap en metafysica veronderstellen een kenbare en gestructureerde werkelijkheid, en specifiek de op metafysica gestoelde wetenschap maakt rationele beheersing en ordening van de wereld mogelijk, terwijl theïsme een ultieme harmonie, objectieve waarheid en morele zin verleent aan de wereld en ons bestaan. De goddelijke grond is bovendien steeds het allesomvattende licht dat al het zijnde verlicht en zo de intelligibiliteit of begrijpelijkheid van al het zijnde waarborgt. Voor de apollinische mens horen wetenschap, metafysica en theïsme dan ook van nature bij elkaar omdat ze allemaal voortkomen uit dezelfde apollinische behoefte om de irrationele chaos van het bestaan te temmen door universele kenbare waarheden en objectieve morele normen. Wetenschap, metafysica en theïsme vinden zo bij Nietzsche hun gemeenschappelijke grond en diepe verwantschap in wat we de apollinische wil tot waarheid kunnen noemen.
Tegenover dit bestendige geordende rationele complex van wetenschappelijke, metafysische en theïstische waarheden, plaatst Nietzsche vervolgens, zoals bekend, het irrationele, stormachtige levensgevoel van Dionysus en Zarathoestra. En dit niet om het apollinische te loochenen, maar om de tragische zin voor het leven terug te winnen door het sinds Socrates ontstane mateloze apollinische levensgevoel dionysisch te bezielen en zo weer in haar oorspronkelijke presocratische element te brengen dat volgens Nietzsche met de opkomst van de socratisch-theoretische mens verloren ging. Kortom, door de apollinische wil tot waarheid weer met de dionysische wil tot overvloed te verbinden en op deze manier lucht en ruimte te geven aan de wil tot schijnen en daarmee het leven in zijn geheel.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
apollinische,
dionysische,
Godsargumenten,
Nietzsche,
oordeelswaarheid,
Plato,
Socrates,
Sophie
zaterdag 15 februari 2025
Een sacrale retorische ruimte - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2025-1)
God wordt op verschillende manieren ter sprake gebracht: als hoogste zijnde, als het zijn zelf, of als dat wat gelegen is aan gene zijde van het zijn en slechts zwijgende bespiegeling toelaat. Of denk aan het spreken over God als kleine, kwetsbare, maar altijd in de wereld werkzame transcendente kracht van liefde. Dit staat tegenover een Godspreken dat uitgaat van Gods grandeur als datgene waarboven niets groters gedacht kan worden. De verschillende vormen van spreken over God zijn niet altijd onderling verenigbaar.Wanneer we geen ervan willen verabsoluteren als de enige juiste, maar ze juist naast elkaar willen laten bestaan, dan kunnen we ze samenbrengen in een ruimte die noch logisch, noch esthetisch kan worden genoemd. Het betreft een retorische ruimte. Deze open plaats laat ruimte voor betekenisvolle verschillen in het spreken over God door meerdere, onderling weliswaar soms tegenstrijdige, maar elkaar toch aanvullende, perspectieven op die ene God een plaats te geven. Zo wordt het mysterie van God benaderd op een wijze die recht doet aan de complexiteit en diepgang ervan. Want we kunnen God niet doorgronden in één enkele taal. Elk perspectief biedt een uniek venster op God en draagt zo bij aan een rijker en meer genuanceerd Godsbesef.
Hier raken we aan het sacraal-mystieke van God. In plaats van te zwijgen, omdat God ontoegankelijk voor ons menselijk spreken zou zijn, laten we verschillende, onderling niet altijd verenigbare vormen van Godspreken naast elkaar bestaan, om zo spiritueel op een meer vruchtbare en zinvolle wijze recht te doen aan het schitterende mysterie van Gods ultieme wezen. Door niet te zwijgen en evenmin God vast te zetten op één enkele wijze van spreken die geen recht doet aan Gods mystieke karakter, maar door uitgaande van uiteenlopende verwoordingen uitdrukking te geven aan het ondoorgrondelijke mysterie van het Goddelijke, wordt de retorische ruimte tot een mystieke ruimte van wijsgerige verwondering en spirituele verdieping.
Er ontstaat zo een vorm van theologie die het passende midden houdt tussen negatieve theologie, welke louter zwijgt of alléén nog maar in ontkenningen over God spreekt, en positieve theologie, volgens welke God samenvalt met precies één consistent verhaal, hoe inspirerend dan ook. Eén enkel perspectief, zelfs het meest indrukwekkende, volstaat niet. Juist het naast elkaar laten bestaan van onderling niet altijd verenigbare Godsverhalen, schept de vereiste spirituele ruimte, en levert zo de eigenlijke sleutel voor een werkelijk verstaan van het sublieme en heilige geheim van die ene God.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
god,
Godspreken,
mystieke,
retorische ruimte,
sacrale,
Sophie,
sublieme
zondag 7 juli 2024
Een nieuw Godsargument vanuit niet-bruutheid - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2024-3)
