Posts tonen met het label religieuze ervaring. Alle posts tonen
Posts tonen met het label religieuze ervaring. Alle posts tonen

maandag 15 september 2014

Is religieuze ervaring mogelijk?

Mijn nieuwste bijdrage op geloofenwetenschap.nl gaat over de vraag of religieuze ervaring mogelijk is. De bijdrage is hieronder in zijn geheel weergegeven.

Het is mogelijk om iets te ervaren dat niet bestaat. Zo kan iemand, zeg Edith, ’s nachts een droom hebben van een eenhoorn. Of ze kan een eenhoorn ervaren tijdens een hallucinatie. Ook kunnen we ons voorstellen dat neurologen ooit in staat zullen zijn om bij iemand een ervaring van een eenhoorn op te wekken. Kortom, het ervaren van dingen die niet bestaan is helemaal niet zo vreemd. Alleen al in onze dromen komt dat vrij vaak voor.

Nu zijn er veel gelovigen die hun geloof in God baseren op religieuze ervaringen. Men vertelt bijvoorbeeld over persoonlijke Godervaringen of men verwijst naar de vele getuigenissen van Godervaringen bij anderen. Critici werpen vaak tegen dat dit onredelijk is omdat ervaringen van God er niet op wijzen dat God bestaat. Er kan toch, zoals bij die eenhoorn, net zo goed sprake zijn van dromen of hallucinaties? Hoewel er veel tegen deze kritiek valt in te brengen, wil ik dat in deze bijdrage niet doen. Er is namelijk nog een andere tegenwerping denkbaar. Critici merken soms op dat het zelfs onmogelijk is om een ervaring van God te hebben.

Deze tegenwerping moet goed verstaan worden. Het gaat er niet om dat het onmogelijk is om God te ervaren omdat God niet zou bestaan. Dat zou als kritiek op een gelovige die zich beroept op religieuze ervaring immers circulair zijn. Bovendien is het ervaren van iets niet bestaands niet altijd onmogelijk, zoals die eenhoorn laat zien. De kritiek is dat een ervaring van God, los van de vraag of God nu wel of niet bestaat, überhaupt onmogelijk is. Het is in principe onmogelijk en daarom faalt elk beroep erop als onderbouwing voor geloof in God.

Dit lijkt misschien een vreemde tegenwerping. Waarom zou het in beginsel onmogelijk zijn om een Godervaring te hebben? Het idee is als volgt. Wij kunnen als mensen veel ervaren. We zien bomen, planten, dieren, mensen en auto's. We horen vele soorten geluiden, proeven allerlei smaken en ruiken verschillende geuren. Ook hebben we allerlei tactiele ervaringen, zoals die van de zachtheid van een handdoek, de hardheid van beton of de gladheid van porselein. Naast uiterlijke indrukken ondergaan we ook innerlijke aandoeningen, zoals gevoelens van pijn, lust, vreugde, verdriet, ontzag en verbazing. Bovendien bestaan veel van onze ervaringen tegelijkertijd uit uiterlijke indrukken en innerlijke aandoeningen. Denk aan gevoelens van ontzag bij het ’s nachts aanschouwen van de sterrenhemel of aan het gevoel van vreugde bij het luisteren naar muziek van Bach. We hebben dus zowel enkelvoudige als complexe of samengestelde ervaringen. Maar toch komen we zo nooit uit bij een ervaring van God, aldus de tegenwerping. Elke menselijke ervaring is onvermijdelijk de ervaring van iets anders dan God, zoals genoemde ontzagwekkende sterrenhemel of de vreugdevolle muziek van Bach. En precies omdat het altijd mogelijk is om een vermeende ervaring van God uit te leggen in termen van het ervaren van iets anders, precies omdat wij ons geen voorstelling kunnen maken van iets dat alleen als een Godervaring kan worden uitgelegd, is het geheel onmogelijk om een ervaring van God te hebben, aldus deze critici.

