Posts tonen met het label Godsargumenten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Godsargumenten. Alle posts tonen
zaterdag 20 december 2025
Het veertiende argument
Onlangs plaatste ik hier een beknopt overzicht van de door mij ontwikkelde Godsargumenten. Al tellend kwam ik tot dertien argumenten. Niet echt een fraai aantal. Waren het er maar twaalf of veertien, dacht ik toen ik uitgeteld was. En wat blijkt? Ik was er nog één vergeten: mijn argument voor het bestaan van God vanuit het natuurlijk bewustzijn. Zie bijvoorbeeld p. 8 van de lezing hier of beluister hier mijn bespreking ervan. Het zijn er uiteindelijk dus veertien. Of nou ja - tenzij ik er ergens nóg een vergeten ben.
zaterdag 30 augustus 2025
Dertien nieuwe Godsargumenten
In de afgelopen twintig jaar ontwikkelde ik dertien nieuwe argumenten voor het bestaan van God. Deze argumenten zijn allemaal gepubliceerd in verschillende boeken, nationale en internationale tijdschriften en fora. Maar nergens zijn ze alle dertien in een enkel overzicht samengebracht. Het leek me daarom goed ze hier eens op een rijtje te zetten en daarbij alleen verwijzingen op te nemen naar algemeen toegankelijke online vindplaatsen.
In de eerste plaats mijn modaal-epistemisch Godargument. Zie vooral hier, hier en hier. Daarnaast mijn argument voor het bestaan van een eerste oorzaak vanuit atomisme en causalisme. Zie hier en zie hoofdstuk 6 en 7 hier. Ten derde mijn semantisch argument. Zie bijvoorbeeld hier, hier, hier, hier en hier. Vervolgens mijn argument vanuit een fenomenologie van de sublieme ervaring. Zie onder andere hier en hier. Ten vijfde mijn argument gebaseerd op Plato's De Sofist. Zie hier. En dan als zesde natuurlijk mijn wereldbeelden argument dat ook als Godsargument adstrueerbaar is. Zie bijvoorbeeld hier, een Nederlandse vertaling van dit stuk met uitzondering van de cruciale paragraaf 6 hier en verder ook hier. En zie eveneens hier voor een beknopte formele uitwerking ervan. Het axiologisch argument wil ik eveneens noemen. Zie hier. En daarnaast, ten achtste, toch ook het argument vanuit de afwezigheid van aanwijzingen voor het bestaan van buitenaards leven. Zie hier. Vervolgens het argument vanuit de parallellie van de kenorde en de zijnsorde. Zie blz 178 hier. Daarbij mijn meest recente argument vanuit niet-bruutheid. Zie hier en hier. Bovendien als elfde mijn argument vanuit objectieve oordeelswaarheid. Zie hier en hier en zie (voor hen die dit argument lezen en Platonist zijn) mijn argument voor de claim dat Platonisme theïsme impliceert hier. Ten twaalfde mijn argument vanuit historische waarheden. Zie hier en hier. En tenslotte, als dertiende, een argument verkregen door een reflectie op een vermeend in Nous gepubliceerd argument voor atheïsme. Zie hier.
De eerste twaalf van deze dertien argumenten zijn eveneens uitgewerkt in mijn gepubliceerde boeken En dus bestaat God (2015), Overdenkingen (2017), Het retorische weten (2018/2021) en Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden (2023). De specifieke verwijzingen naar de diverse hoofdstukken en paginanummers van deze boeken laat ik hier achterwege.
Een voor de handliggende vraag is natuurlijk hoe ik mijn argumenten onderling weeg. Laat ik mijn kaarten op tafel leggen en louter voor de aardigheid mijn persoonlijke top zeven noemen. Op de eerste plaats staat mijn semantisch argument. De tweede plaats is voor mijn modaal-epistemisch argument. En mijn argument vanuit atomisme en causalisme komt wat mij betreft op de derde plaats. De vierde plaats is voor mijn argument vanuit niet-bruutheid. De vijfde plaats gun ik aan mijn wereldbeelden argument en de zesde plaats is voor mijn argument vanuit de sublieme ervaring. Op de zevende plaats plaats ik mijn argument gebaseerd op Plato's De Sofist.