In wat volgt ontwikkel ik een nieuw Godsargument. Het vertrekt vanuit de premisse dat het feit dat deze wereld er is geen bruut feit is. Er moet dus een ultieme reden voor het bestaan van deze wereld zijn waarin elk verder waarom vragen tot rust komt. Deze reden moet daarom in absolute zin zelf-evident zijn. Ze moet anders gezegd in alle mogelijke werelden vanuit ongelimiteerd perspectief zelf-evident zijn. Voor het absoluut zelf-evidente maakt het immers niet uit welke mogelijke wereld actueel is. Nu kan iets alleen vanuit een bepaald perspectief zelf-evident zijn indien het mogelijk is dat een bewust wezen met dat perspectief inziet dat het zelf-evident is. Want het zelf-evidente verwijst naar een epistemische houding ten opzichte van zichzelf. Zelf-evidentie is dan ook net zoals betekenis fundamenteel relationeel. Als een reden zelf-evident is, dan is het dus mogelijk denkbaar als zelf-evident. Als het onmogelijk als zelf-evident gedacht kan worden, dan is het ook niet zelf-evident. Mogelijk gedacht kunnen worden als zelf-evident behoort tot de aard van zelf-evident zijn. Meer specifiek kan iets alleen in absolute zin zelf-evident zijn indien het mogelijk is dat een bewust wezen inziet dat het in absolute zin zelf-evident is. Maar een wezen dat inziet dat iets in absolute zin zelf-evident is, moet zich op de plaats van het absolute bevinden en een absoluut perspectief op de werkelijkheid hebben. Er is dus een mogelijke wereld waarin een bewust wezen zich op de plaats van het absolute bevindt en een absoluut perspectief op de werkelijkheid heeft. En omdat dit absolute wezen totaal onafhankelijk is en dus niet door iets anders is veroorzaakt, bestaat het in alle mogelijke werelden, waaronder de actuele wereld. Er bestaat dus in de actuele wereld een bewust wezen dat zich op de plaats van het absolute bevindt, een absoluut perspectief op de werkelijkheid inneemt, de ultieme reden voor het bestaan van deze wereld kent en inziet dat deze reden in absolute zin zelf-evident is. Dit absolute wezen kan met recht God genoemd worden, zodat volgt dat God bestaat. De premisse dat er een ultieme reden voor deze wereld is, is alleszins redelijk, zodat het ook redelijk is om te denken dat God bestaat. In elk geval laat mijn Godsargument zien dat er zonder God geen ultieme reden voor het bestaan van deze wereld is. En dit is hoe dan ook problematisch voor atheïsten die menen dat zo’n ultieme reden bestaat.Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
Godsargument,
Sophie,
ultieme reden,
zelf-evidentie
zondag 19 mei 2024
Gods ingrijpen - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2024-2)
Het christendom is een theïsme en geen deïsme. God grijpt dus in de wereld in. Maar in welke mate? Een minimale duiding van Gods ingrijpen in de wereld die recht doet aan de ziel van het christendom, is die waarbij God weliswaar handelt in zijn schepping en ingrijpt in levens van individuele mensen, maar dit alleen doet met het oog op het realiseren van Gods heilsplan voor de gehele schepping en de mensheid als zodanig. God grijpt daarom uitsluitend in op het niveau van de mensheid. Zo laat God zich in met het leven van Abraham en Mozes, en later met dat van de discipelen en apostelen, niet om persoonlijke doelen van deze personen te verwezenlijken of hun persoonlijke levensomstandigheden te verbeteren, maar om hen een belangrijke rol te laten spelen in de realisering van Gods heilsplan voor de mensheid. Hetzelfde geldt voor elk mens. Als God al ingrijpt in het individuele leven van iemand, dan alléén met als doel om dit leven werkzaam te laten zijn voor genoemde realisatie. Gods ingrijpen in persoonlijke levens is dan ook hoogst zeldzaam en mogelijk op slechts enkele handen te tellen. Maar wat betekent dit voor de zin en de functie van het gebed? Bidden lijkt niet bedoeld te zijn om God te vragen allerlei persoonlijke zaken te regelen, maar om als mens voor even relationeel op God betrokken te zijn en God voor het bestaan te danken. Want het allerhoogste wat God de mens in deze eindige wereld had kunnen geven, heeft God de mens reeds gegeven, namelijk de niet te overtreffen verhalen die handelen over Gods heilsgeschiedenis en zijn opgetekend in de overgeleverde testamentsteksten. De sublieme grootsheid van deze verhalen en de welhaast onuitputtelijke troost en hoop die erin gelegen zijn, laten zich als ultiem geschenk in deze breekbare wereld met niets anders vergelijken. Wie in en vanuit deze verhalen leeft, kan dit leven aan omdat deze verhalen bestaan. En omdat deze verhalen ons opnemen in de gedachte dat wat er ook gebeurt, God ons in zijn hand houdt. God heeft ons zo beschouwd in dit breekbare leven alles al gegeven wat God ons redelijkerwijs had kunnen geven. Dankbaarheid is dan ook wat ons rest, zodat er niets verloren gaat in het duiden van bidden als danken. Precies in dit danken ervaart de mens, al is het maar voor heel even, een relationele betrokkenheid op de goddelijke grond van de werkelijkheid.Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
donderdag 7 december 2023
Columns Filosofisch tijdschrift Sophie
Dit blogitem is een 'placeholder' voor mijn columns voor Filosofisch tijdschrift Sophie. Ik zal deze lijst voortaan actueel houden en verwijs er vanaf nu naar vanuit het overzicht 'Filosofische bijdragen' rechtsboven op mijn blog.
