vrijdag 1 mei 2026
Niemand
"Er was bij hen gewoon niemand die iets aan literatuur leek te hebben gedaan met wat meer zorg en aandacht dan gewone mensen. En literatuur is toch de bron van volmaakte welsprekendheid. Er was bij hen gewoon niemand die de filosofie had omarmd, en filosofie is toch de moeder van alle goeds in woorden en daden. Niemand die civiel recht had geleerd, een absolute vereiste voor private zaken en voor het praktisch inzicht van de redenaar. Niemand met kennis van Romeinse geschiedenis, waarmee je indien nodig betrouwbare getuigen uit de doden kunt opwekken. Niemand die met snelle, slimme kwinkslagen over de tegenstander de rechters even liet ontspannen en hun grote ernst kortstondig liet omslaan in uitgelaten gelach. Niemand die een thema breed trok, die een particuliere discussie over een specifieke persoon of omstandigheid omboog naar een betoog over een algemene, universele kwestie. Niemand die ter vermaak even kort een zijpaadje insloeg, niemand die bij rechters grote kwaadheid opwekte, of tranen, niemand die hen in elke richting kon beïnvloeden, al naar gelang de zaak vereiste. En dat is toch eigenlijk het enige wat bij een redenaar hoort." (Romeinse redenaars, Marcus Tullius Cicero, Vertaald door Vincent Hunink, Noordboek Filosofie, 2023, p. 138 (Brutus 322))
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
"Er was bij hen gewoon niemand die iets aan literatuur leek te hebben gedaan met wat meer zorg en aandacht dan gewone mensen. En literatuur is toch de bron van volmaakte welsprekendheid. Er was bij hen gewoon niemand die de filosofie had omarmd, en filosofie is toch de moeder van alle goeds in woorden en daden. Niemand die civiel recht had geleerd, een absolute vereiste voor private zaken en voor het praktisch inzicht van de redenaar. Niemand met kennis van Romeinse geschiedenis, waarmee je indien nodig betrouwbare getuigen uit de doden kunt opwekken. Niemand die met snelle, slimme kwinkslagen over de tegenstander de rechters even liet ontspannen en hun grote ernst kortstondig liet omslaan in uitgelaten gelach. Niemand die een thema breed trok, die een particuliere discussie over een specifieke persoon of omstandigheid omboog naar een betoog over een algemene, universele kwestie. Niemand die ter vermaak even kort een zijpaadje insloeg, niemand die bij rechters grote kwaadheid opwekte, of tranen, niemand die hen in elke richting kon beïnvloeden, al naar gelang de zaak vereiste. En dat is toch eigenlijk het enige wat bij een redenaar hoort." (Romeinse redenaars, Marcus Tullius Cicero, Vertaald door Vincent Hunink, Noordboek Filosofie, 2023, p. 138 (Brutus 322))

Geen opmerkingen:
Een reactie posten