Posts tonen met het label abstract. Alle posts tonen
Posts tonen met het label abstract. Alle posts tonen

dinsdag 17 februari 2026

Ontisch denken is abstract denken

Ontisch denken bestaat erin het bijzondere geval onder een vast en vooraf bepaald begrip te subsumeren. Daarbij wordt het bijzondere slechts gezien als instantie van het bepaalde begrip en verliest het elke eigen concreetheid. Het begrip is dan allesbepalend: het bijzondere geldt alleen nog als voorbeeld ervan en is daarin volledig geabstraheerd. Zou het bijzondere méér zijn dan een instantie van het gegeven begrip, dan zou het een eigen concreetheid meebrengen en zou het begrip zelf niet langer gesloten zijn en vaststaan, maar door het geval mede worden bepaald en veranderd. Het begrip waaronder het concrete geval wordt gesubsumeerd is dan onbepaald. In dat geval verlaten we het ontische denken en de loutere abstractie. Ontisch denken is dus abstract denken. Concreet denken daarentegen is een stap voorbij het ontische, in de richting van het ontologische, omdat het het bijzondere niet volledig in het begrip laat opgaan, maar het laat meewegen in wat het begrip zelf betekent.

zondag 29 januari 2023

Waarom de natuur van tegendelen houdt: Een taalmetafysische ontdekkingsreis voorbij de draken

In zijn traktaat Over de kosmos verklaart Aristoteles dat de natuur een voorliefde heeft voor tegendelen. Ook bijvoorbeeld Heraclitus, Epicurus, Cicero en Spinoza stellen dat alles in de wereld zijn tegendeel heeft. We komen inderdaad overal in de natuur opposities tegen. Zo is er geen licht zonder donker, geen warmte zonder koude, en geen liefde zonder haat. De lijst van opposities in de wereld lijkt welhaast eindeloos. Maar waarom is dit zo? Waarom houdt de natuur van tegendelen? Emanuel Rutten presenteert een taalmetafysisch argument voor de stelling dat er geen universele eigenschappen bestaan. Voor iedere eigenschap bestaat er in de wereld iets dat deze eigenschap niet bezit. Geen enkele uitspraak van de vorm ‘Alles is X’ is dus waar. Hieruit volgt dat de wereld radicaal pluriform is en precies daarom zien wij overal opposities. Zo beantwoordt Rutten de vraag waar de liefde van de natuur voor tegendelen vandaan komt. Voor zijn argument, door hem het semantisch argument genoemd, combineert hij twee filosofische disciplines die elkaar gewoonlijk grotendeels ongemoeid laten, namelijk metafysica en taalfilosofie. Op het eerste gezicht lijkt Ruttens conclusie dat er geen universele eigenschappen bestaan niet opzienbarend. Hij zal echter betogen dat zijn argument verstrekkende gevolgen heeft omdat het een heuse theorie van alles lijkt te impliceren.

Bovenstaande tekst betreft de abstract van mijn lezing voor Wijsgerig Festival DRIFT 2023. Het thema van het festival is dit jaar: 'Hier zijn draken'. Dit is een uitdrukking op middeleeuwse kaarten om onbekende gebieden aan te duiden.

zaterdag 28 juli 2012

Een disjunctief syllogisme

In deze bijdrage vragen wij naar de wereldgrond. Dat er een wereldgrond moet zijn lijkt evident, al was het maar als transcendentale conditie van ons denken. Er moet redelijkerwijs uiteindelijk een metaphysical ultimate zijn, iets waarop alles wat bestaat in laatste instantie teruggaat. Maar wat is haar aard? Is de wereldgrond een onbewust levenloos object of een bewust, al dan niet vrij, subject? Ik werk hieronder beknopt een disjunctief syllogisme uit met als conclusie dat de wereldgrond een noodzakelijk bestaand, bewust en vrij subject moet zijn welke op grond van een vrije wilsact de wereld voortbracht.

Stap 1 In ieder geval is de oorsprong van de wereld niet ‘niets’. Immers, ex nihilo nihil fit, uit ‘niets’ kan niet iets voortkomen.

Stap 2 De grond van de wereld kan ook geen abstract object zijn. Abstracte objecten, zoals getallen of proposities, zijn immers causaal inert. Zij kunnen eenvoudigweg niets concreets veroorzaken.

Stap 3 De oorsprong van de wereld moet dus een concrete entiteit omvatten. Is de wereldgrond dan wellicht een noodzakelijk bestaande concrete entiteit dat op grond van noodzakelijke wetmatigheden de wereld noodzakelijkerwijs voortbrengt? In dat geval zou de kosmos zelf ook noodzakelijk moeten zijn. De kosmos is echter evident contingent omdat zij uit totaal andere soorten deeltjes met volstrekt andere eigenschappen had kunnen bestaan. Deze derde mogelijkheid valt dus ook af.

Stap 4 Is de oorsprong van de wereld dan misschien een noodzakelijk bestaande concrete entiteit dat op grond van contingente wetten de wereld veroorzaakt? Dit is echter evenmin mogelijk omdat wetten die supervenieren op één of meerdere noodzakelijk bestaande concrete entiteiten zelf ook noodzakelijk zijn en dus helemaal niet contingent kunnen zijn.

