Posts tonen met het label betekenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label betekenis. Alle posts tonen

zondag 12 april 2026

Gebruik, betekenis en begrip: een korte reflectie op ChatGPT en de mens

De manier waarop wij als kind een taal leren, lijkt op de wijze waarop ChatGPT getraind wordt, namelijk door met eindeloos veel voorbeelden van het gebruik ervan geconfronteerd te worden. Maar is het leren van een taal vanuit het gebruik ervan niet reeds het leren spreken en daarmee leren om betekenisvol met betekenissen om te gaan? Zo lijkt de wijze waarop ChatGPT leert betekenisvol met zijn omgeving te communiceren op de manier waarop mensen dit leren. Wat zegt dat over de vraag of ChatGPT tot werkelijk begrip in staat is? Of omgekeerd: wat zegt het over de vraag of de mens tot werkelijk begrip in staat is?

Is het resultaat van beide leerprocessen fundamenteel verschillend omdat het leerproces van de mens is ingebed in concrete geleefde ervaring? En zo ja, is dit vooralsnog fundamentele verschil computationeel te overbruggen door ChatGPT mobiel te maken en beeld- en geluidsensoren te geven, zodat het eveneens rechtstreeks van de concrete leefwereld kan leren? En zo ja, is er daarna geen fundamenteel verschil in resultaat meer? Of blijkt het resultaat alsnog fundamenteel verschillend? En zo ja, zou dit dan verklaard kunnen worden door te stellen dat zelfs dan de mens iets heeft wat ChatGPT mist, namelijk een innerlijk mentaal bewustzijnsleven?

Sommigen zullen wellicht willen beweren dat ChatGPT nu al, in zijn huidige vorm, een krachtige bevestiging is van Wittgensteins these dat betekenis gebruik is. Want zelfs met de momenteel nog beperkte vorm van leren door gebruik blijkt ChatGPT verrassend effectief in het voeren van betekenisvolle dialogen. Laat staan waartoe ChatGPT in staat is zodra het concreet in de leefwereld ingebed wordt. Toch blijft de vraag of er zo daadwerkelijk sprake is van begrip. Vereist werkelijk begrip uiteindelijk niet zoiets als fenomenaal bewustzijn of innerlijke subjectieve ervaring? Vooralsnog is ChatGPT echter vooral een troef in handen van hen die geen licht zien tussen betekenis en begrip, en beide reduceren tot gebruik.

woensdag 31 december 2025

Kunst en waarheid

In Waarheid en Methode betoogt Gadamer op verschillende manieren dat de esthetische ervaring, waaronder de ervaring van kunst, altijd al betrokken is op kennis en waarheid, zodat een esthetica die van kennis en waarheid abstraheert onhoudbaar is. In wat volgt werk ik één van de overwegingen van Gadamer beknopt en systematisch uit. Iedere esthetische ervaring is een vorm van waarnemen. Waarneming houdt altijd verband met het algemene omdat we psychologisch altijd iets als iets waarnemen, zoals zowel Aristoteles als de moderne psychologie leren. Bovendien vertrekken we als mens-zijn existentieel altijd al vanuit een geworpen toestand van in de wereld zijn, zoals Heidegger heeft laten zien. Zuivere conceptloze waarneming bestaat dus niet. Iedere waarneming is altijd al geladen met een bepaalde conceptuele betekenis. Maar hieruit volgt dat elke waarneming van meet af aan betrokken is op kennis en waarheid. Of nog anders: precies omdat iedere waarneming samenhangt met een bepaalde conceptuele betekenis, is iedere waarneming betrokken op een bepaalde context en dus relationeel geopend naar de wereld en daarom inderdaad betrokken op kennis en waarheid. Dit geldt dan dus eveneens voor de esthetische ervaring en meer specifiek voor de ervaring van kunst. Of is het stilstaan in de esthetische aanschouwing precies geen vorm van waarnemen omdat waarnemen inderdaad altijd al het onder een begrip plaatsen van de aanschouwing betreft en wij in de esthetische ervaring nu juist de zaak niet onder een begrip plaatsen, zoals Kant leert? Deze route wijst Gadamer echter af. Het esthetisch aanschouwen is volgens hem namelijk in elk geval een 'opvatten als' of een 'verstaan van'. Maar dan had hij de omweg van een reflectie op de aard van de waarneming niet hoeven maken. Want esthetische ervaring is blijkbaar hoe dan ook een vorm van verstaan en daarmee betrokken op betekenis en dus op kennis en waarheid, zelfs als we het niet op voorhand als een vorm van waarnemen - en dus van (iets voor) waar-nemen - begrijpen.