1. Het Platonisme is een theïsme
2. Verschil moet er zijn
3. Zijn ‘God van de gaten’-argumenten altijd ongerechtvaardigd?
4. Het morele als teken van het goddelijke
5. Aanwijzingen voor en kenmerken van Gods bestaan
6. Het wereldbeelden argument
7. Is God deugdzaam?
8. Retorische stijl en religieus geloof
9. Waarheidsmakers van historische waarheden
10. Maar waarom dan geen polytheïsme?
11. Het axiologisch argument
12. Functie-tekensystemen
13. Gods ingrijpen
14. Een nieuw Godsargument vanuit niet-bruutheid
15. Seculier of religieus verzoenen?
16. Een sacrale retorische ruimte
17. De apollinische mens: geloof én wetenschap
1. Het Platonisme is een theïsme
2. Verschil moet er zijn
3. Zijn ‘God van de gaten’-argumenten altijd ongerechtvaardigd?
4. Het morele als teken van het goddelijke
5. Aanwijzingen voor en kenmerken van Gods bestaan
6. Het wereldbeelden argument
7. Is God deugdzaam?
8. Retorische stijl en religieus geloof
9. Waarheidsmakers van historische waarheden
10. Maar waarom dan geen polytheïsme?
11. Het axiologisch argument
12. Functie-tekensystemen
13. Gods ingrijpen
14. Een nieuw Godsargument vanuit niet-bruutheid
15. Seculier of religieus verzoenen?
16. Een sacrale retorische ruimte
17. De apollinische mens: geloof én wetenschap
Labels:
column,
filosofisch tijdschrift,
Sophie
maandag 20 november 2023
Functie-tekensystemen - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2023-6)
Een belangrijk wiskundig begrip is dat van functie. Een functie beeldt originelen op beelden af. Zo beeldt de functie ‘kwadrateer’ het origineel 3 op het beeld 9 af. Beelden van de ene functie kunnen optreden als originelen van de andere functie. En functies kunnen zelf ook optreden als originelen of beelden. De lambda calculus van Alonzo Church bestaat zelfs geheel uit functies die functies op functies afbeelden. Deze calculus is een voorbeeld van wat ik een functie-tekensysteem noem. Maar het is geen materieel functie-tekensysteem. Een materieel functie-tekensysteem is een in materie gerealiseerde verzameling van onderling geschakelde functies waardoorheen reeksen van tekens worden geleid. Computers en lichaamscellen zijn voorbeelden hiervan. Een zandhoop is echter geen materieel functie-tekensysteem. Het is los zand en mist dus een hecht samenhangende functionele structuur. Nu is er niets wat erop wijst dat het stap voor stap en teken na teken afbeelden van originelen op beelden gepaard moet gaan met het optreden van bewustzijn of subjectieve innerlijke ervaring. Daarom falen verklaringen van het ontstaan van bewustzijn vanuit materieel-functionele structuren. Precies omdat we alle materieel-functionele structuren kunnen opvatten als materiële functie-tekensystemen en het een of meerdere keren afbeelden van een origineel op een beeld verenigbaar is met het uitsluitend plaatsvinden van zulke afbeeldingen, is het prima denkbaar dat een materieel-functionele structuur functioneert zonder bewuste ervaring. Elke verklaring van bewustzijn op basis van een materieel-functionele structuur schiet dus tekort. Een materieel functie-teken systeem is niet alleen maar op zichzelf gericht. Het gaat heel concreet om in materie gerealiseerde functies die onderling tekens converteren. En een materiële verzameling van geschakelde functies die tekens uitwisselen kan tegelijkertijd ook verantwoordelijk zijn voor complexe causale interacties met zijn omgeving. Het brein is daar een goed voorbeeld van. Het brein is daarom een materieel functie-tekensysteem. Maar dan kan het menselijk brein geen verklaring bieden voor bewustzijn. Een brein mag zeer complex zijn, uiteindelijk is ook een brein niets meer dan een hierboven beschreven in materie gerealiseerd systeem van functies en tekens. En omdat materiële functie-teken systemen verenigbaar zijn met de afwezigheid van bewustzijn, is het brein dat ook. Verklaringen van bewustzijn louter in termen van ons brein schieten dus tekort. Zolang in het geval van een brein niet aannemelijk wordt gemaakt dat het afbeelden van originelen op beelden door in materie gerealiseerde functies noodzakelijk tot bewustzijn leidt, is het brein als verklaring voor bewustzijn onvoldoende. Wij zijn als bewuste wezens dus niet ons brein.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
bewustzijn,
Brein,
functie-tekensysteem,
lambda calculus,
Sophie
maandag 4 september 2023
Het axiologisch argument - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2023-5)
Wij kunnen haast niet anders dan denken dat de werkelijkheid uiteindelijk teruggaat op een absolute oorsprong die het laatste antwoord vormt op de ultieme vraag waarom er eigenlijk iets is in plaats van niets. Een wereld waarin alles wat bestaat voor zijn bestaan afhankelijk is van iets anders levert immers een grondeloze, in het niets wegzinkende, oneindige regressie op, wat voor ons als mensen welhaast ondenkbaar is. Daarom zijn wij gerechtvaardigd om te menen dat er een eerste oorzaak van de wereld is. De vraag is vervolgens wat we redelijkerwijs kunnen zeggen over de aard van deze ultieme wereldgrond. Hiertoe beroep ik mij op de axiologie of waardeleer. Aanschouw de mens. Een mens is een subject oftewel een bewust vrij en autonoom individu behept met verstand, gevoel, intuïtie, verbeeldingskracht, voorstellingsvermogen, wil en empathie. Daarom heeft de mens een intrinsieke waarde die groter is dan die van onbewuste dingen. Zoals gezegd is het redelijk om te veronderstellen dat de werkelijkheid teruggaat op een ultieme oorsprong. Alles wat geworden is, is geworden dankzij deze wereldgrond en zonder de wereldgrond zou niets geworden zijn. Het is daarom verdedigbaar dat de wereldgrond, het ultieme beginsel van alles, een intrinsieke waarde heeft die in elk geval niet lager is dan de waarde van een enkel mens. En omdat zoals gezegd de mens een intrinsieke waarde heeft die boven de waarde van onbewuste objecten uitgaat, kan de wereldgrond geen onbewust object zijn. Want als de wereldgrond een onbewust object zou zijn, dan zou het dus een lagere waarde hebben dan een mens, wat in tegenspraak is met het gegeven dat de absolute oorsprong van de wereld een waarde heeft die nu juist niet lager is dan de waarde van een enkel mens. De wereldgrond is dus géén onbewust ding. Het is een bewust subject. De oorsprong van de wereld is geen iets, maar een iemand. De overtuiging dat de wereld is gegrond in een persoonlijke eerste oorzaak is dan ook allesbehalve irrationeel. Wie erkent dat het redelijk is om te veronderstellen dat er een absolute oorsprong is waarop de gehele werkelijkheid uiteindelijk teruggaat, kan niet langer succesvol volhouden dat deze eerste oorzaak een onbewust object is. Uit het bestaan van een ultieme grond van de wereld volgt dus dat deze grond een bewust subject oftewel een persoonlijk wezen is. Maar dat impliceert dat God bestaat, aldus de conclusie van mijn axiologisch argument.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