Is deze tegenwerping overtuigend? Nee, dat is niet het geval. Neem bijvoorbeeld de ervaring van het sublieme. Esthetici onderscheiden deze ervaring scherp van schoonheidservaringen. Wie nauwkeurig nagaat waaruit een sublieme ervaring bestaat, stuit niet alleen op uiterlijke indrukken en voorstellingen (zoals geluiden, vormen en kleuren) en innerlijke aandoeningen (zoals welbehagen, ontzag en verbazing), maar treft daarnaast ook nog een surplus aan, iets aanvullends, iets extra's in de ervaring dat de ervaring pas tot een sublieme ervaring maakt. Dit geldt ook voor ervaringen van schoonheid. Volgens genoemde kritiek is dit alles echter niet mogelijk. Toch zullen maar weinig mensen ontkennen dat wij esthetische ervaringen kunnen hebben. En terecht. Hetzelfde geldt voor existentiële ervaringen zoals die van innige liefde of groot moreel onrecht. In dit soort ervaringen is eveneens iets extra’s verdisconteerd dat uitgaat boven de som van alle in de ervaring aanwezige uiterlijke indrukken en innerlijke aandoeningen. We ervaren liefde en onrechtvaardigheid namelijk deels direct. En dit is zoals gezegd precies wat volgens genoemde kritiek onmogelijk is. Maar hoewel niemand in staat is om in zulke ervaringen een indruk of aandoening aan te wijzen die exact de ervaren liefde of het ervaren onrecht is, zijn ook dergelijke existentiële ervaringen ontegenzeggelijk mogelijk.

De kritiek gaat dan ook uit van een zeer beperkte opvatting van menselijke ervaring. Ze sluit onze meest intense ervaringen, zoals die van het sublieme, schoonheid, liefde en moraliteit, uit. Daardoor doet ze onvoldoende recht aan de grote reikwijdte en diepte van de menselijke ervaring. We dienen daarom uit te gaan van een meer inclusieve visie op menselijke ervaring; een visie die ruimte biedt voor esthetische, existentiële en morele ervaringen. Maar dan is er geen goede reden meer om op voorhand te beweren dat religieuze ervaringen, zoals het ervaren van God, zelfs als God bestaat, in beginsel onmogelijk zijn.

zaterdag 26 januari 2013

Is religieuze ervaring mogelijk?

Het is mogelijk om een ervaring van iets te hebben zonder dat wat we ervaren op dat moment aanwezig is. Zo kan ik in mijn bed thuis in Amsterdam 's nachts in mijn droom een tijger zien. Op dat moment heb ik de ervaring van een tijger zonder dat er een tijger aanwezig is. Ook zouden we ons kunnen voorstellen dat bij mij een tijger-ervaring kan worden opgewekt door in een laboratorium bepaalde delen van mijn hersenen op de juiste wijze te prikkelen. Verder is het ook mogelijk om een ervaring te hebben van dingen die helemaal niet bestaan. Zo kan ik in genoemde droom ook een eenhoorn ervaren, terwijl eenhoorns helemaal niet bestaan. Of denk opnieuw aan het op de juiste wijze prikkelen van mijn hersenen in een laboratorium.

Kortom, als het mogelijk is om X te ervaren, een X-ervaring te hebben, dan betekent dit niet dat X aanwezig is bij iedere X-ervaring. Ook betekent dit niet dat er X'en in de wereld moeten zijn. Ik kan een ervaring van een tijger hebben, een tijger-ervaring, ook al is er op dat moment helemaal geen tijger in de buurt. En ik kan een ervaring van een eenhoorn hebben, een eenhoorn-ervaring, ook al bestaan er helemaal geen eenhoorns.

