zondag 26 juni 2022

Bestaat God? Opzet voor debat met Stine Jensen voor het NPO Podcastevent in Tivoli Utrecht

Bestaat God? Bestaat er preciezer gezegd een bewust wezen dat de grond en oorsprong van de wereld is? We kunnen op grond van twee overwegingen inzien dat het inderdaad redelijk is om te denken dat God bestaat. De eerste vertrekt vanuit de wereld. Er zijn vele aanwijzingen die er gezamenlijk op wijzen dat de wereldgrond een bewust wezen en geen materie of informatie is, zodat volgt dat God bestaat. Neem bijvoorbeeld de volgende negen aanwijzingen:

(1) Het geheel van alle ruimte, alle tijd en alle materie heeft een absoluut begin gehad en is dus gegrond in een onstoffelijke bovenruimtelijke en boventijdelijke oorsprong,

(2) We leven op de rand van een scheermes omdat er geen leven ontstaan zou zijn indien een of meerdere van de natuurconstanten een iets andere waarde gehad zou hebben,

(3) Het boek van de natuur is op sublieme wijze in de taal van de wiskunde geschreven. Zo kan bijvoorbeeld de kosmos beschreven worden met een zeer klein aantal eenvoudige en elegante natuurwetten

(4) De wereld bezit een rationele kenbare structuur die wij bovendien succesvol kunnen doorgronden,

(5) Er is bewustzijn dat niet tot materie te herleiden is,

(6) Er is vrije wil dat niet tot natuuroorzaken te herleiden is,

(7) We bewonen een moreel universum waarin sommige zaken werkelijk goed en andere werkelijk kwaadaardig zijn,

(8) Alle positieve eigenschappen blijken logisch combineerbaar, zodat een wezen dat ze allemaal bezit niet alleen logisch mogelijk is, maar ook bestaat omdat 'noodzakelijk bestaan' een positieve eigenschap is,

(9) Er bestaan geen universele eigenschappen, zodat de grond van de wereld radicaal vrij is en dus is gegrond in een bewust wezen.

Deze aanwijzingen maken elk afzonderlijk het bestaan van God waarschijnlijker en gezamelijk waarschijnlijk. De tweede overweging vertrekt niet vanuit de wereld, maar direct vanuit de wereldgrond. Welke kenmerken moet de oorsprong van de wereld noodzakelijkerwijs hebben om inderdaad de oorsprong van de wereld te kunnen zijn? Ik noem er vier:

(1) De oorsprong van de wereld moet in elk geval actief scheppend zijn,

(2) De oorsprong van de wereld kan van niets anders afhankelijk zijn en moet dus radicaal vrij zijn,

(3) De oorsprong van de wereld moet enkelvoudig en dus niet samengesteld zijn. Want aan iedere veelheid gaat een nog diepere eenheid vooraf,

(4) De oorsprong van de wereld kan niet lijken op een structuur die allerlei voor de hand liggende alternatieven toelaat. Want anders kan direct de onbeantwoordbare vraag gesteld worden waarom dan niet een van die alternatieven de oorsprong is.

Op grond van deze vier kenmerken vallen informatie en materie af. Alleen een radicaal vrij bewustzijn oftewel een radicaal vrije geest voldoet aan al deze voorwaarden, zodat de oorsprong van de wereld redelijkerwijs geen materie of informatie is, maar een bewust wezen, en opnieuw volgt dat God bestaat.

vrijdag 17 juni 2022

Do truths always have ontological import?

Could there be truths without truth-makers, without truth-bearers, and without any other kind of ontological footprint? In other words, could there be truths in a possible world that lacks concrete objects and that also lacks abstract objects such as universals and propositions?

maandag 6 juni 2022

Klassieke en hedendaagse complotdenkers

"De klassieke complotdenker is te vergelijken met de nihilist. Hij verhield zich tot een bepaalde gebeurtenis en ontkende de officiële verhalen die daarover verteld werden. Hij was in gesprek met autoriteiten, officiële rapporten en wetenschappers. Hij had iets waartegen hij zich afzette. De hedendaagse complotdenker is verder van de werkelijkheid afgedreven, hij is te vergelijken met een postnihilist. Hij is voorbij grenzen; zijn ontkenning verhoudt zich niet meer tot een stelling, een positie of een bepaalde waarheid. Het nieuwe complotdenken kenmerkt zich mede hierdoor dat er niets is om te verklaren, schreven Muirhead en Rosenblum. Daar zit het radicale nihilisme van de hedendaagse complotdenker. Hij is zonder grenzen, zelfs niet meer verbonden aan een bepaalde (on)waarheid. Hij is voorbij goed en kwaad, voorbij waarheid en leugen. Hij pikt stukjes van zijn narratief op uit de echte wereld, maar onttrekt zich vervolgens volledig aan de wereld om zijn verhaal tot ontwikkeling te brengen. Hij leeft als de pragmaticus. Hij kiest wat hij nodig heeft, wat past bij de wereld zoals hij zich die voorstelt, en wanneer het hem te heet onder de voeten wordt, dan switcht hij eenvoudigweg van verhaal. Dat is ook wat Jake Angeli deed, die zijn geloof in QAnon afzwoer bij het moment van zijn arrestatie. Hij was toch teleurgesteld geraakt in Trump en geloofde het niet langer. Zijn verhaal werkte niet meer en daarom liet hij het gaan, zoals Ada niet meer kwam opdagen bij haar afspraakje. Het spel was uitgewerkt en dat kan omdat er niets anders op het spel stond dan het spel zelf. Wanneer dat niet langer bevredigt, dan zoek je eenvoudigweg een nieuw spel." (Cees Zweistra, Waarheidszoekers, KokBoekencentrum Uitgevers, 2021, pp. 210-211)