axiologisch argument,
eerste oorzaak,
object,
Sophie,
subject
donderdag 8 juni 2023
Maar waarom dan geen polytheïsme? - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2023-4)
In wat volgt geef ik vijf argumenten voor de onhoudbaarheid van polytheïsme. Het is onredelijk om meer oorzaken te veronderstellen dan nodig. We kunnen dus uitgaan van één God als wereldoorzaak omdat de noodzaak ontbreekt meerdere goden als verklaring voor het ontstaan van de wereld te veronderstellen. Daarnaast gaat aan iedere veelheid een fundamentelere eenheid vooraf. Wie op een veelheid stuit is dus nog niet aanbeland bij de grond van de wereld. Bovendien is God volgens Anselmus denkbaar als datgene waarboven niets groters denkbaar is. Stel dat twee goden aan deze beschrijving voldoen. Het geheel van beide goden is ook denkbaar en bovendien groter dan elk van beide goden afzonderlijk. Zo krijgen we een tegenspraak en faalt polytheïsme. Mijn vierde argument ontleen ik aan de metafysica van Thomas van Aquino. Alles wat bestaat heeft een aard of wezen dat bepaalt wat het is. En iets ontvangt ‘zijn’ van iets anders óf heeft ‘zijn’ op grond van zijn wezen. Iets dat onveroorzaakt is, ontvangt geen 'zijn' van iets anders. Om te kunnen bestaan implicieert het wezen ervan dus 'zijn' en daarom omvat het ‘zijn’. Nu is 'zijn' het allesomvattende. Het bevat impliciet alle mogelijke kwaliteiten. Het wezen van iets dat onveroorzaakt is, is daarom nooit méér dan ‘zijn’ omdat iedere kwaliteit die we eraan toevoegen er al impliciet in bevat ligt. Het wezen van iets dat onveroorzaakt is, is dus 'zijn'. Als polytheïsme waar is, dan zijn er minimaal twee goden. Beide goden zijn onveroorzaakt en hebben dus 'zijn' als wezen. Maar als elk van beide goden 'zijn' als wezen heeft, dan verschillen ze niet van elkaar omdat elke mogelijke kwaliteit al in het wezen van beide bevat is. Er kunnen dus geen twee goden zijn, zodat volgt dat polytheïsme onwaar is. Ten vijfde impliceert mijn modaal-epistemisch Godsargument de waarheid van theïsme en dus de onwaarheid van polytheïsme. Volgens de tweede premisse ervan is het onmogelijk om te weten dat theïsme onwaar is. Maar is het niet ook onmogelijk om te weten dat polytheïsme onwaar is, zodat alsnog polytheïsme volgt? Dit is niet het geval. Uit het mogelijk waar zijn van polytheïsme volgt redelijkerwijs dat theïsme eveneens mogelijk waar is. Het is dus mogelijk dat God bestaat en als God bestaat dan weet God dat polytheïsme onwaar is. Het is dus niet onmogelijk om te weten dat polytheïsme onwaar is. Het modaal-epistemisch Godsargument laat zich niet omvormen tot een argument voor polytheïsme.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
woensdag 3 mei 2023
Waarheidsmakers van historische waarheden - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2023-3)
De bewering 'Mijn auto is blauw' wordt waargemaakt door mijn blauwe auto. Mijn blauwe auto is de waarheidsmaker ervan. De bewering is bovendien contingent waar. Want mijn auto had een andere kleur gehad kunnen hebben. De waarheidsmaker van de contingent ware bewering 'Jij bent nu mijn column aan het lezen' is het feit dat jij nu mijn column aan het lezen bent. Het lijkt niet onredelijk om te beweren dat iedere contingent ware bewering een waarheidsmaker moet hebben. Neem nu historische beweringen, zoals de bewering dat Nederland in 1974 de WK finale voetbal verloor. De bewering is contingent waar. Want Nederland verloor, maar had kunnen winnen. Wat is nu de waarheidsmaker van deze bewering? Het moet iets zijn dat op dit moment bestaat. Het verleden kan daarom niet de waarheidsmaker zijn. Het verleden bestaat immers niet meer. Wat er toen was, is er nu niet meer. Zijn er andere antwoorden mogelijk? De fysica leert dat de natuur op de allerkleinste schaal uit kwantumdeeltjes bestaat waaruit alles is opgebouwd. Een determinist zou daarom kunnen beweren dat de huidige configuratie van alle kwantumdeeltjes in het universum de waarheidsmaker is van deze en alle andere ware historische beweringen. Kunnen de natuurwetten immers niet worden gebruikt om vanuit de huidige configuratie terug te rekenen naar iedere gebeurtenis uit het verleden? Dit is echter ook geen houdbaar antwoord. Terugrekenen is namelijk onmogelijk omdat Heisenberg heeft aangetoond dat de positie en snelheid van een kwantumdeeltje niet op hetzelfde moment ontsloten kan worden. Omdat het verleden niet als waarheidsmaker van historische waarheden kan optreden en kwantummechanisch terugrekenen evenmin mogelijk is, blijft er nog één mogelijkheid over. Als God bestaat, dan is het niet onredelijk om te denken dat God als de absolute grond van de werkelijkheid een perfect wezen is. God is dan een wezen dat de geschiedenis van de kosmos in al zijn betekenisvolle details kent en bovendien niet vergeet. Maar dan is Gods geest in metafysische zin te begrijpen als de waarheidsmaker van ware historische beweringen. Wie vandaag zegt dat Nederland in 1974 de WK finale voetbal verloor, spreekt de waarheid. De objectieve grond voor de waarheid van deze bewering is dan dat de bewering in overeenstemming is met de herinnering van God. Gods kennis is zo de waarheidsmaker van historische waarheden. Precies omdat historische waarheden als contingente waarheden een waarheidsmaker moeten hebben en Gods geheugen als enige mogelijkheid overblijft, volgt redelijkerwijs dat God bestaat.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
god,
Heisenberg,
historische waarheden,
Sophie,
Waarheidsmakers
woensdag 1 maart 2023
Retorische stijl en religieus geloof - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2023-2)