Maar zoals gezegd, een dergelijke weging geef ik hier louter voor de aardigheid. Bovendien gaat het hier om een rangschikking van argumenten die ik elk succesvol acht. Een lagere notering wil dus niet zeggen dat het zou gaan om een argument dat niet succesvol is. Het betreft hier een rangschikking van mijns inziens succesvolle argumenten. Het semantisch argument is mij het meest dierbaar. Als ik alle argumenten aan de vergetelheid zou moeten prijsgeven en er slechts één mocht redden voor de eeuwigheid, dan zou dat mijn semantisch argument zijn.
vrijdag 16 mei 2025
De apollinische mens: geloof én wetenschap - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2025-2)
Een bewering of oordeel is waar indien het overeenstemt met de zaak. Een oordeel zoals ‘Dit is een boom’ stemt vanuit zichzelf echter niet met een boom overeen. Oordeelswaarheid vereist daarom een daaraan voorafgaande overeenstemming tussen de zaak en een Idee in Plato’s Ideeënrijk of een gedachte in Gods geest. Uiteraard zijn er ware oordelen. Wanneer we uitgaan van de objectiviteit van de wereld en dus afzien van de mogelijkheid dat de mens zelf waarheid sticht, en niet uitgaan van het bestaan van Plato’s Ideeënrijk, dan volgt uit genoemde voorafgaande overeenstemming noodzakelijk dat God bestaat. Zo ontstaat een Godsargument dat ik het argument vanuit objectieve oordeelswaarheid zal noemen.
Godsargumenten zijn wat Nietzsche apollinisch noemt. Het apollinische levensgevoel, zoals dat toonaangevend is uitgedragen door Socrates, wil niets liever dan het volle licht en de transparantie van het zijn. De apollinische wil tot helderheid en waarheid leidt dan ook tot een voorkeur voor wetenschap, metafysica en theïsme. Wetenschap en metafysica veronderstellen een kenbare en gestructureerde werkelijkheid, en specifiek de op metafysica gestoelde wetenschap maakt rationele beheersing en ordening van de wereld mogelijk, terwijl theïsme een ultieme harmonie, objectieve waarheid en morele zin verleent aan de wereld en ons bestaan. De goddelijke grond is bovendien steeds het allesomvattende licht dat al het zijnde verlicht en zo de intelligibiliteit of begrijpelijkheid van al het zijnde waarborgt. Voor de apollinische mens horen wetenschap, metafysica en theïsme dan ook van nature bij elkaar omdat ze allemaal voortkomen uit dezelfde apollinische behoefte om de irrationele chaos van het bestaan te temmen door universele kenbare waarheden en objectieve morele normen. Wetenschap, metafysica en theïsme vinden zo bij Nietzsche hun gemeenschappelijke grond en diepe verwantschap in wat we de apollinische wil tot waarheid kunnen noemen.
Tegenover dit bestendige geordende rationele complex van wetenschappelijke, metafysische en theïstische waarheden, plaatst Nietzsche vervolgens, zoals bekend, het irrationele, stormachtige levensgevoel van Dionysus en Zarathoestra. En dit niet om het apollinische te loochenen, maar om de tragische zin voor het leven terug te winnen door het sinds Socrates ontstane mateloze apollinische levensgevoel dionysisch te bezielen en zo weer in haar oorspronkelijke presocratische element te brengen dat volgens Nietzsche met de opkomst van de socratisch-theoretische mens verloren ging. Kortom, door de apollinische wil tot waarheid weer met de dionysische wil tot overvloed te verbinden en op deze manier lucht en ruimte te geven aan de wil tot schijnen en daarmee het leven in zijn geheel.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
apollinische,
dionysische,
Godsargumenten,
Nietzsche,
oordeelswaarheid,
Plato,
Socrates,
Sophie
zaterdag 21 september 2024
Na vele jaren
Toen ik eerder dit jaar mijn boek Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden uitbracht, waarin ik de acht mijns inziens sterkste argumenten voor het bestaan van God samenbreng die ik in de afgelopen vijftien jaar naast mijn modaal-epistemisch Godsargument ontwikkeld heb, dacht ik daarmee een lange episode van het ontwikkelen van Godsargumenten na vele jaren definitief te hebben afgesloten. Ik meende niet meer met nieuwe Godsargumenten te willen of kunnen komen. Maar onlangs heb ik, tot mijn eigen verbazing, toch nog weer een nieuw Godsargument bedacht, dat binnenkort in verkorte vorm in Sophie verschijnt. Een niet erg lange uitwerking ervan, slechts drie bladzijden, is hier te vinden.