dinsdag 17 mei 2022

Zijn ‘God van de gaten’-argumenten altijd ongerechtvaardigd? - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2022-3)

Er zijn fenomenen die de wetenschap onvoldoende lijkt te kunnen verklaren. Wie meent dat zo’n ‘leemte’ een redelijke aanwijzing vormt voor het bestaan van God, wordt vaak beschuldigd van ongeoorloofd redeneren. Dit is veelal terecht, maar niet altijd. Onder bepaalde voorwaarden is een ‘God van de gaten’-argument namelijk gerechtvaardigd. In wat volgt doe ik een voorstel voor deze voorwaarden. Allereerst moet het om een substantiële leemte gaan, zoals het bestaan van de natuur, het ontstaan van intelligent leven, het bestaan van bewustzijn, de morele dimensie van het bestaan of het historisch portret van Jezus van Nazareth. Tevens moet de leemte theologisch relevant zijn, wat in het geval van voorgaande voorbeelden inderdaad het geval lijkt. Daarnaast moet het een duurzame leemte betreffen. De leemte moet eeuwenlang bestaan. Eveneens moeten er vele verschillende pogingen gedaan zijn om de leemte vanuit de wetenschap afdoende te dichten. De leemte moet anders gezegd bestand zijn gebleken tegen talloze verwoede inspanningen om een goede wetenschappelijke verklaring te vinden. Ten vijfde moet de conclusie van het argument niet luiden dat God waarschijnlijk bestaat, maar slechts dat de desbetreffende leemte het bestaan van God waarschijnlijker maakt. Tegelijkertijd moet de toename in waarschijnlijkheid, gelet op het feit dat de wetenschap in het verleden vele leemtes gedicht heeft, niet te groot worden ingeschat. De toename mag opmerkelijk genoeg gevonden worden, maar rechtvaardigt op zichzelf niet de conclusie dat God waarschijnlijk bestaat. Tenslotte moet erkend worden dat het om een voorlopige conclusie gaat die alléén geldt zolang aan de eerstgenoemde vier condities wordt voldaan. Waar deze voorwaarden allemaal gelden, verschilt een ‘God van de gaten’-argument in feite niet van een logisch argument waarbij voor een gegeven fenomeen de beste verklaring wordt gezocht. Indien dan voor het te verklaren fenomeen de wetenschap het structureel laat afweten, komt gelet op de theologische relevantie van het desbetreffende fenomeen een theïstische verklaring in beeld. Een ‘God van de gaten’-argument is dus niet altijd ongerechtvaardigd. Door nu de adequate ‘God van de gaten’-argumenten samen te nemen met andere adequate Godsargumenten, zoals het ontologisch en modaal-epistemisch Godsargument, wordt de ‘cumulatieve casus’ voor het bestaan van God aanmerkelijk sterker. Sterker nog, het geheel van alle gerechtvaardigde ‘God van de gaten’-argumenten tezamen vormt op zichzelf al een redelijke onderbouwing voor de conclusie dat Gods bestaan niet onwaarschijnlijk is, of in elk geval niet onwaarschijnlijker dan het niet bestaan van God.

Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

vrijdag 15 april 2022

Workshop ‘wereldbeelden’

Media worden tegenwoordig regelmatig geconfronteerd met kritiek op de vermeende eenzijdigheid en onbetrouwbaarheid van het nieuws. Deze kritiek ontstaat mede omdat steeds meer mensen de stroom aan nieuwsberichten als bedreigend ervaren voor hun wereldbeeld. Elk mens heeft hoe dan ook een of ander wereldbeeld. Ieder van ons zoekt in dit leven houvast en dit doen wij door het omarmen van een bepaald 'zinperspectief' of 'totaalkader' van waaruit wij onszelf, de ander en de ons omringende wereld begrijpen. Zo'n wereldbeeld bestaat uit (1) een opvatting over de aard van de werkelijkheid, (2) een visie op welke waarden voor een goed leven cruciaal zijn, en (3) een grondstemming die bepaalt hoe wij gevoelsmatig tegen het leven aankijken. Deze drie dimensies komen niet toevallig overeen met de drie retorische vermogens van de mens: logos, ethos en pathos. Tijdens deze workshop houden wij ons bezig met de zin van wereldbeelden. Wat zijn wereldbeelden? Waarom kan geen van ons zonder een wereldbeeld? Uit welke aspecten bestaat een wereldbeeld en welke beoordelingscriteria kunnen we in het spel brengen om verschillende wereldbeelden onderling te vergelijken? Ook onderzoeken we de praktische rol van wereldbeelden. We ontdekken hoe groot de invloed ervan is op ons communiceren en handelen. Tot slot gaan we op zoek naar ons eigen wereldbeeld. We leren hoe dit zich verhoudt tot dat van anderen en wat dit zegt over de mogelijkheden om elkaar onderling goed te kunnen verstaan.