zaterdag 7 december 2024

Het geheim van de taal

Het geheim van de taal is daarin gelegen dat woorden niet opgaan in de erdoor uitgedrukte betekenis en dat wat zich in het woord aan de betekenis onttrekt niet louter het betekenisloze teken is. Zo bepalen vorm en klank de wijze waarop betekenis ervaren wordt. Maar ze doen tegelijkertijd meer dan dat. En vooral in dit meer berust het geheim van de taal. Goed communiceren gaat dan ook veel verder dan aandacht hebben voor de uit te drukken betekenis of zin. En dat precies omdat de werking van een zin niet opgaat in de zin die het uitdrukt. Waar het om gaat is het steeds tegelijkertijd oog en oor hebben voor het samenspel tussen klank, vorm en zin. Alleen wie dit spel goed speelt, zal goed communiceren. Dit spel kan los van het spreken gespeeld worden. Betekenis en vorm geschieden immers ook schriftelijk. En zelfs klank doet tot op zekere hoogte mee omdat gelezen woorden innerlijk resoneren en klinken. Het geheim van de taal is overigens niet zomaar voorhanden. De dichtkunst kan als ingang dienen tot het ervaren ervan. En eveneens de rijke retorische traditie.

maandag 10 april 2023

ChatGPT en de mens

Waartoe zal ChatGPT uiteindelijk in staat zijn en wat kan het nu al? Is wat het doet te begrijpen als denken? Moeten we zeggen dat ChatGPT komt tot begrip en oordeelsvorming? Dit zijn vragen die velen terecht stellen. In de negentiende eeuw heeft Darwin ons laten zien dat het ontstaan van complexe organismen kan worden verklaard vanuit slechts enkele zeer eenvoudige evolutionaire selectieregels. ChatGPT laat ons twee eeuwen later zien dat het voortbrengen van allerlei complexe betekenissen kan worden verklaard vanuit slechts enkele zeer eenvoudige statistische zoekregels. Is ChatGPT daarom de Darwin van betekenis?

Darwins evolutionaire verklaring is in elk geval niet op het voortbrengen van betekenissen van toepassing. Laten zien hoe organismen kunnen ontstaan uit een paar simpele algoritmische regels is namelijk iets anders dan laten zien hoe betekenisvolle gesprekken kunnen ontstaan uit een paar simpele algoritmische regels. Maar hoewel ChatGPT met zijn zoekregels in tegenstelling tot Darwins selectieregels wél betekenissen kan genereren, zal ik betogen dat uiteindelijk ook ChatGPT er niet in slaagt om daadwerkelijk tot begrip en betekenis te komen.

Hoe werkt ChatGPT? ChatGPT traint zichzelf uitsluitend op wat wij gedacht, gezegd en geschreven hebben. Het is daarom slechts een spiegel voor de mens. We praten voortdurend met onszelf en ons verleden. ChatGPT zoekt alléén patronen in wat mensen voortgebracht hebben en geeft er allerlei combinaties van terug. Het maakt dan ook nooit een werkelijk originele creatieve sprong. Het opent niets. Het denkt niet. De menselijke geest kan verbanden leggen tussen ogenschijnlijk volstrekt ongerelateerde gegevens om zo uit het al bekende te springen en nieuwe ideeën te creëren die voorheen niet bestonden. ChatGPT kan dit niet. Het kan louter samenstellingen maken van wat wij al gedacht hebben. En dat is geen denken.