dinsdag 25 juli 2023
Vooraankondiging nieuw boek: Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden
Dit jaar verschijnt er bij uitgeverij KokBoekencentrum in Utrecht weer een nieuw boek van mij. Hierbij een vooraankondiging:
"In Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden presenteert filosoof Emanuel Rutten acht nieuwe argumenten voor het bestaan van God. Bestaat er iets waarboven niets groters gedacht kan worden? Iets subliems dat de oorsprong van de wereld is? Op verrassende en creatieve wijze combineert Rutten inzichten uit de metafysica, kennisleer, taalfilosofie en esthetiek om te komen tot zijn nieuwe argumenten voor het bestaan van een geestelijke grond van de werkelijkheid. Deze argumenten gaan dan ook verder dan de traditionele, bekende argumenten en bieden zo een originele kijk op de eeuwenoude vraag naar het bestaan van God."
"In Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden presenteert filosoof Emanuel Rutten acht nieuwe argumenten voor het bestaan van God. Bestaat er iets waarboven niets groters gedacht kan worden? Iets subliems dat de oorsprong van de wereld is? Op verrassende en creatieve wijze combineert Rutten inzichten uit de metafysica, kennisleer, taalfilosofie en esthetiek om te komen tot zijn nieuwe argumenten voor het bestaan van een geestelijke grond van de werkelijkheid. Deze argumenten gaan dan ook verder dan de traditionele, bekende argumenten en bieden zo een originele kijk op de eeuwenoude vraag naar het bestaan van God."
vrijdag 7 oktober 2022
Aanwijzingen voor en kenmerken van Gods bestaan - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2022-5)
We kunnen op grond van twee overwegingen inzien dat het redelijk is om te denken dat de oorsprong van de wereld een bewust wezen is en dus dat God bestaat. De eerste overweging vertrekt vanuit de wereld en omvat negen aanwijzingen: (1) het geheel van alle ruimte, alle tijd en alle materie heeft een absoluut begin gehad en is dus gegrond in een onstoffelijke, buitenruimtelijke en buitentijdelijke oorsprong, (2) we leven op de rand van een scheermes omdat er geen leven ontstaan zou zijn indien een of meerdere van de natuurconstanten een iets andere waarde gehad zou hebben, (3) het boek van de natuur is op sublieme wijze in de taal van de wiskunde geschreven, (4) de wereld bezit een rationele structuur die wij succesvol kunnen doorgronden, (5) er is bewustzijn dat niet tot materie herleidbaar is, (6) er is vrije wil dat niet tot natuuroorzaken herleidbaar is, (7) we bewonen een moreel universum waarin sommige zaken werkelijk goed en andere werkelijk kwaadaardig zijn, (8) alle positieve eigenschappen blijken logisch combineerbaar, zodat een wezen dat ze allemaal bezit niet alleen logisch mogelijk is, maar ook bestaat omdat 'noodzakelijk bestaan' een positieve eigenschap is, en (9) er bestaan geen universele eigenschappen, zodat de oorsprong van de wereld radicaal vrij is en dus redelijkerwijs gegrond is in een bewust wezen. Deze aanwijzingen maken gezamenlijk het bestaan van God waarschijnlijk. De tweede overweging vertrekt direct vanuit de wereldgrond. Welke kenmerken moet de oorsprong van de wereld hebben om de oorsprong van de wereld te kunnen zijn? Ik noem er vier: (a) de oorsprong van de wereld moet in elk geval actief scheppend zijn, (b) de oorsprong van de wereld kan van niets buiten zichzelf afhankelijk zijn en moet dus volkomen onafhankelijk oftewel vrij zijn, (c) de oorsprong van de wereld moet enkelvoudig en niet samengesteld zijn omdat aan iedere veelheid een diepere eenheid vooraf gaat, (d) de oorsprong van de wereld kan niet lijken op een structuur die voor de hand liggende alternatieven toelaat omdat anders onmiddellijk de onbeantwoordbare vraag gesteld kan worden waarom dan niet een van die alternatieven de oorsprong van de wereld is. Op grond van deze vier kenmerken vallen informatie en materie af. Alleen bewustzijn oftewel geest voldoet eraan, zodat de oorsprong van de wereld geen materie of informatie is, maar een bewust wezen, en opnieuw volgt dat God bestaat.
Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.
Labels:
Godsargumenten,
Sophie,
wereld,
wereldgrond
maandag 6 december 2021
Negen Godsargumenten op een rij
In de afgelopen jaren ontwikkelde ik negen Godsargumenten of argumenten die als Godsargument geadstrueerd kunnen worden. Deze argumenten zijn allemaal gepubliceerd in verschillende boeken, tijdschriften en fora. Maar nergens zijn ze in een enkel overzicht samengebracht. Het leek me daarom goed ze hier eens op een rijtje te zetten en daarbij alleen verwijzingen op te nemen naar algemeen toegankelijke vindplaatsen. In de eerste plaats mijn modaal-epistemisch Godargument. Zie vooral hier en hier. Daarnaast mijn argument voor het bestaan van een eerste oorzaak vanuit atomisme en causalisme. Zie hier en zie hoofdstuk 6 en 7 hier . Ten derde mijn semantisch argument. Dit is een argument dat als Godsargument geadstrueerd kan worden. Zie bijvoorbeeld hier, hier, hier en hier. Vervolgens mijn argument vanuit een fenomenologie van de sublieme ervaring. Zie onder andere hier en hier. Ten vijfde mijn argument gebaseerd op Plato's De Sofist. Zie hier. En dan natuurlijk mijn wereldbeelden argument dat ook als Godsargument adstrueerbaar is. Zie bijvoorbeeld hier, een Nederlandse vertaling van dit stuk met uitzondering van de cruciale paragraaf 6 hier en verder ook hier. En zie eveneens hier voor een beknopte formele uitwerking ervan. Het axiologisch argument wil ik eveneens noemen. Zie hier. En daarnaast toch ook het argument vanuit de afwezigheid van aanwijzingen voor het bestaan van buitenaards leven. Zie hier. Tenslotte het argument vanuit de parallellie van de kenorde en de zijnsorde. Zie blz 178 hier.
Labels:
Godsargumenten,
overzicht,
vindplaatsen
zaterdag 18 februari 2017
Bijdrage RD zaterdag 18 februari: Wel goede argumenten, geen bewijs
In 2013 hebben de computerwetenschappers C. Benzmüller van de Vrije Universiteit Berlijn en B. W. Paleo van de Technische Universiteit Wenen laten zien dat het ”wiskundig bewijs” voor het bestaan van God van de logicus Kurt Gödel correct is. Betekent dit nu ook dat het bestaan van God bewezen is en we dus zeker weten dat Hij bestaat?
JA
Het godsbewijs van de Oostenrijkse logicus Kurt Gödel (1906-1978) is een vorm van het zogeheten ontologische godsbewijs. Deze redenering om het bestaan van God aan te tonen gaat terug op de middeleeuwse theoloog Anselmus van Canterbury. Hij definieerde God als „datgene waarboven niets groter gedacht kan worden.” Als het volmaaktst denkbare wezen moet God noodzakelijk bestaan, zo was zijn conclusie.