Omschrijving van een workshop over wereldbeelden. Interesse? Mail naar e.rutten@vu.nl

zaterdag 26 maart 2022

Verschil moet er zijn - column voor filosofisch tijdschrift Sophie (2022-2)

Alles wat bestaat heeft eigenschappen en bij iedere eigenschap hoort een begrip. Zo hoort bij ‘rood-zijn’ het begrip ‘rood’. Als twee simpele enkelvoudige begrippen, zoals ‘bestaan’ en ‘zijn’, of ‘entiteit’ en ‘object’, dezelfde verwijzing hebben, dan zijn hun betekenissen redelijkerwijs gelijk. Hieruit volgt dat er géén universele eigenschappen zijn. Voor iedere eigenschap bestaat er iets dat die eigenschap niet heeft. Want als er een universele eigenschap zou zijn, dan is het een aaneenvoeging van één of meerdere enkelvoudige begrippen die elk dezelfde verwijzing en dus dezelfde betekenis hebben als het begrip ‘bestaan’. Die universele eigenschap is dus ‘bestaan’, wat onmogelijk is omdat ‘bestaan’ als voorwaarde voor het bezitten van eigenschappen zelf geen eigenschap is.

Sommige fysici begrijpen de werkelijkheid als geheel van symmetriebrekingen, zodat de wereld een bundel van splitsingen betreft en universele eigenschappen inderdaad ontbreken. Postmodernen die zich toch aan metafysica wagen, menen dat de wereld teruggaat op differenties of verschillen. Ook dan ontbreken universele eigenschappen. Volgens dialectici ontwikkelt niet alleen het menselijk denken, maar ook de wereld zich door negaties, zodat ontkenning tot het wezen van de wereld behoort. Dit sluit universele eigenschappen eveneens uit.

De afwezigheid van universele eigenschappen heeft grote gevolgen. Zo is niet alles materieel. Er zijn daarom niet-materiële en dus immateriële dingen. Evenzo volgt dat er niet-fysische, niet-natuurlijke (bovennatuurlijke), niet-veroorzaakte (onveroorzaakte), niet-gedetermineerde (vrije), niet-vergankelijke (onvergankelijke), niet-immanente (transcendente) en niet-contingente (noodzakelijke) dingen zijn. Dit is het einde van het materialisme, fysicalisme, naturalisme en vele andere “ismen”.

Elk “Alles is zus” of “Alles is zo” wereldbeeld sneuvelt. De werkelijkheid is radicaal vrij. De wereld laat zich door geen enkel “Alles is dit” of “Alles is dat” keurslijf knechten. Kortom, verschil moet er zijn. Alleen dualistische wereldbeelden, zoals theïsme en platonisme, overleven. Platonisme impliceert echter theïsme zoals ik in mijn vorige column betoogde.

Voor elk bestaand ding bestaat dus ook de negatie ervan. De natuur is daarom, zoals Heraclitus leert, een eenheid van tegendelen. Over deze tegendelen spreekt hij in termen van spanning en strijd. Ze staan op gespannen voet met elkaar en zo is voortdurend alles in beweging. De wereld is dan ook niet alleen radicaal vrij, maar eveneens antagonistisch. Vrijheid is gegrond in subjectiviteit. Vrijheid is een kenmerk van geest. De wereldgrond lijkt dus een vrij geestelijk wezen te zijn en kan daarom passend ‘God’ worden genoemd. Het antagonistische van de wereld hangt dan eveneens samen met Gods aard.

Soφie is een filosofisch tijdschrift dat zesmaal per jaar verschijnt. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

zondag 20 maart 2022

Gedachte-experiment

Stel dat de mensheid door eigen toedoen zichzelf en al het leven op aarde vernietigt, zodat de aarde voor miljoenen jaren terugvalt in woesternij voordat zich langzaam weer nieuwe levensvormen ontwikkelen. Zou dat een empirische weerlegging zijn van het bestaan van een goede God?

Stel vervolgens dat één enkel mens over de macht beschikt om alles op aarde te vernietigen en dat ook doet, zodat de aarde voor miljoenen jaren terugvalt in woesternij voordat zich langzaam weer leven ontwikkelt. Zou dát het bestaan van een goede God empirisch weerleggen?

Iemand zou kunnen opmerken dat een goede God een dergelijke vernietiging misschien nog zou laten gebeuren indien het echt een direct gevolg is van het collectief gedrag van de hele mensheid, maar toch redelijkerwijs zal willen en kunnen ingrijpen indien slechts één enkel kwaadaardig mens op het punt staat de hele aarde te vernietigen. Dit zou dan betekenen dat alleen de tweede situatie onverenigbaar is met het bestaan van een goede God.