In de klassieke oudheid werd de macht van het woord vaak verbonden met het goddelijke. Omgekeerd werd religie zelden als een retorische praktijk geanalyseerd. Een van de weinige vindplaatsen waarin dit wel gebeurt is de Helena van Gorgias. Hierin toont Gorgias dat religie retorisch beschouwd een synthese is van dichtkunst en argumentatief redeneren. Daar waar de dichtkunst het psychosomatische affectieve niveau van de ziel raakt en argumentatief redeneren het rationele cognitieve niveau van het verstand, richt het religieus overtuigen zich steeds op beide elementen en zo op de gehele mens. Maar waarin is nu die welhaast goddelijke overredingskracht van het woord gelegen? Als woorden op zulke verschillende inhoudelijke terreinen zoals dichtkunst, religie en argumentatief redeneren in staat zijn tot overtuiging, dan moet de magie van het woord voor een belangrijk deel gelegen zijn in iets dat wezenlijk de woorden zelf betreft. Dit brengt Gorgias tot het woordgebruik oftewel de uitdrukkingswijze. Of de luisteraar overtuigd wordt hangt sterk af van de vorm oftewel van hoe de woorden worden gebruikt. Een goede stijl is daarom essentieel voor woordelijke overreding. De dichtkunst is volgens Gorgias dan ook niet voor niets het exemplarisch voorbeeld van de macht van het woord. Het is immers precies de stijl oftewel het taalgebruik dat de dichtkunst als woordpraktijk bij uitstek kenmerkt. Wat betekent dit nu voor de wijze waarop mensen tot religieus geloof komen? Ook in het religieus overredend spreken doet poëtische stijl ertoe. Treffend taalgebruik is geen bijkomstig, maar een wezenlijk element van het religieuze spreken begrepen als retorische praktijk. “In den beginne was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.” Dit lezen we in Johannes 1. De Bijbel spreekt over hét Woord en niet over dé Inhoud. Want woorden doen ertoe. Zou de Bijbel net zo overtuigend zijn geweest als alle inhoud zonder gevoel voor woordgebruik en woordschikking weergegeven zou zijn? De vraag stellen is hem beantwoorden. De verwoording is niet alleen constitutief voor de dichtkunst, maar ook voor de religie. Stijl is religieus relevant. Zowel inhoud als stijl hebben binnen het religieuze een intrinsieke religieuze waarde. Inhoud is de geest en stijl is het lichaam van het overtuigen. Stijl is zo het voertuig van de inhoud. Het Griekse woord logos affirmeert dan ook dat geest en woord een hechte eenheid vormen. Ook voor de religie is passend en treffend woordgebruik dus cruciaal voor de overtuigingskracht van de inhoud van het geloof.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
vrijdag 20 januari 2023
Is God deugdzaam? - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2023-1)
De klassieke deugdethiek draait weinig verrassend om het begrip deugd. Deugd betreft een morele houding die tot stand komt door levenskeuzes, gewoontevorming en oefening. Deugd hangt dan ook samen met ontwikkeling. Het is het gevolg van het streven naar volmaaktheid. Kan nu van God gezegd worden dat God deugdzaam is? Dit lijkt niet het geval. God is immers altijd al volmaakt. Van een morele ontwikkeling is in het geval van God geen sprake.Bovendien stelt de klassieke deugdethiek dat de mens bij de geboorte slechts de potentie heeft om bijvoorbeeld rechtvaardigheid als duurzame houding te verwerven en zo rechtvaardig te worden. Iemand verkrijgt de deugd rechtvaardigheid dus pas wanneer na verloop van tijd deze potentie geactualiseerd wordt. In God zijn echter geen ongerealiseerde potenties. Niets in God wacht op actualisatie.
Kunnen we dan misschien zeggen dat alle potenties in God altijd al gerealiseerd of geactualiseerd zijn? Dit is echter onmogelijk indien we ons baseren op het klassieke actus purus begrip van God. God staat diametraal tegenover de eerste materie of prima materia. Deze materie is zuivere potentialiteit en dus volkomen vormloos. God is als het tegendeel hiervan zuivere vorm of zuivere actualiteit. Er zijn dus geen altijd al geactualiseerde goddelijke potenties. Want spreken over een goddelijke potentie is zoiets als spreken over een vierkante cirkel.
Maar is niet alsnog op God het begrip deugd van toepassing zolang we het element van de ontwikkeling ervan wegdenken? Dit is echter evenmin het geval omdat de gedachte dat de deugd een hebbelijkheid is die verkregen wordt door keuzes, gewoontevorming en oefening essentieel is voor het deugdbegrip. Deugdzaam zijn betekent niet slechts het hebben van een goede houding. Deugd hangt wezenlijk samen met karaktervorming. De deugd is leerbaar en als verkrijgbare kennis onderwerp van een techne of leervak. Dit alles is onlosmakelijk verbonden met de klassieke deugdtheorie.
God ontstijgt dus de deugd. De antieke deugdethiek, de dominante ethiek van de oudheid, kan daarom geen recht doen aan het morele van het goddelijke. Gods moraliteit is niet gelegen in het door ervaring beantwoorden aan een maat of standaard. Gods natuur is zelf de standaard. God is niet goed in de zin van deugdzaam, zoals we dat van mensen kunnen zeggen. God is goed simpliciter oftewel goed zonder meer en precies daarom dus mogelijkheidsvoorwaarde voor het überhaupt kunnen bestaan van deugden. God is het goede zelf en zo de ene maat voor alle mogelijke deugdzaamheid.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
actualiteit,
deugd,
goede,
potentie,
Sophie
zaterdag 19 november 2022
Het wereldbeelden argument - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2022-6)