Hoe zit het in dit verband met religieuze ervaringen? Wie bijvoorbeeld aan een gelovige vraagt waarom hij of zij in God gelooft zal vaak als antwoord krijgen dat hij of zij een ervaring van God heeft gehad. Nu kan iemand tegenwerpen dat het helemaal niet mogelijk is om een ervaring van God te hebben. Deze tegenwerping dient in het licht van voorgaande goed verstaan te worden. De tegenwerping is niet dat God niet bestaat en dat het daarom niet mogelijk is om God te ervaren. De tegenwerping is dat het überhaupt onmogelijk is om een ervaring van God te hebben, een God-ervaring, of God nu bestaat of niet. Indien deze tegenwerping succesvol is, dan volgt dat een beroep op een ervaring van God om geloof in God te rechtvaardigen intellectueel onhoudbaar is. Zo'n ervaring zou immers hoe dan ook onmogelijk zijn, zelfs als God daadwerkelijk bestaat.

Dit lijkt op het eerste gezicht een vreemde tegenwerping. Waarom zou het überhaupt onmogelijk zijn om een ervaring van God te hebben, een God-ervaring, zelfs als God daadwerkelijk bestaat? Het idee achter deze tegenwerping is als volgt. Wij kunnen als mensen van alles ervaren. We zien bomen, planten, dieren, mensen en auto's. We horen vele soorten geluiden, we proeven meerdere smaken en we ruiken allerlei verschillende geuren. Ook hebben we allerlei soorten tactiele ervaringen, zoals de ervaring van de zachtheid van een handdoek, de ervaring van de hardheid van beton, of de ervaring van de gladheid van porselein. Naast dit soort uiterlijke indrukken en voorstellingen hebben we ook allerlei soorten innerlijke aandoeningen en emoties, zoals gevoelens van pijn, lust, vreugde, verdriet, ontzag en verbazing. Bovendien is het zo dat onze ervaringen vaak tegelijkertijd uit uiterlijke indrukken en voorstellingen én innerlijke aandoeningen en emoties bestaan. Denk aan het voelen van ontzag bij het aanschouwen van de sterrenhemel of aan het gevoel van vreugde bij het horen van de muziek van Bach. Zo kunnen dus complexe samengestelde menselijke ervaringen ontstaan. Maar op geen enkele wijze komen we zo uit bij een ervaring van God, aldus de tegenwerping. Een God-ervaring is onmogelijk omdat iedere vermeende ervaring van God volgens deze tegenwerping noodzakelijkerwijs de ervaring van iets anders dan God moet betreffen, zoals genoemde ontzagwekkende sterrenhemel of de vreugdevolle muziek van Bach.

Is dit een overtuigende tegenwerping? Dit lijkt mij niet het geval. Neem bijvoorbeeld een instantie van wat in de esthetiek een sublieme ervaring wordt genoemd. Wie een nauwkeurige fenomenologie ontwikkelt van zo'n ervaring stuit niet alleen op uiterlijke indrukken en voorstellingen (bijvoorbeeld geluiden, vormen en/of kleuren) en innerlijke aandoeningen en emoties (zoals welbehagen, ontzag en verbazing), maar treft daarnaast ook nog een surplus aan, een aanvullend bestanddeel, iets extra's in de ervaring dat de ervaring pas tot een sublieme ervaring maakt. En hetzelfde kan gezegd worden van schoonheidservaringen. Maar dit alles zou volgens genoemde tegenwerping nu juist onmogelijk zijn. En precies hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de existentiële ervaring van liefde, of morele ervaringen, zoals de ervaring van onrechtvaardigheid. Ook deze ervaringen verdisconteren iets extra's dat uitgaat boven de som van de in de ervaring aanwezige uiterlijke indrukken en voorstellingen en innerlijke aandoeningen en emoties. We ervaren onrechtvaardigheid en liefde namelijk deels direct. En dit is zoals gezegd precies wat volgens genoemde tegenwerping onmogelijk is.

De tegenwerping is dan ook gebaseerd op een te beperkte opvatting van de aard van menselijke ervaringen. We dienen uit te gaan van een fenomenologisch veel rijkere, meer inclusieve, notie van menselijke ervaring, een conceptie die voldoende ruimte biedt voor de mogelijkheid van allerlei existentiële, morele en esthetische ervaringen. Maar dan is er geen reden meer om te beweren dat religieuze ervaringen, zoals een God-ervaring, zelfs als God bestaat onmogelijk zijn.