Ontologische argumenten beginnen vanuit ons zuivere denken en doen geen enkel beroep op zintuiglijke ervaringen. Vanuit een definitie van God wordt vervolgens door strikt logische redeneerstappen aangetoond dat God bestaat. Gödels godsbewijs is een moderne variant van de redenering van Anselmus. De conclusie van zijn versie luidt dat er een wezen bestaat dat alle positieve eigenschappen bezit, zoals almacht, algoedheid, alwetendheid enzovoort. Dit noodzakelijk bestaand volmaakte wezen is de grond van de wereld.
De informatici Benzmüller en Paleo hebben laten zien dat Gödels afleiding van de conclusie uit zijn uitgangspunten of premissen logisch geldig is. Ze hebben met hun speciale software aangetoond dat Gödels conclusie netjes kan worden afgeleid uit zijn premissen. Gödels afleiding is logisch correct. Zijn conclusie dat God bestaat volgt onverbiddelijk uit de door hem gehanteerde aannames. Dit is ook niet zo verwonderlijk wanneer we ons realiseren dat Gödel na Aristoteles de grootste logicus ooit is. Wie de premissen van Gödels afleiding accepteert, heeft geen keus en moet ook zijn conclusie accepteren dat God bestaat.
NEE
Maar dienen wij deze premissen ook te aanvaarden? Hoe zeker zijn we eigenlijk van de waarheid ervan? Welnu, daar doen Benzmüller en Paleo géén uitspraak over. Die premissen zijn namelijk niet van logische of wiskundige aard. Het gaat om aannames over de fundamentele structuur van de werkelijkheid, die niet met een computer gecontroleerd kunnen worden. Zolang niet met zekerheid is vastgesteld dat de premissen waar zijn, is van een dwingend bewijs voor het bestaan van God dus geen sprake.
Dit alles is geen probleem indien Gödels premissen volstrekt zelfevident zijn. In dat geval kunnen we niet anders dan ze aanvaarden en hebben we inderdaad een bewijs voor het bestaan van God. Het probleem is echter dat Gödels premissen zeker niet zelfevident zijn. In de filosofie bestaat er veel discussie over. Zo is niet helemaal duidelijk wat nu precies in Gödels premissen onder een ”positieve eigenschap” verstaan moet worden. De premissen zijn dan ook hoogstens plausibel en maken daarom de conclusie dat God bestaat ook hoogstens plausibel. Of bescheidener: ze verhogen slechts de plausibiliteit van het bestaan van God.
Bovendien dienen we direct de vraag te stellen om welke God het hier gaat. Gaat het om de God van het christendom of om de God van een van de andere monotheïstische tradities? Om vervolgens ook nog te beargumenteren dat dit noodzakelijk bestaande perfect wezen dat de grond is van de wereld in feite de God is waarvan het christendom als sinds eeuwen getuigt, is aanvullende argumentatie nodig. Gödels afleiding helpt ons hier echt niet verder.
Dat Gödels ”godsbewijs” geen bewijs is, hoeft ons overigens zeker niet te verbazen. Het bestaan van God kan namelijk niet bewezen worden. Niet voor niets wordt een godsbewijs in het Engels een ”argument” genoemd. Dat is wat we wel kunnen doen: argumenten geven voor Zijn bestaan. Deze argumenten laten zien dat het alleszins redelijk is om te denken dat God bestaat. Ze maken het bestaan van God plausibel.
Sterker nog, al deze argumenten samen laten zien dat theïsme de meest redelijke positie is. Maar absolute en onfeilbare zekerheid? Nee, dat kunnen dergelijke argumenten niet geven. Het gaat niet om bewijzen, maar om het inzichtelijk maken van de redelijkheid van geloof in God. Het christelijk geloof brengt zekerheid met zich mee, maar die is van een andere orde dan de zekerheid van een rationele bewijsvoering. Redelijke argumenten kunnen deze zekerheid wel ondersteunen.