We kunnen dit ook nog op een andere manier inzien. ChatGPT heeft geen besef van waar en onwaar. Het berekent en retourneert slechts statistisch waarschijnlijke uitbreidingen van gegeven karakterreeksen. Omdat een notie van waar en onwaar een noodzakelijke voorwaarde is voor werkelijk begrip, heeft ChatGPT geen werkelijk begrip. Het is uiteindelijk dan ook betekenisloos. Het gaat hierbij niet alleen om het beoordelen of iets waar of onwaar is. Het gaat erom een notie te hebben van wat waar en onwaar überhaupt betekenen. ChatGPT heeft dit besef niet en dáárom denkt het niet. Het is niet in staat tot werkelijke oordeelsvorming.

Elk softwareprogramma dat betekenisvolle conversaties nabootst door slechts gemeenschappelijke patronen in grote menselijke datasets te ontsluiten, zonder daadwerkelijk te begrijpen wat de concepten in de dataset betekenen, moet niet als begrijpend of denkend worden beschouwd. Dat het in feite een breed scala aan puzzels kan oplossen doet hier niets aan af. Zelfs als het op een dag bijvoorbeeld een bekend open wiskundig probleem zou oplossen, zou ik hetzelfde zeggen als toen de wereldkampioen schaken voor het eerst werd verslagen door een computerprogramma. Het zou algorithmisch buitengewoon vernuftig zijn, maar het zou geen denken zijn. Voor echt denken, voor werkelijk conceptueel begrip is innerlijke vrije subjectiviteit of bewustzijn nodig, dat van nature radicaal verschilt van elk gesloten formeel regelsysteem. Alleen een vrije bewuste geest is wezenlijk open en in staat om elk gesloten formalisme te overstijgen. En dat is wat eigenlijk denken is. Eigenlijk denken valt met geen enkel gesloten formalisme samen.

Natuurlijk maakt ChatGPT enorm veel indruk. Op het eerste gezicht lijkt het erop dat ChatGPT in staat is om begrip en betekenis restloos te reduceren tot taalstructuur of syntax. Daarmee zou het een kloof overbrugd hebben die onoverbrugbaar leek. Maar omdat wat ChatGPT doet geen werkelijk denken is, is van een restloze reductie van begrip en betekenis naar syntax geen sprake. De sfeer van begrip en betekenis omvat immers het denken. De grote indruk die ChatGPT aanvankelijk maakt, wordt getemperd zodra we begrijpen op basis van welke principes het werkt. Het voorspelt statistisch hoe een gegeven reeks van symbolen verlengd zou moeten worden door reusachtig grote verzamelingen van bestaande teksten te doorzoeken naar gelijksoortige reeksen. Het ziet dus geen verbanden die datgene overstijgen waartoe de gegevensverzamelingen statistisch aanleiding geven. Onvoorziene verbanden buiten de beschikbare gegevens ontgaan ChatGPT. Zo wordt duidelijk dat het in tegenstelling tot de mens niet in staat is tot incommensurabele paradigmawisselingen. Want het geeft slechts patronen en recombinaties van het al bestaande terug.

En precies omdat ChatGPT niet denkt, zal het buiten wat wij zelf denken dus nooit een opening maken naar iets werkelijk nieuws. Het schept geen nieuwe concepten buiten alle reeds bestaande concepten. Het breidt onze conceptuele ontologie niet uit. Zo blijft het eindeloos achter ons denken aanlopen met gedetailleerde patroonherkenningen en snelle recombinaties van het door ons reeds gedachte.

Uiteraard is veel van wat mensen origineel en creatief noemen niet werkelijk creatief en origineel in bovenbedoelde zin. Het cartesianisme is binnen het aristotelische wereldbeeld een voorbeeld van een werkelijk originele creatieve sprong. En hetzelfde geldt voor de natuurkunde van Einstein ten opzichte van die van Newton. Hier worden totaal nieuwe conceptuele ruimten geopend. Tot dit soort sprongen naar nieuwe ideeënwerelden is ChatGPT niet in staat. De sprong van Einstein is en blijft dan ook een volstrekt oorspronkelijke sprong van de menselijke geest die op geen enkele wijze gemaakt had kunnen worden door patroonherkenning in teksten van Newton, Kant en andere voorlopers. Het gaat om een geheel nieuw paradigma. Een nieuwe conceptuele wereld. En dat lukt niet met alleen maar patroonherkenning in het bestaande. ChatGPT zou in een klassiek aristotelische wereld op basis van aristotelische begrippen slechts eindeloos variaties op aristotelische teksten herhalen en dus nooit een cartesiaans denken ontsluiten en laten verschijnen.