Stap 5 Is de oorsprong van de wereld dan wellicht een contingente of noodzakelijk bestaande concrete entiteit dat op grond van bruut toeval de wereld veroorzaakt? Ook dit is niet mogelijk. Volgens het beginsel van voldoende reden moet er namelijk een verklaring zijn voor het veroorzaken van de wereld door de wereldgrond. Deze verklaring kan alleen in de wereldgrond zelf liggen omdat de wereldgrond niet de grond van de wereld kan zijn wanneer deze verklaring buiten de wereldgrond zelf gezocht zou moeten worden. De wereldgrond dient als ultieme grond van de wereld dus zelfverklarend te zijn. Maar dan valt bruut toeval af. Bruut toeval is namelijk niet zelfverklarend. Bovendien kan uitvoerig betoogd worden dat bruut toeval geen werkelijk bestaand aspect van de werkelijkheid is. Wat wij toeval noemen wordt slechts veroorzaakt door onze beperkte epistemische vermogens. Zo is het bijvoorbeeld in beginsel mogelijk om precies uit te rekenen op welke kant een geworpen dobbelsteen terecht komt indien we vooraf exact weten wat de windsnelheid is, de hoogte van de dobbelsteen boven de grond, de hoek van wegwerpen, de beginsnelheid van de dobbelsteen, etc. Van bruut toeval in objectieve zin is dus helemaal geen sprake. En we kunnen laten zien dat precies hetzelfde kan gelden voor de wiskundige vergelijkingen van de kwantummechanica.

Stap 6 Is de oorsprong van de wereld dan mogelijkerwijs een contingente concrete entiteit dat op grond van contingente wetten de kosmos veroorzaakt? Nee, ook dit kan niet het geval zijn. Contingente wetten zijn als mathematische wetenschappelijke beschrijvingen van specifieke regelmatigheden, samen met arbitraire beginvoorwaarden, namelijk evenmin zelfverklarend. Deze specifieke wetmatigheden en initiële condities hadden immers volstrekt anders kunnen zijn.

Stap 7 De enige optie voor de wereldgrond die overblijft is dan dat een contingente of noodzakelijk bestaande entiteit op grond van een vrije wilsact de wereld voortbrengt. Een vrije wilsact is namelijk, wanneer we uitgaan van Libertarianism, zelfverklarend. Nu is echter een contingente concrete entiteit zelf niet zelfverklarend. De entiteit in kwestie had er immers niet hoeven zijn. We concluderen dus dat de wereldgrond een noodzakelijk bestaande entiteit moet zijn welke de wereld voortbracht op grond van een vrije wilsact.

Stap 8 De grond van de wereld is dus een noodzakelijk bestaand en vrij subject. Nu verondersteld vrijheid bewustzijn. Een onbewust subject kan niet vrij zijn. De wereldgrond is dus een noodzakelijk bestaand, bewust en vrij subject. Maar dat is wat wij allen God noemen, zou Thomas van Aquino terecht zeggen.

zondag 18 april 2010

Concrete and abstract objects

In metaphysics a distinction is made between concrete objects and abstract objects. A paradigmatic example of a concrete object would be a table or a chair. Suppose that platonism with respect to mathematical objects is true. In that case numbers are the paradigmatic examples of abstract objects. Now, what makes a concrete object concrete? And what do we mean when we say that some object is an abstract object? I take it that, assuming God exists, any plausible definition of concrete and abstract objects must be compatible with these propositions:

- Concrete objects can be material (a table)
- Concrete objects can be immaterial (God or a human-mind)
- Concrete objects can be contingent (a table or a human-mind)
- Concrete objects can be necessary (God)
- Concrete objects can be located in time (a table)
- Concrete objects can be located at a single location (a table)
- Concrete objects can be located at multiple locations (tableware)
- Concrete objects can be outside time and space (God)
- Concrete objects can be caused (a table) or uncaused (God)
- Concrete objects can have causal powers (a rock, a mind)

- Abstract objects are always immaterial
- Abstract objects can be contingent (the property of being red)
- Abstract objects can be necessary (the number one, logical laws)
- Abstract objects can be located in time (the earth's equator)
- Abstract objects can be located at a single location (idem)
- Abstract objects can be located at multiple locations (red)
- Abstract objects can be outside time and space (the number two)
- Abstract objects can be caused (equator) or uncaused (two)
- Abstract objects can have causal powers (logical inference)

From this list it follows that we cannot simply define concrete objects as being objects that are located in time or space. The reason is that abstract objects can be located in time or space as well. Neither can we define concrete objects as objects having causal powers because some abstract objects also have causal powers. Further, we cannot define concrete objects as being material objects since there are also immaterial concrete objects. Because of this fact we cannot define abstract objects as being immaterial. It is also not possible to identify concrete objects with caused objects since abstract objects can be caused as well. Nor is it possible to identify concrete objects with contingent objects or abstract objects with necessary objects. After all, there are both necessary concrete and contingent abstract objects.

So, what features are left to define the notions of concrete and abstract objects? Should we say that concrete objects are accessible to empirical observation, whereas abstract objects are inaccessible to empirical observation? This is plainly false since a human-mind and God are not uncritically accessible to empirical observation. Similarly, the ultimate indivisible atomic building blocks of nature are arguably not empirically observable either. Moreover, the property of being red is in an important sense accessible to empirical observation. Should we hold that change is possible for concrete objects, whereas change is impossible for abstract objects? This is also obviously incorrect since for example the earth's equator can change.

It thus seems to me that there are in fact no ontological features left to provide an adequate definition of concrete and abstract objects. Therefore I propose to exclude the notions of concrete object and abstract object from metaphysics altogether.

The only genuine metaphysical distinction is the distinction between material objects and immaterial objects. If a certain type of platonism is true, we should divide the class of immaterial objects into the class of mental objects and the class of platonic objects. If platonism is false (which I believe is the case), all immaterial objects are mental objects. In that case objects such as the earth's equator, properties such as being red, logical laws or the number two exist only in our minds.