DUS
Naast de ontologische argumenten voor het bestaan van God, zijn er nog vele andere, zoals kosmologische, teleologische, morele en esthetische argumenten. Al deze argumenten maken gezamenlijk het bestaan van God heel erg waarschijnlijk. Kortom, we hebben in onze tijd een buitengewoon sterke cumulatieve casus voor het bestaan van God.
Dr. ir. Emanuel Rutten is als onderzoeker verbonden aan het Abraham Kuyper Centrum voor Wetenschap en Religie van de Vrije Universiteit in Amsterdam.
JA
Het godsbewijs van de Oostenrijkse logicus Kurt Gödel (1906-1978) is een vorm van het zogeheten ontologische godsbewijs. Deze redenering om het bestaan van God aan te tonen gaat terug op de middeleeuwse theoloog Anselmus van Canterbury. Hij definieerde God als „datgene waarboven niets groter gedacht kan worden.” Als het volmaaktst denkbare wezen moet God noodzakelijk bestaan, zo was zijn conclusie.
Ontologische argumenten beginnen vanuit ons zuivere denken en doen geen enkel beroep op zintuiglijke ervaringen. Vanuit een definitie van God wordt vervolgens door strikt logische redeneerstappen aangetoond dat God bestaat. Gödels godsbewijs is een moderne variant van de redenering van Anselmus. De conclusie van zijn versie luidt dat er een wezen bestaat dat alle positieve eigenschappen bezit, zoals almacht, algoedheid, alwetendheid enzovoort. Dit noodzakelijk bestaand volmaakte wezen is de grond van de wereld.
De informatici Benzmüller en Paleo hebben laten zien dat Gödels afleiding van de conclusie uit zijn uitgangspunten of premissen logisch geldig is. Ze hebben met hun speciale software aangetoond dat Gödels conclusie netjes kan worden afgeleid uit zijn premissen. Gödels afleiding is logisch correct. Zijn conclusie dat God bestaat volgt onverbiddelijk uit de door hem gehanteerde aannames. Dit is ook niet zo verwonderlijk wanneer we ons realiseren dat Gödel na Aristoteles de grootste logicus ooit is. Wie de premissen van Gödels afleiding accepteert, heeft geen keus en moet ook zijn conclusie accepteren dat God bestaat.
NEE
Maar dienen wij deze premissen ook te aanvaarden? Hoe zeker zijn we eigenlijk van de waarheid ervan? Welnu, daar doen Benzmüller en Paleo géén uitspraak over. Die premissen zijn namelijk niet van logische of wiskundige aard. Het gaat om aannames over de fundamentele structuur van de werkelijkheid, die niet met een computer gecontroleerd kunnen worden. Zolang niet met zekerheid is vastgesteld dat de premissen waar zijn, is van een dwingend bewijs voor het bestaan van God dus geen sprake.
Dit alles is geen probleem indien Gödels premissen volstrekt zelfevident zijn. In dat geval kunnen we niet anders dan ze aanvaarden en hebben we inderdaad een bewijs voor het bestaan van God. Het probleem is echter dat Gödels premissen zeker niet zelfevident zijn. In de filosofie bestaat er veel discussie over. Zo is niet helemaal duidelijk wat nu precies in Gödels premissen onder een ”positieve eigenschap” verstaan moet worden. De premissen zijn dan ook hoogstens plausibel en maken daarom de conclusie dat God bestaat ook hoogstens plausibel. Of bescheidener: ze verhogen slechts de plausibiliteit van het bestaan van God.
Bovendien dienen we direct de vraag te stellen om welke God het hier gaat. Gaat het om de God van het christendom of om de God van een van de andere monotheïstische tradities? Om vervolgens ook nog te beargumenteren dat dit noodzakelijk bestaande perfect wezen dat de grond is van de wereld in feite de God is waarvan het christendom als sinds eeuwen getuigt, is aanvullende argumentatie nodig. Gödels afleiding helpt ons hier echt niet verder.