Veel filosofen menen dat het alléén intellectueel gerechtvaardigd is om in God te geloven indien er voldoende goede redenen zijn om te beweren dat het waar is dat God bestaat. Mijn wereldbeelden argument laat zien dat dit onjuist is. Een wereldbeeld, zoals in algemene zin theïsme of naturalisme, is een allesomvattend perspectief van waaruit de gehele wereld wordt begrepen. Naast theoretische redenen om te denken dat het waar is, kunnen mensen ook praktische redenen hebben om een wereldbeeld te omarmen als leidraad voor hun leven. Zo kunnen wereldbeelden inspireren en bezielen, bijdragen aan morele en persoonlijke groei, de levenskwaliteit bevorderen, existentiële behoeften vervullen en passen bij levensbepalende gebeurtenissen die iemands leven diepgaand hebben beïnvloed. Er zijn dus zowel theoretische als praktische criteria voor het omarmen van een wereldbeeld. Beide groepen criteria vormen samen één gecombineerde lijst van criteria voor het evalueren van wereldbeelden. Nu heeft elk mens uiteindelijk een of ander wereldbeeld nodig om zich te kunnen oriënteren in deze wereld en zo zijn of haar leven überhaupt te kunnen leven. En we kunnen niet op meerdere wereldbeelden tegelijk vertrouwen. Wie door grondig nadenken ervoor kiest om te vertrouwen op een wereldbeeld dat genoemde oriëntatie in de wereld mogelijk maakt, vertrouwt het omarmde wereldbeeld dus als gevolg van succesvol grondig nadenken. Bovendien is het zo dat wereldbeelden die aan voldoende veel van de gecombineerde criteria voldoen oriëntatie in de wereld mogelijk maken. Kortom, wie door grondig nadenken ervoor kiest om te vertrouwen op een wereldbeeld omdat het aan voldoende veel van de gecombineerde criteria voldoet, vertrouwt dat wereldbeeld als gevolg van succesvol grondig nadenken. Maar als iemand een wereldbeeld vertrouwt op grond van succesvol grondig nadenken, dan is zijn of haar vertrouwen erin uiteraard intellectueel gerechtvaardigd. Wanneer iemand dus door grondig nadenken een wereldbeeld vertrouwt omdat het aan voldoende veel van de gecombineerde criteria voldoet, dan is zijn of haar vertrouwen erin intellectueel gerechtvaardigd. En dit is ook zo als het wereldbeeld niet aan voldoende veel van de theoretische criteria voldoet om ook intellectueel gerechtvaardigd waar genoemd te kunnen worden. Theïsme of Godsgeloof voldoet als wereldbeeld inderdaad aan voldoende veel van de gecombineerde criteria. Maar dan volgt dat zelfs als er onvoldoende goede redenen zijn om te beweren dat het waar is dat God bestaat (wat overigens niet het geval is, zoals ik elders laat zien), geloof in God nog altijd volkomen intellectueel gerechtvaardigd is.Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
Sophie,
theïsme,
wereldbeelden,
wereldbeelden argument
vrijdag 7 oktober 2022
Aanwijzingen voor en kenmerken van Gods bestaan - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2022-5)
We kunnen op grond van twee overwegingen inzien dat het redelijk is om te denken dat de oorsprong van de wereld een bewust wezen is en dus dat God bestaat. De eerste overweging vertrekt vanuit de wereld en omvat negen aanwijzingen: (1) het geheel van alle ruimte, alle tijd en alle materie heeft een absoluut begin gehad en is dus gegrond in een onstoffelijke, buitenruimtelijke en buitentijdelijke oorsprong, (2) we leven op de rand van een scheermes omdat er geen leven ontstaan zou zijn indien een of meerdere van de natuurconstanten een iets andere waarde gehad zou hebben, (3) het boek van de natuur is op sublieme wijze in de taal van de wiskunde geschreven, (4) de wereld bezit een rationele structuur die wij succesvol kunnen doorgronden, (5) er is bewustzijn dat niet tot materie herleidbaar is, (6) er is vrije wil dat niet tot natuuroorzaken herleidbaar is, (7) we bewonen een moreel universum waarin sommige zaken werkelijk goed en andere werkelijk kwaadaardig zijn, (8) alle positieve eigenschappen blijken logisch combineerbaar, zodat een wezen dat ze allemaal bezit niet alleen logisch mogelijk is, maar ook bestaat omdat 'noodzakelijk bestaan' een positieve eigenschap is, en (9) er bestaan geen universele eigenschappen, zodat de oorsprong van de wereld radicaal vrij is en dus redelijkerwijs gegrond is in een bewust wezen. Deze aanwijzingen maken gezamenlijk het bestaan van God waarschijnlijk. De tweede overweging vertrekt direct vanuit de wereldgrond. Welke kenmerken moet de oorsprong van de wereld hebben om de oorsprong van de wereld te kunnen zijn? Ik noem er vier: (a) de oorsprong van de wereld moet in elk geval actief scheppend zijn, (b) de oorsprong van de wereld kan van niets buiten zichzelf afhankelijk zijn en moet dus volkomen onafhankelijk oftewel vrij zijn, (c) de oorsprong van de wereld moet enkelvoudig en niet samengesteld zijn omdat aan iedere veelheid een diepere eenheid vooraf gaat, (d) de oorsprong van de wereld kan niet lijken op een structuur die voor de hand liggende alternatieven toelaat omdat anders onmiddellijk de onbeantwoordbare vraag gesteld kan worden waarom dan niet een van die alternatieven de oorsprong van de wereld is. Op grond van deze vier kenmerken vallen informatie en materie af. Alleen bewustzijn oftewel geest voldoet eraan, zodat de oorsprong van de wereld geen materie of informatie is, maar een bewust wezen, en opnieuw volgt dat God bestaat.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
Godsargumenten,
Sophie,
wereld,
wereldgrond
woensdag 6 juli 2022
Het morele als teken van het goddelijke - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2022-4)
Ieder mens verschilt van ieder ander. De diepe morele intuïtie dat alle mensen desondanks gelijkwaardig zijn, laat zich niet uit de amorele natuurlijke orde afleiden. Alleen vanuit een de natuur overstijgend perspectief kan de gelijkwaardigheid van alle mensen als een bovennatuurlijke morele maat over de natuurlijke orde gelegd worden. Dit wijst op een goddelijke grond van het morele.Bovendien verwijst morele ervaring steeds naar een ruimer verband waarbinnen deze ervaring pas zinvol is. Alleen vanuit een geheel dat ons geheel omvat komen wij tot ervaringen van zin. De mens produceert dus geen zin. Wij ontdekken zin. Deze zin is gelegen buiten onszelf. Wij stuiten op zin in onze omgang met de wereld en zijn niet de ultieme scheppers ervan. Zo komen we wederom een spirituele oorsprong op het spoor.
Dit transcendente gezichtspunt komt eveneens in beeld zodra wij ons realiseren dat de wereld ondanks al het lijden vol blijkt te zijn van genadevolle structuren. Zo dicht Hölderlin: “Waar het gevaar groeit, groeit ook het reddende.” Of neem de eeuwenoude wijsheid “Ook dit gaat voorbij” dat ons eraan herinnert dat elk leed uiteindelijk eindig is. Door onze aardse sterfelijkheid kan een absoluut lijden in de wereld inderdaad nooit manifest worden. Geen mens kan hier op aarde immers in een toestand van eeuwig lijden worden gebracht. Onze aardse sterfelijkheid behoedt ons en daarin ligt een grote troost en gemoedsrust besloten. Bovendien blijft in bijna alle ellendige situaties beperkt geluk bereikbaar. Wie leeft vanuit het besef dat alles voorbij is, kan juist in kleine voorvallen geluk ervaren en zelfs kortstondig gelukkig zijn. Zo is het ook genadevol dat humor lijden kan verlichten.
