vrijdag 20 januari 2023
Is God deugdzaam? - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2023-1)
Bovendien stelt de klassieke deugdethiek dat de mens bij de geboorte slechts de potentie heeft om bijvoorbeeld rechtvaardigheid als duurzame houding te verwerven en zo rechtvaardig te worden. Iemand verkrijgt de deugd rechtvaardigheid dus pas wanneer na verloop van tijd deze potentie geactualiseerd wordt. In God zijn echter geen ongerealiseerde potenties. Niets in God wacht op actualisatie.
Kunnen we dan misschien zeggen dat alle potenties in God altijd al gerealiseerd of geactualiseerd zijn? Dit is echter onmogelijk indien we ons baseren op het klassieke actus purus begrip van God. God staat diametraal tegenover de eerste materie of prima materia. Deze materie is zuivere potentialiteit en dus volkomen vormloos. God is als het tegendeel hiervan zuivere vorm of zuivere actualiteit. Er zijn dus geen altijd al geactualiseerde goddelijke potenties. Want spreken over een goddelijke potentie is zoiets als spreken over een vierkante cirkel.
Maar is niet alsnog op God het begrip deugd van toepassing zolang we het element van de ontwikkeling ervan wegdenken? Dit is echter evenmin het geval omdat de gedachte dat de deugd een hebbelijkheid is die verkregen wordt door keuzes, gewoontevorming en oefening essentieel is voor het deugdbegrip. Deugdzaam zijn betekent niet slechts het hebben van een goede houding. Deugd hangt wezenlijk samen met karaktervorming. De deugd is leerbaar en als verkrijgbare kennis onderwerp van een techne of leervak. Dit alles is onlosmakelijk verbonden met de klassieke deugdtheorie.
God ontstijgt dus de deugd. De antieke deugdethiek, de dominante ethiek van de oudheid, kan daarom geen recht doen aan het morele van het goddelijke. Gods moraliteit is niet gelegen in het door ervaring beantwoorden aan een maat of standaard. Gods natuur is zelf de standaard. God is niet goed in de zin van deugdzaam, zoals we dat van mensen kunnen zeggen. God is goed simpliciter oftewel goed zonder meer en precies daarom dus mogelijkheidsvoorwaarde voor het überhaupt kunnen bestaan van deugden. God is het goede zelf en zo de ene maat voor alle mogelijke deugdzaamheid.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
maandag 10 oktober 2011
Plato en de Idee van het Goede
Enige tijd geleden had ik een aardige discussie met iemand over een wellicht controversiële, maar toch ook mogelijk vruchtbare interpretatie van Plato’s Idee van het Goede. Volgens Plato is de Idee van het Goede de oergrond ofwel ultieme oorsprong van alle zijnden. De Idee van het Goede is zelf dan ook geen zijnde, het is zoals Plato in Politeia stelt “gelegen aan gene zijde van het zijn”. Welnu, wat kan Plato hiermee nu bedoelen? Wat voor een mysterieuze entiteit is de Idee van het Goede? De Idee van het Goede is volgens Plato zoals gezegd geen zijnde. Het kan dus niet één of andere mysterieuze “bron” of “fontein” betreffen waaruit de wereld noodzakelijkerwijs uitstroomt, zoals latere neo-Platonici meenden. Maar wat is het dan wel? Mijn voorstel was indertijd om te veronderstellen dat Plato de Idee van het Goede zag als een beginsel ofwel principe dat zó dermate fundamenteel is dat zij inderdaad aan al het zijnde voorafgaat en bovendien als principe logisch impliceert dat er hoe dan ook een wereld moet zijn, zodat zij inderdaad eveneens, zoals Plato stelt, de grond vormt van al het zijnde. Welnu, de Idee van het Goede als principe zou bij Plato wellicht als volgt geformuleerd kunnen worden:
“(Voor alle X) Indien het goed is dat X bestaat, dan bestaat X, en het is goed dat er een wereld bestaat in plaats van niets”
Dit principe handelt louter over het goede en supervenieert dan ook niet op reeds gegeven zijnden, zoals bijvoorbeeld van de natuurwetten wel gezegd kan worden. Zij gaat dus, zoals Plato wil, aan al het zijnde vooraf. Bovendien volgt uit dit principe strikt logisch dat de wereld bestaat. Immers, de wereld bestaat omdat het goed is dat de wereld bestaat. De Idee van het Goede is zo dus inderdaad, zoals Plato eist, zowel aan gene zijde van het zijn gelegen én ook de ultieme oergrond van al het zijn.
woensdag 23 maart 2011
Plato over rechtvaardigheid
Om de vraag te beantwoorden wat rechtvaardigheid is onderzoekt Plato in Politeia wat nodig is om een samenleving harmonieus te laten functioneren. Plato betoogt dat een staat alléén natuurlijk kan functioneren indien ieder individu binnen het sociale verband zich toelegt op datgene waartoe hij of zij van nature het meest geschikt is. Elk lid van de gemeenschap zou zich voor wat betreft zijn activiteiten derhalve moeten beperken tot hetgeen waarvoor hij of zij aanleg heeft. De staat functioneert pas zodra elk lid zijn eigen, bij hem passende, functie verricht. Wij dienen ons dus te beperken tot de dingen die ten diepste bij onszelf horen. Het goede, het rechtvaardige, is je bezighouden met datgene waarop je innerlijk bent ingesteld, dat leven leiden dat in de meest oorspronkelijke zin bij je past.
De klassieke deugdethiek draait weinig verrassend om het begrip deugd. Deugd betreft een morele houding die tot stand komt door levenskeuzes, gewoontevorming en oefening. Deugd hangt dan ook samen met ontwikkeling. Het is het gevolg van het streven naar volmaaktheid. Kan nu van God gezegd worden dat God deugdzaam is? Dit lijkt niet het geval. God is immers altijd al volmaakt. Van een morele ontwikkeling is in het geval van God geen sprake.