Dat Gödels ”godsbewijs” geen bewijs is, hoeft ons overigens zeker niet te verbazen. Het bestaan van God kan namelijk niet bewezen worden. Niet voor niets wordt een godsbewijs in het Engels een ”argument” genoemd. Dat is wat we wel kunnen doen: argumenten geven voor Zijn bestaan. Deze argumenten laten zien dat het alleszins redelijk is om te denken dat God bestaat. Ze maken het bestaan van God plausibel.
Sterker nog, al deze argumenten samen laten zien dat theïsme de meest redelijke positie is. Maar absolute en onfeilbare zekerheid? Nee, dat kunnen dergelijke argumenten niet geven. Het gaat niet om bewijzen, maar om het inzichtelijk maken van de redelijkheid van geloof in God. Het christelijk geloof brengt zekerheid met zich mee, maar die is van een andere orde dan de zekerheid van een rationele bewijsvoering. Redelijke argumenten kunnen deze zekerheid wel ondersteunen.
DUS
Naast de ontologische argumenten voor het bestaan van God, zijn er nog vele andere, zoals kosmologische, teleologische, morele en esthetische argumenten. Al deze argumenten maken gezamenlijk het bestaan van God heel erg waarschijnlijk. Kortom, we hebben in onze tijd een buitengewoon sterke cumulatieve casus voor het bestaan van God.
Dr. ir. Emanuel Rutten is als onderzoeker verbonden aan het Abraham Kuyper Centrum voor Wetenschap en Religie van de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Labels:
Gödel,
Godsargumenten,
godsbewijs,
RD,
theïsme
vrijdag 19 juni 2015
Tweede druk 'En dus bestaat God'
Inmiddels is de tweede druk verschenen van het boek En dus bestaat God. De beste argumenten dat ik samen met Jeroen de Ridder schreef. Mooi!
woensdag 1 april 2015
Debat Rode Hoed
Gisterenavond mooi debat gehad in De Rode Hoed met Jeroen de Ridder, Franka Treur en Huub Oosterhuis. De zaal zal vol, tot aan het balkon. Ook na afloop veel enthousiaste gesprekken. Enkele zelfs tot sluitingstijd in een cafe om de hoek. Kijk er met plezier op terug!
dinsdag 10 maart 2015
Debat in Rode Hoed
Op dinsdagavond 31 maart zal ik in De Rode Hoed aan een debat deelnemen over de zin of onzin van wijsgerige argumenten voor het bestaan van God. Iedereen van harte welkom. Ik zie ernaar uit!
woensdag 25 februari 2015
Recensie in Trouw
Vandaag publiceerde het dagblad Trouw een recensie van het boek En dus bestaat God. De beste argumenten dat ik samen met Jeroen de Ridder schreef.
dinsdag 24 februari 2015
Interview bij 'Door De Week'
De uitzending van Door De Week op NPO radio5 gisterenavond, waarin ik door Andries Knevel wordt geïnterviewd over het boek En dus bestaat God. De beste argumenten dat ik samen met Jeroen de Ridder schreef, is inmiddels hier te beluisteren.
vrijdag 30 januari 2015
Bang voor de rede? Omarm haar! (ND Interview)
Mijn interview in het Nederlands Dagblad (ND) vandaag over 'En dus bestaat God. De beste argumenten' is nu ook online beschikbaar.
dinsdag 13 januari 2015
En dus bestaat God. De beste argumenten
Nog even en dan ligt ons boek En dus bestaat God. De beste argumenten in de boekhandel. Deze maand beschikbaar!
vrijdag 2 januari 2015
Boudry reageert
Een kluchtig pompeus stuk van Maarten Boudry in de Volkskrant naar aanleiding van een eerder stuk aldaar van Jeroen de Ridder en mij. Maarten heeft dan ook woord gehouden! Uit het stuk spreekt overigens wel een oprechte passie van hem met het thema. Dit is herkenbaar van onze eerdere ontmoetingen in Rotterdam en Gent, waar ik nog steeds met plezier op terugkijk. Het aardige is verder dat, in tegenstelling tot wat Maarten Boudry schrijft, atheïst Herman Philipse het met ons punt ('Herleving God in academische filosofie') juist eens is! Zie hier wat Herman daarover zegt in nota bene het begin van het boek waar Boudry in zijn stuk zo triomfantelijk naar verwijst. Kortom, inderdaad een heerlijk grappig stuk van Maarten.