Dat ernstige gevolgen meestal moeilijk realiseerbare oorzaken vereisen, is ook een genadevolle structuur. Daarnaast kan elk mens gemoedsrust vinden in het ondergaan van een gerechtvaardigde straf voor gepleegd onrecht. En deuren gaan open waar deuren gesloten worden. Er is altijd weer een nieuw begin. Een genadevolle structuur is ook dat hoop doet leven en als laatste sterft, en dat er veelal meerdere lotgenoten zijn waarmee leed kan worden gedeeld. Lijden kan bovendien leiden tot morele en spirituele zielengroei en zo zelfs een weg zijn naar het goede. De mogelijkheid om in deze wereld in het schone en in het sublieme het transcendente en het absolute te kunnen ervaren betreft eveneens een genadevolle structuur. Het in kaart brengen van alle genadevolle structuren in deze wereld kan zelfs leiden tot een nieuwe theodicee.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
genadevolle structuren,
het Goddelijke,
het morele,
Sophie
zaterdag 26 maart 2022
Verschil moet er zijn - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2022-2)
Alles wat bestaat heeft eigenschappen en bij iedere eigenschap hoort een begrip. Zo hoort bij ‘rood-zijn’ het begrip ‘rood’. Als twee simpele enkelvoudige begrippen, zoals ‘bestaan’ en ‘zijn’, of ‘entiteit’ en ‘object’, dezelfde verwijzing hebben, dan zijn hun betekenissen redelijkerwijs gelijk. Hieruit volgt dat er géén universele eigenschappen zijn. Voor iedere eigenschap bestaat er iets dat die eigenschap niet heeft. Want als er een universele eigenschap zou zijn, dan is het een aaneenvoeging van één of meerdere enkelvoudige begrippen die elk dezelfde verwijzing en dus dezelfde betekenis hebben als het begrip ‘bestaan’. Die universele eigenschap is dus ‘bestaan’, wat onmogelijk is omdat ‘bestaan’ als voorwaarde voor het bezitten van eigenschappen zelf geen eigenschap is.
Sommige fysici begrijpen de werkelijkheid als geheel van symmetriebrekingen, zodat de wereld een bundel van splitsingen betreft en universele eigenschappen inderdaad ontbreken. Postmodernen die zich toch aan metafysica wagen, menen dat de wereld teruggaat op differenties of verschillen. Ook dan ontbreken universele eigenschappen. Volgens dialectici ontwikkelt niet alleen het menselijk denken, maar ook de wereld zich door negaties, zodat ontkenning tot het wezen van de wereld behoort. Dit sluit universele eigenschappen eveneens uit.
De afwezigheid van universele eigenschappen heeft grote gevolgen. Zo is niet alles materieel. Er zijn daarom niet-materiële en dus immateriële dingen. Evenzo volgt dat er niet-fysische, niet-natuurlijke (bovennatuurlijke), niet-veroorzaakte (onveroorzaakte), niet-gedetermineerde (vrije), niet-vergankelijke (onvergankelijke), niet-immanente (transcendente) en niet-contingente (noodzakelijke) dingen zijn. Dit is het einde van het materialisme, fysicalisme, naturalisme en vele andere “ismen”.
Elk “Alles is zus” of “Alles is zo” wereldbeeld sneuvelt. De werkelijkheid is radicaal vrij. De wereld laat zich door geen enkel “Alles is dit” of “Alles is dat” keurslijf knechten. Kortom, verschil moet er zijn. Alleen dualistische wereldbeelden, zoals theïsme en platonisme, overleven. Platonisme impliceert echter theïsme zoals ik in mijn vorige column betoogde.
Voor elk bestaand ding bestaat dus ook de negatie ervan. De natuur is daarom, zoals Heraclitus leert, een eenheid van tegendelen. Over deze tegendelen spreekt hij in termen van spanning en strijd. Ze staan op gespannen voet met elkaar en zo is voortdurend alles in beweging. De wereld is dan ook niet alleen radicaal vrij, maar eveneens antagonistisch. Vrijheid is gegrond in subjectiviteit. Vrijheid is een kenmerk van geest. De wereldgrond lijkt dus een vrij geestelijk wezen te zijn en kan daarom passend ‘God’ worden genoemd. Het antagonistische van de wereld hangt dan eveneens samen met Gods aard.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Sommige fysici begrijpen de werkelijkheid als geheel van symmetriebrekingen, zodat de wereld een bundel van splitsingen betreft en universele eigenschappen inderdaad ontbreken. Postmodernen die zich toch aan metafysica wagen, menen dat de wereld teruggaat op differenties of verschillen. Ook dan ontbreken universele eigenschappen. Volgens dialectici ontwikkelt niet alleen het menselijk denken, maar ook de wereld zich door negaties, zodat ontkenning tot het wezen van de wereld behoort. Dit sluit universele eigenschappen eveneens uit.
De afwezigheid van universele eigenschappen heeft grote gevolgen. Zo is niet alles materieel. Er zijn daarom niet-materiële en dus immateriële dingen. Evenzo volgt dat er niet-fysische, niet-natuurlijke (bovennatuurlijke), niet-veroorzaakte (onveroorzaakte), niet-gedetermineerde (vrije), niet-vergankelijke (onvergankelijke), niet-immanente (transcendente) en niet-contingente (noodzakelijke) dingen zijn. Dit is het einde van het materialisme, fysicalisme, naturalisme en vele andere “ismen”.
Elk “Alles is zus” of “Alles is zo” wereldbeeld sneuvelt. De werkelijkheid is radicaal vrij. De wereld laat zich door geen enkel “Alles is dit” of “Alles is dat” keurslijf knechten. Kortom, verschil moet er zijn. Alleen dualistische wereldbeelden, zoals theïsme en platonisme, overleven. Platonisme impliceert echter theïsme zoals ik in mijn vorige column betoogde.