Kortom, ChatGPT kan op grond van bestaande gegevens binnen één domein of tussen verschillende domeinen nieuwe verbanden vinden tussen reeds bestaande concepten. Maar het kan geen nieuwe concepten of nieuwe domeinen voortbrengen. ChatGPT kan onze ontologie dus nooit uitbreiden. Het is fundamenteel gesloten. ChatGPT imiteert en schept niet. Het kan slechts met door ons al vaakgebruikte stijlen door ons al veelbesproken onderwerpen hercombineren. Hoewel de mens uiteraard vaak dezelfde techniek toepast, doen mensen dat niet altijd. Want in tegenstelling tot ChatGPT is de menselijke geest open. Het transcendeert alle gesloten formalismen.

Door zeer intensief met ChatGPT aan de slag te gaan en ervan in de ban te raken, loopt de mensheid echter het risico zich uitsluitend te gaan richten op wat ze reeds gedacht heeft. Er zullen minder originele creatieve sprongen naar het onbekende zijn. Worden er straks nog wel geheel nieuwe conceptuele ruimten geopend? Dit is een existentiële vraag. Door de eeuwen heen is de wereld steeds op een andere wijze aan de mens verschenen. De manier waarop de dingen in de klassieke oudheid in de openbaarheid traden verschilt wezenlijk van de wijze waarop de dingen in de middeleeuwen in het licht traden of van de manier waarop de dingen in de moderne tijd verschenen en zo blijk gaven van hun aanwezigheid. Zal door een dominantie van GPT technologieën de wereld mogelijk nooit meer op een andere wijze aan de mens verschijnen? Zullen de dingen nooit meer op een andere manier voor ons ontsloten worden en tevoorschijn treden? Deze vraag raakt aan het wezen van de mens. Het risico dat wij onze geestelijke openheid naar de wereld en de toekomst verliezen en onze bestaanservaring vervalt tot monotone voorspelbare afgeslotenheid is niet denkbeeldig. Als dit gebeurt, verliest de menselijke existentie enorm aan zin en betekenis.

ChatGPT betreft vanuit Heideggers ontologische denken over de saamhorigheid van mens, taal en wereld dan ook een ontoelaatbare ontische reductie. Zo is het grote taalmodel van ChatGPT gebaseerd op de these dat het verwerken van taaluitingen een veelbelovende weg is om gedachten voort te brengen. En precies deze veronderstelling is een ontische reductie van Heideggers ontologische these dat denken en taal ten diepste existentieel op elkaar betrokken zijn. Of preciezer gezegd: de kernveronderstelling van het grote taalmodel van ChatGPT is een ontische reductie van Heideggers ontologische these dat echt of authentiek denken neerkomt op het luisteren naar de stem van de taal of naar wat de taal te zeggen heeft en zo aan ons onthult. Daarnaast is het feit dat ChatGPT's grote taalmodel primair geïnteresseerd is in eerdere datasets een ontische reductie van Heideggers ontologische these dat ons verleden diep verweven is met ons begrip en ons verstaan als historische wezens, zodat echt denken geworteld is in herinnering en dus in wat de overlevering of traditie ons toont en onthult.

Beide ontische reducties van het ontologische denken zouden ons moeten waarschuwen. De menselijke geest is niet gesloten. De menselijke geest staat open voor geheel nieuwe en nog onvoorziene mogelijkheden. De menselijke geest let niet alleen op eerdere patronen om vervolgens slechts vergelijkbare patronen te creëren. Een meedogenloze adoptie van ChatGPT met zijn ontische grote taalmodel kan dan ook leiden tot een afsluiting van de menselijke geest en daarmee tot het verdwijnen van de menselijke existentie.

zondag 7 oktober 2018

Hebben of zijn concepten intensies?