Het punt van ons stukje in de Volkskrant waar Boudry op reageert was zoals gezegd slechts dat er in de academische filosofie de laatste decennia een heuse renaissance van Godsargumenten gaande is. Dit is een opmerkelijk en belangwekkend feit dat in Nederland niet of nauwelijks bekend is. Het ging ons dus niet om een afdoende inhoudelijke behandeling van de Godsargumenten zelf en de gangbare objecties ertegen. Daarvoor is echt meer ruimte nodig.
Het punt van ons stukje in de Volkskrant waar Boudry op reageert was zoals gezegd slechts dat er in de academische filosofie de laatste decennia een heuse renaissance van Godsargumenten gaande is. Dit is een opmerkelijk en belangwekkend feit dat in Nederland niet of nauwelijks bekend is. Het ging ons dus niet om een afdoende inhoudelijke behandeling van de Godsargumenten zelf en de gangbare objecties ertegen. Daarvoor is echt meer ruimte nodig.
Labels:
Boudry,
Filosofie,
Godsargumenten,
Volkskrant
vrijdag 7 november 2014
Boek over Godsargumenten
Vandaag hebben Jeroen de Ridder en ik de laatste hand gelegd aan ons boek over Godsargumenten. We behandelen acht verschillende typen argumenten voor het bestaan van God. Ieder type in een eigen hoofdstuk. Voor elk type argument bespreken we zowel de klassieke als de hedendaagse argumenten. Mijn eigen argumenten uit mijn proefschrift, zoals het argument vanuit atomisme en causalisme, en mijn modaal-epistemisch argument, komen in het boek ook aan bod.
donderdag 29 mei 2014
Te gast bij TV programma 'Andries'
Gisterenavond was ik te gast in het TV programma 'Andries' van de EO op Nederland 2. Andries Knevel interviewde mij onder andere over Godsargumenten. De hele uitzending is inmiddels hier en hier nu ook online te bekijken.
Labels:
Andries Knevel,
EO,
Godsargumenten,
Nederland 2
donderdag 13 maart 2014
Leibniziaanse argumenten
Wie wel eens de naam van de Duitse zeventiende eeuwse filosoof Leibniz heeft gehoord, denkt in de eerste plaats wellicht aan zijn belangrijke ontdekkingen op het gebied van de wiskunde. Hij is één van de grondleggers van de differentiaal- en integraalrekening. Waarschijnlijk is het minder bekend dat Leibniz ook nadacht over rationele argumenten voor het bestaan van God. In deze tekst bespreek ik het Godsargument dat Leibniz heeft uitgewerkt in zijn Monadologie uit 1714. Ik ga daarbij ook in op de kritiek van Peter van Inwagen op één van de uitgangspunten van dit argument. Er zijn veel filosofen geweest die Leibniz’ argument voor het bestaan van God nader hebben uitgewerkt en aangescherpt. Het tweede deel van genoemd stuk gaat over een versie van Leibniz’ argument dat aan het eind van de vorige eeuw is ontwikkeld door de Amerikaanse filosofen Richard Gale en Alexander Pruss. Deze variant van het argument vertrekt vanuit uitgangspunten die bescheidener zijn dan de aannames waarvan Leibniz in zijn Monadologie zelf uitgaat.
zaterdag 22 februari 2014
De zoektocht naar de oorsprong
De rubriek 'Zin in Wetenschap' van de EO plaatste het zevende fragment uit mijn interview online. Dit keer over de eeuwenlange zoektocht van filosofen naar de oorsprong van de werkelijkheid: stof of geest? Het is hier te bekijken.
Labels:
Filosofie,
Godsargumenten,
Zin in Wetenschap
Abonneren op:
Posts (Atom)