Voor elk bestaand ding bestaat dus ook de negatie ervan. De natuur is daarom, zoals Heraclitus leert, een eenheid van tegendelen. Over deze tegendelen spreekt hij in termen van spanning en strijd. Ze staan op gespannen voet met elkaar en zo is voortdurend alles in beweging. De wereld is dan ook niet alleen radicaal vrij, maar eveneens antagonistisch. Vrijheid is gegrond in subjectiviteit. Vrijheid is een kenmerk van geest. De wereldgrond lijkt dus een vrij geestelijk wezen te zijn en kan daarom passend ‘God’ worden genoemd. Het antagonistische van de wereld hangt dan eveneens samen met Gods aard.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
dialectiek,
negatie,
platonisme,
semantisch argument,
Sophie,
theisme
zondag 13 februari 2022
Het Platonisme is een theïsme - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2022-1)
Volgens het Platonisme zijn er onvergankelijke Ideeën (zoals ‘Paard’ en ‘Eenhoorn’) die buiten ruimte en tijd bestaan. Maar waarom bestaan er bijvoorbeeld wel paarden, maar geen eenhoorns? Plato lost dit op door een God te veronderstellen die besluit in de materie wel het Idee ‘Paard’, maar niet het Idee ‘Eenhoorn’ te verwerkelijken. Is er echter ook een niet-theïstische oplossing?
De Platonist kan beweren dat er vele universums zijn en dat elk Idee in tenminste één universum concreet gestalte krijgt. Zo worden alle Ideeën uitgedrukt, alleen niet allemaal in hetzelfde universum. Deze oplossing lijkt op het multiversum voorstel dat vaak wordt ingebracht als bezwaar tegen het fine tuning argument voor het bestaan van God. Net zoals dat voorstel houdt deze eerste oplossing geen stand. Want wie of wat bepaalt dan hoe de Ideeën over de verschillende universums verdeeld worden?
Hierop kan geantwoord worden dat ons universum net als elk ander één van de mogelijke combinaties van Ideeën uitdrukt. Een ongegronde arbitraire verdeling wordt zo vermeden. Maar zo krijgen we een nogal omvangrijk multiversum. Zo omvangrijk dat het veronderstellen van slechts één universum met een God veel zuiniger en dus plausibeler lijkt. Wat stelt een enkel universum met een God immers voor vergeleken met een multiversum waarin alle mogelijke combinaties van de Ideeën – ook de meest bizarre en exotische –gerealiseerd zijn?
Een tweede oplossing is het veronderstellen van een kosmisch natuurproces. Dit proces heeft op elk moment een bepaalde materiële toestand en die bepaalt welke Ideeën wel en niet gerealiseerd worden. Ieder Idee vereist voor de verwezenlijking ervan namelijk specifieke materiële omstandigheden en daaraan is niet altijd voldaan. Het probleem van deze oplossing is dat de materie weinig mogelijkheden uitsluit. Het zijn precies de te realiseren Ideeën die het doel en dus de richting bepalen van genoemd natuurproces. De natuur ontwikkelt zich in de richting die bepaald wordt door de Ideeën die de natuur moet gaan uitdrukken. Maar wie of wat bepaalt dan welke Ideeën het doel vormen waarop de zich ontwikkelende materie zich richt? Wie of wat bepaalt anders gezegd welke Ideeën door de natuur uitgedrukt gaan worden? Zo komen we opnieuw uit bij een wilsbesluit van een goddelijk bewustzijn. Deze tweede oplossing slaagt dus evenmin.
Er is uiteindelijk geen goede niet-theïstische oplossing. Met een knipoog naar Sartres beroemde essay uit 1946 kunnen we dan ook met recht zeggen: Het Platonisme is een theïsme.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
De Platonist kan beweren dat er vele universums zijn en dat elk Idee in tenminste één universum concreet gestalte krijgt. Zo worden alle Ideeën uitgedrukt, alleen niet allemaal in hetzelfde universum. Deze oplossing lijkt op het multiversum voorstel dat vaak wordt ingebracht als bezwaar tegen het fine tuning argument voor het bestaan van God. Net zoals dat voorstel houdt deze eerste oplossing geen stand. Want wie of wat bepaalt dan hoe de Ideeën over de verschillende universums verdeeld worden?
Hierop kan geantwoord worden dat ons universum net als elk ander één van de mogelijke combinaties van Ideeën uitdrukt. Een ongegronde arbitraire verdeling wordt zo vermeden. Maar zo krijgen we een nogal omvangrijk multiversum. Zo omvangrijk dat het veronderstellen van slechts één universum met een God veel zuiniger en dus plausibeler lijkt. Wat stelt een enkel universum met een God immers voor vergeleken met een multiversum waarin alle mogelijke combinaties van de Ideeën – ook de meest bizarre en exotische –gerealiseerd zijn?
Een tweede oplossing is het veronderstellen van een kosmisch natuurproces. Dit proces heeft op elk moment een bepaalde materiële toestand en die bepaalt welke Ideeën wel en niet gerealiseerd worden. Ieder Idee vereist voor de verwezenlijking ervan namelijk specifieke materiële omstandigheden en daaraan is niet altijd voldaan. Het probleem van deze oplossing is dat de materie weinig mogelijkheden uitsluit. Het zijn precies de te realiseren Ideeën die het doel en dus de richting bepalen van genoemd natuurproces. De natuur ontwikkelt zich in de richting die bepaald wordt door de Ideeën die de natuur moet gaan uitdrukken. Maar wie of wat bepaalt dan welke Ideeën het doel vormen waarop de zich ontwikkelende materie zich richt? Wie of wat bepaalt anders gezegd welke Ideeën door de natuur uitgedrukt gaan worden? Zo komen we opnieuw uit bij een wilsbesluit van een goddelijk bewustzijn. Deze tweede oplossing slaagt dus evenmin.
Er is uiteindelijk geen goede niet-theïstische oplossing. Met een knipoog naar Sartres beroemde essay uit 1946 kunnen we dan ook met recht zeggen: Het Platonisme is een theïsme.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
donderdag 7 november 2013
Debat en interview
Abonneren op:
Posts (Atom)