Men spreekt voortdurend over de intensie (inhoud, betekenis) van een concept en suggereert daarmee dat een concept een intensie heeft. Zo zeggen we dat het concept ‘huis’ een bepaalde intensie heeft of dat het concept ‘vrijgezel’ een bepaalde intensie heeft. Maar waarom zeggen we niet gewoon dat concepten intensies zijn? Als verklaring hiervoor zou ingebracht kunnen worden dat concepten door de tijd heen kunnen veranderen door het verkrijgen van een andere intensie. Dit is echter onmogelijk indien concepten intensies zijn. Want in dat geval zou een andere intensie neerkomen op een ander concept. Er zou dan geen sprake zijn van een verandering van een en hetzelfde concept.

Deze verklaring lijkt op het eerste gezicht misschien plausibel. Toch gaat het hier om een problematische verklaring. Hoe kan een en hetzelfde concept een andere intensie verkrijgen terwijl het toch over hetzelfde concept blijft gaan? Dit kan alleen als er iets in het concept is dat door de verandering van het concept heen hetzelfde blijft. Zoiets constants in het concept moet er zijn omdat we anders niet zouden kunnen spreken over de verandering van een en hetzelfde concept. Dát wat in het concept constant blijft kan uiteraard niet de intensie van het concept zijn. Het concept verkrijgt immers een andere intensie. Maar wat is het dan in het concept dat tijdens de verandering van het concept constant blijft en er dus voor zorgt dat wij nog steeds over hetzelfde concept kunnen spreken nadat het een andere intensie verkregen heeft? Wat is met andere woorden datgene in het concept dat tijdens de verandering ervan gelijk blijft en dus zorgt voor de identiteit van het concept door de tijd heen? Hiervoor lijkt geen redelijke kandidaat te zijn.* Dit maakt genoemde verklaring diep mysterieus en dus problematisch. Het lijkt daarom beter eenvoudigweg te stellen dat concepten intensies zijn.

Door dit te doen worden concepten hardhandig gereduceerd tot intensies oftewel betekenissen. Concepten vallen restloos met betekenissen samen. Het zijn niets meer of minder dan betekenissen. Toch is met bovenstaande eveneens de deur opengezet voor de gedachte dat concepten op mysterieuze wijze wel eens "meer" zouden kunnen zijn dan betekenissen. Wellicht zit er toch iets "in" concepten dat boven de betekenissen uitstijgt. Maar wat kan dit mysterieuze "meer" dan zijn? Zijn betekenissen immers niet alles wat er over concepten qua concepten te vertellen valt?

Misschien niet. Misschien hebben concepten toch iets wat we heel voorzichtig zouden kunnen aanduiden als "een ziel". De ziel van een concept is dan datgene wat de verschillende betekenissen van een concept door de tijd heen vasthoudt en ze allemaal betekenissen van een en hetzelfde concept laat zijn. Kortom, misschien moeten we voor concepten hetzelfde doen als Aristoteles eerder deed voor tafels en stoelen en andere concreet zintuiglijk waarneembare substanties. Misschien moeten we een onderscheid gaan maken tussen de vorm en de materie van een concept. De materie van een concept is dan de betekenis van het concept. Deze materie is door de tijd heen niet constant. Een concept kan materie oftewel betekenissen winnen en verliezen zonder dat het ophoudt te bestaan. De vorm of ziel van een concept is dan datgene wat dit laatste mogelijk maakt. De ziel van een concept is wezensbepalend voor de identiteit ervan. Het is anders gezegd verantwoordelijk voor de identiteit van het concept door de tijd heen. Al met al lijkt zo een Aristotelisch hylemorfisme voor concepten alsnog een alternatief te zijn voor eerdergenoemde al te harde restloze reductie van concepten naar betekenissen.

*) In elk geval is de naam van het concept geen geschikte kandidaat. Een andere naam levert immers niet direct ook een ander concept op. Het concept 'house' is niet een ander concept dan het concept 'huis' of 'haus'. Evenmin is het concept 'vrijgezel' een ander concept dan 'alleengaande'. Dus waarom zou de naam van een concept wezenlijk zijn voor de identiteit ervan? De naam van een concept is niet wezensbepalend. Niet voor niets kan een en hetzelfde concept meerdere namen hebben (synoniemen) en kunnen twee heel verschillende concepten dezelfde naam hebben (homoniemen).

donderdag 12 mei 2016

Leven en dood

Leven en dood staan in een voortdurende wisselwerking. Het leven veronderstelt de dood. Dit allereerst op een biologisch niveau. In de natuur maakt de dood plaats voor nieuw leven. Tegelijkertijd vinden we in de mens zowel een levens- als een doodsdrift. Dit verklaart de fascinatie van de mens voor de duistere en gewelddadige kanten van ons bestaan. Belangrijker nog is dat ons leven alleen zin kan hebben zolang het eindig is. Het leven zou onmiddellijk betekenisloos worden zodra we onsterfelijk zouden blijken te zijn. Onze sterfelijkheid is dan ook een noodzakelijke voorwaarde om tot een betekenisvol leven te komen, ja om überhaupt te leven. Zonder eindigheid geen leven. Of om met Heidegger te spreken: zonder tijdelijkheid geen zijn. Onze sterfelijkheid is mede daarom ons grootste bezit. We hoeven de dood dan ook niet op te zoeken of te naderen om haar in ons concrete leven betekenisvol aanwezig te laten zijn. En dat is maar goed ook.

zondag 8 mei 2016

Badiou in dialoog met de antifilosofie

"Hoe kan het evenement, het reële, de waarheid worden gedacht zonder [...] het bij voorbaat al te neutraliseren door het betekenis toe te kennen binnen de bestaande denkkaders? In L'anti-philosophie de Wittgenstein refereert Badiou aan Lacans bewondering voor Wittgenstein: wat Lacan aanspreekt in het denken van Wittgenstein is diens afwijzing [...] van de mogelijkheid van een 'metataal'. Het is altijd de ambitie van de filosofie geweest om die metataal te zijn, [...] de bron van iedere betekenisgeving te zijn. [Het gaat] de antifilosoof er juist om de verhouding tussen betekenis en waarheid opnieuw te denken, of beter: die twee los van elkaar te begrijpen. De antifilosofie verwijt de filosofie in de kern dat zij niet in staat is om zich buiten de begrenzing van de betekenis te begeven ('waarheid' blijft voor de filosofie altijd synoniem met 'betekenis' of 'zin') en het 'onzegbaar' reële te vatten - en hierdoor bijvoorbeeld blijft steken in tegenstellingen als zin/onzin, waarin voor de waarheid als datgene wat zich aan iedere gegeven betekenis onttrekt geen plaats is. [...] Het gaat een antifilosoof als Wittgenstein erom, in de antifilosofische daad, te tonen 'wat er is' in zoverre dat dit 'wat er is' in geen enkele propositie gevat kan worden. De antifilosofie van Wittgenstein of Lacan wil, als het ware, de grenzen van wat zeg- en denkbaar is volgens de filosofie in kaart brengen, niet omdat zij de rede wil doen capituleren voor de mystiek, maar juist om het reële [...] dat zich buiten de grenzen van het intrafilosofische bevindt te bevatten. [...] De antifilosofie, aldus Badiou, is allereerst de deconstructie van de pretenties van de filosofie om een allesomvattende theorie te willen zijn. [...] Waar het Badiou in zijn dialoog met de antifilosofie om gaat, is niet zozeer om de antifilosofie a priori gelijk te geven en uitsluitend op het gebrek van de filosofie te blijven wijzen, bij wijze van wijsgerig mea culpa. De uitdaging waarvoor de antifilosofie de filosofie stelt is om, met de middelen van de filosofie, een denken van de leegte als zodanig te formuleren - een denken van de waarheid als leegte, onttrokken aan de betekenis en de volledigheid. De dialoog met de antifilosofie stelt ons in staat, zegt Badiou, om de grenzen van de filosofie op te rekken, om haar te bevrijden uit al te knellende begrippenparen (zoals zin/onzin, waar/onwaar), om te tonen dat 'betekenisloosheid' en 'waarheid' elkaar niet uitsluiten." (Joost de Bloois, Badiou, Boom, Amsterdam, 2013, pp. 38-40)