Posts tonen met het label private rationaliteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label private rationaliteit. Alle posts tonen

zaterdag 13 april 2013

Publieke en private rationaliteit

Het soort rationaliteit dat een rol speelt bij het omarmen van wereldbeschouwingen is van een andere orde dan het soort rationaliteit dat vereist is om vakwetenschappelijke theorieën te ontwikkelen. Een wereldbeeld is namelijk een pre-theoretisch narratief voor het duiden en integreren van al onze persoonlijke ervaringen en geen theoretische empirisch toetsbare hypothese. Wereldbeelden, religieus of niet, overstijgen dan ook het empirisch verifieerbare. Wel dienen ze compatibel te zijn met de resultaten van vakwetenschappelijk onderzoek om intellectueel aanvaardbaar te zijn. De andere orde waarover ik hierboven sprak is immers nog altijd een orde binnen de sfeer van het rationele. Het gaat zoals gezegd immers om twee verschillende vormen van rationaliteit. Het verschil ontstaat omdat er sprake is van twee verschillende epistemische contexten. Het ontwikkelen van wetenschappelijke theorieën speelt zich af in de voor iedereen toegankelijke publieke context. Het gaat hier om het vinden van een gemeenschappelijke grondslag, om algemene instemming, en dus om intersubjectief controleerbare berekeningen en herhaalbare observaties en experimenten. Het omarmen van een wereldbeschouwing vindt daarentegen plaats binnen ieders private context, oftewel binnen de persoonlijke context van het concreet geleefde leven. Nu kan geen mens uiteindelijk zonder een bepaald wereldbeeld. Ieder van ons kan niet anders dan in de loop van zijn of haar leven op zoek gaan naar een persoonlijk 'best account', een passend wereldbeeld dat uiteindelijk de minste existentiële en epistemische problemen oplevert. Dit is eveneens een rationeel proces. Rationele afwegingen die binnen deze persoonlijke context een cruciale rol spelen zijn (i) de vraag of een bepaald wereldbeeld zeggingskracht heeft, (ii) praktisch leefbaar is, (iii) aansluit bij de eigen aard, (iv) existentiële noden vervult, (v) bijdraagt aan het trouw kunnen en willen blijven aan significante persoonlijke levenservaringen, (vi) recht doet aan common sense en diepe onvervreemdbare intuïties, en (vii) tegemoet komt aan epistemische deugden als eenvoud, coherentie en plausibiliteit. Deze persoonlijke rationaliteit is niet meer of minder rationeel dan genoemde publieke vakwetenschappelijke rationaliteit. Ze is eenvoudigweg anders. Het gaat om een andere wijze van rationeel zijn, van toepassing binnen een andere epistemische context, en minstens zo belangrijk voor ons leven.