
In de metafysica van Aristoteles staat de vorm niet tegenover de inhoud. De vorm of het
eidos van een ding betreft nu juist zijn wezen en bepaalt zo wat het ding is. De vorm is hier de inhoud en staat tegenover de onbepaalde inhoudsloze stof waaruit het ding bestaat. Hetzelfde geldt voor de retorica. De vorm van een oratie betreft de gehele gevormde inhoud ervan. Zij staat tegenover de stof van de oratie, namelijk haar materiƫle verwerkelijking in de stem en het fysieke optreden van de orator.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten